Design en onderzoek zijn twee kennisgebieden die elk hun eigen tradities, methoden, standaarden en praktijken hebben. Deze twee werelden lijken behoorlijk gescheiden, waarbij onderzoekers onderzoeken wat er is en ontwerpers visualiseren wat er zou kunnen zijn. Dit boek slaat een brug tussen beide werelden door te laten zien hoe design en onderzoek geïntegreerd kunnen worden om een nieuw kennisveld te ontwikkelen. Dit boek bevat 22 inspirerende beschouwingen die laten zien hoe de unieke kwaliteiten van onderzoek (gericht op het bestuderen van het heden) en ontwerp (gericht op het ontwikkelen van de toekomst) gecombineerd kunnen worden. Dit boek laat zien dat de transdisciplinaire aanpak toepasbaar is in een veelheid van sectoren, variërend van gezondheidszorg, stedelijke planning, circulaire economie en de voedingsindustrie. Het boek bestaat uit vijf delen en biedt een scala aan illustratieve voorbeelden, ervaringen, methoden en interpretaties. Samen vormen ze het kenmerk van een mozaïek, waarbij elk stukje een deel van het complete plaatje bijdraagt en alle stukjes samen een veelzijdig perspectief bieden op wat toegepast ontwerponderzoek is, hoe het wordt geïmplementeerd en wat de lezer ervan kan verwachten.
MULTIFILE
Boek van 22 Design lectoren, waaronder Karin van Beurden (Saxion, lectoraat Industrial Design)Onderzoekers bestuderen de wereld zoals die is. Ontwerpers willen de wereld veranderen. Applied design research is een vorm van praktijkgericht onderzoek waarin beide benaderingen worden geïntegreerd, om nieuwe kennis op te doen én om praktische oplossingen te ontwikkelen. Maar hoe doe je dat, aangezien ontwerpen en onderzoeken sterk verschillen en beantwoorden aan verschillende standaarden? Dit boek is geen receptenboek, maar het biedt wel een kijkje in de keuken van 22 lectoren aan diverse hogescholen. Ze passen applied design research toe op diverse gebieden, variërend van de gezondheidszorg tot aan retail. Elke bijdrage biedt een ander perspectief en demonstreert dat met illustratieve voorbeelden. Géén geeft een volledige uitleg, maar samen bieden ze een rijk beeld van wat applied design research is, hoe het toe te passen en wat je ervan kunt verwachten.Auteurs: Peter Joore, Guido Stompff, Jeroen van den Eijnde, Daan Andriessen, Karin van Beurden. Rens Brankaert, Anke Coumans, Tessa Cramer, Wander Eikelboom, Tomasz Jaskiewicz, Christine de Lille, Remko van der Lugt, Masi Mohammadi, Sebastian Olma, Anja Overdiek, Eke Rebergen, Perica Savanovic, Wina Smeenk, Aletta Smits, Peter Troxler, Koen van Turnhout, Job van ’t Veer, Eveline Wouters, Marieke Zielhuis, Antien Zuidberg.
MULTIFILE
Een steeds groter deel van het leven speelt zich online af. Ook het sociaal werk - alle zorg en ondersteuning die de kwaliteit van (samen)leven moet verbeteren - heeft te maken met deze digitalisering. Inmiddels experimenteren sociaal werk organisaties in Nederland met het combineren van online en face-to-face ondersteuning, ook wel blended sociaal werk genoemd. De verwachting was dat blended snel zou doorbreken, omdat het beter aansluit bij de leefwereld van mensen en omdat mensen eigen regie ervaren. Maar die verwachting is niet uitgekomen: de digitalisering in sociaal werk blijft achter in vergelijking tot andere sectoren en waarom is nog onduidelijk. Er zijn zorgen dat het ten koste kan gaan van een vertrouwensrelatie, of dat inwoners of sociaal werkers niet over de benodigde digitale vaardigheden beschikken. Dit project betreft een ontwerpend onderzoek waarbij blended ondersteuning wordt ontwikkeld die bijdraagtaan de kwaliteit van (samen)leven. De ontwikkeling gebeurt niet voor maar samen met sociaal werkers, inwoners, ontwikkelaars en onderzoekers. Tijdens het codesign proces worden ook minderheidsstemmen gehoord. Het doel is om zowel een praktijkprobleem te verbeteren, als om te leren over (onzichtbare) barrières die de inzet van digitale middelen tegenhouden in sociaal werk. In een consortium van vier sociaal werk organisaties, een softwareontwikkelaar en twee hogescholen worden drie fasen doorlopen. (1) Ontdekken betreft onderzoek van de bestaande situatie én wat er gewenst is. (2) Ontwerpen betreft een codesign proces, waarbij samen met betrokkenen concepten worden ontwikkeld die gewenst, realiseerbaar en haalbaar lijken. (3) Ontwikkelen betreft de fase waarin een concept wordt gevalideerd en verbeterd in de praktijk. Een brede leergemeenschap van onderzoekers, docenten, sociaal werkers, inwoners, managers en softwareontwikkelaars kijkt mee en reflecteert op resultaten teneinde transfereerbare kennis te ontwikkelen rondom succes- en faalfactoren over de invoering van digitale middelen in het sociaal domein.
Hedendaagse maatschappelijke uitdagingen vereisen duurzame oplossingen die structurele veranderingen bewerkstelligen. Ervaring leert dat traditionele methoden en expertise vaak tekortschieten om de toenemende complexiteit aan te pakken en zo blijvend systeemverandering te realiseren. Het blijkt niet eenvoudig om actoren uit de leefwereld en systeemwereld op één lijn te krijgen. Veelal ontbreekt een focus op gezamenlijke waardecreatie, wordt het potentieel van samenwerking niet benut of blijft gezamenlijk leren achterwege. Dit voorstel helpt changemakers door het anders te organiseren middels een ontwerpende aanpak die richting geeft aan transities en verder gaat dan het toepassen van tools. Centraal staat de waarde van codesign in transitievraagstukken. Het voorstel bouwt voort op een grootschalig train-the-trainer programma ontwikkeld voor, met en door een honderdtal Europese changemakers. Hierin werden enerzijds de unieke vaardigheden van deze changemakers blootgelegd en anderzijds een actieve leergemeenschap van changemakers met een groeiend repertoire aan ontwerpmethodieken gerealiseerd. SE.Lab, een vooraanstaande changemaker uit de beroepspraktijk, werkt samen met veel partijen op en tussen verschillende systeemlagen om transitievraagstukken aan te pakken. Waar SE.Lab de potentie ziet om binnen deze complexiteit verbindingen te leggen, zien de individuele actoren dit nog niet. Ook spreken zij niet altijd dezelfde transitietaal. Dit projectvoorstel biedt SE.Lab ruimte, tijd en middelen om samen met TU Delft experimenten op te zetten om daadwerkelijk anders te organiseren in de context van zorg, wonen en welzijn. Door gedurende een periode van een jaar op gestructureerde wijze anders organiseren te faciliteren en dit nauwlettend te monitoren, tonen we de waarde van een alternatieve, co-creatieve transitieaanpak op en tussen diverse systeemlagen aan. Hierdoor demonstreren we niet alleen de waarde van ontwerpen 'voor' of 'met' andere changemakers, maar realiseren ook een groeiend netwerk van changemakers. 'Door' anders te organiseren illustreren we een verandering in het zorgdomein die duurzaam geborgd is.
De zorg voor de 1.6 miljoen mensen met chronische musculoskeletale pijn in Nederland kan en moet beter. Hoewel fysio- en oefentherapeuten een belangrijke rol hebben in het herstel van mensen met chronische musculoskeletale pijn is de biomedische aanpak die veelal wordt gekozen niet in lijn met de nieuwste wetenschappelijke inzichten en praktijkrichtlijnen. Veel eerstelijns zorgverleners voelen zich op dit moment incompetent bij het integreren van biopsychosociale factoren in diagnostiek en behandeling bij deze patiëntengroep. Daarom is de vraag uit de beroepspraktijk: Hoe kunnen fysio- en oefentherapeuten in de eerste lijn beter in staat worden gesteld om mensen te herkennen die beperkt zijn door chronische pijn, een inschatting te maken van de complexiteit van de klachten, en te behandelen vanuit een biopsychosociale visie? Het project is opgedeeld in drie fasen. Al eerste zullen bestaande eerstelijns biopsychosociale Beweegzorg interventies in kaart worden gebracht met behulp een scoping review. Het doel hiervan is om kennishiaten te identificeren, maar ook om een set van kennis en vaardigheden op te stellen die essentieel is voor een effectieve behandeling. De tweede fase zal bestaan uit het ontwikkelen van een compleet scholingsprogramma, inclusief ondersteunende materialen zoals richtlijnen, vragenlijsten, oefeningen en intervisie-structuren. Dit totaalpakket stelt fysiotherapeuten in staat om een state-of-the-art biopsychosociale interventie vorm te geven die aansluit op de specifieke hulpvraag en de persoonlijke context patiënten. In de derde fase zal deze aanpak worden getest in een feasibility studie, met als doel om inzicht te krijgen in de haalbaarheid van het scholingsprogramma en de biopsychosociaal georiënteerde interventies. Met behulp van dit project zal er een beweging worden gemaakt in de richting van eerstelijns Beweegzorg op maat, die inhoudelijk aansluit op de tweede- en derdelijns behandelprincipes. Daarnaast is het de ambitie van dit consortium om de inzichten uit dit project breed te verspreiden over aankomende en huidige zorgprofessionals.