While the optimal mean annual temperature for people and nations is said to be between 13 °C and 18 °C, many people live productive lives in regions or countries that commonly exceed this temperature range. One such country is Australia. We carried out an Australia-wide online survey using a structured questionnaire to investigate what temperature people in Australia prefer, both in terms of the local climate and within their homes. More than half of the 1665 respondents (58%) lived in their preferred climatic zone with 60% of respondents preferring a warm climate. Those living in Australia's cool climate zones least preferred that climate. A large majority (83%) were able to reach a comfortable temperature at home with 85% using air-conditioning for cooling. The preferred temperature setting for the air-conditioning devices was 21.7 °C (SD: 2.6 °C). Higher temperature set-points were associated with age, heat tolerance and location. The frequency of air-conditioning use did not depend on the location but rather on a range of other socio-economic factors including having children in the household, the building type, heat stress and heat tolerance. We discuss the role of heat acclimatisation and impacts of increasing air-conditioning use on energy consumption.
MULTIFILE
De één vindt een enkele huisvlieg al een plaag, de ander vindt het pas irritant als er meer dan tien in de woonkamer vliegen. De tolerantie voor insecten in huis speelt een belangrijke rol bij de bestrijding ervan. Het bepaalt of de aanwezigheid van insecten wordt getolereerd of niet. Als dat niet het geval is, wordt overgegaan op bestrijding. Maar welke factoren zijn nu eigenlijk van invloed op het tolerantieniveau? Om dat te bepalen is een enquête uitgevoerd onder 270 personen in Nederland. Daarbij zijn zeven insecten die regelmatig in woningen worden aangetroffenmet elkaar vergeleken.
DOCUMENT
Door de beperkte ruimte in Nederland zijn er steeds meer interacties tussen mensen, planten en dieren. Deze interacties kunnen voor overlast zorgen, maar naast overlast kan de perceptie van mensen ook door andere factoren worden beïnvloed. Om te onderzoeken welke factoren dit zijn werd in opdracht van de Vlinderstichting een enquêteonderzoek uitgevoerd.
DOCUMENT
De maatschappij verandert en aan trefwoorden is er geen gebrek. Er is een toenemende complexiteit en dynamiek. Er is een verandering gaande van een hiërarchische naar een netwerksamenleving. Door het wegvallen van oude kaders en het kleiner worden van de wereld zijn processen van onzekerheid en angst merkbaar. Ook de tijdsordening verandert met de gang naar een 24 uurs-economie, waarin op elk moment van de dag wel iets te doen dan wel iets loos is. In zo’n tijd wordt een grote wissel getrokken op tolerantie. Tolerantie zelf lijkt onder druk te staan: het wordt wel gezien als een duur woord voor onverschilligheid. Pleidooien voor zero tolerance zijn gangbaar. De druk om vooral de overtredingen van anderen hard aan te pakken, is aan de orde van de dag. In de wijk komt veel van de maatschappelijke problematiek geclusterd en geïntegreerd bijeen. Hier waakt de politie over de veiligheid in de wijk en daarbij weet elke betrokkene dat de politie dit niet alleen kan. Er is vertrouwen en samenwerking nodig tussen politie, partners en burgers. In de wijk blijkt de dagelijkse spanning tussen maximale vrijheid en maximale veiligheid. Een wijk kan niet volgestort worden met blikken veiligheid, er is een grens aan hoeveel veiligheid een wijk kan verdragen. Er is een toenemende vervlechting van de lokale wereld dichtbij en de globale wereld ver weg. In zo’n complexe wereld met diversiteit en autonome, soms boze burgers is het bepaald ingewikkeld om gezag te verwerven en te behouden. De politie heeft overal vrienden en al deze vrienden dringen bij de politie aan: de politieke en bestuurlijke krachten, de burger in de straat. De politiek vraagt meetbare prestaties en dito getallen, maar de werkelijkheid laat zich net als boeven niet altijd vangen. Daarbij hoort ook het omgaan met onzekere, eisende en in veelvoud verschijnende burgers. Waar een contrast is tussen objectieve veiligheid en subjectieve veiligheid is investeren in vertrouwen van de burger noodzaak. De politie heeft dan ook een verbindende functie: tussen repressie en handhaving enerzijds en hulpverlening en ondersteuning anderzijds, tussen oppakken en opvoeden, tussen veiligheid en vertrouwen. Verbinding tussen politie en partners (jeugdzorg, reclassering, sociale dienst, woningcorporatie, enz.) is een zogeheten kerntaak en daarbij is ook de wijkagent aan zet. In dit rapport staat de wijkagent centraal. Karlijn Schoonenberg, lid van de kenniskring van het lectoraat Grootstedelijke Ontwikkeling van De Haagse Hogeschool, heeft wijkagenten uit drie stedelijke milieus in de regio Haaglanden gevolgd en meermalen gesproken over hun werk, hun afwegingen, hun positie in het krachtenveld. Zo krijgen we inzicht in hun keuzes en hun invulling van de globale taakstelling ‘wijkagent’. Voor het lectoraat is inzicht in de dagelijkse wereld van burgers en professionals de grondstof van kennisontwikkeling.
DOCUMENT
De toolkit is bedoeld voor jongerenwerkers die homoseksualiteit bespreekbaar willen maken in hun contact met jongeren met als doel weerstand tegen homoseksualiteit te verminderen en bij te dragen aan het vergroten van de tolerantie voor homoseksualiteit. In deze toolkit zijn werkvormen opgenomen die specifiek gericht zijn op de doelgroep jongeren en die deels door jongerenwerkers eerder succesvol gebruikt zijn bij het bespreekbaar maken van homoseksualiteit. De toolkit biedt handvatten waarmee jongerenwerkers in de praktijk aan de slag kunnen.
DOCUMENT
Inderdaad, er is een filosofie voor het Hoger Beroepsonderwijs, en wel de filosofie van de waarden. Zaken als "professioneel handelen", "professionele verantwoordelijkheid" en "normativiteit" gaan uit van de realiteit van waarden. De HBO-onderwijspraktijk en de HBO-onderzoekspraktijk vooronderstellen een zinvol, filosofisch kader, zoals ook de beroepspraktijk uitgaat van de zinvolheid van het professionele handelen. Daarom is het nodig dat we beschikken over een "kleine waardeleer". Waarden hangen samen met normen, met persoonlijke voorkeur en professionele eisen, maar voor alles zijn waarden ideeën die zich uitdrukken in het handelen. Daarom ook zijn radicale waarden voor ons van belang, waarden als rechtvaardigheid, schoonheid, duurzaamheid, vrijheid en tolerantie. Radicale waarden liggen ons na aan het hart. Zij zijn open geformuleerd en ze begeleiden ons handelen. Radicale waarden zijn soms theoretische waarden, maar in het bijzonder kennen we deze waarden als praktische waarden. Zij doen een appel op ons als mens, als burger en als beroepsbeoefenaar. Het onderzoek en onderwijs binnen het lectoraat Filosofie wil met studenten en medewerkers van Fontys Hogescholen waarden leren verkennen en onderzoeken, en maakt daarbij gebruik van filosofische dialogen, toegepast onderzoek, mooie teksten en beelden.
DOCUMENT
Binnen het lectoraat Burgerschap en Diversiteit willen we onderzoeken op welke manier en onder welke voorwaarden burgers in deze tijd van globalisering en verstedelijking in staat zijn om actief deel te nemen aan het vreemdelingenverkeer van alledag. We doen dit vanuit een scherp besef dat het lectoraat van start is gegaan in een politiek en maatschappelijk gepolariseerd klimaat. Ik zal daarom in deze rede ook uiteenzetten welke visie op burgerschap en diversiteit ten grondslag ligt aan het onderzoek dat binnen het lectoraat wordt verricht.
DOCUMENT
Onderzoek binnen het thema ‘vorming en persoonsontwikkeling in het onderwijs. De vraag komt op of de aandacht voor vorming en persoonsontwikkeling in het onderwijs niet te veel naar de achtergrond is verdwenen. Om hier meer inzicht in te krijgen, voert de Onderwijsraad een verkenning uit naar de vraag wat onderwijs kan betekenen voor vorming en persoonsontwikkeling van leerlingen en studenten. Dit deelonderzoek richt zich met name op de persoonsvorming, maar ook elementen van maatschappelijke vorming komen aan de orde. Om zicht te krijgen op de mate waarin en de wijze waarop leraren in hun onderwijsactiviteiten vormend beogen te zijn en om hun intenties en manieren in beeld te krijgen is besloten in dit onderzoek de termen morele vorming, cultureelhistorische vorming en intellectuele vorming te hanteren als drie elementen van vorming en persoonsontwikkeling (ook wel persoonsvorming genoemd). Bij morele vorming gaat het om zaken als maatschappelijke verantwoordelijkheid leren nemen, het ontwikkelen van duurzame goede houdingen/deugden (bijvoorbeeld tolerantie, vrijgevigheid en geduld), aandacht voor normen en waarden, levensbeschouwelijke vorming en burgerschapsonderwijs. ureel-historische vorming behelst zaken als het bijbrengen van kennis en begrip van onze cultuur, historisch besef bijbrengen, de waarde van kunst leren inzien en waarderen, leesbevordering/stimuleren tot het lezen van literatuur en media-educatie (jongeren leren omgaan met media als Internet, radio en tv). Bij intellectuele vorming tot slot gaat het om zaken als kritisch leren denken, de waarde van debatteren op basis van redelijke argumenten leren inzien, een onderzoekende houding stimuleren, enthousiasme voor leren overbrengen en filosofie/ filosoferen. De doelgroep van het onderzoek wordt gevormd door leerkrachten en docenten: wat vragen vorming en persoonsontwikkeling van hen? Welke taakopvattingen hebben leerkrachten en docenten? Hebben vorming en persoonsontwikkeling daar ook een plaats in en zo ja, welke? Welke competenties hebben leerkrachten en docenten daarvoor nodig? En ten aanzien waarvan zijn leraren handelingsverlegen, welke belemmeringen ervaren zij?
MULTIFILE
geen samenvatting
DOCUMENT
Boekbespreking van Raad Voor Maatschappelijke Ontwikkeling (Red.) (2009) Polarisatie, bedreigend en verrijkend, Amsterdam: SWP.
DOCUMENT