This paper presents three lesson activities for upper secondary and higher education that focus on learning by constructing an interactive qualitative representation. By constructing the representation learners learn domain knowledge as well as general system thinking skills. The learning goals and the pedagogical approach are described.
Literature review of multi-modal and multi-linear theories and practices, collected for research in the Making Public research group 'standalone publications'.
Modern safety thinking and models focus more on systemic factors rather than simple cause-effect attributions of unfavourable events on the behaviour of individual system actors. This study concludes previous research during which we had traced practices of new safety thinking practices (NSTPs) in aviation investigation reports by using an analysis framework that includes nine relevant approaches and three safety model types mentioned in the literature. In this paper, we present the application of the framework to 277 aviation reports which were published between 1999 and 2016 and were randomly selected from the online repositories of five aviation authorities. The results suggested that all NSTPs were traceable across the sample, thus followed by investigators, but at different extents. We also observed a very low degree of using systemic accident models. Statistical tests revealed differences amongst the five investigation authorities in half of the analysis framework items and no significant variation of frequencies over time apart from the Safety-II aspect. Although the findings of this study cannot be generalised due to the non-representative sample used, it can be assumed that the so-called new safety thinking has been already attempted since decades and that recent efforts to communicate and foster the corresponding aspects through research and educational means have not yet yielded the expected impact. The framework used in this study can be applied to any industry sector by using larger samples as a means to investigate attitudes of investigators towards safety thinking practices and respective reasons regardless of any labelling of the former as “old” and “new”. Although NSTPs are in the direction of enabling fairer and more in-depth analyses, when considering the inevitable constraints of investigations, it is more important to understand the perceived strengths and weaknesses of each approach from the viewpoint of practitioners rather than demonstrating a judgmental approach in favour or not of any investigation practice.
De groeiende aandacht voor computational thinking (CT) en programmeren in de klas is voor basisschoolleerkrachten aanleiding om te verkennen hoe zij CT handen en voeten kunnen geven in hun onderwijs. Ontwikkelingen binnen curriculum.nu, de recent gelanceerde leerlijn digitale geletterdheid van SLO en het toenemende arsenaal aan technologische onderwijsmiddelen als de Bee-Bot, Lego Mindstorms en Scratch bieden nieuwe mogelijkheden voor onderwijsontwikkeling, maar zorgen door de snelheid waarmee ze verschijnen tevens voor handelingsverlegenheid onder leerkrachten. Het resultaat is dat scholen materialen aanschaffen terwijl de leerkrachten niet altijd weten wat de mogelijkheden zijn van deze materialen, hoe ze van toegevoegde waarde kunnen zijn voor lesactiviteiten en leerdoelen en welke visie op CT ten grondslag ligt aan de inzet van deze materialen. Om binnen scholenbestuur SKBG op een eenduidige en doelgerichte manier te kunnen werken aan de CT-vaardigheden van leerlingen hebben leerkrachten en directeuren de handen ineen geslagen met docenten en onderzoekers van de lerarenopleiding basisonderwijs van Iselinge Hogeschool. Zij werken binnen de Academische Werkplaats Oost-Gelderland (AWOG) samen aan een op maat gemaakte leerlijn voor SKBG waarin een visie op CT en leerdoelen per leeftijdscategorie beschreven zijn, aangevuld met bij de doelen passende voorbeeldactiviteiten, suggesties voor het zinvol inzetten van technologische onderwijsmiddelen en informatie over CT in het basisonderwijs. Om de ontworpen materialen breed inzetbaar te maken binnen het bestuur is de wens om een online CT-kennisbank in te richten waar leerkrachten handvatten vinden om CT onderdeel te maken van hun onderwijs. Deze kennisbank kan door leerkrachten individueel gebruikt worden, maar ook als basis voor teamtraining en professionalisering. De inrichting en het gebruik van de kennisbank zijn context voor onderzoek naar de user journeys van basisschoolleerkrachten die op zoek zijn naar manieren om CT in de praktijk te brengen.
Er zijn steeds meer online en offline oefeningen, programma's en tools die een leerling kunnen helpen bij het ontwikkelen van vaardigheden in computational thinking. De diversiteit in aanbod en binnen klas is groter dan een leerkracht voldoende kan ondersteunen met een vast programma. Het bestaande prototype programmeerpaspoort is een eerste aanzet om materiaal bij elkaar te brengen voor leerkrachten en leerlingen. Echter, een belangrijke vraag is nog hoe het voor leerlingen en leerkrachten gemakkelijker gemaakt kan worden om CT-lessen op niveau samen te stellen uit de veelheid aan lesmateriaal (leerkrachten) en deze op gepast niveau te volgen (leerlingen). Op basis van onze gezamenlijke ervaring met adaptieve technologie en het ontwikkelen computational thinking en andere denkvaardigheden, stellen we voor om het programmeerpaspoort gepersonaliseerd aan te bieden aan leerkrachten en leerlingen. Hiermee brengen we bovendien een aantal initiatieven op het gebied van techniek en basisschool bij elkaar in een kennisnetwerk.
Computational thinking (CT) wordt beschouwd als een van de 21e-eeuwse vaardigheden. Zoals de term doet vermoeden, heeft CT raakvlakken met zowel digitale vaardigheden als denkvaardigheden (SLO, 2019; Hotze & Keijzer, 2018). Het afgelopen decennium is groeiende aandacht ontstaan voor CT in het basis- en voortgezet onderwijs (o.a. Luyten, Veen, & Meelissen, 2015; KNAW, 2012). Echter, in het pabocurriculum wint CT maar mondjesmaat terrein, waardoor aanstaande leerkrachten onvoldoende worden voorbereid op het toepassen van CT in hun onderwijspraktijk. Ook onderzoek naar CT richt zich met name op basis- en voortgezet onderwijs (o.a. Voogt, Brand-Gruwel, & Van Strien, 2017), terwijl aandacht voor CT op lerarenopleidingen achterblijft. Initiatieven tot curriculumontwikkeling vanuit curriculum.nu (2018) benoemen CT als onderdeel van een toekomstbestendig curriculum. Het is daarom van belang dat onderzoek een brug slaat tussen de veranderende beroepspraktijk van basisschoolleerkrachten en het pabocurriculum. Dit postdoconderzoek beschrijft een gezamenlijke inspanning van twee pabo’s binnen samenwerkingsverband Radiant om CT in te bedden in het pabocurriculum; de vakgebieden rekenen-wiskunde en W&T dienen hierbij als vakinhoudelijke context. Onderzoek in theorie en praktijk geeft nieuwe inzichten in de manier waarop CT in het pabocurriculum voorkomt en in de kennis, vaardigheden en houding van pabodocenten, pabostudenten en basisschoolleerkrachten op het gebied van CT. Tevens levert dit onderzoek ontwerpcriteria op voor concreet onderwijsmateriaal evenals aanbevelingen die toegepast kunnen worden in het pabocurriculum. Deze aanbevelingen en ontwerpcriteria leiden tot ontwerponderzoek op twee lagen: er worden lessen ontworpen voor het pabocurriculum en voor de basisschool door middel van lesson study, waarbij het gezamenlijk ontwerpen en analyseren van leeropbrengsten centraal staat. Op basis hiervan worden best practices in kaart gebracht. Beoogde opbrengst van het postdoconderzoek is kennisontwikkeling op het gebied van CT op pabo’s en een digitale omgeving waar pabodocenten praktische handvatten kunnen vinden om CT onderdeel te maken van hun onderwijs.