This study addresses the complex phenomenon of overtourism in the EU. By focusing on a set of case studies, the study reports on overtourism indicators, discusses management approaches implemented within different destinations and assesses policy responses. It concludes that a common set of indicators cannot be defined because of the complex causes and effects of overtourism. Avoiding overtourism requires custom-made policies in cooperation between destinations' stakeholders and policymakers
There is increasing evidence that humans are not living sustainably. There are three major drivers of the unsustainable approach: population, consumption and the growth economy. There is widespread denial about these issues, but they clearly need to be addressed if we are to achieve any of the possible sustainable futures. The first and second versions of the ‘World Scientists Warning to Humanity’ both highlight the problem of increasing human population, as do the IPCC and IPBES reports. However, all have been largely ignored. The size of an ecologically sustainable global population is considered, taking into account the implications of increasing per capita consumption. The paper then discusses the reasons why society and academia largely ignore overpopulation. The claim that discussing overpopulation is ‘anti-human’ is refuted. Causal Layered Analysis is used to examine why society ignores data that do not fit with its myths and metaphors, and how such denial is leading society towards collapse. Non-coercive solutions are then considered to reach an ecologically-sustainable human population. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Een aantal wijken binnen Haarlem Oost vallen onder de 40+ wijken, ook wel de Vogelaarwijken van Nederland genoemd. Uit de leefbarometer en de meer specifieke cijfers rond inkomensontwikkeling en arbeidsparticipatie blijkt dat wijken in Haarlem Oost langzaam maar zeker verder op achterstand raken ten opzichte van het Haarlemse gemiddelde. In het licht van deze ontwikkelingen is het van essentiële betekenis dat bewoners en ondernemers weer perspectief kunnen zien voor hun omgeving en voor zichzelf. Sociaaleconomische problematiek vraagt om een gerichte aanpak, een aanpak op strategisch niveau. Investeren in fysiekruimtelijke interventies wordt in deze studie gezien als voorwaarde voor de aanpak van die sociaaleconomische problematiek. Op basis van het verbeteren van de fysiek ruimtelijke condities en kwaliteit kan een belangrijke bijlage geleverd worden aan de versterking van het woon- en leefklimaat in de wijken. In deze studie wordt ten eerste een inventarisatie gemaakt van de reeds bestaande stedenbouwkundige kwaliteiten van Haarlem Oost en wordt aangegeven waar fysiek ruimtelijke conditie slecht zijn en interventies nodig zijn ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen die nodig zijn om weer perspectief te kunnen bieden aan de mensen die reeds in Haarlem Oost wonen en graag willen blijven wonen. Nieuwe ontwikkelingen voor mensen die hun onderneming een nieuwe impuls willen geven maar ook voor nieuwe bewoners en ondernemers die nodig zijn om nieuwe energie te bieden aan de omgeving. Nieuwe bewoners die kleur zullen geven aan de monocultuur van het naoorlogse gezinsleven dat niet meer past bij de gemêleerde en geïndividualiseerde maatschappij van vandaag de dag.
Professionals van woningbouwcorporaties en gemeentes die zich bezig houden met verduurzaming hebben vragen over hergebruik van afvalhout uit hun (renovatie) projecten. De doelstelling van dit voorstel is het onderzoeken van de mogelijkheden om hout te hergebruiken door gebruik te maken van innovatieve digitale productietechnieken, en om implementatiestrategieën hiervoor te ontwikkelen voor publieke organisaties in de bouwsector, in het bijzonder woningcorporaties en gemeentes. Strategieën omvatten concrete voorstellen om a) afvalhout van woningen in te zamelen en te verwerken; b) waarde toe te voegen aan houtafvalstromen door middel van digitale productie; c) de betrokkenheid en acceptatie van huurders te vergroten bij circulaire verwerking van hout in nieuwe toepassingen; en d) goede toepassingen voor een circulaire economie te realiseren. Het project onderzoekt aard en omvang van houtafvalstromen uit woningrenovatie en identificeert de mogelijkheden voor het hergebruik van specifieke fracties daarvan voor (lokale) toepassingen. Uit voorgaande projecten blijkt dat digitale productie mogelijkheden biedt om stedelijk afval om te zetten in zinvolle circulaire producten. Digitale productie maakt de (lokale) creatie van unieke prototypen en grootschalige toepassingen mogelijk. Het onderzoek wordt uitgevoerd in vier werkpakketten. De eerste identificeert de aard van huishoudelijk houtafval (volume, houtsoort, verzamelproces) door zorgvuldig cases van Ymere en Rochdale te bestuderen. Daarnaast worden er een raamwerk van indicatoren gedefinieerd om projectresultaten te kunnen evalueren. Het tweede werkpakket onderzoekt welke toepassingen kunnen worden bedacht, gegeven de beschikbare houtfracties. In het derde werkpakket wordt een aantal case studies uitgevoerd voor concrete projecten van de deelnemende woningcorporaties. Deze applicaties hebben als doel het potentieel van digitale productie met houtafval te laten zien, rekening houdend met het perspectief van bewoners. Het biedt belangrijke inzichten in de uitvoerbaarheid van concrete toepassingen uit teruggewonnen hout. In het vierde werkpakket worden alle projectbevindingen gecombineerd in een set implementatie strategieën voor publieke organisaties in het stedelijk domein.
Trainers/coaches van sporttalenten hebben een complexe taak. Sporttalenten moeten hard trainen om de volgende stap te maken in hun sportcarrière of om de aansluiting bij de top te halen. Complexe taken waarmee de trainer te maken krijgt zijn onder andere: het vinden van de juiste balans tussen techniek, tactiek, mentale en andere trainbare factoren; stellen van grenzen aan fysieke en mentale vermogen van sporters; afstemmen op pieken in groei, lichamelijke en mentale ontwikkeling; bepalen van trainingsbelasting in relatie tot (individuele) belastbaarheid; afstemmingsproblemen tussen studie, sport en privéleven. Het risico van een disbalans tussen belasting en belastbaarheid is continu aanwezig met alle negatieve gevolgen van dien. Hierbij valt te denken aan sportblessures, niet optimaal presteren als gevolg van over- of ondertraining of drop out. Om goede sturing te kunnen geven aan dit proces, monitoren veel trainers de individuele belasting en belastbaarheid van hun sporters. Echter ontbreekt het hen aan de kennis, knowhow en tijd om de verzamelde data te verwerken, te interpreteren en om te zetten naar onderbouwde trainingsaanpassingen. Deze handelingsverlegenheid van trainers/coaches is vertaald naar de volgende onderzoeksvraag die centraal staat in het huidige RAAK-project: Hoe kunnen trainers/coaches beter toegerust worden om een optimale balans tussen individuele belasting en belastbaarheid van sporttalenten te realiseren met gebruikmaking van feedback van trainingsdata en trainingssturing. In dit project gaan we, mede op basis van input van trainers/coaches, een scholing ontwikkelen ter bevordering van trainingssturing. Parallel hieraan wordt een feedback dashboard ontwikkeld (Coach in Control dashboard) dat data van individuele sporter geautomatiseerd en betekenisvol rapporteert, visualiseert en beschikbaar maakt voor trainers/coaches. Dit gebeurt in de context van de cyclische sporten waarbij de casus plaatsvindt binnen het langebaanschaatsen en shorttrack. De trainers/coaches worden doorlopend actief betrokken bij de ontwikkeling en het testen van prototypes van de scholing (blended) en het feedback dashboard.
De teelt van vezelhennep staat opnieuw in de belangstelling als herwinbare biobased grondstof voor onder meer textiel, bouwmaterialen, composieten, ruwvoer en biologisch actieve inhoudsstoffen. Om vezels voor textiel te winnen moet de bastvezel gescheiden worden van het kernhout. Momenteel gebeurt dit tijdens een ongecontroleerd rotingsproces op het land, gevolgd door een decorticatieproces waarbij zware hamermolens worden ingezet. Het ongecontroleerde rotingsproces leidt tot veel variatie in vezelkwaliteit waardoor er weinig interesse is van de textielindustrie voor de hennepvezel. Het doel van dit project is de ontwikkeling van een biochemisch en energiezuinig proces dat haalbaar en rendabel is om vezelhennep na de oogst te verwerken, waarmee zowel het proces van roten op het land en mechanische decorticatie wordt vermeden. De innovatie betreft de ontwikkeling van een duurzaam proces waarbij enzymen en/of schimmels worden ingezet om bastvezel en houtfractie te scheiden.