Eindrappotage. De virusuitbraak en de maatregelen om die in te dammen, confronteert gezinnen met heel nieuwe uitdagingen. Door een beperking van hun sociale omgeving en fysieke leefruimte, zijn gezinnen noodgedwongen op zichzelf aangewezen. Ze zijn meer beperkt tot hun eigen woning en moeten (thuis)werk, thuisonderwijs en zorgtaken combineren. Ook kunnen er onzekerheden zijn over bijvoorbeeld gezondheid, werk- en financiële situatie en de maatschappelijke impact. Met dit onderzoek wordt onderzocht hoe gezinnen omgaan met de uitdagingen in deze coronatijd en hoe ze de inbreuk op hun normale leefomstandigheden ervaren. Op basis van die ervaringen worden conclusies en aandachtspunten geformuleerd voor de ondersteuning van gezinnen. Het doel van het onderzoek is tweeledig: • Zicht krijgen op een aantal thema’s (combinatie werk-gezin, gezinsfunctioneren, relatie grootouders-kleinkinderen) die aan het gezinsleven raken in deze coronatijd; • Aandachtspunten formuleren voor de ondersteuning van gezinnen.
Meerdere gemeenten voeren pilots uit met een ondersteuner op het gebied van jeugd in de huisartsenpraktijk: de specialistische ondersteuner huisarts (SOH) of de praktijkondersteuner huisarts voor jeugd (POH-jeugd). Het lectoraat Jeugd heeft op verzoek van drie gemeenten binnen de provincie Utrecht, De Ronde Venen, Rhenen en Stichtse Vecht, een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. De pilots met praktijkondersteuners in een aantal Utrechtse gemeenten lopen in 2019 af. De gemeenten staan daarom binnenkort voor de keuze om de functie van SOH/POH-jeugd al dan niet te behouden. Indien zij kiezen voor behoud, zullen zij ook een besluit moeten nemen over de invulling van deze functie. In samenspraak met de deelnemende gemeenten zijn de volgende thema’s gedefinieerd: • Profiel van de praktijkondersteuner • Vormgeving, taken en positionerin. • Aansprakelijkheid • Financiering Het doel van dit project is om inzicht te geven in deze thema’s, zodat de gemeenten de bevindingen vanuit de pilots kunnen gebruiken bij het onderbouwen van hun beslissing over het al dan niet voortzetten van deze werkwijze.
‘Kamers met Aandacht’ is een verzamelnaam voor (kleinschalige) gemengde woonvormen, waar jongeren van 18 tot 23 jaar ondersteund door hun netwerk, hun omgeving en vertrouwde jeugdprofessional veilig verder kunnen groeien. Het is tevens de naam van een project dat zich richt op het werven van betaalbare kamers bij particulieren, bedrijven en organisaties in de provincie Utrecht, het organiseren van informeel toezicht in de vorm van betrokken huis- of buurtgenoten, en het bieden van ambulante begeleiding door de al betrokken jeugdhulporganisatie Coördinator en initiator van Kamers met Aandacht Bianca van der Neut (Jeugdfocus) benaderde het lectoraat Jeugd van de Hogeschool Utrecht (HU) met de vraag onderzoek te doen naar het eerste (pilot)jaar van Kamers met Aandacht. Naast oriënterende gesprekken met coördinator Bianca van der Neut, is er een gesprek gevoerd met de betrokken jeugdhulporganisaties. Op basis van een probleemanalyse zijn de volgende doelen gedefinieerd voor het onderzoek: a. Het vaststellen van de (ondersteunings)behoeften van de jongeren die in aanmerking komen voor Kamers met Aandacht; b. Het vaststellen van de vereisten waaraan verhuurders van Kamers met Aandacht moeten voldoen; c. Het opstellen van matchingscriteria om jongeren en verhuurders aan elkaar te koppelen; d. Het evalueren van de pilotfase van Kamers met Aandacht vanuit het perspectief van deelnemende jongeren, verhuurders, en jeugdhulporganisaties.
Tijdens de coronacrisis worden gezinnen geconfronteerd met heel nieuwe uitdagingen. Ze zijn meer beperkt tot hun eigen woning en moeten werk, school en zorgtaken combineren. Ook kunnen er onzekerheden zijn over de toekomst. Het lectoraat Jeugd onderzoekt hoe gezinnen deze tijd ervaren. Doel Zicht krijgen op een aantal thema’s (gezinsfunctioneren, combinatie werk-gezin, relatie grootouders-kleinkinderen) die aan het gezinsleven raken in deze bijzondere tijd. Handvatten aanreiken om de ondersteuning en hulp aan gezinnen te versterken. Resultaten Eindrapport Slepend en soms ook slopend. De impact van (de maatregelen tegen) COVID-19 op het gezinsleven (maart '21). De belangrijkste bevindingen samengevat. Dezelfde storm, niet hetzelfde schuitje. De impact van COVID-19 op gezinnen. Pedagogiek in Praktijk, 2020. Werken in coronatijd: ervaringen van professionals in het sociaal domein (april '21). Op 23 juni '20 deelden Anna van Spanje-Hennes en Marije Kesselring wat voorzichtige eerste bevindingen van dit onderzoek tijdens de webinar 'Veerkrachtige wijken in coronatijden’, door het Platform Stad en Wijk. Hieronder te bekijken, vanaf 17.15. Looptijd 01 april 2020 - 01 december 2020 Aanpak We voeren het onderzoek uit met behulp van een vragenlijst, verspreid onder ouders en grootouders In Nederland en België. Dit geeft de mogelijkheid tot een internationale vergelijking.
In dit Pulp Vision project willen de hogescholen Inholland en Van Hall Larenstein samen met innovatieve ketenpartners onderzoek doen naar de toepassing van voedingsvezels uit uienpulp in levensmiddelen. Voedingsvezels hebben een positieve werking op de gezondheid maar komen in menig dieet te weinig voor. Als dit onderzoek succesvol is vinden nieuwe toepassingen van vezels hun weg naar de markt en stijgt bovendien de waarde van de pulp, waardoor ondernemers een extra inkomstenbron hebben. Gezonde vezels worden zo beter benut en het project draagt bij aan de circulaire economie. Onze uiensector produceert 1,3 miljoen ton product op jaarbasis. Uientelers en de verwerkende industrie hebben samen met kennisinstellingen een proces ontwikkeld om de grote hoeveelheid aan reststroom die bij de teelt en verwerking ontstaat, te verwaarden. Deze reststroom omvat ruim 0,5 miljoen ton per jaar. De focus ligt op het scheiden van een stroom met voornamelijk eiwitten (27% van de droge stof) en een pulpstroom met vezels (70% van de droge stof). Die tweede stroom gaat nu nog naar biovergistingsinstallaties. Het project Pulp Vision focust op de verwaarding van die pulpfractie tot een hoogwaardig eindproduct dat ingezet kan worden voor de verrijking van levensmiddelen met voedingsvezels. Deze oplosbare en onoplosbare voedingsvezels kunnen dienen ter bevordering van de gezondheid. De onderzoeksvraag ”hoe kunnen uit vezelrijke pulp van uienresten toepasbare voedingsingrediënten worden ontwikkeld?” wordt beantwoord in drie werkpakketten: - Pure Pulp: opwerking van uienpulp tot voedingsingrediënt(en) met een hoog vezelgehalte en goede sensorische eigenschappen - Pulp to Product: vaststellen van functionele specificaties van de ingrediënten en productontwikkeling voor toepassing van de ingrediënten in nieuwe (bakkerij)producten - Pulp Safety: borging van de voedselveiligheid van de ontwikkelde ingrediënten Docent-onderzoekers zullen in samenwerking met studenten van twee hogescholen en geholpen door experts van de MKB-partners en lectoren, in twee jaar tijd de eerste producten marktrijp hebben gemaakt.
Het produceren van zogenaamde tweede generatie biodiesel vanuit afvaloliën en –vetten vormt zowel in EU-verband als ook nationaal een prioriteit. Avans Hogeschool verricht, samen met de Nederlandse bedrijven Van der Kooy en DieselUp, al een aantal jaren onderzoek naar opwerken en omzetten van kwalitatief laagwaardige oliën en vetten zodanig dat deze kunnen worden toegepast in bijvoorbeeld biodieselfabrieken of motoren. Veel van deze laagwaardige vetten en oliën zijn afkomstig uit het buitenland. Er wordt bij dit onderzoek nadrukkelijk samengewerkt met kennisinstellingen uit Brazilië (UFMG en UFV) en Spanje (UPC). Er wordt specifiek onderzoek gedaan naar het opwerken van FFA-rijke (FFA = vrij vetzuren) vetten en oliën afkomstig van plantaardige olieraffinaderijen en FFA-rijke Macauba olie. Het consortium onderzoekt hierbij twee innovatieve heterogene katalytische processen: 1 proces gebruik makend van een Zinkschaafsel reststroom als vaste katalysator en 1 proces met vaste katalysator om FAME biodiesel voor bijvoorbeeld verbrandingsmotoren te maken. Dit laatste proces heeft onder andere als voordeel dat er een zuivere glycerine wordt geproduceerd en er veel minder waswater nodig is. In dit KV project (part 1) wordt onderzoek gedaan naar een innovatief katalytisch (Zinkschaafsel) proces waarbij laagwaardige FFA-rijke olie zodanig wordt opgewerkt dat deze voldoet richting biodieselfabrieken. Een 60 m3 reactor zal hiertoe worden geëvalueerd en geoptimaliseerd. Tevens zal procesmodellering plaatsvinden in het programma Aspen plus.