Dit boek is bedoeld voor analisten van objectgeoriënteerde systemen en degenen die hiervoor in opleiding zijn. Maar het boek kan ook interessant zijn voor wie zich bezig houdt met informatiemodellering in het algemeen. Dit boek beschrijft de EXPO-methode (expression based object modeling) waarmee op een systematische manier een controleerbare domeinanalyse kan worden uitgevoerd. EXPO heeft een aantal aantrekkelijke kenmerken zoals efficikntie, systematiek en daardoor beheer(s)baarheid. Het is een welkome aanvulling op UML en RUP. De start van een objectgeoriknteerde analyse verloopt bij menig analist via het pad van 'trial and error'. De theorie is immers nogal onduidelijk over de domeinanalyse. Het werken met CRC-kaarten of het houden van RAD-sessies of het toepassen van heuristieken (zoals het onderstrepen van zelfstandige naamwoorden) geven zonder veel ervaring te weinig houvast en leiden te vaak tot onhandige klassendiagrammen. Dit boek geeft een handreiking voor een systematische werkwijze. Van het domein wordt eerst een gedegen informatiemodel opgesteld. Bij de analyse laat de analist zich leiden door concrete relaties in het domein. Binnen EXPO wordt voor elke typerende relatie een expressie opgesteld. De structuur in de expressie wordt op een systematische manier geanalyseerd en in een informatiediagram visueel gemaakt. Het klassendiagram wordt hiervan automatisch afgeleid. Bij dit boek wordt een website onderhouden.
Dit boek is bedoeld voor analisten van objectgeoriënteerde systemen en degenen die hiervoor in opleiding zijn. Maar het boek kan ook interessant zijn voor wie zich bezig houdt met informatiemodellering in het algemeen. Dit boek beschrijft de EXPO-methode (expression based object modeling) waarmee op een systematische manier een controleerbare domeinanalyse kan worden uitgevoerd. EXPO heeft een aantal aantrekkelijke kenmerken zoals efficikntie, systematiek en daardoor beheer(s)baarheid. Het is een welkome aanvulling op UML en RUP. De start van een objectgeoriknteerde analyse verloopt bij menig analist via het pad van 'trial and error'. De theorie is immers nogal onduidelijk over de domeinanalyse. Het werken met CRC-kaarten of het houden van RAD-sessies of het toepassen van heuristieken (zoals het onderstrepen van zelfstandige naamwoorden) geven zonder veel ervaring te weinig houvast en leiden te vaak tot onhandige klassendiagrammen. Dit boek geeft een handreiking voor een systematische werkwijze. Van het domein wordt eerst een gedegen informatiemodel opgesteld. Bij de analyse laat de analist zich leiden door concrete relaties in het domein. Binnen EXPO wordt voor elke typerende relatie een expressie opgesteld. De structuur in de expressie wordt op een systematische manier geanalyseerd en in een informatiediagram visueel gemaakt. Het klassendiagram wordt hiervan automatisch afgeleid. Bij dit boek wordt een website onderhouden.
aa suite is Onno’s magnum opus, zijn ‘groot werk’, het werk waaraan hij telkens maar blijft schaven, het werk dat nooit klaar is, het werk waarin hij zichzelf dwingt om tot zijn maximale kunnen en expressie te komen. De cd bevat een uitsnede uit dit werk. aa suite gaat over de verhouding van de kunstenaar met zijn vak en haar vele paradoxen zoals liefde, haat, onafhankelijkheid, verslaving, vreugde, wanhoop, beloning, deceptie. Kortom; het leven in een klankcompositie.
Schooluitval komt veelvuldig voor bij leerlingen met Autisme Spectrum Stoornis (ASS) omdat het aanbod en didactiek van het reguliere onderwijs slecht bij deze groep aansluit. Ook kunstonderwijs zoals dat aan veel PO en VO scholen wordt gegeven, lijkt slecht te passen, omdat de nadruk hierbij vaak ligt op zelfexpressie en het verbeelden van gevoelens. Daardoor wordt er een beroep gedaan op precies die vaardigheden die bij leerlingen met ASS vaak minder goed zijn ontwikkeld, waardoor zij niet mee kunnen komen tijdens deze lessen. Onderwijs- en zorgorganisaties die (uitgevallen) leerlingen met ASS ondersteunen, zoeken dan ook naar mogelijkheden om voor hen een meer passend lesaanbod te kunnen bieden. Onderwijs in artssciences, dat op het snijvlak van kunst, we-tenschap en techniek opereert, zou zo’n mogelijkheid kunnen zijn omdat het meer uitgaat van een oplossingsgerichte, systematische en technisch georiënteerde manieren van denken en werken. Daarom willen twee bedrijven, één actief in de zorg voor jongeren met ASS, één gespecialiseerd in artssciences, samen met het lectoraat Kunsteducatie van de AHK een lesontwerp ontwikkelen en testen voor, en met jongeren met ASS. Het doel van het project is om te onderzoeken of en hoe artssciences het kunstonderwijs beter aan kan laten sluiten bij de mogelijkheden en wensen van (uitgevallen) jongeren met ASS. We willen nagaan hoe zij dit artssciences lestraject ervaren en of het hen een ander beeld geeft van wat kunst is en kan zijn én of dit lestraject de jongeren meer zelfvertrouwen geeft en een positieve (hernieuwde) kennismaking zijn met leren. Dit sluit aan bij het thema Gezondheid & Zorg van het missiegedreven innovatiebeleid en specifiek missie III die zich richt op het meer naar wens en vermogen laten meedoen in de samenleving van mensen met een beperking.
Beeldbellen wordt in de zorg met gemengde gevoelens gebruikt in de mentale gezondheidszorg. Het biedt kansen om de zorg efficiënter in te richten, maar zorgprofessionals zitten niet om de technologie te springen. Non-verbale communicatie is bijvoorbeeld sterk beperkt. Emotie-detectie kan hierin een compenserende rol spelen. Literatuur onderzoek en zorgprofessionals geven aan dat (1) adequate inschatting van emoties helpen in het opbouwen van een emotionele verbinding met de gesprekspartner, (2) stress-detectie helpt om effectiever te kunnen behandelen en (3) specifieke expressie indicatoren (een frons, gespannen lippen) kunnen helpen om een tijdelijke slechte verbinding geïnformeerd te overbruggen. De meest gebruikte sensor voor betrouwbare stress-herkenning is huidgeleiding. In de context van beeldbellen kan het dragen van sensoren aan het lichaam drempelverhogend werken. Voor een behandeling zijn technische storingen afleidend en vaak lastig te verhelpen op afstand. Hier ligt een kans voor emotie-detectie uit gelaats- en stem analyse. Beide technologieën apart lijken onvoldoende informatief. In dit onderzoek willen we onderzoeken of een integrale analyse met beide technologieën meer betrouwbaarheid en aanvullende, bruikbare informatie oplevert voor een online behandelsessie. De informatie uit een emotie-analyse zal ook de behandelpraktijk beïnvloeden. Er zal een programma voor de implementatie van emotieherkenning in de behandelpraktijk moeten worden ontwikkeld. Het programma gaat in op aspecten als de gewenste functionaliteit, de geschikte behandelcontexten en problematieken, benodigde aanpassing van behandelprotocollen en randvoorwaarden voor gebruik. In dit onderzoek willen we een prototype bouwen voor een beeldbel applicatie die gebruik maakt van de gelaats-analyse van Noldus BV, inclusief hartslag, en de stem-analyse van Vokaturi BV. Het prototype dient om een technische verkenning te doen naar de mogelijkheden, beperkingen en eisen aan een integrale analyse van beide technologieën. Met het prototype kan ook een programma voor implementatie worden ontwikkeld, behandelaren kunnen ermee ervaren hoe en reflecteren op een toekomstige online behandelpraktijk.
Sporters streven samen met hun trainers en coaches naar de beste prestaties. In de (top)sport is er vaak een klein verschil tussen winst en verlies. Optimale afstemming van trainingen op de individuele sporter vergroot de kans op winst. Objectieve vaststelling van trainingseffecten is daarvoor van groot belang. Hiervoor is een gepersonaliseerde monitoring onmisbaar. Sporters veranderen door training de expressiepatronen van hun genen, waardoor ze zich kunnen aanpassen aan de inspanningen voor hun prestaties. Die persoonlijke veranderingen in genexpressie zijn zichtbaar in RNA-profielen. Deze worden al toegepast in de medische praktijk voor stratificatie en behandeling op maat én meting van individuele behandelingsresponsen. Deze innovatieve technologie biedt de sportwereld kansen voor betere gepersonaliseerde monitoring van trainingseffecten. De hoofdvraag van dit project is: Hoe kan genexpressie-analyse betrouwbaar en zonder grote belasting voor sporters worden toegepast voor de monitoring van trainingseffecten? Dit project richt zich op het demonstreren van het nut van RNA-profielen voor individuele monitoring en het verder ontwikkelen van methoden, protocollen en tools voor gebruik in de sportpraktijk. Het onderzoek bestaat uit vier onderdelen: 1. Voorbereidingsfase: ontwikkeling van beste logistiek en bemonstering in de praktijk. 2. Het opzetten van een referentiedatabase met inspanningsgegevens en genexpressiepatronen van sporters voor de interpretatie van veranderingen in individuele genexpressiepatronen door trainingseffecten. 3. Praktijkgericht onderzoek naar de relatie tussen specifieke training en veranderingen in genexpressiepatronen. 4. Onderzoek naar en ontwikkeling van een ?trainingsdashboard? voor presentatie van gegevens en betere communicatie tussen professionals en sporters. De opgedane kennis wordt verwerkt in het onderwijs. In onze toekomstvisie zijn de verkregen kennis en resultaten ook relevant voor toepassing bij revalidatie en begeleiding van ouderen op maat.