Een buurt gezond maken én houden is niet eenvoudig. Je hebt er veel kennis voor nodig over de gezondheid, de behoeften, de gewoontes en de ideeën van bewoners. Ook moet je weten hoe gezond de leefomgeving is én wat daaraan verbeterd kan worden. Hoe staat het met de kwaliteit van de huizen, is er genoeg groen en hoe staat het metde gezelligheid en burenhulp? Bewoners kunnen een belangrijke bijdrage leveren bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen. Een goede manier daarvoor is ‘burgerwetenschap’.
MULTIFILE
Het project Buurtonline beslaat een tiental laagdrempelige computerlocaties in stadsdeel Amsterdam Oost, waar buurtbewoners met elkaar het gebruik van de computer en internet ontdekken. Het doel van Buurtonline is dat meer mensen mee kunnen doen aan wat zich in de maatschappij afspeelt. De Buurtonline-locaties zijn in 2001 verspreid over het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer geopend. Sindsdien bestaat het aanbod uit computercursussen, computerfaciliteiten, inloopmogelijkheden en verschillende activiteiten voor bewoners. Met meer dan 3000 cursisten en duizenden gebruikers van de computerinloop lijkt de functie van Buurtonline aanzienlijk. Omdat Buurtonline met een aantal vergelijkbare organisaties in Amsterdam onderzoek doet naar de sociale kracht van ICT (zie kader), was de onderzoeksvraag dan ook: Wat is de betekenis van Buurtonline voor individuele deelnemers en bezoekers, en voor de buurt? Om deze hoofdvraag te beantwoorden wordt Buurtonline vanuit een aantal perspectieven belicht. De onderzoeksvraag is dan ook opgesplitst in een aantal deelvragen: 1. Wat is Buurtonline (hoofdstuk 1)? 2. Waarom gaan buurtbewoners naar Buurtonline (hoofdstuk 2)? 3. Welke vaardigheden worden bij Buurtonline geleerd (hoofdstuk 3)? 4. Wat vinden bezoekers van Buurtonline als leeromgeving (hoofdstuk 4)? 5. Wat vinden bezoekers van Buurtonline als sociale omgeving (hoofdstuk 5)? De conclusies met betrekking tot de betekenis van Buurtonline staan in hoofdstuk 6.
Inleiding De gemeente Waalwijk, Casade Woondiensten en Mozaïek Waalwijk/de Twern werken hard aan de sociale samenhang van de Waalwijkse wijken, en willen daarbij zo goed mogelijk ook de bewoners betrekken. Maar wie zijn die bewoners precies? Welke zaken houden hen bezig? In hoeverre kunnen en willen zij eigenlijk betrokken zijn? Het rapport Buurten in beweging gaat in op dit soort vragen. Onderscheid wordt gemaakt tussen de participatie van bewoners in beleidsvormingstrajecten (meedenken) en 2) de deelname van bewoners aan concrete buurtinitiatieven (meehelpen). De eerstgenoemde trajecten zijn doorgaans geïnitieerd door de instanties en gericht op het oplossen van problemen op het niveau van de wijk of gemeente als geheel. De laatstgenoemde trajecten zijn daarentegen meestal het initiatief van bewoners zelf; niet in eerste instantie gericht op het oplossen van problemen maar op leuke zaken zoals het (verder) verbeteren van de sfeer in de buurt, de straat of het pleintje voor de voordeur. Als casus is in dit rapport gekozen voor de wijk Sint Antoniusparochie/Bloemenoord. Aanleiding Hoewel de gemeente, Casade Woondiensten en Mozaïek Waalwijk/de Twern veel aandacht besteden aan bewonersparticipatie, valt op dat nogal eens een beroep wordt gedaan op steeds dezelfde bewoners. Daar komt bij, dat de belevingswereld van bewoners niet altijd aansluit bij de beleidstaal en beleidslogica van de gemeente. En verder valt op dat bewoners wel vaak willen meedenken over verbeteringen in hun omgeving, maar minder vaak bereid of in staat zijn mee te helpen in de uitvoerende fase. Waarom is dat zo? Wat zijn de redenen en motieven van bewoners om zich in te zetten voor de wijk, of om dat niet te doen? Kunnen de professionals in Sint Antoniusparochie/ Bloemenoord de bewoners, beter dan nu gebeurt, ondersteunen?
In de Amsterdam Agenda voor de City Deal Kennis Maken staat het ontwikkelen van een duurzame kennisinfrastructuur centraal. De stad kent al vele samenwerkingsverbanden tussen gemeente en kennisinstellingen; de partners zetten in op het verder in kaart brengen, structureren, ontwikkelen en versterken van de vele samenwerkingen. Waar in de eerste aanvraag het in kaart brengen en structureren van het onderzoek centraal stond, richt deze aanvraag zich op de actieve inzet van studenten bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Gekozen is voor een specifiek en overzichtelijk gebied – Amsterdam Nieuw-West – waar de kennisinstellingen momenteel grotendeels nog los van elkaar actief zijn en de urgentie voelen om tot intensievere kennisuitwisseling en kennisdeling te komen. Met de aanstelling van twee stevige, onafhankelijke kennismakelaars/verbinders, willen de kennispartners de bestaande ervaringen met en kennis over de inzet van studenten bijeenbrengen. Dat vormt de basis voor het formuleren en operationaliseren van het begrip kennisinfrastructuur. Aan de hand van deze (werk)definitie gaan de partners aan de slag met het versterken van bestaande en het ontwikkelen van nieuwe samenwerkingsrelaties met lokale partners en met de kennispartners onderling. Dat gebeurt enerzijds door verbreding van bestaande allianties (bijvoorbeeld Kennisalliantie Aanpak Eenzaamheid) of de start van nieuwe (bijvoorbeeld Energietransitie). Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar de samenwerking van studenten van hbo/wo met studenten van (v)mbo. De kennis en ervring die wordt opgedaan in Nieuw-West worden gedeeld met zoveel mogelijk betrokkenen om daarmee op stedelijk niveau handvatten te bieden op tot een duurzame stedelijke kennisinfrastructuur te komen. (243 woorden)