Scrum is increasingly becoming an essential product development methodology for project education in modern curricula, however, individually assessing students that work in scrum projects as applied in the professional work field remains extremely challenging until date. In scrum, students team up in order to deliver high-quality products in projects that are directed to real business stakeholders in order to enhance professional productivity and allow for flexibility to product requirements. Our new standard adds up to this methodology in three ways. First, we propose to represent the common language that is relevant to stakeholders, product owners and development teams in terms of epic, user story and task such that team members from different backgrounds learn to comprehend together. Second, we propose a two-stage task allocation approach in which, first, learning outcomes for a course that are set in education designs are preliminary mapped by the lecturer to abstract, state-of-the-art, tasks that are commonly relevant in the expert domain, and, then, concrete tasks for the project at hand are placed on project scrum boards by students during scrum sprint plannings in the course run. Third, we propose to assess scrum teams both at group and individual student level. For the individual grading, we define a novel concept of task balance that we consequently measure inside teams. With the aid of automated tools, the standard has been successfully applied and operationalised in various course runs of our multidisciplinary master where it has proven to be effective in assigning individual grades when needed.
MULTIFILE
Dit proefschrift heeft als onderwerp de toepassing van agenttechnologie in productie en productondersteuning. Onder een agent verstaan we in deze context een autonoom opererende software entiteit die gemaakt is om een zeker doel te realiseren en daartoe met de omgeving comuniceert en zelfstandig acties kan uitvoeren. In moderne productiesystemen streeft men ernaar om de tijd van ontwerp tot productie zo kort mogelijk te houden en de productie af te stemmen op de wensen van de individuele eindgebruiker. Vooral dit laatste streven past niet in het concept van massaproductie. Een methode moet gezocht worden om kleine hoeveelheden of zelfs unieke producten tegen een lage kostprijs te fabriceren. Om dit te verwezenlijken zijn voor dit onderzoek speciale goedkope productieplatforms ontwikkeld. Deze hercongureerbare productiemachines noemen we equiplets. Een verzameling van deze equiplets in een gridopstelling geplaatst en gekoppeld met een snelle netwerkverbinding is in staat om een aantal verschillende producten tegelijk te produceren. Dit noemen we exibele parallelle productie. Voor de softwareinfrastructuur is agenttechnologie toegepast. Twee typen agenten spelen hierin een hoofdrol. Een productagent is verantwoordelijk voor de totstandkoming van een enkel product. De productiemachines worden voorgesteld door zogenoemde equipletagenten. De productagent weet wat er moet gebeuren voor het maken van een product terwijl de equipletagent weet hoe een of meer productiestappen moeten worden uitgevoerd. Het hier voorgesteld concept verschilt in veel opzichten van standaard massaproductie. Elk product in wording volgt zijn eigen, mogelijk unieke pad langs de equiplets, de productie wordt per product gescheduled en niet per batch en er is geen sprake van een productielijn. Dit proefschrift stelt de softwarearchitectuur voor en beschrijft oplossingen voor de routeplanning waarbij het aantal wisselingen tussen equiplets geminimaliseerd is, een scheduling die gebaseerd is op schedulingschema's zoals toegepast in real-time operating systems en een op autonome voertuigen gebaseerd transportsysteem. Bij al deze oplossingen speelt de productagent een belangrijke rol. (uit de samenvatting van het proefschrift) SIKS Dissertation Series No. 2014-31 The research reported in this thesis has been carried out under the auspices of SIKS, the Dutch Research School for Information and Knowledge Systems.
In Amsterdam and Beirut, Abdallah has ethnographically researched interactional dynamics between disadvantaged young people, regarding experiences of success, in settings of education, work, sports, and music. He analyzed how focus, mood, and bodily deployment produced shared symbols, emotional contagions, and situated solidarities and moralities.He came to characterize constructive interactions as a main context for young people to experience three components of success: boosts, elevation, and grounding. Combinations of these experiences have important restorative effects for young people who suffer from an abundance of adversity and discouragement. Tensions arise for young people between, on the one hand, their loyalties toward old settings of belonging with their short-term, at times destructive, tendencies and, on the other hand, their success in new settings which demanded of them new types of discipline and commitments. Continued success depends partly on young people’s abilities, but more so on the availability of constructive interaction rituals helping them manage such tensions, without necessarily committing to one loyalty over the other. Next to young people’ s dynamics and processes, Abdallah has focused on the input of NGO professionals and volunteers in such constructive interactions to learn how their involvement can help young people in their struggles for success.The analysis employs concepts of sociological studies of emotions, such as interaction rituals, emotion management, and embodied dispositions to clarify how emotion, experience and energy act as driving forces in young people’s activities and development.
MULTIFILE