Thermo-elektrische materialen zijn al sinds de 19e eeuw bekend. In 1834 ontdekte de Franse natuurkundige Jean Peltier dat er warmte wordt getransporteerd van de overgang tussen twee metalen wanneer er een elektrische stroom vloeit door het grensvlak. Het grote voordeel van Peltier elementen is dat er geen bewegende delen of vloeistoffen in zitten, waardoor het onderhoudsarm en stil is. Nadeel is het lage rendement (<10%) van deze materialen. Grootste uitdaging is het vinden van het juiste materiaal: goede elektrische geleiding in combinatie met slechte warmtegeleiding. Slechte warmtegeleiding is noodzakelijk om het temperatuurverschil tussen beide kanten te handhaven. Probleem is dat de meeste materialen die goed elektriciteit geleiden, eveneens goed warmte geleiden. Warmte wordt onder andere doorgegeven door elektronen, elektriciteit ook, dus daar valt niets te winnen. Warmte wordt ook doorgegeven door trillingen (fononen). Deze trillingen probeert men op nanoschaal te dempen. Ontwikkelingen in de nanotechnologie hebben aangetoond dat het mogelijk is om de efficiency van de thermo-elektrische materialen te verbeteren. Hierdoor kan meer elektriciteit worden opgewekt dan voorheen en wordt het Seebeck effect (energy harvesting) interessant. Dit document beschrijft de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van thermo-elektrische materialen. Het document is opgeleverd in het project Innovatief Materialen Platform Twente (IMPT). In dit project heeft het IMPT 75 innovatieve materialen in kaart gebracht. Met een tiental materialen is toegepast onderzoek gedaan, zodat ondernemers en ontwerpers weten of en hoe zij deze kunnen toepassen.
MULTIFILE
This paper discusses the potential application of procedural content generation to a game about economical crises, intended to teach a large general audience about how banks function within a market-guided economy, and the financial risks and moral dilemmas that are involved. Procedurally generating content for abstract and complex notions such as inflation, market crashes, and market flux is different from generating spatial maps or physical assets in a game, and poses several design challenges. Instead of generating these kinds of phenomena and other macro-economic effects directly, the designers aim to let them emerge from automatically generated game mechanics. The game mechanics we propose include generic business models that can be parameterized to model the behavior of companies in the game, while the player controls the actions of a bank. What makes generating these game mechanics particularly challenging is the interaction between phenomena at different levels of abstraction. Therefore, relevant economic concepts are discussed in terms of design challenges, and how they could be modeled as emergent properties using generative methods.
Europa wil in 2050 volledig klimaatneutraal zijn, en zet in op waterstof als energiedrager die een hoofdrol zal spelen in die transitie. Nederlandse bedrijven die dieselaggregaten produceren zetten voor de volledige reductie van de CO2-emissie van hun producten nu voornamelijk in op het vervangen van fossiele door zogenaamde groene diesel. Recent zijn diverse studies verschenen die aantonen dat de ontwikkeling en inzet van waterstofmotoren, zeker voor toepassingen in wegtransport, zowel technisch als economisch zinvol is. Dergelijk productontwikkeling zou ook bij generatorsets een versnelling van de energietransitie mogelijk maken en bovendien kunnen functioneren als een brugtechnologie tot het ogenblik dat brandstofcellen voldoende goedkoop en duurzaam zijn geworden. Doel van dit project is om de economische en technische haalbaarheid van een dergelijke productontwikkeling in kaart te brengen. Bijzonder is daarbij dat het hierbij gaat om een retrofit van bestaande motoren die massaal geproduceerd worden voor automotive doeleinden. Omdat voorlopig gebruik zal worden gemaakt van componenten die ontwikkeld zijn voor de huidige aardgasmotoren voorziet het project ook in versneld duurproefonderzoek van deze componenten. In dit project wordt samengewerkt tussen Fontys Hogeschool Engineering, NPS Diesel B.V., H2Trac B.V., Prins Autogassystemen B.V. en TNO.
Water quality is under pressure worldwide and requires urgent attention according to recent reports, calling for technological development and more cost-effective solutions. One such development is the use of nanobubbels (NBs). NBs have been gaining interest in both scientific and industrial fields over the past years due to their broad applicability and unique characteristics opposed to larger bubbles used in traditional applications, e.g. dissolved air flotation and aeration. NBs is promising in water technology applications, especially in aeration, as due to their small size they provide a large air-water interface and are stable (present in the bulk) for many days. Due to that, different companies have been introducing NBs based technology in the market. The start-up company BIMCO Holland is one of them. They have developed three types of Ultra Fine Bubble (UFB)-generators to integrate in various (household) applications: I) a tap connection for water taps, II) a pipe adaptor for household appliances and III) a shower coupling. In order to prove their concept, BIMCO Holland wants to test the UFB-generators together with NHL Stenden. During these tests, the intended formation of NBs in tap water will be determined, as well as possible effects on the water quality. Additionally, potential applications will be (theoretically) explored, such as reduced water- and surfactant usage and prolonged lifetime of materials and appliances. With NanoBGen, the consortium aims to understand better the functioning of the newly developed UFB-generators. The tests are required to prove the system is (or not) related to the presence of NBs. Also, to support the company finding other applications of the UFB-generators and contribute to bringing the technology to a higher TRL.
Heel wat bedrijven in Nederland ontwikkelen systemen voor de levering van (aandrijvend) vermogen ofwel onderdelen voor deze systemen. Om competitief te blijven is het belangrijk dat zij snel en effectief een optimale (i.h.b. compacte, goedkope en zuinige) integrale warmtehuishouding kunnen realiseren. In het RAAK-PRO project QinE is onderzocht hoe een bestaand rekenpakket (AMESIM) hiervoor kan worden aangepast en ingezet. In Fase 1 van het project is die vraag beantwoord voor drie belangrijke deelsystemen: voor een moderne verbrandingsmotor annex koelsysteem, voor een prototype Rankine kringloopsysteem waarmee uitlaatgaswarmte kan worden omgezet in arbeid, en voor een Li-ion batterijpakket. Voor ieder deelsysteem zijn test-opstellingen gebouwd en meetdata verzameld waarmee vervolgens modelkeuze en -validatie is gerealiseerd. Daarbij zijn werkmethoden vastgesteld en toegepast op maat van de praktijk bij de betrokken bedrijven en hun medewerkers. In Fase 2 zijn verschillende vormen van integratie onderzocht: er is een combinatie van een generatorset met een (gedeeltelijke) Rankine kringloopsysteem opgebouwd en bestudeerd. Daarnaast zijn de modellen uit Fase 1 gebruikt om het functioneren van het startsysteem respectievelijk van een hybride deelsysteem in een vrachtwagen te bestuderen. Tenslotte is een eerste eenvoudig model gemaakt voor het opwarmgedrag en de warmtehuishouding van de cabine van een prototype elektrische bus. Daarbij bleek dat met AMESIM een gepaste modellering mogelijk was, zonder dat uitzonderlijke eisen gesteld werden aan meetprocedures of -technieken. Docenten en studenten waren in staat om met deze ontwikkel omgeving snel goede resultaten te bereiken. Anderzijds blijkt uit contacten (o.a. in een workshop en in gesprekken) met niet consortiumleden dat hun vragen vaak heel specifiek zijn, wat het moeilijk maakt om volledig generieke modellen voor deelsystemen te realiseren. Drie van de opstellingen die volgen uit dit project worden momenteel ingezet voor onderwijs. Ook de AMESIM modeleeromgeving wordt in toenemende mate gebruikt in het onderwijs.