De reclassering heeft besloten om in het werk met daders meer rekening te gaan houden met het slachtofferperspectief. Anders gezegd: om meer slachtofferbewust te gaan werken. In deelrapport I, slachtofferbewust werken en reclasseringsbeleid, zijn context en redenen hiervoor samengevat. Uit de inventarisatie die ten grondslag lag aan deel I bleek dat: - de ontwikkeling naar slachtofferbewust werken is ingebed in landelijk en Europees beleid - dat er nog relatief weinig literatuur en onderzoek beschikbaar is over slachtofferbewust werken met daders, buiten de omvangrijke literatuur over herstelrecht - dat er in Nederland en Europa diverse praktijken zijn ontwikkeld die interessant kunnen zijn als voorbeeld voor de reclassering, maar dat die merendeels nog niet zijn onderzocht op effectiviteit. Dit deelrapport II omvat een eerste handreiking voor reclasseringswerkers. De handreiking is gebaseerd op literatuur die wél is gevonden, op praktijken van andere organisaties en op interviews met reclasseringswerkers die zelf, practice based, werken aan systematisering van de eigen ervaringen met slachtofferbewust werken. Gezien het vroege stadium van theorievorming en onderzoeksbevindingen zal deze handreiking in de komende jaren in ontwikkeling moeten blijven. De handreiking is bedoeld als een (eerste) aanvulling op de algemene methodiek Werken in Gedwongen Kader, methodiek voor forensisch sociale professionals (Menger, Krechtig & Bosker, 2013).
Aan patiënten opgenomen in de forensische zorg zit een steekje los. Maar volgens de publieke opinie ook aan de professionals, en in de processen hapert ook het een en ander. In haar oratie ging Vivienne de Vogel in op deze losse steekjes en hoe deze te herstellen zijn. Ze benadrukt daarbij het belang van onderzoek vanuit drie perspectieven: patiënten, professionals en processen. ‘Een geïntegreerd perspectief is nodig om de kwaliteit van de forensische zorg verder te verbeteren.’
In this study, a data feedback program to improve teachers’ science and technology (S&T) teaching skills was designed and tested. The aim was to understand whether and how the four design principles underlying this program stimulated the intended teacher support. We examined how teachers in different phases of their career applied and experienced the employed design principles’ key aspects. Eight in-service teachers and eight pre-service teachers attended the data feedback program and kept a logbook in the meantime. Group interviews were held afterwards. Findings show that applying the four employed design principles’ key aspects did support and stimulate in- and pre-service teachers in carrying out data feedback for improving their S&T teaching. However, some key aspects were not applied and/or experienced as intended by all attending teachers. The findings provide possible implications for the development and implementation of professional development programs to support in - and pre-service teachers’ S&T teaching using data feedback.
Virtual Reality Exposure Therapie (VRET) is een innovatie die ervoor kan zorgen dat behandelingen van angststoornissen efficiënter en effectiever worden. Het verschil met de huidige exposure therapie is dat cliënten door middel van virtual reality worden blootgesteld aan angstige situaties, in plaats van in werkelijkheid. Hierdoor kan de exposure worden gedoseerd en geregisseerd in aanwezigheid van de therapeut. Moovd, een bedrijf dat toegevoegde waarde creëert met virtuele technologieën, wil met deze subsidieaanvraag een VR-toepassing creëren voor de behandeling van PTSS. Inclusief wetenschappelijk bewijs en onderzoek naar de commerciële haalbaarheid. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Psychotrauma Expertise Centrum PSYTREC.
In Nederland krijgen jaarlijks 115.000 mensen te horen dat ze kanker hebben. Na kanker te hebben overwonnen worstelen deze mensen met terugkeer naar de maatschappij en het sociale leven. Naast fysieke klachten spelen hierbij ook mentale klachten en angsten een grote rol. De mentale klachten zijn vergelijkbaar met het verwerken van een trauma. Naast de medische zorg zijn deze mensen op zoek naar hulp voor het verwerken van het trauma en de mentale kracht vinden om verder te gaan. Bij het verwerken van trauma’s en de daarbij horende spanningen en onzekerheden kan de mens-dier interactie een belangrijke rol vervullen als social-support. In Nederland zijn ruim 1500 professionals werkzaam in de branche van paardondersteunde interventies. Paardencoaches ondersteunen mensen met mentale uitdagingen zoals PTSS, anorexia, burn-out, depressies. De groep paardencoaches en zorgverleners met interesse in het inzetten van paardencoaching bij het verwerken van trauma’s groeit snel. In hoeverre paardencoaching specifiek kan bijdragen aan het herstel van ex-kankerpatiënten in Nederland is echter onbekend. In dit KIEM project wil het consortium daarom inventariseren welke ervaringen er zijn onder paardencoaches met (ex-)kankerpatiënten en in hoeverre er vanuit de zorgverleners interesse is in mogelijkheden van paardencoaching voor (ex-)kankerpatiënten. Tenslotte wil dit consortium met een pilot ook inzichtelijk maken wat het effect is van paardencoaching op het mentale welbevinden van de ex-kankerpatiënt. Het consortium van dit KIEM project bestaat uit onderzoekers mens-dier interactie en dierondersteunde interventies van Aeres Hogeschool Dronten, Stichting Langs de Zijlijn, en paardencoaches en opleiders van Centrum voor Paardencoaching en van Caprilli Paardencoaching en Training.