Op de hogeschool van Utrecht en de Fontys hogescholen doen twee promovendi van de Technische Universiteit Delft onderzoek naar assemblage systemen voor miniatuurcomponenten. De nadruk ligt op het assembleren van elektronica-componenten door Pick-and-Place (P&P) machines op Printed Circuit Boards (PCB's). Deze P&P machines hebben een output van enkele duizenden componenten per uur per plaatsingskop. De snelste P&P-machine in het veld (2001) is de FCM II van Assembleon met een output van 6000 componenten per uur per plaatsingskop. De plaatsings nauwkeurigheid bedraagt 100 um. Het Doel van het onderzoek is output verhoging, met minimaal een factor 2, met behoud van plaatsingsnauwkeurigheid.
DOCUMENT
Deze publicatie geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van de diverse machines en gereedschappen welke bij het omvormproces (dieptrekken, kraagtrekken, strekken, alsmede buigen en scheiden) worden gebruikt, geïnteresseerden in de betreffende processen, technische cursussen en opleidingen. De inhoud van deze publicatie behandelt de belangrijkste machines en gereedschappen, alsmede aanvullende informatie welke bij het vormgeven van dunne plaat van belang zijn. In de voorlichtingspublicaties VM 110 "Dieptrekken", VM 113 "Buigen" alsmede VM 114 "Scheiden" vindt u gegevens m.b.t. de diverse omvormprocessen en in VM 111 "Materialen" worden de hierbij gebruikte materialen behandeld. Deze voorlichtingspublicatie is een update van de in 2000 verschenen eerste druk, welke toentertijd is samengesteld door de werkgroep "Dieptrekken van dunne plaat, staal, aluminium". In het kader van een updateproject heeft het NIMR, inmiddels M2i (Materials innovation institute) geheten, geld ter beschikking gesteld om deze publicaties te vernieuwen en aan te passen aan de huidige stand der techniek.
DOCUMENT
Elke periode kent zijn eigen revolutie en elke revolutie brengt zijn eigen organisatorische model met zich mee. We bevinden ons nu in de 4e industri¨ele revolutie, waar het internet van dingen ons verbindt met autonome embedded systemen. Deze systemen zijn actief in de virtuele ’cyber’ wereld, alsook in de echte ’fysieke’ wereld om ons heen. Deze zogenoemde ’Cyber-Fysieke’ Systemen volgen daarmee een modern organisatorisch model, namelijk zelfmanagement, en zijn dan ook in staat zelf proactieve acties te ondernemen. Dit proefschrift belicht productiesystemen vanuit het Cyber-Fysieke perspectief. De productiesystemen zijn hier herconfigureerbaar, autonoom en zeer flexibel. Dit kan enkel worden bereikt door het ontwikkelen van nieuwe methodes en het toepassen van nieuwe technologie¨en die flexibiliteit verder bevorderen. Echter, effici¨entie is ook van belang, bijvoorbeeld door productassemblage zo flexibel te maken dat het daardoor kosteneffici¨ent is om de productie van diverse producten met een lage oplage, zogenaamde high-mix, low volume producten, te automatiseren. De mogelijkheid om zo flexibel te kunnen produceren moet bereikt worden door de creatie van nieuwe methoden en middelen, waarbij nieuwe technologie¨en worden gecombineerd; een belangrijk aspect hierbij is dat dit toepasbaar getest moet worden door gebruik van simulatoren en speciaal hiervoor ontwikkelde productiesystemen. Dit onderzoek zal beginnen met het introduceren van het concept achter de bijbehorende productiemethodologie, welke Grid Manufacturing is genoemd. Grid Manufacturing wordt uitgevoerd door autonome entiteiten (agenten) die zowel de productiesystemen zelf, als de producten representeren. Producten leven dan al in de virtuele cyber wereld voordat zij daadwerkelijk zijn gebouwd, en zijn zich bewust uit welke onderdelen zij gemaakt moeten worden. De producten communiceren en overleggen met de autonome herconfigureerbare productiesystemen, de zogenaamde equiplets. Deze equiplets leveren generieke diensten aan een grote diversiteit aan producten, die hierdoor op elk moment geproduceerd kunnen worden. Het onderzoek focust hierbij specifiek op de equiplets en de technische uitdagingen om dynamisch geautomatiseerde productie mogelijk te maken. Om Grid Manufacturing mogelijk te maken is er een set van technologische uitdagingen onderzocht. De achtergrond, onderzoeksaanpak en concepten zijn dan ook de eerste drie inleidende hoofdstukken. Daarna begint het onderzoek met Hoofdstuk 4 Object Awareness. Dit hoofdstuk beschrijft een dynamische manier waarop informatie uit verschillende autonome systemen gecombineerd wordt om objecten te herkennen, lokaliseren en daarmee te kunnen manipuleren. Hoofdstuk 5 Herconfiguratie beschrijft hoe producten communiceren met de equiplets en welke achterliggende systemen ervoor zorgen dat, ondanks | Dutch Summary 232 dat het product niet bekend is met de hardware van de equiplet, deze toch in staat is acties uit te voeren. Tevens beschrijft het hoofdstuk hoe de equiplets omgaan met verschillende hardwareconfiguraties en ondanks de aanpassingen zichzelf toch kunnen besturen. De equiplet kan dan ook aangepast worden zonder dat deze opnieuw geprogrammeerd hoeft te worden. In Hoofdstuk 6 Architectuur wordt vervolgens dieper ingegaan op de bovenliggende architectuur van de equiplets. Hier worden prestaties gecombineerd met flexibiliteit, waarvoor een hybride architectuur is ontwikkeld die het grid van equiplets controleert door het gebruik van twee platformen: Multi-Agent System (MAS) en Robot Operating System (ROS). Nadat de architectuur is vastgesteld, wordt er in Hoofdstuk 7 onderzocht hoe deze veilig ingezet kan worden. Hierbij wordt een controlesysteem ingevoerd dat het systeemgedrag bepaalt, waarmee het gedrag van de equiplets transparant wordt gemaakt. Tevens zal een simulatie met input van de sensoren uit de fysieke wereld ’live’ controleren of alle bewegingen veilig uitgevoerd kunnen worden. Nadat de basisfunctionaliteit van het Grid nu compleet is, wordt in Hoofdstuk 8 Validatie en Utilisatie gekeken naar hoe Grid Manufacturing gebruikt kan worden en welke nieuwe mogelijkheden deze kan opleveren. Zo wordt er besproken hoe zowel een hi¨erarchische als een heterarchische aanpak, waar alle systemen gelijk zijn, gebruikt kan worden. Daarnaast laat het hoofdstuk o.a. aan de hand van enkele voorbeelden en simulaties zien welke effecten herconfiguratie kan hebben, en welke voordelen deze aanpak zoal kan bieden.. Het proefschrift laat zien hoe met technische middelen geautomatiseerde flexibiliteit mogelijk wordt gemaakt. Hoewel het gehele concept nog volwassen zal moeten worden, worden er enkele aspecten getoond die op de korte termijn toepasbaar zijn in de industrie. Enkele voorbeelden hiervan zijn: (1) het combineren van gegevens uit diverse (autonome) bronnen voor 6D-lokalisatie; (2) een data-gedreven systeem, de zogeheten hardware-abstractielaag, die herconfigureerbare systemen controleert en de mogelijkheid biedt om deze productiesystemen aan te passen zonder deze te hoeven herprogrammeren; en (3) het gebruik van Cyber-Fysieke systemen om de veiligheid te verhogen.
MULTIFILE
Sustainable and Agile manufacturing is expected of future generation manufacturing systems. The goal is to create scalable, reconfigurable and adaptable manufacturing systems which are able to produce a range of products without new investments into new manufacturing equipment. This requires a new approach with a combination of high performance software and intelligent systems. Other case studies have used hybrid and intelligent systems in software before. However, they were mainly used to improve the logistic processes and are not commonly used within the hardware control loop. This paper introduces a case study on flexible and hybrid software architecture, which uses prototype manufacturing machines called equiplets. These systems should be applicable for the industry and are able to dynamically adapt to changes in the product as well as changes in the manufacturing systems. This is done by creating self-configurable machines which use intelligent control software, based on agent technology and computer vision. The requirements and resulting technologies are discussed using simple reasoning and analysis, leading to a basic design of a software control system, which is based on a hybrid distributed control system
DOCUMENT
Dit proefschrift heeft als onderwerp de toepassing van agenttechnologie in productie en productondersteuning. Onder een agent verstaan we in deze context een autonoom opererende software entiteit die gemaakt is om een zeker doel te realiseren en daartoe met de omgeving comuniceert en zelfstandig acties kan uitvoeren. In moderne productiesystemen streeft men ernaar om de tijd van ontwerp tot productie zo kort mogelijk te houden en de productie af te stemmen op de wensen van de individuele eindgebruiker. Vooral dit laatste streven past niet in het concept van massaproductie. Een methode moet gezocht worden om kleine hoeveelheden of zelfs unieke producten tegen een lage kostprijs te fabriceren. Om dit te verwezenlijken zijn voor dit onderzoek speciale goedkope productieplatforms ontwikkeld. Deze hercongureerbare productiemachines noemen we equiplets. Een verzameling van deze equiplets in een gridopstelling geplaatst en gekoppeld met een snelle netwerkverbinding is in staat om een aantal verschillende producten tegelijk te produceren. Dit noemen we exibele parallelle productie. Voor de softwareinfrastructuur is agenttechnologie toegepast. Twee typen agenten spelen hierin een hoofdrol. Een productagent is verantwoordelijk voor de totstandkoming van een enkel product. De productiemachines worden voorgesteld door zogenoemde equipletagenten. De productagent weet wat er moet gebeuren voor het maken van een product terwijl de equipletagent weet hoe een of meer productiestappen moeten worden uitgevoerd. Het hier voorgesteld concept verschilt in veel opzichten van standaard massaproductie. Elk product in wording volgt zijn eigen, mogelijk unieke pad langs de equiplets, de productie wordt per product gescheduled en niet per batch en er is geen sprake van een productielijn. Dit proefschrift stelt de softwarearchitectuur voor en beschrijft oplossingen voor de routeplanning waarbij het aantal wisselingen tussen equiplets geminimaliseerd is, een scheduling die gebaseerd is op schedulingschema's zoals toegepast in real-time operating systems en een op autonome voertuigen gebaseerd transportsysteem. Bij al deze oplossingen speelt de productagent een belangrijke rol. (uit de samenvatting van het proefschrift) SIKS Dissertation Series No. 2014-31 The research reported in this thesis has been carried out under the auspices of SIKS, the Dutch Research School for Information and Knowledge Systems.
DOCUMENT
The aim of this research is to explore the potential of Mixed Reality (MR) technologies for Operator Support in order to progress towards Industry 4.0 (I4.0) particularly for SMEs. Through a series of interventions and interviews conducted with local SMEs, potential use cases and their drawbacks have been identified. From this, insights were derived that serve as a starting point for conducting further experiments with MR technology in the smart manufacturing laboratory at the THUAS in Delft. The intervention consisted of a free form workshop in which the participants get ‘tinkering’ time to explore MR in their own work environment. The various levels of awareness were assessed in three stages: during an introductory interview, and after an instruction meeting and some ‘tinkering’. The study took place in the period from January 2022 to July 2022 with 10 local SMEs in the Netherlands. The results show that for all SMEs the awareness and understanding increased. The use cases identified by operators themselves concerned Quality Control, Diagnostics, Instruction, Specification and Improvement of Operations. Drawbacks foreseen related to Ergonomic Concerns, Resistance from operators, Technical considerations, Unavailability of MR device and an insufficient digital infrastructure to support MR in full extent. The use case most promising to the participants was further developed into a physical prototype for an ‘assisted assembly cell’ by which the aspects of ergonomics and the mentioned technical considerations could be analysed.
MULTIFILE
Companies in the Brainport region are often characterized as high mix low volume (HMLV) production environments. These companies are distinguished by a wide range of possible products (high product variety), which are produced in low volumes. These are often customer-specific products that are produced once or incidentally. Traditionally, these companies focus on efficient use of resources, where utilisation rate and cost coverage are relevant. The increasing customer demand in the region leads to pressure on production capacity. An initial intuitive response from these companies is to further increase the utilisation rate of machines. To keep costs manageable, the company tries to avoid investing in additional capacity. An undesirable side effect is increasing pressure on timeliness (delivery, such as lead times, delivery reliability, flexibility) and quality. The apparent contradiction between costs and timeliness in these HMLV production environments is a recurring issue in practice-oriented research conducted by Fontys Industrial Engineering and Management students. This results in the following research question: Which sub-aspects may be relevant to the performance regarding Quality, Delivery, and Cost (QDC) of an HMLV production environment?
DOCUMENT
There has been limited adoption of Immersive Journalism (IJ) by the audience; simultaneously, the audience’s perspective is rarely considered in the production and research of IJ. At this point, however, it is crucial to incorporate an audience perspective to identify potentially unintended effects of IJ and improve on the innovation of IJ. This study investigates the audience’s experience and evaluation of IJ by qualitatively analyzing their thoughts after viewing two IJ cases. Our results indicate that the audience may pick up on intended effects, such as a sense of presence and an intense emotional experience, but some also express unease towards these effects. Furthermore, the audience struggles to comprehend this study’s two immersive journalistic cases as part of the journalistic genre. These findings provide insight into the gap between the initial hype and the current reality of IJ and provide the basis for propositions for future IJ productions.
MULTIFILE
NL samenvatting: In dit verkennend onderzoek werden social engineering-aanvallen bestudeerd, vooral de aanvallen die mislukten, om organisaties te helpen weerbaarder te worden. Fysieke, telefonische en digitale aanvallen werden uitgevoerd met behulp van een script volgens de 'social engineering-cyclus'. We gebruikten het COM-B model van gedragsverandering, verfijnd door het Theoretical Domains Framework, om door middel van een enquête te onderzoeken hoe Capability, Motivational en vooral Opportunity factoren helpen om de weerbaarheid van organisaties tegen social engineering-aanvallen te vergroten. Binnen Opportunity leek sociale invloed van extra belang. Werknemers die in kleine ondernemingen werken (<50 werknemers) waren succesvoller in het weerstaan van digitale social engineering-aanvallen dan werknemers die in grotere organisaties werken. Een verklaring hiervoor zou een grotere mate van sociale controle kunnen zijn; deze medewerkers werken dicht bij elkaar, waardoor ze in staat zijn om onregelmatigheden te controleren of elkaar te waarschuwen. Ook het installeren van een gespreksprotocol over hoe om te gaan met buitenstaanders was een maatregel die door alle organisaties werd genomen waar telefonische aanvallen faalden. Daarom is het moeilijker voor een buitenstaander om toegang te krijgen tot de organisatie door middel van social engineering. Dit artikel eindigt met een discussie en enkele aanbevelingen voor organisaties, bijvoorbeeld met betrekking tot het ontwerp van de werkomgeving, om hun weerbaarheid tegen social engineering-aanvallen te vergroten. ENG abstract: In this explorative research social engineering attacks were studied, especially the ones that failed, in order to help organisations to become more resilient. Physical, phone and digital attacks were carried out using a script following the ‘social engineering cycle’. We used the COM-B model of behaviour change, refined by the Theoretical Domains Framework, to examine by means of a survey how Capability, Motivational and foremost Opportunity factors help to increase resilience of organisations against social engineering attacks. Within Opportunity, social influence seemed of extra importance. Employees who work in small sized enterprises (<50 employees) were more successful in withstanding digital social engineering attacks than employees who work in larger organisations. An explanation for this could be a greater amount of social control; these employees work in close proximity to one another, so they are able to check irregularities or warn each other. Also, having a conversation protocol installed on how to interact with outsiders, was a measure taken by all organisations where attacks by telephone failed. Therefore, it is more difficult for an outsider to get access to the organisation by means of social engineering. This paper ends with a discussion and some recommendations for organisations, e.g. the design of the work environment, to help increase their resilience against social engineering attacks. https://openaccess.cms-conferences.org/publications/book/978-1-958651-29-2/article/978-1-958651-29-2_8 DOI: 10.54941/ahfe1002203
DOCUMENT
Presented at the 11th International Conference on ICT in Education, Research and Industrial Applications: Integration, Harmonization and Knowledge Transfer Lviv, Ukraine, May 14-16, 2015. Author supplied: Abstract. User requirements and low-cost small quantity production are new challenges for the modern manufacturing industry. This means that small batch sizes or even the manufacturing of one single product should be affordable. To make such a system cost-effective it should be capable to use the available production resources for many different products in parallel. This paper gives a description of the requirements and architecture of an end-user driven production system. The end-user communicates with the production system by a web interface, so this manufacturing system can be characterized in terms of cloud comput- ing as the implementation of manufacturing as a service, abbreviated to MaaS.
DOCUMENT