Onder de naam Peil.onderwijs voert de Inspectie van het Onderwijs de regie over periodieke peilingsonderzoeken in het primair onderwijs. Peil.onderwijs is de opvolger van PPON, uitgevoerd door Cito. In deze peilingen wordt gerapporteerd over de inrichting van het onderwijs en de kennis, attitude en vaardigheden die leerlingen hebben op de gepeilde inhoudsgebieden. In de nieuwe opzet van de peilingen is een belangrijke doelstelling meer inzicht te verkrijgen in de relatie tussen kenmerken van het onderwijs, zoals aanbod, instructie en differentiatie en de competenties. In het voorjaar van 2024 is een nieuwe peiling gepland naar de kenmerken van bewegingsonderwijs en de bewegingscompetenties van leerlingen aan het einde van het basisonderwijs. Ter voorbereiding op deze peiling wordt een literatuurstudie uitgevoerd naar wat uit onderzoek bekend is over de relatie tussen de kenmerken van bewegingsonderwijs en de bewegingscompetenties. De centrale vraagstelling van dit literatuuronderzoek luidt als volgt: “Welke kenmerken van bewegingsonderwijs in het basisonderwijs dragen bij aan het behalen van de beoogde bewegingscompetenties?" Het doel van de literatuurstudie is inzicht geven in de factoren die bijdragen aan de bewegingscompetenties van leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs. Het inzicht van de beïnvloedende factoren dient een kader te vormen voor de ontwikkeling van onderzoeksinstrumenten waarmee het bewegingsonderwijs in het geplande peilingsonderzoek in kaart gebracht kan worden. Als eerste stap is echter nodig om te kijken naar de inhoud van de bewegingscompetenties. Op dit moment bestaan de bewegingscompetenties uit grondvormen van bewegen (o.a. gooien en vangen) en reguleringsvaardigheden (o.a. hulpverlenen). Onder invloed van de verwachte verandering in het kader van curriculum.nu zullen de bewegingscompetenties waarschijnlijk verbreed worden. In deze studie gaan we uit van onderstaande bewegingscompetenties: •Leren bewegen •Gezond bewegen •Bewegen regelen •Bewegen betekenis geven •Samen bewegen •Beweegcontexten verbinden In de literatuurstudie wordt een schets gegeven van de doelen van het bewegingsonderwijs (bewegingscompetenties) en de kenmerken die hierop van invloed zijn. Op basis van een (internationale) literatuurstudie wordt per bewegingscompetentie aangegeven wat de werkzame elementen zijn. Op basis van deze informatie worden meer generieke werkzame elementen gedestilleerd. Hieruit volgen dan de aanbevelingen voor het bewegingsonderwijs en het peilingsonderzoek.
DOCUMENT
Physical Literacy gaat er in de kern om dat mensen beschikken over eigenschappen die het mogelijk maken een leven lang bewegen. Het begrip heeft een aantal implicaties voor het bewegingsonderwijs. Door Physical Literacy wordt het bewegingsonderwijs geïnspireerd een bijdrage te leveren aan de actuele beweegstatus van de leerlingen, maar óók aan een leven lang bewegen. Politiek is het concept Physical Literacy relevant in zoverre het fungeert als ankerpunt om idealen met betrekking tot bewegen en sport te agenderen en te vertalen in maatschappelijke praktijken. Het bewegingsonderwijs kan er alleen maar sterker, waardevoller en relevanter van worden.
LINK
Er is een toenemende vraag naar masteropgeleide docenten, ook bij LO. Docenten die kunnen inspelen op de veranderende samenleving en daaruit volgende uitdagingen voor het vak. Fontys Sporthogeschool start daarom in september 2018 de eerste voltijd-master die zich specifiek bezighoudt met LO. Dit artikel geeft een inkijk in de totstandkoming en de inhoud van de eerste Nederlandse voltijd-master voor het werkveld van de lichamelijke opvoeding: de master Sport- en Bewegingsonderwijs.
DOCUMENT
Begrippen zoals ‘legitimering’, ‘doeltreffendheid’, ‘doelmatigheid’, etc. worden vandaag voortdurend (door beleidsmakers) gekoppeld aan sport- en beweeginitiatieven. Ook het bewegingsonderwijs ontkomt hier niet aan. Meer zelfs, al enkele decennia staat het legitimeringsvraagstuk met stip genoteerd bij ieder die het bewegingsonderwijs een warm of een iets minder warm hart toedraagt. In dit artikel wordt stil gestaan bij de bijdrage die onderzoek en/of een onderzoekende houding kan leveren aan de verdere professionalisering van het bewegingsonderwijs, en bijgevolg ook aan het legitimeringsvraagstuk. Er wordt specifiek aandacht besteed aan de rol van de HBO-opleidingen in het stimuleren van een onderzoekende houding in het bewegingsonderwijs. In een eerste deel wordt dieper ingegaan op een afbakening van het begrip onderzoek en de meerwaarde voor de beroepspraktijk. Vervolgens wordt toegelicht op welke wijze het hoger beroepsonderwijs kan bijdragen aan de verdere professionalisering van het bewegingsonderwijs.
DOCUMENT
Misschien vinden sommige gymleraren de intensiteit van de gymles niet heel erg belangrijk en geven ze de voorrang aan allerhande andere doelen... Dat kan en dat mag ook. Bovendien, we zijn in Nederland nu toch zo langzamerhand wel afgestapt van het biologisch georiënteerd vakconcept waarin bewegingsonderwijs slechts middel was om het lichaam te vormen en te ster- ken. Uiteraard klopt dat en dit artikel is dan ook zeker geen pleidooi voor een terugkeer naar het verleden. Toch is er wel een aantal redenen aan te voeren om de intensiteit van je lessen eens kritisch tegen het licht te houden.
DOCUMENT
Met de pilot ‘Bewegen voor kinderen’ wordt ingestoken op het bewegingsonderwijs op de basisschool, en daarmee het binnenschoolse aanbod. Op deelnemende scholen krijgen alle groepen 3 t/m 8 tweemaal per week bewegingsonderwijs van de vakleerkracht.Diezelfde vakleerkracht verzorgt ook tweemaal per week een naschools aanbod. Zoals in de raadsbrief benoemd is het doel de kwaliteit van het bewegingsonderwijs en het buitenschoolse sport- en beweegaanbod te verbeteren.De aanleiding voor dit onderzoek is te vinden in de doelstelling: met het project wordt beoogd de kwaliteit te verbeteren. Maar wat is dan kwaliteit? Wanneer is er sprake van een goede of hoge kwaliteit? Welke factoren of criteria spelen hierbij een rol? De kernvraag binnen dit onderzoek luidt dan ook: Wat vinden beleidsmakers, leerkrachten en schooldirecties de belangrijkste criteria voor de kwaliteit van bewegingsonderwijs?In deze publicatie worden de belangrijkste bevindingen en adviezen uiteengezet.
DOCUMENT
Er zijn aanwijzingen dat niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van bewegen van kinderen achteruit is gegaan de afgelopen decennia. Om succesvolle beweegkansen in de toekomst te genereren, is het belangrijk dat kinderen vroeg in het leven fundamentele motorische vaardigheden aanleren. Het bewegingsonderwijs kan een grote rol spelen in het ontwikkelen en monitoren van deze vaardigheden. De huidige leerlingvolgsystemen en motorische testen zijn echter kostbaar en nemen veel tijd in beslag. Er moeten speciale testmaterialen en software aangeschaft worden.
DOCUMENT
Hoofdstuk over professionalisering van de samenwerking tussen onderwijs en sport binnen het bewegingsonderwijs. Gepubliceerd in 'Onderwijs in bewegen, basisthema´s bewegingsonderwijs en sport op school' van Stegenman, Brouwer en Mooij.
LINK
Het bewegingsonderwijs op scholen draagt nadrukkelijk bij aan de sport- en beweegcultuur in Nederland. In dit artikel wordt de staat van het bewegingsonderwijs in Nederland opgemaakt. Soms wordt dit type onderwijs ook genoemd gymnastiek of Lichamelijke Opvoeding. Bewegingsonderwijs staat op het lesrooster in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs (algemeen vormend en beroepsonderwijs) en soms op het middelbaar beroepsonderwijs. We nemen ook mee hoe NOC*NSF en de politiek staan tegenover het bewegingsonderwijs. Daartoe spraken we met Erik Lenselink, manager sportontwikkeling NOC*NSF en lid van de BVVS. We ronden dit artikel af met enkele opmerkingen over he belang van bewegingsonderwijs.
DOCUMENT
Er zijn steeds meer kinderen op de basisschool met een fysieke en/of sensorische beperking, gedragsproblemen, overgewicht of een motorische achterstand. De diversiteit in de gymzaal is toegenomen, ook door de Wet op passend onderwijs. Het is van vitaal belang dat leerkrachten en kinderen individuele verschillen erkennen en begrijpen. Een online toolbox met acht modules helpt iedereen die inclusief bewegingsonderwijs verder vorm wil geven met praktische tips en handvatten.
DOCUMENT