Het samenwerkingsverband van a.s.r., Kropman, Hogeschool van Amsterdam en Venema E-mobility heeft een pilot DC Nanogrid ontworpen waarin de betrouwbaarheid en veiligheid gewaarborgd zijn. Speciale aandacht tijdens dit project is besteed aan zwerfstromen, kathodische bescherming en autonome aansturing van het living lab op het a.s.r. verzekeringen parkeerdek. Een autonome systeembalans wordt gevonden door een Droop Rate Control (DrC) regeling. In het actieve DC-net heeft ieder component in het systeem een “gedragscode”: een eenvoudige regelstrategie die bepaalt wat het apparaat doet bij welke netspanning uitgaande van een nominale spanning (opwek en verbruik zijn in balans een hogere spanning (er is meer opwekvermogen aanwezig) of een lagere spanning (er is opwekvermogen te kort). Venema E-mobility heeft in dit project drie DC/DC laders ontwikkeld die zelfstandig met een drooprate control gestuurd worden. Het living-lab is getest en gekoppeld aan het bij a.s.r. aanwezige duurzame PV-opweksysteem en is onderdeel geworden van het grotere laadsysteem in het parkeerdek inclusief energiemanagement en beheeromgeving in InsiteSuite. De onderzoeks- en testresultaten zijn omgezet in conceptrichtlijnen en actief ingebracht in de Nederlandse normalisatie werkgroepen (NEN TC 64 en TC 81).
In this charging plaze energy exchange will be done by a DC microgrid between PV, V2G electric cars and lighting. Control is done autonomous with Droop Rate Control.
Electric vehicles have penetrated the Dutch market, which increases the potential for decreased local emissions, the use and storage of sustainable energy, and the roll-out and use of electric car-sharing business models. This development also raises new potential issues such as increased electricity demand, a lack of social acceptance, and infrastructural challenges in the built environment. Relevant stakeholders, such as policymakers and service providers, need to align their values and prioritize these aspects. Our study investigates the prioritization of 11 Dutch decision-makers in the field of public electric vehicle charging. These decision-makers prioritized different indicators related to measurements (e.g., EV adoption rates or charge point profitability), organization (such as fast- or smart-charging), and developments (e.g., the development of mobility-service markets) using the best-worst method. The indicators within these categories were prioritized for three different scenario's in time. The results reveal that priorities will shift from EV adoption and roll-out of infrastructure to managing peak demand, using more sustainable charging techniques (such as V2G), and using sustainable energy towards 2030. Technological advancements and autonomous charging techniques will become more relevant in a later time period, around 2040. Environmental indicators (e.g., local emissions) were consistently valued low, whereas mobility indicators were valued differently across participants, indicating a lack of consensus. Smart charging was consistently valued higher than other charging techniques, independent of time period. The results also revealed that there are some distinct differences between the priorities of policymakers and service providers. Having a systematic overview of what aspects matter supports the policy discussion around EVs in the built environment.