Welkom bij Publinova!
Publinova is hét landelijke platform voor open praktijkgericht onderzoek. Publinova is een samenwerking tussen de Nederlandse hogescholen, Vereniging Hogescholen, SIA en SURF.
Uitgelichte redactie-artikelen
Uitgelichte producten
Wat is de relatie tussen het beweegbeleid op basisscholen in de onderbouw en de motorische vaardigheden van jonge kinderen?
Motorische vaardigheden (MV) van basisschoolkinderen nemen af, terwijl het percentage kinderen dat onvoldoende beweegt, toeneemt. De kleuterleeftijd (4-6 jaar) is cruciaal voor de ontwikkeling van fundamentele motorische vaardigheden. Hoewel meerdere factoren hierop van invloed zijn, is de rol van schoolgericht beweegbeleid nog onvoldoende onderzocht. Dit onderzoek onderzocht de relatie tussen het beweegbeleid op Nederlandse basisscholen in de onderbouw en de MV van kinderen van 4 tot 6 jaar. Middels een prospectief onderzoek werd data verzameld in 2020 (T0), 2021 (T1) en 2022 (T2). Via een vragenlijst op T0 werd het beweegbeleid geïnventariseerd van 29 basisscholen in Den Haag (n = 11), Eindhoven (n = 10) en Groningen (n = 8). In totaal werden 951 Nederlandse kinderen (51% jongens) van 4-6 jaar oud (gem. 5,3 ± 0,7 jaar) geïncludeerd in het onderzoek. MV werden driemaal gemeten met de Athletic Skills Track en omgezet naar Motor Quotiënt (MQ) scores. Middels linear mixed models werd de relatie tussen de beweegbeleidsonderdelen en MQ-score op T2 onderzocht. Het in hoge mate stimuleren van actief transport bleek significant positief gerelateerd aan de MQ-score (β = 4,167; 95% BI 0,065 – 8,270). Aandacht voor veilige schoolroutes bleek significant negatief gerelateerd aan de MQ-score (β = -3,453; 95% BI -6,159 – -0,747). Ook bleek naschools sport- en beweegaanbod (NSA) significant negatief gerelateerd aan de MQ-score (β = -3,465; 95% BI -6,561 – -0,369). De overige beleidsonderdelen toonden geen significante relatie met MQ-score. Concluderend laat dit onderzoek een beperkte invloed van het beweegbeleid op basisscholen in de onderbouw en de MV van jonge kinderen. Er werden drie kleine, significante effecten gevonden: het in hoge mate stimuleren van actief transport (positief), aandacht voor veilige schoolroutes (negatief), en de aanwezigheid van NSA (negatief). Deze resultaten benadrukken dat motorische ontwikkeling in deze leeftijdsfase een multifactorieel proces is, waarbij schoolgericht beweegbeleid slechts een beperkte rol lijkt te spelen.
DOCUMENT
Activating inner development in tourism
The *Inner Capacity Building for Sustainable Tourism Change (ICB for STC)* project investigated how inner development approaches can support transformative change in the tourism sector. Conducted by researchers from Inholland University of Applied Sciences and Breda University of Applied Sciences, the study explored the application of the Inner Development Guide (IDG) framework within a professional tourism context. A participatory workshop, grounded in systems thinking, transformative learning, and the relationship between inner and outer transformation, was designed and implemented with stakeholders connected to Amsterdam’s tourism sector. The findings demonstrate that engaging tourism professionals in self-reflection and dialogue around personal values, emotions, and mental models is both valuable and challenging. Participants often shifted discussions toward external policy issues rather than exploring their own perspectives, highlighting the need for sustained engagement, clear facilitation, and sufficient time to foster meaningful inner work. Preparatory individual interviews proved essential for establishing trust, creating psychological safety, and enabling constructive dialogue among participants with diverse and sometimes conflicting viewpoints. Furthermore, the study revealed that the translation of research design into practical facilitation is a critical determinant of outcomes, as seemingly small adaptations in workshop delivery can substantially influence participant engagement and learning. The project is situated within the broader context of persistent sustainability challenges in tourism, where technical and policy-based interventions alone have proven insufficient to address systemic environmental and social issues. Drawing on systems thinking and the Iceberg Model, the research argues that lasting transformation requires addressing the underlying mental models, beliefs, and values that shape tourism practices. By strengthening inner capacities such as self-awareness, openness, and relational thinking, tourism professionals may become better equipped to contribute to systemic and regenerative change. The study concludes that inner development should be viewed as a long-term, collective learning process that complements structural and institutional sustainability initiatives. Bijlage 1: Activating Inner Development in Tourism Bijlage 2: Activating Inner Development in Tourism (summery)
MULTIFILE
Thuisbatterijen als publiek goed
Het Nederlandse elektriciteitsnet staat onder druk. Zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen vragen meer van een infrastructuur die daar niet voor gebouwd is. De congestie is het hardst voelbaar op het middenspanningsnet — de regionale bottlenecks waar jarenlange wachtrijen voor nieuwe aansluitingen uit volgen.
Tegelijkertijd neemt het aantal thuisbatterijen snel toe. Die batterijen kúnnen onder deel zijn van de oplossing — maar worden op dit moment meestal aan
gestuurd op individueel financieel voordeel, zonder rekening te houden met de lokale netconditie. Dat maakt ze in potentie onderdeel van het probleem.
Het NOGIZMOS project heeft onderzocht of dat anders kan. In een pilot in Ansen (Drenthe) testten we zes verschillende stuurmodellen voor negen thuisbatterijen,
gekoppeld aan de meetdata van de lokale netbeheerder. We vroegen bewoners en coöperatieleden wat ze wilden, en we verkenden met Enexis’ innovatieteam wat een duurzaam samenwerkingsmodel vraagt.
De uitkomst is helder: Gecoördineerde thuisbatterijen kunnen meetbaar bijdragen – niet alleen aan netbalans op lokaal niveau, maar zelfs aan congestiebeheer op het middenspanningsniveau.
Dat laatste was tot nu toe niet empirisch was aangetoond. De techniek werkt dus. Maar: de institutionele infrastructuur ontbreekt nog om dit toe te passen. Compensatiemechanismen, communicatieprotocollen en samenwerkingsvormen
moeten energiegemeenschappen, netbeheerders en overheid nu samen opstellen om samen op te kunnen trekken. Dit document legt uit wat we gevonden hebben en in welke richting onze bevindingen wijzen om oplossingen te vinden voor de huidige uitdagingen voor het Nederlandse net.
DOCUMENT
The Faculty of Judgment
In line, online, off the grid contributes to the discussions on evaluation of doctoral projects in the arts. The title of the book refers to the challenging variety of artistic research projects. Some projects are easily in line with the degree requirements, whereas others might include elements that complicate the evaluation process both conceptually and practically: unstable online spaces, ephemeral processes, or events realised in remote locations, completely off the grid.
The book embraces this challenging but also desirable variety through four cases and a selection of invited reflections. The mix of Finnish and English in this book reminds the reader of the co-existence of several modes of articulation that all parties involved need to deal with.
DOCUMENT
Veerkracht, verbeelding en vernieuwing: patronen van innovatie in 33 innovatielabs-projecten
Wat kunnen we doen om de culturele en creatieve sector op langere termijn
wendbaarder en weerbaarder te maken? Makers, culturele instellingen en
andere creatieve partijen gingen met die vraag aan de slag binnen het pro-
gramma Innovatielabs. Tijdens twee edities onderzochten zij hoe innovatie-
projecten een verschil kunnen maken bij actuele én toekomstige opgaven
in de sector. Van een fundamentele heroverweging van de eigen rol in het
culturele landschap tot de ontwikkeling van innovatieve, sectoroverstijgende
samenwerkingsplatforms. Er is nagedacht hoe instellingen publieksdata kunnen
delen om hun doelgroepen beter te bereiken, hoe technologie kan worden
ingezet om andere, nieuwe doelgroepen te bereiken en hoe samengewerkt
kan worden met niet-menselijke actoren voor een duurzamere toekomst.
Het zijn natuurlijk mooie uitkomsten, maar met de afzonderlijke resultaten van
deze projecten alleen komen we er niet. Willen we de sector echt beter uit-
rusten voor de toekomst, dan moeten we ook aandacht besteden aan de
borging en inbedding van de opgedane kennis en ervaringen, op zo’n manier
dat anderen erop kunnen voortbouwen. Met dat doel voor ogen, hebben
we onderzoekers van verschillende kennisinstellingen gevraagd om de 33
Innovatielabs-projecten te volgen. Aan de hand van thema’s brachten zij
dwarsverbanden tussen de doelen en de gehanteerde methoden van deze
initiatieven in kaart. Het onderzoek, dat is gefinancierd door Regieorgaan SIA,
bleek op zichzelf ook een experiment en leertraject. Want hoe organiseer
je kennisontwikkeling en -uitwisseling door en tussen al deze verschillende
betrokkenen en hoe zorg je ervoor dat de belangrijkste opbrengsten sector-
breed kunnen worden gedeeld?
In dit onderzoeksrapport delen de onderzoekers hun bevindingen. Hierin
is niet alleen aandacht voor de resultaten, maar vooral ook voor de inno-
vatieprocessen die tot deze resultaten hebben geleid. Daarmee biedt het
rapport inzichten en handvatten om op voort te bouwen. Want als we iets van
Innovatielabs hebben geleerd, dan is het wel dat we alleen door gezamenlijke
kennisontwikkeling en -uitwisseling de uitdagingen die voor ons liggen het
hoofd kunnen bieden. Dit rapport markeert dan ook niet alleen het einde van Innovatielabs, maar ook een nieuw begin.
DOCUMENT
Quantum Sensing: NV-center Magnetometer
A significant portion of Dutch infrastructure, including gas, water, and electricity networks, is underground. The lack of clear mapping leads to uncoordinated digging, increasing the risk of damage and labor costs. Current detection methods like probes, sonar, and ground-penetrating radar have limitations, making accurate underground mapping a persistent challenge.
Here, the first steps in the development of a quantum magnetometer to detect the underground infrastructure better & faster than the current detection methods without the use of experts is presented.
IMAGE
Uitgelichte projecten
DIGIREAL Research, Development and Innovation Center on Digital Realities for Societal-Economic Impact
Digireal – Leren, beslissen en samenwerken in digitale werkelijkheden Digireal ontwikkelt en bestudeert digitale werkelijkheden (Digital Realities, DR) waarmee professionals en studenten samen leren, besluiten en ontwerpen aan complexe maatschappelijke opgaven, zoals psycho-medische therapie, veiligheid, journalistiek en ruimtelijke planning. We werken aan drie digitale systeeminnovaties: (1) Virtuele Mensen (Virtual Humans) bijvoorbeeld voor empathie, gesprek, leren en leiderschap; (2) Immersieve Ervaringen (Immersive Experiences, IX) voor samenwerking, bijvoorbeeld in teams onder druk; en (3) Digitale Tweelingen (Digital Twins) bijvoorbeeld voor ruimtelijke planning. Deze systeeminnovaties passen we toe in verschillende maatschappelijke sectoren: Zorg & welzijn: zorgprofessionals of zorgcliënten voeren gesprekken met emotioneel expressieve virtuele mensen; emoties en interacties worden onopvallend gemeten en teruggekoppeld om digitale empathie te vergroten en gesprekken effectiever te maken. Veiligheid, burgerschap, onderwijs & media/journalistiek: teams (zoals in veiligheid of e-sports) trainen in games, virtual of augmented reality. Teamprocessen worden geanalyseerd en gespiegeld om prestaties te verbeteren. Nieuwsredacties experimenteren met een virtuele nieuwslezer (AI-presentator) om nieuwsformats te testen of te personaliseren. Ruimtegebruik en duurzaamheid; met interactieve digitale tweelingen—voor de oceaan en voor steden—verkennen burgers, belanghebbenden en beleidsmakers keuzes over ruimtegebruik, energie, infrastructuur en ecologie, inclusief onzekerheden en termijneffecten. Digireal is een samenwerking van twee hogescholen BUas en Fontys, ingebed in het MINDLABS innovatienetwerk, en verbonden met regionale en landelijke partners, waaronder bedrijven, overheden, universiteiten, en innovatienetwerken. We werken mensgericht, inclusief en ethisch, combineren ontwerp- en gedragsexpertise met AI, data en simulatie, en werken open waar het kan. Met MINDLABS bouwen we leerpaden voor studenten, bijvoorbeeld via stages en afstudeerprojecten. Samen versterken we de kennisinfrastructuur van Noord-Brabant en Nederland, in een Europese context. We leveren opschaalbare pilots, innovatieve instrumenten en lerende netwerken met aantoonbare maatschappelijke impact. We borgen kwaliteit en impact via ontwerp, validatie- en evaluatieonderzoek, professionele en wetenschappelijke publicaties, en samenwerking met beleid en sectororganisaties.
WENSAM-IC: WENsen van patiënten en naasten bij SAMen beslissen op de Intensive Care
Jaarlijks worden 70.000 patiënten op een Intensive Care (IC) opgenomen. Hier worden veel beslissingen genomen over het inzetten, beperken of staken van een behandeling. Dit zal toenemen vanwege vergrijzing, complexiteit van IC-patiënten, toenemende medisch-technische mogelijkheden, maar ook beperkte middelen. Bij ‘Samen beslissen’ kiezen zorgverleners in overleg met patiënten voor de beste behandeloptie, aansluitend bij persoonlijke wensen. De wensen van patiënten over een IC-behandeling lopen uiteen. Regelmatig is onzeker wat de patiënt zou willen, omdat IC-patiënten vaak niet (volledig) bij bewustzijn zijn. Hoewel een behandelbeslissing of -beperking een medisch besluit betreft, is het belangrijk dat de wensen van de patiënt hierin meegenomen worden. Daarom is het belangrijk dat iemand de wensen van de patiënt inbrengt tijdens (familie)gesprekken en overleggen. Vaak is dit een naaste of IC-verpleegkundige. Hierover communiceren zorgprofessionals met naasten, die namens de patiënt keuzes zullen moeten maken (wettelijk vertegenwoordigers). Gezien deze uitdagingen op een IC is gezamenlijke besluitvorming nog meer van belang. De vraag vanuit de IC was hoe IC-verpleegkundigen het gesprek rond Samen beslissen tijdig konden aangaan, en patiënt en naasten hierbij ondersteunen. Onderzoeksvraag: Op welke wijze kunnen IC-verpleegkundigen patiënten en naasten tijdens IC-opname ondersteunen bij het proces van Samen beslissen, en het in kaart brengen en bespreken van wensen van de patiënt, zodat keuzes voor passende zorg aansluiten bij de patiënt, maar ook rekening houden met de beschikbare middelen? Doel van dit project is om voor en door zorgprofessionals en samen met ervaringsdeskundigen een interventie te ontwikkelen om de wensen van patiënten bij behandelbesluiten in te kunnen brengen. Deze interventie wordt ontwikkeld via ontwerpgericht onderzoek en zal vervolgens in een pilot getest worden op haalbaarheid, acceptatie en uitvoerbaarheid. Daarnaast wordt een implementatieadvies geschreven zodat patiënten, naasten en zorgprofessionals de ontwikkelde methode in hun eigen context kunnen gebruiken.
Empoweren van gezondheidsnetwerken voor betere ondersteuning aan mensen met een lage SES
Er is een groep mensen in Utrecht die niet voldoende profiteert van het aanbod op het gebied van gezondheids- en welzijnsinterventies. Met name mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) en/of lage gezondheidsvaardigheden. Deze groep heeft vaker dan gemiddeld te maken met bestaansonzekerheid, door bijvoorbeeld armoede.

PLENTY
Succesvolle plantaardige, eiwitrijke voedselinnovaties zijn cruciaal om onze eiwittransitiedoelstellingen te halen. Met een streefdoel van 60% plantaardig eiwit in het dieet in 2030 (KIA LWV) blijft de eiwittransitie steken op zo’n 40%, ondanks het groeiende aanbod van nieuwe producten. De kans op marktfalen van voedselinnovaties ligt tussen 34%-80%, deels doordat consumenten bij testen aangeven wel een koopintentie te hebben voor het nieuwe product, maar deze niet omzetten naar daadwerkelijke aankoopgedrag. Klassieke methoden om (voedsel)innovaties bij consumenten te testen, zoals vragenlijsten, richten zich veelal op koopintenties en niet op koopgedrag, waardoor ze onvoldoende inzichten bieden voor optimalisatie van innovaties. Accuratere methoden, zoals gedragsobservaties, zijn vaak te ingewikkeld en duur voor startende, innovatieve ondernemers. Om toch aankoopgedrag te bevorderen, geven producenten aan behoefte te hebben aan handreikingen om de faalkans van hun innovaties te verkleinen. De eerste stap hiertoe is om innovatieve producten zo goed mogelijk zelfstandig te kunnen testen, voordat deze op de markt worden geïntroduceerd. Dit project draagt bij aan het aanpakken van de klimaatcrisis door in te spelen op de praktische behoeften van duurzame ondernemers. Het biedt hen tools om zelfstandig, vanuit eigen onderzoek, hun plantaardige en eiwitrijke voedselinnovaties beter af te stemmen op de wensen van hun doelgroep. Dit vergroot zowel de kans op marktsucces en kostenbesparing, én het helpt de eiwittransitie versnellen. Het project beoogt een praktisch handelingsperspectief te ontwikkelen voor ondernemers, bestaande uit kennis over verschillende consumententypes, plus een onderzoeksmethodiek met instructies over hoe ze zelfstandig effectief onderzoek kunnen doen om inzicht te verkrijgen in hoe hun voedselinnovaties kunnen worden aangepast aan de behoeften van de doelgroep. Door iteratieve toepassing en validatie van de onderzoeksmethodiek bij de praktijkpartners vindt doorwerking plaats tijdens het lopend onderzoek. Daarnaast wordt het beroepsonderwijs van HAS green academy en Hogeschool Utrecht betrokken voor directe doorwerking van leerervaring, kennis en inzichten.

Rechtspraak is voor iedereen! Naar begrijpelijke, gewaardeerde en gedigitaliseerde schriftelijke rechterlijke uitspraken.
De rechtspraak stelt in haar missie dat ‘drempels die een effectieve toegang tot de rechter belemmeren’ onwenselijk zijn en de rechtspraak ‘informatie in begrijpelijke taal’ verstrekt. Inderdaad wordt rechtspraakbreed al langer ingezet op uitspraken begrijpelijker maken via initiatieven/projecten als PROMIS, WIEB, Klaretaal-bokaal en de Professionele Standaard-Schrijven. Met begrijpelijke uitspraken kunnen de waarborgen van een rechtsstaat (rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, rechtsbescherming en de dienende overheid) immers worden verwezenlijkt. Probleem is echter dat uitspraken voor niet-juridisch geschoolde lezers vaak nog onbegrijpelijk zijn. Omdat procesdeelnemers uit alle lagen van de bevolking komen, moeten uitspraken juist voor een breed publiek begrijpelijk zijn. Dus ook voor de ruim 2,5 miljoen mensen in Nederland die laaggeletterd zijn, voor wie de tekstvisualiteit extra belangrijk is. Voor een structurele verandering en maatschappelijk effectieve rechtspraak is het nodig dat de huidige modelteksten worden omgebouwd naar templates die uitspraken opleveren die begrijpelijk zijn voor een brede/diverse doelgroep. Ook moeten uitspraken – met het oog op de recente en toekomstige digitale innovaties binnen de rechtspraak – gedigitaliseerd en digitaal toegankelijk zijn. Daarnaast dienen ze positief gewaardeerd te worden door procesdeelnemers, als het gaat om procedurele rechtvaardigheid. Dit alles vergt een fundamenteel andere kijk op de huidige modelteksten en een aanpassing van die modelteksten naar op begrijpelijkheid ingerichte en visueel vormgegeven templates van een rechterlijke uitspraak. Een grotere maatschappelijke impact is echter alleen mogelijk, als de aangepaste templates aantoonbaar een begrijpelijkere en positief gewaardeerde uitspraak opleveren voor een breed en divers publiek. We onderzoeken daarom hoe de kwaliteitsdimensies stijl, structuur, inhoud en visuele vormgeving bijdragen aan de begrijpelijkheid en waardering van een rechterlijke uitspraak (in print of gedigitaliseerd) voor niet-juridisch geschoolde lezers (waaronder laaggeletterden). Daarnaast maken we deze kennis toepasbaar door op begrijpelijkheid ingerichte en visueel vormgegeven templates van een rechterlijke uitspraak te ontwikkelen die rechters/gerechtsjuristen tijdens een pilot gaan toepassen in de praktijk.
Niet, anders en minder inkopen door de Rijksoverheid: de hefboom naar een circulaire economie
De Rijksoverheid beschikt over een uitzonderlijk krachtig instrument voor het initiëren, faciliteren en versnellen van de circulaire transitie: de eigen inkoopactiviteiten. De Rijksoverheid besteedt jaarlijks €15,2mrd aan het inkopen van producten, diensten en werken en is daarmee één van de grootste opdrachtgevers van Nederland, en dat in nagenoeg alle markten. Wil de Rijksoverheid de gestelde ambities van Nederland Circulair 2050 behalen, dan moet (onnodig) grondstoffengebruik verminderd en voorkomen worden. Dit kan bereikt worden door de circulaire strategieën refuse, rethink en reduce in te bedden in de inkooppraktijk. Vooralsnog is daar beperkt sprake van. De inkoopprofessional speelt een cruciale rol als change agent om refuse, rethink en reduce doeltreffend toe te passen in de inkoopactiviteiten van de Rijksoverheid. Om die rol adequaat uit te oefenen, geven de inkoopprofessional aan behoefte te hebben aan kennis, kunde en handvatten. Die behoefte vullen we in via dit onderzoeksvoorstel. De onderzoeksvraag is: Op welke manier en met welke middelen kunnen inkoopprofessionals de hogere circulaire (inkoop) strategieën refuse, rethink en reduce initiëren, faciliteren en versnellen binnen de inkoopactiviteiten van de Rijksoverheid? Dit onderzoek draagt bij aan een nieuwe inkooppraktijk binnen de Rijksoverheid door: • Casestudies/teachingcases te ontwikkelen over emergent practices,van refuse, reduce en rethink in de inkooppraktijk, • De behoefte van inkoopprofessionals te identificeren ten aanzien van capaciteiten, motivatie en mogelijkheden om refuse, rethink en reduce toe te passen, • Te leren binnen een living lab in de facilitaire dienstverlening met opdrachtgevers, inkoopprofessionals, marktpartijen en het onderwijs, • Handvatten en interventies te ontwerpen om deze hoge circulaire strategieën breed toe te passen. Dit onderzoek wordt voorgedragen door een consortium tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, Expertisecentrum PIANOo, vakvereniging Nevi, Hogeschool Rotterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam, en De Haagse Hogeschool.

Duurzaam Eiwitwijs
Een voedingspatroon met voldoende eiwit is belangrijk voor het behoud van spiermassa, spierkracht en zelfredzaamheid bij 65-plussers. Het is bekend dat veel 65-plussers niet voldoende eiwit consumeren, en dat zij zich daar vaak niet van bewust zijn. Ook is bekend dat de voeding van 65-plussers vooral dierlijke eiwitten bevat. De klimaatdoelstellingen vragen om een verschuiving richting een duurzamer voedingspatroon met meer plantaardig eiwit. Dit actuele onderwerp roept vragen op bij 65-plussers, diëtisten, het onderwijs en de voedingsmiddelensector, die hebben geleid tot de volgende onderzoeksvraag: “Hoe kunnen wij 65-plussers, diëtisten en het voedingsmiddelen-mkb ondersteunen met kennis, concepten en producten die 65-plussers helpen bij het bereiken van een optimale eiwitinname?”. Hierbij wordt gelet op gedragsdeterminanten (kennis, sociale omgeving, motivatie en vaardigheden) en rekening gehouden met de maatschappelijke vraag naar een duurzamer voedingspatroon. Om te onderzoeken welke kansen er zijn bij de doelgroep voor een meer duurzame eiwitinname zullen we een representatief consumentenpanel van 65-plussers opzetten en voor langere tijd actief betrekken bij de substudies. In kwalitatieve studies zullen we onderzoeken welke factoren een duurzaam eiwitrijk voedingspatroon en aandacht voor eetgewoontes bij 65-plussers bevorderen of belemmeren. Via het modelleren van voedingstoffeninnames onderzoeken we door middel van welke (hoeveelheden) producten een optimale eiwitinname kan worden bereikt, gebruik makend van meer duurzame eiwitbronnen en passend bij huidige eetgewoontes. In een gedragsdeterminantenstudie bestuderen we in welke gedragsfase 65-plussers zich bevinden t.a.v. verandering richting een duurzamer voedingspatroon. Tenslotte ontwikkelen en evalueren we kennis, concepten, producten en communicatiemiddelen die aansluiten bij strategieën om eetgedrag te veranderen richting een duurzame en optimale eiwitinname. Dit zullen we doen in samenwerking met het consumentenpanel, brancheorganisaties, partners uit het voedingsmiddelenbedrijfsleven, consumentenorganisaties en kennisinstellingen.

Vandaag op Publinova
49.570
Producten
6.342
Projecten
62.325
Personen
304
Partijen
138
Redactie-artikelen
Uitgelichte personen
Uitgelichte partijen
CoE Groen
Centre of Expertise, onderdeel van Hogeschool Van Hall Larenstein, HAS green academy, Aeres Hogeschool

© 2026 SURF


















