Inderdaad, er is een filosofie voor het Hoger Beroepsonderwijs, en wel de filosofie van de waarden. Zaken als "professioneel handelen", "professionele verantwoordelijkheid" en "normativiteit" gaan uit van de realiteit van waarden. De HBO-onderwijspraktijk en de HBO-onderzoekspraktijk vooronderstellen een zinvol, filosofisch kader, zoals ook de beroepspraktijk uitgaat van de zinvolheid van het professionele handelen. Daarom is het nodig dat we beschikken over een "kleine waardeleer". Waarden hangen samen met normen, met persoonlijke voorkeur en professionele eisen, maar voor alles zijn waarden ideeën die zich uitdrukken in het handelen. Daarom ook zijn radicale waarden voor ons van belang, waarden als rechtvaardigheid, schoonheid, duurzaamheid, vrijheid en tolerantie. Radicale waarden liggen ons na aan het hart. Zij zijn open geformuleerd en ze begeleiden ons handelen. Radicale waarden zijn soms theoretische waarden, maar in het bijzonder kennen we deze waarden als praktische waarden. Zij doen een appel op ons als mens, als burger en als beroepsbeoefenaar. Het onderzoek en onderwijs binnen het lectoraat Filosofie wil met studenten en medewerkers van Fontys Hogescholen waarden leren verkennen en onderzoeken, en maakt daarbij gebruik van filosofische dialogen, toegepast onderzoek, mooie teksten en beelden.
Learning Analytics en bias – Learning analytics richt zich op het meten en analyseren van studentgegevens om onderwijs te verbeteren. Bakker onderscheidt hierin verschillende niveaus, zoals student analytics en institutional analytics, en focust op inclusion analytics, waarin gekeken wordt naar kansengelijkheid. Bias – systematische vooroordelen in data – kan vooroordelen in algoritmen versterken en zo kansenongelijkheid veroorzaken. De onderzoeksmethode maakt gebruik van het 4/5-criterium, waarbij fairness in uitkomsten gemeten wordt door te kijken of de kansen voor de beschermde groep minstens 80% zijn van die van de bevoorrechte groep.Onderzoeksaanpak – Bakker gebruikt machine learning om retentie na het eerste studiejaar te voorspellen en onderzoekt vervolgens verschillen tussen groepen studenten, zoals mbo-en vwo-studenten. Hij volgt drie stappen: (1) Data voorbereiden en modellen bouwen: Data worden opgesplitst en opgeschoond om accurate voorspelmodellen te maken. (2) Variabelen analyseren: Invloed van kenmerken op uitkomsten wordt beoordeeld voor verschillende groepen. (3) Fairness berekenen: Het 4/5-criterium wordt toegepast op metrics zoals accuraatheid en statistische gelijkheid om bias en ongelijkheden te identificeren. Resultaten, aanbevelingen en vervolgonderzoek – Uit het onderzoek blijkt dat kansengelijkheid bij veel opleidingen ontbreekt, met name voor mannen en mbo-studenten, die een hogere kans op uitval hebben. Bakker adviseert sensitieve kenmerken zoals migratieachtergrond mee te nemen in analyses op basis van informed consent. Daarnaast pleit hij voor meer flexibiliteit in het beleid, geïnspireerd door maatregelen tijdens de coronacrisis, die een positief effect hadden op studiesucces.Toekomstvisie – Bakker benadrukt dat niet elke ongelijkheid het gevolg is van discriminatie en roept op tot data-informed interventies om sociale rechtvaardigheid in het onderwijs te bevorderen. Zijn methode wordt open access beschikbaar gesteld, zodat ook andere instellingen deze kunnen toepassen en kansengelijkheid systematisch en bewust kunnen onderzoeken.
De bacheloropleiding HBO-Rechten is in 2002 gestart, omdat in de rechtspraktijk een behoefte aan praktijkgerichte juridische professionals op hbo-niveau werd gesignaleerd. Inmiddels heeft de opleiding ruim 10.000 alumni. Het lectoraat Legal Management van de Hogeschool van Amsterdam heeft op verzoek van het landelijk opleidingsoverleg HBO-Rechten de arbeidsmarkt voor alumni in kaart gebracht. Uit het onderzoek blijkt dat een groot deel van de werkgevers inmiddels bekend is met hbo-juristen en dat alumni in een behoefte blijken te voorzien. De arbeidsmarkt is door de economische crisis en de hoge uitstroom van alumni de afgelopen jaren wel matig geweest.
Moderatie van lezersreacties onder nieuwsartikelen is erg arbeidsintensief. Met behulp van kunstmatige intelligentie wordt moderatie mogelijk tegen een redelijke prijs. Aangezien elke toepassing van kunstmatige intelligentie eerlijk en transparant moet zijn, is het belangrijk om te onderzoeken hoe media hieraan kunnen voldoen.Doel Dit promotieproject zal zich richten op de rechtvaardigheid, accountability en transparantie van algoritmische systemen voor het modereren van lezersreacties. Het biedt een theoretisch kader en bruikbare matregelen die nieuwsorganisaties zullen ondersteunen in het naleven van recente beleidsvorming voor een waardegedreven implementatie van AI. Nu steeds meer nieuwsmedia AI gaan gebruiken, moeten ze rechtvaardigheid, accountability en transparantie in hun gebruik van algoritmen meenemen in hun werkwijzen. Resultaten Hoewel moderatie met AI zeer aantrekkelijk is vanuit economisch oogpunt, moeten nieuwsmedia weten hoe ze onnauwkeurigheid en bias kunnen verminderen (fairness), de werking van hun AI bekendmaken (accountability) en de gebruikers laten begrijpen hoe beslissingen via AI worden genomen (transparancy). Dit proefschrift bevordert de kennis over deze onderwerpen. Looptijd 01 februari 2022 - 01 februari 2025 Aanpak De centrale onderzoeksvraag van dit promotieonderzoek is: Hoe kunnen en moeten nieuwsmedia rechtvaardigheid, accountability en transparantie in hun gebruik van algoritmes voor commentmoderatie? Om deze vraag te beantwoorden is het onderzoek opgesplitst in vier deelvragen. Hoe gebruiken nieuwsmedia algoritmes voor het modereren van reacties? Wat kunnen nieuwsmedia doen om onnauwkeurigheid en bias bij het modereren via AI van reacties te verminderen? Wat moeten nieuwsmedia bekendmaken over hun gebruik van moderatie via AI? Wat maakt uitleg van moderatie via AI begrijpelijk voor gebruikers van verschillende niveaus van digitale competentie?
Op een waardige manier deelnemen aan en deel zijn van het maatschappelijk leven is niet altijd even makkelijk als je een beperking hebt. Het onderzoek van Jeroen Knevel is erop gericht bij te dragen aan de levenskwaliteit van mensen die belemmeringen ervaren. Zijn onderzoek doet hij samen met de praktijk en laat hij in allerlei creatieve en speelse vormen terugkomen in het onderwijs. Doel Het onderzoek beoogt een bijdrage te leveren aan kennis over theorie en praktijk van sociale inclusie bij mensen met een verstandelijke beperking. We willen we de kennis vergroten die sociaal werkers in de VG-sector nodig hebben om de inclusie van personen met een verstandelijke beperking te bevorderen. Resultaten Proefschrift op basis van artikelen. Verder artikelen, hoofdstukken, lezingen, workshops en cursussen. Bijvoorbeeld: Knevel, J. & Wilken J.P. (2019). Sociale inclusie. In J.P. Wilken & D. den Hollander (Eds.), Handboek Steunend Relationeel Handelen. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Knevel, J. (2019). Inclusiegericht sociaal werk. Workshop op Landelijk congres Zoek ‘t uit! Praktijk en wetenschap dichter bij elkaar. Utrecht. 31 januari 2019. Knevel, J. (2019). Over inclusie. Presentatie Amersfoort’ bij Samenwerkend Netwerk (Indebuurt033). 4 april 2019. Knevel, J. (2019). Over inclusie. Lezing MEE Rotterdam, 27 juni 2019. Knevel, J. (2018). Module 2: Inclusief project. Minor Gehandicaptenzorg: inclusiegericht samenwerken met jeugd en volwassenen met een verstandelijke beperking. Utrecht: 3 september 2018 - 31 januari 2019. Inclusiegericht werken en inclusief samenwerken staat centraal in deze module. Knevel, J. (sinds 2017). Sociaal werk en mensenrechten. College 2e jaars opleiding Sociaal Werk, wekplaats Sociale Rechtvaardigheid. Utrecht. Knevel, J. (sinds 2017). (On)rechtvaardigheid en (on)gelijkwaardigheid. Colleges 2e jaars voltijd- en deeltijdopleiding Sociaal Werk, wekplaats Sociale Rechtvaardigheid. Utrecht. Podcast Lessen uit #HUonderzoek Looptijd 01 maart 2018 - 01 maart 2022 Aanpak Enkele vragen die centraal staan in dit onderzoek: Hoe kan sociaal werk in de verstandelijk gehandicaptenzorg begrepen worden vanuit het perspectief van inclusie en mensenrechten? En enkele kleinere vragen zoals: Inclusiegericht werken: hoe doe je dat in de praktijk? Wat doe je dan? Wat doe je dan niet? En waarom dan wel of niet? Wat voor effect(en) heeft inclusiegericht werken voor: Mensen met een verstandelijke beperking? Professionals die werken vanuit de VGZ (begeleiders, coaches, participatiecoaches) En waaraan merk je dat er effect is? Verschillende vormen van dataverzameling worden ingezet. Literatuurstudie; Vier ontwikkelwerkplaatsen in Amsterdam Noord, Amersfoort Vathorst, Wageningen en Utrecht; Interviews; Inclusief karakter; Afstudeerkring. Dit houdt in: Er wordt samen gewerkt aan een sociaal vraagstuk. In dit geval ‘inclusie’ in relatie tot mensen met een verstandelijke beperking. Er is sprake van een netwerkstructuur van praktijkorganisaties, lectoraten, docent-onderzoekers die zich verbinden aan het vraagstuk. Er is sprake van een langlopende kennisagenda. Er is sprake van jaarlijkse opdrachten voor studenten die daar op kunnen ‘solliciteren’. Studenten kunnen mailen met jeroen.knevel@hu.nl. Er kan sprake zijn van taakgroepen van studenten die opdrachten uitwerken; elke student voert een deelaspect van de opdracht (individuele toetsing) uit. De ontwikkelwerkplaats is een plek waar data worden verzameld en waar nieuwe werkwijzen worden ontwikkeld. Allerlei activiteiten ondersteunen dat proces. Er worden gesprekken gevoerd. En discussies. Bijvoorbeeld over de persoonlijke betekenis van inclusie. Er worden ervaringen gedeeld en verzameld, en uiteindelijk geclusterd. Er worden pitches gegeven. Er worden doelen geformuleerd door deelnemers van de ontwikkelwerkplaats. Er worden factoren benoemd die werken en die niet werken in het inclusiegericht werken. Er wordt een analyse gemaakt van alle verzamelde ervaringen.
De rechtspraak stelt in haar missie dat ‘drempels die een effectieve toegang tot de rechter belemmeren’ onwenselijk zijn en de rechtspraak ‘informatie in begrijpelijke taal’ verstrekt. Inderdaad wordt rechtspraakbreed al langer ingezet op uitspraken begrijpelijker maken via initiatieven/projecten als PROMIS, WIEB, Klaretaal-bokaal en de Professionele Standaard-Schrijven. Met begrijpelijke uitspraken kunnen de waarborgen van een rechtsstaat (rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, rechtsbescherming en de dienende overheid) immers worden verwezenlijkt. Probleem is echter dat uitspraken voor niet-juridisch geschoolde lezers vaak nog onbegrijpelijk zijn. Omdat procesdeelnemers uit alle lagen van de bevolking komen, moeten uitspraken juist voor een breed publiek begrijpelijk zijn. Dus ook voor de ruim 2,5 miljoen mensen in Nederland die laaggeletterd zijn, voor wie de tekstvisualiteit extra belangrijk is. Voor een structurele verandering en maatschappelijk effectieve rechtspraak is het nodig dat de huidige modelteksten worden omgebouwd naar templates die uitspraken opleveren die begrijpelijk zijn voor een brede/diverse doelgroep. Ook moeten uitspraken – met het oog op de recente en toekomstige digitale innovaties binnen de rechtspraak – gedigitaliseerd en digitaal toegankelijk zijn. Daarnaast dienen ze positief gewaardeerd te worden door procesdeelnemers, als het gaat om procedurele rechtvaardigheid. Dit alles vergt een fundamenteel andere kijk op de huidige modelteksten en een aanpassing van die modelteksten naar op begrijpelijkheid ingerichte en visueel vormgegeven templates van een rechterlijke uitspraak. Een grotere maatschappelijke impact is echter alleen mogelijk, als de aangepaste templates aantoonbaar een begrijpelijkere en positief gewaardeerde uitspraak opleveren voor een breed en divers publiek. We onderzoeken daarom hoe de kwaliteitsdimensies stijl, structuur, inhoud en visuele vormgeving bijdragen aan de begrijpelijkheid en waardering van een rechterlijke uitspraak (in print of gedigitaliseerd) voor niet-juridisch geschoolde lezers (waaronder laaggeletterden). Daarnaast maken we deze kennis toepasbaar door op begrijpelijkheid ingerichte en visueel vormgegeven templates van een rechterlijke uitspraak te ontwikkelen die rechters/gerechtsjuristen tijdens een pilot gaan toepassen in de praktijk.