redactie

Het is vijf voor twaalf: over de noodzaak van klimaatadaptatie in onderwijs

We zitten midden in een klimaatcrisis. Daarom moeten we ons als land aanpassen. Die crisis vormt namelijk de grootste bedreiging voor de volksgezondheid en onze huidige manier van leven. We moeten nu dus actie ondernemen om ons land de komende jaren klimaatbestendig te maken. Helaas is nog niet iedereen daarvan overtuigd: veel klimaatdesinformatie doet de ronde. Dat vergt aandacht van professionals, met name in de zorg. Ook in het onderwijs is er te weinig aandacht voor klimaatadaptatie. Mario Veen is hoofddocent en onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht (HU). Hij houdt zich bezig met sociale interactie in de publieke ruimte met betrekking tot de klimaat- en ecologische crisis. Hoe kunnen we weerbaar worden tegen klimaatdesinformatie en gesprekken hierover beter voeren, zodat we gericht actie kunnen ondernemen tegen de zorgen van morgen?


Wat je leest in dit artikel

Dr. Mario Veen is hoofddocent en onderzoeker voor het lectoraat Sociale Interactie in de Publieke Ruimte aan de Hogeschool Utrecht (HU). Hij onderzoekt hoe sociale interacties zoals off- en online gesprekken over de klimaat- en ecologische crisis constructief en realistisch kunnen zijn, en welke rol professionals daarin kunnen spelen. Als interdisciplinair filosoof onderzoekt hij hoe we klimaatgesprekken met handelingsperspectief kunnen stimuleren, en de maatschappelijke weerbaarheid tegen klimaatdesinformatie kunnen vergroten. Ook is hij auteur van Hoe Plato je uit je grot sleurt. In dit artikel vertelt hij over zijn standpunten en zorgen.

Even voorstellen

Mario Veen studeerde interdisciplinaire filosofie aan de Universiteit Utrecht en volgde een research-master Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde aan Wageningen University met onderzoek naar Discursieve Psychologie en Technology Assessment. Vervolgens deed hij als universitair docent onderzoek naar de rol van reflectie en filosofie in medisch onderwijs in het Erasmus MC.

Veen: “Ik werk sinds anderhalf jaar als hoofddocent op de HU. Daar houd ik me vooral bezig met sociale interactie in de publieke ruimte over de klimaat- en ecologische crisis. Dat is heel breed: het gaat zowel over fysieke als online gesprekken. Bijvoorbeeld via social media, maar ook bij het koffiezetautomaat, en altijd gefocust op de klimaatcrisis en duurzaamheid. Met onze interdisciplinaire aanpak kijken we hoe we professionals kunnen voorbereiden op wat komen gaat en hoe ze hierover betere gesprekken kunnen voeren. We werken nauw samen met de praktijk. Dat is de kern van praktijkgericht onderzoek: onderwijs, onderzoek en praktijk zijn nauw verweven en versterken elkaar.”

Lectoraat Sociale Interactie in de Publieke Ruimte (SIPR)

Binnen het lectoraat SIPR is het centrale vraagstuk: hoe kunnen we organisaties een alledaags interactioneel perspectief op transities in de maatschappij bieden, in het bijzonder binnen de domeinen veiligheid, gezondheidszorg en klimaatbeleid?

Veen: “Bij het lectoraat houd ik me bezig met een onderzoekslijn. Die omvat dus verschillende onderzoeken. Bijvoorbeeld het lopende onderzoek – voortkomend uit een praktijkvraag – naar de weerbaarheid tegen klimaatdesinformatie. We krijgen vragen als: hoe kan ik omgaan met desinformatie over klimaat? We kijken dan eerst naar wat er in de literatuur al over bekend is. Maar we doen ook actieonderzoek door middel van gesprekken met klimaatontkenners: hoe redeneren zij? Ook interviewen we mensen die te maken krijgen met klimaatdesinformatie, zoals zorgprofessionals. We ontwikkelen tools die professionals in de praktijk ondersteunen, bijvoorbeeld de desinformatie-bingokaart. En we geven workshops en trainingen.”

Klimaatdesinformatie in de zorg

De klimaatcrisis is de grootste bedreiging voor de volksgezondheid. Toch lijkt niet iedereen daarvan overtuigd. Zorgprofessionals krijgen dagelijks te maken met klimaatontkenning en desinformatie. Dat vertroebelt hun gesprekken over klimaat en gezondheid. Mario Veen geeft praktijkworkshops om hiermee om te gaan.

Veen: “Het is hard nodig om actie te ondernemen. Mensen worden geconfronteerd met nieuwe realiteiten door klimaatverandering en moeten zich aanpassen. Dat gaat gepaard met talloze gesprekken, met name in de zorg. Klimaatontkenners en desinformatie vormen een grote uitdaging voor zorgprofessionals. Die zijn er soms zoveel mee bezig – en erdoor afgeleid – dat ze hun werk minder goed kunnen doen. Tijdens de workshop bespreken we strategieën om weerbaarder tegen klimaatdesinformatie te worden, en geven we praktische handvatten om ermee om te gaan. Die hebben betrekking op vragen als: Hoe herken ik desinformatie? Wat doe en zeg ik in zo’n gesprek? Reageer ik erop of juist niet? En als ik reageer, hoe dan? De desinformatie-bingokaart is daarvan een mooi voorbeeld.”

Interdisciplinariteit als oplossing

Mario Veen werkt altijd interdisciplinair: een onderzoeksvraag wordt als uitgangspunt genomen, verschillende methoden worden gecombineerd. Dat is volgens hem cruciaal om de complexe, klimaatgerelateerde vraagstukken uit onze tijd op te lossen:

“Interdisciplinariteit is nodig om een breder en effectiever perspectief op de klimaatcrisis te bieden. Als ik professionals begeleid in weerbaarheid tegen desinformatie en hun verhouding tot de klimaatcrisis, begin ik met klimaatwetenschap. Die wordt gevolgd door psychologie. Daarna gaat het over desinformatie, weer een ander vakgebied. We hebben die overlap nodig om tot oplossingen voor dit urgente probleem te komen. Mijn filosofische achtergrond helpt mij om vakgebieden met elkaar te verbinden. We moeten klimaatwetenschap integreren met psychologie. Maar ook studenten van communicatie-, bedrijfskunde- en technische opleidingen hebben baat bij klimaatwetenschap. Hoe bereiden we ons voor op hittegolven? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de treinen blijven rijden? Hoe communiceren we daarover op de juiste manier? Welke maatregelen moeten bedrijven treffen? Allemaal relevante vragen die je niet vanuit één opleiding kunt oplossen.”

NAS

De Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) is een rijksbrede strategie om te bepalen hoe Nederland zich aan kan passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat coördineert deze strategie, die wordt opgezet met veel andere ministeries, kennisinstellingen en koepelorganisaties als VNG en IPO. Het Klimaatonderzoek Initatief Nederland (het KIN) organiseerde de inbreng van onderzoekers, experts en professionals in een serie make-atons. De NAS wordt in 2026 gepresenteerd.

Veen: “De NAS bereidt ons voor op de gevolgen van de klimaatcrisis – die komen heftiger en sneller dan verwacht – en vertaalt klimaatwetenschappelijke kennis naar concrete effecten, zoals hogere temperaturen, extreme neerslag en droogte. Scenario’s bepalen wat sectoren moeten doen om de schade zo veel mogelijk te beperken. We moeten er geen veertig jaar mee wachten, want veel van de projecten vergen twintig tot dertig jaar uitvoering. Ik verbaas me erover dat het onderwijs momenteel niets aan de NAS doet. Klimaatadaptatie is wellicht het belangrijkste waarmee ik me tijdens lezingen en conferenties bezighoud: het is urgent om nu maatregelen te treffen voor gevolgen die we waarschijnlijk pas over vijftig jaar gaan merken.”

Klimaatadaptatie in het onderwijs

Klimaatverandering en ecologische crises zouden in alle onderwijsprogramma’s verweven moeten zijn, volgens Veen. We moeten ons voorbereiden, maar de nu getroffen maatregelen matchen niet met de urgentie.

Veen: “Het is cruciaal dat studenten van uiteenlopende disciplines basiskennis over klimaatverandering opdoen, zodat zij deze kennis kunnen vertalen naar hun eigen vakgebied. Dat gebeurt nu te weinig: hbo-studenten worden onvoldoende voorbereid op de realiteit van klimaatverandering en de rol ervan in hun toekomstige werk. Dat is zorgwekkend. Er is actie nodig om klimaatinformatie structureel te integreren in het onderwijs, en desinformatie tegen te gaan, zeker in het hbo. De NAS is een goed initiatief, maar dit moeten we vertalen naar het onderwijs; dat moet studenten voorzien van noodzakelijke kennis. De studenten van nu zijn immers degenen die deze strategie straks moeten uitvoeren: wijken klimaatbestendig inrichten, treinen rijdend houden tijdens hittegolven, de juiste bedrijfsaanpassingen doen.

Er zou een breed onderwijsprogramma rond klimaatadaptatie moeten komen, dat recht doet aan de driehoek onderwijs, onderzoek en praktijk. Dat moet toegepast worden in alle opleidingen en in samenwerking met bedrijven, zodat een betere wisselwerking ontstaat. Zo versnellen we het bewustzijn en de toepassing van noodzakelijke verandering. Mijn lopende onderzoek naar klimaatdesinformatie is relevant, maar voor mij is de belangrijkste boodschap dat er meer gedaan moet worden aan klimaatadaptatie op hogescholen. Dat is mijn focus voor de komende jaren. Het onderwijs moet bijdragen aan een maatschappelijke kanteling die hard nodig is. Want het is vijf voor twaalf: als we nu niets doen, komen we over twintig jaar in onherstelbare problemen.”

Meer weten? Mario Veen schreef zelf een artikel over het belang van interdisciplinariteit in de wetenschap.

Headerfoto: Betweter Festival - fotograaf Jelmer de Haas

partij

Hogeschool Utrecht

Hogeschool

Hogeschool Utrecht
persoon

Mario Veen

Docent-onderzoeker

project

Moreel Kompas in Business

Grote organisaties nemen regelmatig publiekelijk een sociaal-maatschappelijk standpunt in. Consumenten verwachten dit steeds meer van organisaties en organisaties doen dit om verbinding te zoeken met hun doelgroepen en om relevant te blijven. Mkb-ondernemingen gaan hier zelden in mee, ondanks dat maatschappelijke thema’s ook aan hen niet voorbijgaan; zij vinden het moreel aan te raden om een standpunt in te nemen, maar hoe ze dat precies moeten doen is onduidelijk. Toch wordt dit van hen wel verwacht. Maatschappelijke vooruitgang is namelijk zonder het mkb ondenkbaar, omdat het mkb niet alleen gezien wordt als economische motor, maar ook als sociale motor van de samenleving; veel mkb-ondernemers dragen bij aan inclusiviteit, leefbaarheid, duurzaamheid en welzijn. Zo dragen ze bij aan de ‘Sustainable Development Goals voor inclusieve mondiale ontwikkeling’. (Communicatie)bureaus die voor mkb-organisaties werken, herkennen deze handelingsverlegenheid bij hun mkb-opdrachtgevers. Ondanks hun expertise, zijn ze toch onvoldoende geëquipeerd om de handelingsverlegenheid van hun mkb-opdrachtgevers systematisch op te heffen. Dit onderzoeksproject wil deze communicatieprofessionals ondersteunen door het ontwikkelen van de MKB Guideline Public Dilemma. Deze tool stelt hen in staat om samen met hun mkb-opdrachtgever, een authentiek sociaal-maatschappelijk standpunt te ontwikkelen en uit te dragen. Mkb’s kunnen hierbij door hun kleinschaligheid maatwerk leveren in het debat door goed te luisteren en te communiceren en zo gezamenlijk knelpunten aan te pakken. Het ontwikkelen van de Guideline gebeurt via ontwerpgericht onderzoek, waarin het onderzoekstraject en ontwerptraject geïntegreerd zijn. Beide trajecten vormen samen een leeromgeving, waaraan alle consortiumpartners vanuit hun eigen expertise deelnemen. In het onderzoekstraject dragen de partners actief bij aan het verzamelen en analyseren van data. In het ontwerptraject ontwikkelen de partners samen met de onderzoekers de Guideline. Dit leidt tot grote betrokkenheid bij de consortiumpartners, én een eindproduct waar zij, door hun voortdurende inbreng invloed op hebben uitgeoefend en zo draagvlak voor hebben ontwikkeld.

Lopend


Publicatiedatum