In opdracht van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam heeft het expertisecentrum voor jongerenwerk van de Hogeschool van Amsterdam, Youth Spot, in de loop van 2009 het project Kwaliteitsprofilering uitgevoerd. Aanleiding was ontevredenheid over de relatie tussen financiers en aanbieders van jongerenwerk, onder meer uitgesproken in rapportages van de Rekenkamer Amsterdam en Systeem in beeld. In het project stonden twee vragen centraal: 1 Wat is goed jongerenwerk? 2 Hoe voeren de belangrijkste actoren daarover het gesprek? In de stadsdelen Geuzenveld-Slotermeer, Oud-Zuid, Westerpark en Zuideramstel zijn na een deskresearch interviews gehouden met jongeren, jongerenwerkers, managers, ambtenaren en bestuurders. De uitkomsten daarvan zijn gelegd naast een literatuurstudie naar de situatie elders in Nederland. De belangrijkste bevindingen: • Er is redelijke overeenstemming over wat goed jongerenwerk is: missiegestuurd en vooral gericht op participatie en volwaardig burgerschap. • Er is echter grote moeite om tot kwaliteitsprofilering te komen: De belangrijkste belemmeringen om tot kwaliteitsprofilering te komen, liggen in de manier waarop het gesprek over goed jongerenwerk gevoerd wordt. Op grond van bevindingen worden een aantal aanbevelingen gedaan over de structuur van het gesprek tussen financier en aanbieder van jongerenwerk.
Schools, youth care and youth work help young people to function in society. But sometimes obstacles to the development of young people have their origins in that same society. How can we create space and opportunities for young people to positively change their environments and society? Research at three Amsterdam-based organizations - Studio 52nd, Studiezalen, and Swazoom's youth work at the Bijlmer Open School Community - provide us with examples.
In deze notitie beschrijven we de resultaten en maatschappelijke effecten van Informatie & Advies binnen het jongerenwerk. Het belang van de informatie en adviesfunctie van het jongerenwerk groeit. Door de veelheid aan informatie die verspreid wordt via sociale media en toegankelijk is via internet, zien veel jongeren door de bomen het bos niet meer. Juist als het werken vanuit eigen kracht meer centraal komt te staan, is het belangrijk om over voldoende en correcte informatie te beschikken om een goede afweging te kunnen maken. In deze notitie wordt middels literatuuronderzoek de resultaten en maatschappelijke effecten van informatie & Advies weergegeven.
Binnen het RAAK-publiek project “Participatief Ontwerpen voor KinderOncologie”(POKO; looptijd 01-12-2014 t/m 30-11-2016) zijn op basis van participatieve ontwerpmethoden interventies ontwikkeld gericht op het eten van gezond eet- en beweeggedrag bij kinderkanker. Gezond eten en bewegen tijdens behandeling van kanker is belangrijk, omdat het de kwaliteit van leven en daarmee de overlevingskans verhoogt. Een groep die het meest moeilijk tot beweging is aan te zetten zijn tieners. Zij zijn van nature al minder geneigd te bewegen dan jonge kinderen en met name wanneer zij ziek zijn, liggen zij de hele dag in bed, vaak gekluisterd aan hun telefoon of spelcomputer. Precies voor deze groep is samen met hen de Movemat ontwikkeld: Een mat met sensoren waarop kinderen kunnen liggen of zitten en door in plaats van met een controller bewegend een populair computerspel te bedienen waardoor aan conditie en spierkracht wordt gewerkt. Momenteel zijn twee studenten elektrotechniek van de Hogeschool Utrecht aan het afstuderen via het oprichten van hun eigen bedrijf rondom de Movemat. Daarbij richten zij zich met name op de kinderoncologische setting (voortvloeiend uit POKO), de geriatrie en de reguliere fysiotherapie. Hoewel zij binnen hun afstudeerperiode (februari tot en met juni 2016) een eerste business case zullen ontwikkelen, hebben zij deze periode ook nodig om de Movemat technisch beter werkend te krijgen. Daardoor is meer tijd nodig om een meer systematisch onderzoek te kunnen doen naar zowel de werking van de Movemat (effecten op beweegwinst zoals conditie, spierkracht, etc) alsmede een grondig marktonderzoek. De studenten zullen na hun afstuderen een start up beginnen en vragen hierbij subsidie aan voor het uitvoeren van de effectmeting en het marktonderzoek. In deze subsidieaanvraag wordt onderbouwd waarom deze haalbaarheidsstudie van belang is, het product veel potentie heeft en hoe deze studie gefaseerd is opgezet.