Voor u ligt de voorlichtingpublicatie "Corrosiebestendige en slijtvaste oppervlaktelagen, door oplassen en thermisch spuiten". Deze voorlichtingspublicatie is bedoeld voor allen die te maken hebben of krijgen met het selecteren, toepassen en aanbrengen van slijtvaste en corrosiebestendige lagen. Daarbij moet gedacht worden aan constructeurs, lastechnici, werkvoorbereiders, enzovoorts. Deze voorlichtingspublicatie is een update van de bestaande voorlichtingpublicatie VM108 uit 1997. De updating was noodzakelijk omdat de ontwikkelingen van nieuwe oplas- en thermische spuittechnieken alsook nieuwe typen bedekkingslagen en legeringen niet stil hebben gestaan.
DOCUMENT
Deze publicatie is samengesteld door de werkgroep "Vonkerosie" van de vereniging FME-CWM en geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van vonkerosiemachines, geïnteresseerden in vonkerosietechnieken, alsmede voor technische cursussen en opleidingen. Er bestaat een intensieve samenwerking met de "Contactgroep Fysisch Chemisch Bewerken (CFC)" van de Vereniging voor Produktietechniek - VPT. De inhoud van deze publicatie behandelt met name alle aspecten welke voor het vonkeroderen van belang zijn. Deze publicatie vervangt de voorlichtingspublicaties VM 76 "Zinkvonkerosie", VM 77 "Draadvonkerosie" en VM 79 "Numeriek bestuurd zinkvonken".
DOCUMENT
Dagelijks worden zeer veel voorwerpen en constructies door middel van lassen gerepareerd. Of dit altijd juist gebeurt of dat de reparatie op de juiste wijze wordt aangepakt, is veelal de vraag. Vaak is er grote tijdsdruk en daardoor nauwelijks tijd de reparatie goed uit te voeren. Er zijn voorbeelden te over waar men, zonder nadenken, tot een reparatie is overgegaan en waarvan de reparatie nog eens moest worden overgedaan. Door, voordat tot de reparatie wordt overgegaan, na te denken over de materiaalidentificatie, de oorzaak van de storing of defect en daarop in te spelen, kan op voorhand vaak al tijd en geld bespaard worden. Deze voorlichtingspublicatie is niet direct bedoeld voor het repareren van lasfouten in lasverbindingen zelf, maar meer voor andere defecten die zijn opgetreden tijdens bedrijf van het onderdeel. Hierbij moet worden gedacht aan slijtage, corrosie of combinaties van beide. Doorgaans geldt voor de reparatie van lasfouten echter dezelfde systematische aanpak als in deze publicatie besproken. Uiteraard gelden in ieder geval dezelfde eisen als voor de oorspronkelijke las. Daarnaast kan deze publicatie ook als hulpmiddel worden gebruikt bij het ontwerpen van constructies. De constructeur weet doorgaans of de constructie wordt blootgesteld aan slijtage en/of corrosie. Door een juiste keuze van de toe te passen materialen kan de schade, veroorzaakt door deze fenomenen worden beperkt. Basiskennis van de aard van de optredende slijtage en/of corrosie is dan wel een voorwaarde. Vandaar dat in deze publicatie de meest voorkomende vormen van slijtage en corrosie beknopt worden besproken. Deze voorlichtingspublicatie is bedoeld voor allen die te maken hebben of te maken krijgen met de selectie, toepassing en reparatie van oppervlaktelagen. Daarbij moet gedacht worden aan constructeurs, lastechnici, werkvoorbereiders, enzovoorts. Deze voorlichtingspublicatie is een update van de bestaande Praktijkaanbeveling TCV05 - "Reparatie door lassen" (uitgave NIL d.d. september 1999). De updating was noodzakelijk, omdat er enerzijds geen document beschikbaar was met een duidelijk overzicht van de (belangrijkste) oppervlaktedefecten slijtage en corrosie en anderzijds, omdat de ontwikkelingen in onder andere de nieuwe oplaslegeringen en oplasprocessen beperkingen (kunnen) stellen aan de uitvoering ervan. De in deze voorlichtingspublicatie genoemde slijtage- en corrosiefenomenen zijn die, welke het meeste voorkomen in de industrie. Deze belangrijke fenomenen worden in beknopte vorm behandeld. Doel van deze publicatie is dan ook basisinformatie te verschaffen over deze fenomenen en hoe ze te bestrijden.
DOCUMENT
Deze publicatie gaat over het lassen van roest- en hittevast staal
DOCUMENT
Deze publicatie is gemaakt om een overzicht te geven van de mogelijkheden en onmogelijkheden van het toepassen van dikke deklagen (>10 μm) op producten. Naast deze publicatie verschijnen in het kader van het project "Nieuwe coatingtechnieken voor het MKB" nog vier andere publicaties die gezamenlijk een goed beeld geven van coatingtechnologie in het algemeen en van de vele aspecten die daarmee samenhangen.
DOCUMENT
Deze publicatie is gemaakt om een overzicht te geven van de mogelijkheden van het toepassen van thermisch gespoten aluminium deklagen. Naast deze publicatie verschijnen in het kader van het project "Nieuwe coatingtechnieken voor het MKB" nog vier andere publicaties die gezamenlijk een, zij het niet volledig, beeld geven van coatingtechnologie in het algemeen en de vele aspecten die daarmee samenhangen.
DOCUMENT
This paper assesses the sustainability performance of the banana value chain by comparing and discussing 25 attributes owing to different sustainability dimensions. The paper identifies critical aspects and provides a qualitative assessment of the sustainabilityperformances of banana chains at the local level. The study finds economic, social, and environmental indicators have moderate sustainability performance in the Arba Minch, Ethiopia. The chain has an advantage in terms of profitability, employment, and emissionof air pollutants; and constraints in terms of coordination, value share, profit margins, market diversity, product and market information, transportation, waste management, and safety and hygiene.
DOCUMENT
An activity-friendly environment may increase physical activity (PA) levels and decrease sedentary behavior (SB). This study investigated associations between socio-demographic characteristics, health-related quality of life (HRQoL), perceived environment and objectively measured PA outcomes. Socio-demographic characteristics were assessed using a questionnaire and HRQoL was measured using the EQ-5D. The Neighborhood Environment Walkability Scale (NEWS-A) was used to assess the perceived environment. SB, light PA (LPA) and moderate-to-vigorous PA (MVPA) were measured using the Actigraph GT3X+. Data from 622 Dutch adults were used in multivariate linear regression analyses to investigate associations between NEWS-A and PA outcomes. Analyses were controlled for socio-demographic characteristics and HRQoL. The presence of attractive buildings was associated with less SB ( = ?0.086, p < 0.01) and more MVPA ( = 0.118, p < 0.01). Presence of destinations within walking distance was also positively associated with MVPA ( = 0.106, p < 0.01). Less crime was associated with less MVPA ( = 0.092, p < 0.05). Interactions between personal and environmental characteristics showed that the absence of PA-hindering characteristics (e.g., heavy traffic) was associated with less SB and more MVPA, but only for residents with problems regarding pain and usual activities. The presence of PA-facilitating characteristics (e.g., aesthetics and destinations) was associated with less SB, more LPA and more MVPA but only for the more advantaged people in society. Results suggest that to reduce health inequalities, it would be more helpful to remove barriers rather than introduce PA facilitating characteristics.
DOCUMENT
Deze publicatie is gemaakt in het kader van het project "Proceskeuze voor de fabricage van producten met hoge nauwkeurigheidseisen te vervaardigen in kleine series" en verschijnt tezamen met de publicatie "Een vergelijking van het laserlassen met conventionele lastechnieken voor kleine series producten". Het doel van deze publicatie is het ondersteunen van de ontwerper en de werkvoorbereider bij het kiezen van het optimale omvormproces wat betreft technologie en economie. Hierbij dient niet alleen te worden uitgegaan van de eisen die aan het eindproduct gesteld worden, maar er dient ook rekening te worden gehouden met de eisen die opvolgende bewerkingen, zoals lasprocessen aan halffabrikaten stellen.
DOCUMENT
Standard SARS-CoV-2 testing protocols using nasopharyngeal/throat (NP/T) swabs are invasive and require trained medical staff for reliable sampling. In addition, it has been shown that PCR is more sensitive as compared to antigen-based tests. Here we describe the analytical and clinical evaluation of our in-house RNA extraction-free saliva-based molecular assay for the detection of SARS-CoV-2. Analytical sensitivity of the test was equal to the sensitivity obtained in other Dutch diagnostic laboratories that process NP/T swabs. In this study, 955 individuals participated and provided NP/T swabs for routine molecular analysis (with RNA extraction) and saliva for comparison. Our RT-qPCR resulted in a sensitivity of 82,86% and a specificity of 98,94% compared to the gold standard. A false-negative ratio of 1,9% was found. The SARS-CoV-2 detection workflow described here enables easy, economical, and reliable saliva processing, useful for repeated testing of individuals.
LINK