Bespreking van onderzoek van Todor Stefanov in ‘Waar wij trots op zijn. De ontdekkingen van 2011’ van de Universiteit Leiden Faculteit der Wiskunde & Natuurwetenschappen. De Bulgaar Todor Stefanov onderzoekt methoden en middelen voor het ontwerpen en programmeren van multiprocessorsystemen die zijn geïntegreerd in een enkele chip. Dit om de verwerking van signalen en beelden in bijvoorbeeld smartphones te verbeteren. En dat moet snel, want ieder jaar komt er wel weer een nieuwe generatie op de markt.
Bespreking van onderzoek van Rychard Bouwens in ‘Waar wij trots op zijn. De ontdekkingen van 2011’ van de Universiteit Leiden Faculteit der Wiskunde & Natuurwetenschappen. Het valt goed te begrijpen voor iedereen met een basale kennis van klassieke fotografie: bij weinig licht neem je een lange sluitertijd. En dat is wat Rychard Bouwens deed. Om naar de zogenaamde Dark Ages van het heelal te kijken, hield hij de Hubble-ruimtetelescoop maar liefst 87 uur lang op een plek gericht.
Bespreking van onderzoek van Anton Akhmerov in ‘Waar wij trots op zijn. De ontdekkingen van 2011’ van de Universiteit Leiden Faculteit der Wiskunde & Natuurwetenschappen. De Leidse theoretisch natuurkundige Anton Akhmerov promoveerde in mei op een onderzoek naar functionele toepassingen van grafeen, een eenlaags koolstofmateriaal dat de afgelopen jaren volop in de belangstelling staat. Daarnaast werkte hij ook nog aan quantumcomputers, omdat hij tijd over had in zijn onderzoek.
De besmetting van tulpenbollen door de agressieve schimmel, Fusarium oxysporum f.sp. tulpiae, ook wel zuur genoemd, is een grote zorg in de tulpenindustrie. Dit project, getiteld ?Fusarium besmetting van de tulp? richt zich op het ontwikkelen van producten en praktische richtlijnen voor kwekers, broeiers en exporteurs in de tulpenbranche, welke moeten resulteren in een sterke vermindering van aantasting van de tulp door de schimmel. Het hiervoor benodigde onderzoek staat onder leiding van het lectoraat Innovatieve Moleculaire Diagnostiek en het Centre of Expertise Generade van de Hogeschool Leiden. In het project participeren kennisinstellingen, MKB-bedrijven uit de tulpenbranche en bedrijven met een specifieke expertise op gebied van gewasbescherming en Genomics. Het project bestaat uit vier deelonderzoeken: 1. Een inventarisatie van de risicofactoren op infectie van de tulp dient als basis van het project. Dit levert een goed uitgangspunt voor onderzoek naar de interactie tussen Fusarium als gast, de tulpenbol als gastheer en de bodem als omgevingsfactor. Ten behoeve van de inventarisatie zal een kwantitatieve diagnostische test worden ontwikkeld voor het aantonen van Fusarium in de bodem, in water, in lucht en in de tulpenbol zelf zodat kan worden aangetoond waar in de keten het risico op verspreiding van de schimmel aanwezig is. 2. Het Fusarium onderzoek zal zich richten op genetische factoren die bepalend zijn voor de virulentie ofwel de ziekteverwekkende eigenschappen van de schimmel die specifiek gericht zijn tegen de tulp. Dit zal gebeuren met behulp van Next Generation Sequencing. 3. Daarnaast richt het onderzoek zich op mogelijkheden ter bescherming van de tulpenbol tijdens verschillende handelingen (vooral tijdens en na het rooiproces). Er wordt nagegaan wat het effect is van coating van de tulpenbol met antagonisten die een afweerfunctie tegen Fusarium hebben. 4. Op dit moment wordt veelal gebruik gemaakt van agressieve chemische middelen om de grond te ontsmetten voordat de tulpenbollen worden geplant. Deze behandeling is niet of nauwelijks effectief tegen Fusarium. Een vierde pijler van het onderzoek zal daarom gericht zijn op de verbetering van de bodem. Doormiddel van de analyse van het effect van de aanwezigheid van antagonisten in de bodem wordt nagegaan of dit bescherming kan bieden tegen Fusarium besmetting van de tulp.
Dit postdoc-onderzoek wordt uitgevoerd door dr. Barbara Schrammeijer, hogeschooldocent bij de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek en coördinator van de onderzoekslijn Biobased Materialen en Moleculen van LabAcademy. Het onderzoek wordt gepositioneerd in het Kenniscentrum Duurzame Havenstad in aansluiting op het werkveld van twee lectoren. Vanuit het instituut EAS, waartoe BML behoort, sluit dit onderzoek aan op de daar opgezette TechCoP onder het thema Biobased en Circulair. De regio Rotterdam kent een grote Agro-sector. Deze sector heeft in toenemende mate moeite om voldoende inkomsten te genereren en zoekt naar duurzame oplossingen om deze inkomsten te vergroten. Een van de mogelijke routes is het nuttig gebruiken van de groene reststromen uit hun productie. Centrale vraag in het postdoc-onderzoek is hoe bestaande groenstromen uit de regio zo optimaal mogelijk kunnen worden verwaard, kijkend naar volume, technologische toepassingen, economische opbrengst en praktische organisatie. Hiervoor worden methodieken ontwikkeld om bestaande groenstromen vervolgens systematisch te benaderen, resulterend in een optimale verwaarding en verdere verduurzaming van de Agro-sector. In eerste instantie ligt de focus op het verwaarden van reststromen van drie bloemsoorten met de waardepiramide van groene grondstoffen als basis. Verschillende opleidingen zullen de verwaardingsmogelijkheden van deze groenstromen per piramidelaag gaan onderzoeken. Daarnaast zullen de logistieke mogelijkheden worden onderzocht om de groenstromen op grote schaal te organiseren en zal bekeken worden welke verdienmodellen dit voor de potentiële verwaardingen per piramidelaag oplevert. Uit de conclusies per piramidelaag zal de conclusie worden getrokken over de ideale volgorde van groenstroomscheiding en -bewerkingsmethoden om de groenstroom op alle relevante en bruikbare piramidelagen duurzaam te kunnen verwaarden en hier een meta-verdienmodel voor te ontwikkelen. Doel voor het onderwijs is te komen tot intensieve samenwerking met diverse opleidingen van meerdere instituten op dit thema en daar gezamenlijk kennis en onderwijs uit te ontwikkelen dat bijdraagt aan het zo optimaal mogelijk verwaarden van groenstromen.
Jaarlijks genereert de Nederlandse agrosector ongeveer 9,5 Megaton aan rest/zijstromen. Telers zijn daarom hard op zoek naar oplossingen om deze rest/zijstromen op aanwezige plantenstoffen liefst zo hoogwaardig mogelijk te benutten. Om meer kennis van deze plantenstoffen te ontwikkelen, is de Extractenbibliotheek gecreëerd, die ruim 2200 plantenextracten bevat uit de Nederlandse tuinbouw. Van plantenstoffen is o.a. bekend dat zij antimicrobiële- en/of antikankerwerking kunnen vertonen. Hogeschool Rotterdam (HR) wil daarom de medische sector en de agrosector met elkaar verbinden d.m.v. de ontwikkeling en uitvoering van verschillende innovatieve methodes om de extracten uit deze Extractenbibliotheek te onderzoeken op zowel antimicrobiële- als antitumorwerking in respectievelijk bacteriële testsystemen en een in vitro humaan celkweekmodel dat uitzaaiingen (metastase) van kanker in botten nabootst. Antibioticaresistentie is wereldwijd een groot en groeiend probleem, en ook naar het bot gemetastaseerde kanker is een aandoening waarvoor nog geen afdoende effectieve behandeling bestaat. Voor beide is er vanuit de medische sector daarom grote behoefte aan nieuwe therapieën. In samenwerking met onderzoekers van het ErasmusMC zullen daarvoor op HR en het VARTA Valorisatielab methodes worden opgezet om de extracten te screenen op antimicrobiële werking. Tegelijkertijd wordt het effect van dezelfde extracten op gemetastaseerde prostaatkanker getest door onderzoekers bij het ErasmusMC. Positieve resultaten zullen bij het ErasmusMC diepgaander worden onderzocht. Tegelijkertijd worden deze positieve resultaten gebruikt om bij HR i.s.m. betrokken telers en veredelaars technologie op te zetten ter identificatie van de werkzame stoffen en optimalisatie van deze stoffen in de aanzet tot aangepaste teeltcondities, variëteiten, en extractiemethoden. Door verschillende in dit consortium opgenomen overkoepelende organisaties zoals INNO Growers, Dubbel Doel Flora en Greenport West-Holland, kunnen de onderzoeksresultaten niet alleen met een enorm netwerk aan telers en veredelaars worden gedeeld, maar is tevens veel expertise in huis om vanuit de circulaire doelstellingen uiteindelijk te komen tot Biobased producten en nieuwe verdienmodellen.