BackgroundThe Uganda version of Pediatric Evaluation of Disability Inventory (PEDI-UG) was culturally adapted and validated from the PEDI-US, a tool used to evaluate the functional capability of children with or without disability aged 6 months to 7.5 years in the areas of self-care, mobility and social domains. A group of Ugandan occupational therapists with experience of using PEDI-UG participated in this study to explore the question: What do Ugandan occupational therapists say about the utility and value of the PEDI-UG for children with disabilities?MethodsA qualitative research design was chosen to explore the participants' viewpoints concerning the utility and value of the PEDI-UG for children with disabilities. Purposive sampling was used to recruit health professionals for the focus group discussions. Focus group discussions were carried out with 18 occupational therapists and nurses. Thematic analysis was performed to establish patterns and themes.ResultsSeveral challenges concerning the contextual use of PEDI-UG were reported. For example, PEDI-UG being culturally adapted in two languages (English and Luganda) makes it difficult for health professionals to use it for children whose caregivers are non-English or non-Luganda speakers. In addition, participants reported adapting the way they asked the assessment questions, struggling with how they interpreted the scores and observing the child's skills if required during PEDI-UG interviews with caregivers.ConclusionsThe findings of this study suggest that health professionals are challenged with the use of the PEDI-UG assessment in diverse cultural contexts and/or languages. These challenges are important considerations for the PEDI-UG translation in different Uganda cultural languages and training health professionals on the use and value of PEDI-UG for children with disabilities.
Background: Regular inspection of the oral cavity is required for prevention, early diagnosis and risk reduction of oral- and general health-related problems. Assessments to inspect the oral cavity have been designed for non-dental healthcare professionals, like nurses. The purpose of this systematic review was to evaluate the content and the measurement properties of oral health assessments for use by non-dental healthcare professionals in assessing older peoples’ oral health, in order to provide recommendations for practice, policy, and research. Methods: A systematic search in PubMed, EMBASE.com, and Cinahl (via Ebsco) has been performed. Search terms referring to ‘oral health assessments’, ‘non-dental healthcare professionals’ and ‘older people (60+)’ were used. Two reviewers individually performed title/abstract, and full-text screening for eligibility. The included studies have investigated at least one measurement property (validity/reliability) and were evaluated on their methodological quality using “The Consensus-based Standards for the selection of health Measurement Instruments” (COSMIN) checklist. The measurement properties were then scored using quality criteria (positive/negative/indeterminate). Results: Out of 879 hits, 18 studies were included in this review. Five studies showed good methodological quality on at least one measurement property and 14 studies showed poor methodological quality on some of their measurement properties. None of the studies assessed all measurement properties of the COSMIN. In total eight oral health assessments were found: the Revised Oral Assessment Guide (ROAG); the Minimum Data Set (MDS), with oral health component; the Oral Health Assessment Tool (OHAT); The Holistic Reliable Oral Assessment Tool (THROAT); Dental Hygiene Registration (DHR); Mucosal Plaque Score (MPS); The Brief Oral Health Screening Examination (BOHSE) and the Oral Assessment Sheet (OAS). Most frequently assessed items were: lips, mucosa membrane, tongue, gums, teeth, denture, saliva, and oral hygiene. Conclusion: Taken into account the scarce evidence of the proposed assessments, the OHAT and ROAG are most complete in their included oral health items and are of best methodological quality in combination with positive quality criteria on their measurement properties. Non-dental healthcare professionals, policymakers and researchers should be aware of the methodological limitations of the available oral health assessments and realize that the quality of the measurement properties remains uncertain.
Objective To explore how to build and maintain the resilience of frontline healthcare professionals exposed to COVID-19 outbreak working conditions. Design Scoping review supplemented with expert interviews to validate the findings. Setting Hospitals. Methods We searched PubMed, Embase, PsycINFO, CINAHL, bioRxiv and medRxiv systematically and grey literature for articles focusing on the impact of COVID- 19-like working conditions on the physical and/or mental health of healthcare professionals in a hospital setting. Articles using an empirical design about determinants or causes of physical and/or mental health and about interventions, measures and policies to preserve physical and/or mental health were included. Four experts were interviewed to reflect on the results from the scoping review. Results In total, 4471 records were screened leading to an inclusion of 73 articles. Recommendations prior to the outbreak fostering resilience included optimal provision of education and training, resilience training and interventions to create a feeling of being prepared. Recommendations during the outbreak consisted of (1) enhancing resilience by proper provision of information, psychosocial support and treatment (eg, create enabling conditions such as forming a psychosocial support team), monitoring the health status of professionals and using various forms and content of psychosocial support (eg, encouraging peer support, sharing and celebrating successes), (2) tasks and responsibilities, in which attention should be paid to kind of tasks, task mix and responsibilities as well as the intensity and weight of these tasks and (3) work patterns and working conditions. Findings of the review were validated by experts. Conclusions Recommendations were developed on how to build and maintain resilience of frontline healthcare professionals exposed to COVID-19 outbreak working conditions. These practical and easy to implement recommendations can be used by hospitals and other healthcare organisations to foster and preserve short-term and long-term physical and mental health and employability of their professionals.
De 2SHIFT SPRONG-groep is een samenwerkingsverband van HAN University of Applied Sciences en Fontys Hogescholen. Onze ambitie is het vergroten van eerlijke kansen op gezond leven. Dit doen we door het vormgeven en versterken van gemeenschappen als fundament voor het creëren van eerlijke kansen op gezond leven. Vanuit deze gemeenschappen wordt in co-creatie gewerkt aan structuur (i.e. systeem), sociale en technologische innovaties. Deze ambitie sluit aan bij de centrale missie KIA Gezondheid en Zorg om bij te dragen aan goede gezondheid en het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Ook draagt het bij aan deelmissie 1. het voorkomen van ziekte, waarbij wij uitgaan van het concept Positieve Gezondheid en Leefomgeving. Én het zorgt voor het verplaatsen van ondersteuning en zorg naar de leefomgeving (deelmissie 2), doordat gemeenschappen hiervoor een stevig fundament vormen. De gemeenschap is geoperationaliseerd als een samenwerking tussen inwonersinitiatieven (i.e. informele actoren) én professionals vanuit wonen, welzijn, zorg en gemeenten (i.e. formele actoren) die bestuurlijk en beleidsmatig worden ondersteund. Toenemend wordt een belangrijke rol en meer verantwoordelijkheid toebedeeld aan inwoners en wordt de noodzaak van sectoroverstijgende, inclusieve samenwerking tussen deze actoren in lokale fieldlabs benadrukt. 2SHIFT start daarom in vier fieldlabs: twee dorpen en twee wijken in (midden-)stedelijke gebieden, waar in vergelijking met groot-stedelijk gebied (zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) andere dynamieken en mechanismen een rol spelen bij het creëren van eerlijke kansen op een gezond leven. Om impact in onderwijs en praktijk te realiseren werken we nauw samen met studenten, docenten én met inwoners, professionals, bestuurders en beleidsmakers uit wonen, welzijn, zorg en gemeenten én landelijke kennispartners (“quadruple helix”). 2SHIFT brengt transdisciplinaire expertise én verschillende onderzoeksparadigma’s samen in een Learning Community (LC), waarin bestaande kennis en nieuwe kennis wordt samengebracht en ontwikkeld. Over 8 jaar is 2SHIFT een (inter)nationaal erkende onderzoeksgroep die het verschil maakt.
De inzet van blended care in de zorg neemt toe. Hierbij wordt fysieke begeleiding (face-to-face) met persoonlijke aandacht door een zorgprofessional afgewisseld met digitale zorg in de vorm van een platform of mobiele applicatie (eHealth). De digitale zorg versterkt de mogelijkheden van cliënten om in hun eigen omgeving te werken aan gezondheidsdoelen en handvatten tijdens de face-to-face momenten. Een specifieke groep die baat kan hebben bij blended care zijn ouderen die na revalidatie in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) thuis verder revalideren. Focus op zowel bewegen (door fysio- en oefentherapeut) en voedingsgedrag (door diëtist) is hierbij essentieel. Echter, na een intensieve zorgperiode tijdens hun opname wordt revalidatie veelal thuis afgeschaald en overgenomen door een ambulant begeleidingstraject of de eerste lijn. Een groot gedeelte van de ouderen ervaart een terugval in fysiek functioneren en zelfredzaamheid bij thuiskomt en heeft baat bij intensieve zorg omtrent voeding en beweging. Een blended interventie die gezond beweeg- en voedingsgedrag combineert biedt kansen. Hierbij is maatwerk voor deze kwetsbare ouderen vereist. Ambulante en eerste lijn diëtisten, fysio- en oefentherapeuten erkennen de meerwaarde van blended care maar missen handvatten en kennis over hoe blended-care ingezet kan worden bij kwetsbare ouderen. Het doel van het huidige project is ouderen én hun behandelaren te ondersteunen bij het optimaliseren van fysiek functioneren in de thuissituatie, door een blended voeding- en beweegprogramma te ontwikkelen en te testen in de praktijk. Ouderen, professionals en ICT-professionals worden betrokken in verschillende co-creatie sessies om gebruikersbehoefte, acceptatie en technische eisen te verkennen als mede inhoudelijke eisen zoals verhouding face-to-face en online. In samenspraak met gebruikers wordt de blended BITE-IT interventie ontwikkeld op basis van een bestaand platform, waarbij ook gekeken wordt naar het gebruik van bestaande en succesvolle applicaties. De BITE-IT interventie wordt uitgebreid getoetst op haalbaarheid en eerste effectiviteit in de praktijk.
Anne4Care is een virtuele assistent ontwikkeld door Virtual Assistant BV. Zij biedt ondersteuning aan mensen met cognitieve problemen bij het behouden van dagstructuur, het onderhouden van sociale contacten en uitvoeren van betekenisvolle dagactiviteiten. De instructiematerialen zijn in de Nederlandse taal beschikbaar en gericht op gebruikers met een Nederlandse achtergrond. Anne4Care wordt op dit moment geïmplementeerd bij een dagbesteding van IMEAN Care in Almelo voor migrantenouderen. IT-professionals van Anne4Care en de zorgprofessionals van de dagbesteding van IMEAN hebben behoefte aan instructiematerialen en leermethoden die aansluiten op de behoeften van de groep migrantenouderen. Met als doel de introductie, acceptatie en het gebruik van Anne4Care zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Dit zal resulteren in een betere ondersteuning van migrantenouderen en daarmee sociale inclusie en zinvolle dagbesteding bevorderen. Het consortium bestaat uit mbk-partners IMEAN Care (praktijk) en Virtual Assistant BV (technologieontwikkelaar) en de lectoraten Technology, Health & Care en Verpleegkunde van hogeschool Saxion. Samen met eindgebruikers (migrantenouderenouderen, hun mantelzorgers en zorgprofessionals) worden instructiematerialen en leermethoden ontwikkeld voor het gebruik van Anne4Care. Op basis van (1) observationeel en (2) literatuuronderzoek wordt een programma van eisen opgesteld. Vervolgens worden in co-creatie met eindgebruikers de instructiematerialen en leermethoden ontwikkeld en geëvalueerd. Tot slot zal virtuele assistent Anne4Care zelf een rol krijgen als instructrice waarbij een onboarding faciliteit wordt gecreëerd. De resultaten van dit project zijn: - Programma van eisen waaraan de instructiematerialen en leermethoden aan moeten voldoen - Instructiematerialen en leermethoden passend bij de wensen en behoeften van migrantenouderen, hun mantelzorgers en zorgprofessionals - Onboarding faciliteit op de tablet: Anne4Care als ‘instructrice’ in eigen (Turkse) taal - Inzicht in het gebruik en het gemak van Anne4Care en de instructiematerialen - Inzicht in de invloed van de instructiematerialen en leermethoden op het gebruik van Anne4Care.