Summary (English):Current planning policies place great expectations on citizen participation to resolve complex societal and spatial challenges such as urban renewal and housing development. This essay explores what transitions in citizen participation have taken place on this issue in the Netherlands and to what extent citizen participation in its current form can address the complex socio-spatial challenge of providing affordable housing in cities.The essay introduces a paradox of the transition in participation in housing development in the Netherlands as part of broader transformations in Dutch spatial planning and development: in spite of increased institutionalization of participation, the actual citizens seem to have been served less and less. There is potential for the inclusion of citizen participation in the planning processes to encourage acceptance where resource distribution creates conflicts (i.e. affordable housing markets and lack of supply) for more effective cooperation during implementation. However, giving citizens more say in small parcels of spatial development does not disguise and overrule the structural forces in policy and real estate market trends that have grown in the last decades and push out lower and middle income groups from the city.This essay reviews state-of-the-art literature on the evolution of citizen participation, co-creation, and decision-making structures and processes in spatial planning and housing, and discusses participation trajectories in urban developments with housing functions in Amsterdam (Havenstraatterrein, Marineterrein) and Groningen (Suikerunie, Ebbinge), and Almere (Oosterwold) to showcase the paradoxical transition.__Summary (Dutch):Participatie krijgt een steeds prominentere rol in het oplossen van complexe maatschappelijke en ruimtelijke uitdagingen, zoals stedelijke vernieuwing en de ontwikkeling van woningen. Dit essay verkent welke veranderingen zich hebben voorgedaan in de rol die burgers spelen in woningontwikkeling in Nederland en in hoeverre participatie in de huidige vorm helpt om voldoende betaalbare woonruimte te ontwikkelen in de stad.Het essay schetst een paradoxale transitie op het gebied van participatie in de woningbouw in Nederland. De transitie is onderdeel is van grotere veranderingen in ruimtelijke ordening en ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. Ondanks toenemende aandacht voor en institutionalisering van participatie in plan- en ontwikkelingsprocessen, lijkt het erop dat de burger die het meest de hulp van de overheid nodig heeft om passende woonruimte te vinden, steeds meer het nakijken heeft gekregen. Burgers een grotere rol geven in de planprocesen en planuitvoering kan helpen de acceptatie van plannen waarin schaarse middelen worden verdeeld, te vergroten. Tot nu toe echter blijft de inspraak van burgers beperkt tot kleine, specifieke gebieden. Deze uitzonderingen bieden onvoldoende tegenwicht aan de structurele krachten in beleid, grond- en vastgoedmarkten die midden- en lagere inkomens de afgelopen jaren steeds verder de stad uit hebben gedreven.Dit essay schetst op basis van literatuurstudie de grote lijnen in de ontwikkeling van woningontwikkeling en participatie sinds de Tweede Wereldoorlog. Op basis daarvan beschouwt het essay de ontwikkeling van participatie, co-creatie en besluitvorming in gebiedsontwikkeling in Amsterdam (Havenstraatterrein, Marineterrein), Groningen (Suikerunie, Ebbinge) en Almere (Oosterwold) om de paradoxale transitie die plaatsvindt in participatie in gebiedsontwikkeling en woningbouw te illustreren.
The purpose of this article is to explore innovative and adaptive ways of matching people with jobs in the context of a Dutch policy initiative aimed at the skills mismatch in the region of Amsterdam. This is an important and urgent issue because of the challenges of the future labor market, in which technological disruption and socio-economic forces affect the content and conditions of jobs and occupations. Powered by digital technology and data-driven approaches it is possible to design ‘?ne-grained’ matching systems based on skills or competences. The article combines an exploration of occupational taxonomies, skills frameworks and good practices of these skills-based applications with a theoretical discussion on the relevance and adaptations of Person-Environment Fit and matching theories. The article shows that these new forms of innovative, adaptive and ?uid matching have bene?ts for policy-makers, employers and jobseekers alike. In the discussion section some critical remarks are made on the matching theory and its application in contemporary instruments and tools. https://www.ojs.tnkul.pl/index.php/jpepsi/article/view/9624
MULTIFILE
Een digitaal netwerk is van strategisch belang voor mens, organisatie en regio. Hoe kunnen we social media en andere vormen van digitale netwerken nu functioneel doordacht, efficiënt en effectief inzetten? Hebben we voldoende media wijsheid in pacht? Zijn we voldoende ‘digital media literate’? Aandacht voor en het ontwikkelen van digital media literacy wordt in het Horizon Report 2011 van EDUCAUSE “de belangrijkste kritieke uitdaging” voor de komende jaren genoemd. Het rapport spreekt van “een key skill voor elke discipline en professie“. Demografische ontwikkelingen als vergrijzing en ontgroening hebben gevolgen voor de arbeidsmarkt. De oplossing kan worden gezocht in employability van de beroepsbevolking: van baan- naar werkgarantie. Aangezien digital media literacy een key skill voor elke discipline en professie is en dat digitaal netwerken van strategisch belang is, is het bevorderen van digital media literacy een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van employability. Deskundigheid moet door HR-diensten in kaart worden gebracht. HR-diensten kunnen met Strategisch HRM (SHRM) employability bevorderen. In het essay neem ik de lezer, met digital media literacy in zijn of haar koffertje, mee via de demografische problematiek in de regio (Limburg, Euregio) naar Zuyd (daar waar ik zelf werk).
In Nederland heeft ongeveer vijftien procent van alle kinderen in het regulier onderwijs problemen met sociale communicatie en met executief functioneren (Autismespectrumproblemen). Deze problemen belemmeren een fijne en effectieve overstap van de basisschool naar de middelbare school. De overstap naar de middelbare school gaat voor kinderen met problemen met sociale communicatie en met flexibiliteit op dit moment gepaard met grote psychosociale en schoolse problemen. Bij veel van deze kinderen escaleren hun problemen meteen na de overstap naar de middelbare school, waardoor onderpresteren, schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten op de loer liggen. Er zijn op dit moment geen evidence-based interventieprogramma’s voor leerkrachten van groep 8 en mentoren van middelbare scholen beschikbaar die hen kunnen helpen om deze kinderen preventief goed voor te bereiden op deze schooltransitie. In 2014 heeft een consortium van Rotterdamse kennisinstellingen, onderwijsorganisaties, instellingen voor jeugdhulp en verschillende Mkb-partners een SIA RAAK-Mkb subsidie ontvangen om te werken aan een wetenschappelijk onderbouwde oplossing voor dit urgente maatschappelijke, wetenschappelijke en onderwijskundige vraagstuk. Met behulp van deze subsidie is het eerste prototype van de serious game A.L.I.B.I. ontwikkeld. Dit eerste prototype richt zich op het preventief versterken van de planning- en organisatievaardigheden van kinderen met Autismespectrumproblemen teneinde hun dagelijks functioneren op de middelbare school te verbeteren. Ten aanzien van het aanpakken van sociale communicatieproblemen is er in dit eerste prototype een klein begin gemaakt met de integratie van game elementen en bijbehorende leerdoelen. Met behulp van voorliggende aanvraag beoogt dit Rotterdamse consortium aan prototype twee van A.L.I.B.I. te werken. Doel van dit project is om een bijbehorend dashboard en bijbehorende trainingsmodule voor leerkrachten en mentoren te ontwikkelen, om A.L.I.B.I. data-gestuurd uit te breiden met een module Sociale relaties en om een kleine pilotstudie onder leerkrachten en kinderen te verrichten naar de ervaren gebruikersvriendelijkheid met dit tweede prototype. De trainingsmodule richt zich op het trainen van leerkrachten en mentoren in het speciaal (basis) onderwijs in het geven van gepersonaliseerde feedback aan kinderen met Autismespectrumproblemen op basis van game data. We leren leerkrachten en mentoren specifiek hoe zij op basis van individuele spelgegevens gepersonaliseerde feedback aan kinderen kunnen geven zodat zij daarmee de gedragsstrategieën die de kinderen met behulp van A.L.I.B.I. aanleren in de klas kunnen versterken en bestendigen. Met deze aanpak beoogt het consortium om generalisatie te bewerkstelligen van de geleerde vaardigheden in de game naar het dagelijks leven van kinderen en hiermee hun dagelijks functioneren op school te verbeteren. Met deze doelstelling sluit onze projectaanvraag nauw aan bij de doelstellingen van SIA KIEM 21th century skills. Speciaal ten behoeve van deze doorontwikkeling wordt het bestaande consortium uitgebreid met de Department of Psychology, Education and Child Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam, en specifiek met de staf van Prof. Dr. Pol van Lier. Prof. van Lier beschikt over een omvangrijke dataset, afkomstig uit verschillende wetenschappelijke studies, die sturend gaat zijn bij de inrichting van de werkzame mechanismen van de nieuwe module Sociale relaties, en meer specifiek de vertaling van onderzoeksdata naar game elementen en leerdoelen van de module Sociale relaties. Indien deze aanvraag wordt toegekend, en prototype twee van A.L.I.B.I. op korte termijn ontwikkeld kan worden, zal er een vervolgaanvraag worden ingediend om de effectiviteit grootschalig met behulp van een quasi-experimenteel design te toetsen.