The purpose of this study was to provide more insight into how the physical education (PE) context can be better tailored to the diverse motivational demands of secondary school students. Therefore, we examined how different constructs of student motivation in the context of PE combine into distinct motivational profiles, aiming to unveil motivational similarities and differences between students’ PE experiences. Participants were 2,562 Dutch secondary school students, aged 12–18, from 24 different schools. Students responded to questionnaires assessing their perception of psychological need satisfaction and frustration, and perceived mastery and performance climate in PE. In order to interpret the emerging profiles additional variables were assessed (i.e. demographic, motivational and PE-related variables). Two-step cluster analysis identified three meaningful profiles labelled as negative perceivers, moderate perceivers and positive perceivers. These three profiles differed significantly with regard to perceived psychological need satisfaction and frustration and their perception of the motivational climate. This study demonstrates that students can be grouped in distinct profiles based on their perceptions of the motivational PE environment. Consequently, the insights obtained could assist PE teachers in designing instructional strategies that target students’ differential motivational needs.
It has been suggested that physical education (PE) and active transport can make a meaningful contribution to children's physical activity (PA) levels. However, data on the contribution these activities to total PA is scarce, and PE's contribution to total physical activity energy expenditure (PAEE) has to our knowledge never been determined. This is probably explained by the methodological complexity of determining PAEE (Welk, 2002). In this paper, we present the first data of an ongoing study using combined heart rate monitoring and accelerometry, together with activity diaries. Over the six measurement days, PE contributed 5% to total PAEE, and 16% to school-related PAEE, whereas active transportation had a much larger contribution.
Enjoyment in primary physical education (PE) is a key factor in increasing children's physical activity engagement in PE and leisure time. While existing PE research has largely focused on a motivational PE climate and meaningful experiences in PE, research on children's perceptions of enjoyable teaching practices (TPs) in PE is limited. Therefore, this study aimed to explore primary school children's perspectives on TPs that foster PE enjoyment. In addition, we observed to what extent these TPs were applied in daily PE practice. Four focus groups with 10- to 12-year-old children (12 boys, 12 girls) from four primary schools were formed and inductive analysis resulted in 32 child-identified TPs categorized into 10 dimensions. Thirty-one PE lessons taught by 19 different PE teachers (11 generalists, 8 PE specialists) were recorded and coded using the child-identified TPs. Teachers regularly performed a substantial number of these TPs during their PE lessons. However, TPs such as the use of cooperative learning, instructional methods to promote children's (social) learning process, an emphasis on children's individual improvements, and consciously grouping were rarely observed. Moreover, PE specialists showed TPs supporting exploratory learning and children's individual learning processes more frequently than generalists. In addition, PE specialists provided challenging, differentiated tasks with a creative use of equipment more often than generalists. Including children's perspectives contributes to a comprehensive understanding of PE enjoyment and TPs that can promote enjoyable PE experiences. Children's voices need to be heard continuously by PE teachers to ensure enjoyable PE experiences for all children.
MUSE supports the CIVITAS Community to increase its impact on urban mobility policy making and advance it to a higher level of knowledge, exchange, and sustainability.As the current Coordination and Support Action for the CIVITAS Initiative, MUSE primarily engages in support activities to boost the impact of CIVITAS Community activities on sustainable urban mobility policy. Its main objectives are to:- Act as a destination for knowledge developed by the CIVITAS Community over the past twenty years.- Expand and strengthen relationships between cities and stakeholders at all levels.- Support the enrichment of the wider urban mobility community by providing learning opportunities.Through these goals, the CIVITAS Initiative strives to support the mobility and transport goals of the European Commission, and in turn those in the European Green Deal.Breda University of Applied Sciences is the task leader of Task 7.3: Exploitation of the Mobility Educational Network and Task 7.4: Mobility Powered by Youth Facilitation.
In tijden van toenemende culturele diversiteit en arbeidsonzekerheid hebben jongeren in Nederlandse en Duitse stadswijken grote behoefte aan richting met betrekking tot hun toekomstige leven. Ouders en leraren lijken zelf vaak te worden overweldigd door de snel veranderende wereld waarin ze leven. Naast deze veranderingen neemt het gebruik van sociale media sterk toe, waardoor de al bestaande generatiekloof nog groter wordt. Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de levensloopperspectieven van jongeren en leiden er vaak toe dat ze meer dan ooit richting zoeken bij hun leeftijdgenoten. In plaats van dit te zien als een problematische situatie, is dit project erop gericht de netwerken van jongeren te gebruiken als bron voor verbetering van de stadswijken. Het basisidee is jonge adolescenten (in de leeftijd van 12-14 jaar) te empoweren via bepaalde leeftijdgenoten die al gerespecteerd, verantwoordelijk en stabiel in het leven staan. Deze ‘homies’ (vier Nederlandse en vier Duitse jongeren) worden getraind en begeleid door experts op het gebied van oplossingsgericht denken en inspirerende communicatie. Daarna gaan de homies aan de slag in hun eigen wijk, waar ze drie maanden actief zullen zijn. De meeste communicatie met hun leeftijdgenoten zal verlopen via mobiele communicatie en sociale medianetwerken. In het begeleidende onderzoek wordt een analyse gemaakt van de leefsituatie van jongeren in de geselecteerde wijken voor en na de tussenkomst van de homies. De homies houden zelf een (mobiel) dagboek bij dat inzicht zal bieden in hoe zij zelf de veranderingen bij de jongeren in hun wijk zien.
Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven (laaggeletterden) zijn ondervertegenwoordigd in onderzoek, waardoor een belangrijke onderzoekspopulatie ontbreekt. Dit is een probleem, omdat zorgbeleid dan onvoldoende op hun behoeften wordt aangepast. Laaggeletterden hebben vaak een lage sociaal economische positie (SEP). Mensen met een lage SEP leven gemiddeld 4 jaar korter en 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid vergeleken met mensen met een hoge SEP. Om laaggeletterden te betrekken in onderzoek, is het o.a. nodig om onderzoek toegankelijker te maken. Dit project draagt hieraan bij door de ontwikkeling van een toolbox voor toegankelijke (proefpersonen)informatie (pif) en toestemmingsverklaringen. We ontwikkelen in co-creatie met de doelgroep toegankelijke audiovisuele materialen die breed ingezet kunnen worden door (gezondheids)onderzoekers van (zorggerelateerde) instanties/bedrijven én kennisinstellingen voor de werving voor en informatieverstrekking over onderzoek. In de multidisciplinaire samenwerking met onze partners YURR.studio, Pharos, Stichting ABC, Stichting Crowdience, de HAN-Sterkplaats en de Academische Werkplaats Sterker op eigen benen (AW-SOEB) van Radboudumc stellen we de behoeften van de doelgroep centraal. Middels creatieve sessies en gebruikerservaringen wordt in een iteratief ontwerpende onderzoeksaanpak toegewerkt naar diverse ontwerpen van informatiebrieven en toestemmingsverklaringen, waarbij de visuele communicatie dragend is. Het ontwikkelproces biedt kennisontwikkeling en hands-on praktijkvoorbeelden voor designers en grafisch vormgevers in het toegankelijk maken van informatie. Als laaggeletterden beter bereikt worden d.m.v. de pif-toolbox, kunnen de inzichten van deze groep worden meegenomen. Dit zorgt voor een minder scheef beeld in onderzoek, waardoor (gezondheids)beleid zich beter kan richten op kwetsbare doelgroepen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het verkleinen van gezondheidsverschillen.