Vandaag begint de week van het economie onderwijs. Een week waarin goede bedoelingen het onderwijs overvleugelen. Volgens lector Frank Jan de Graaf is er te weinig aandacht voor de sterkten en zwakten van het huidige onderwijs. Hogescholen en universiteiten kunnen elkaar goed aanvullen door samenwerking.
MULTIFILE
Op vrijdag 14 mei 2004 heeft de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk een internationaal symposium over 'Leiderschap en Diversiteit' georganiseerd. Het symposium handelde over de dynamiek van gender, nationale cultuur en etniciteit in moderne organisaties. Door de diversiteit van medewerkers, klanten en afzetmarkten worden nieuwe eisen gesteld aan de leidinggevende en is de bedrijfscultuur blijvend veranderd. Veel bedrijfsactiviteiten strekken zich uit tot buiten de landsgrenzen. Leidinggeven in of in samenwerking met bijvoorbeeld vestigingen in Zuid-Amerika of Aziatische landen vergt een andere leiderschapsstijl. Kennis van elkaars achtergronden, ofwel transcultureel inzicht, is nodig om optimaal te kunnen samenwerken. Internationaal gerenommeerde sprekers zijn ingegaan op: leiderschap in de Arabische wereld. leiderschap, gender en etniciteit. leiderschap en culturele dynamiek in organisaties. leiderschap en nationaliteit. Na de inleidingen van de gastsprekers werd in vier werkgroepen over deze thema's verder met de gastsprekers van gedachten gewisseld. Het symposium werd afgesloten met een gezamenlijke forumdiscussie en een borrel. Dit verslag is tevens het startsein voor verdere studie over het thema leiderschap en diversiteit binnen het HRM lectoraat. De leden van de HRM Kenniskring gaan verder onderzoek doen en hun kennis over dit thema overdragen in de dagelijkse onderwijspraktijk aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk.
Verschillende politieke partijen streven naar een solidaire economie waarbij de lasten eerlijk verdeeld zijn . Aan de hand van enkele voorbeelden wordt aangetoond dat de politieke en economische praktijk juist het tegendeel bewijst. Wie meer geld heeft krijgt meer rente voor zijn spaargeld dan mensen met een kleine beurs. De kleinverbruiker op energiegebied betaalt een hogere prijs dan de grootverbruiker. Voor microkredieten worden veel hogere rentepercentages gerekend dan voor consumptieve kredieten.
Door het ontwikkeling van een instrument dat geldzorgen signaleert, wordt een startpunt gecreëerd voor een gesprek en kan een burger worden doorverwezen of kan hulp bij geldzorgen (op termijn) onderdeel gaan uitmaken van een integraal plan. Ook geeft het de zorgprofessional direct informatie over de mogelijke aanpak van de gezondheidsproblemen. Iemand met grote geldzorgen zal mogelijk extra kosten vermijden en wellicht geen gebruik maken van specialistische zorg waarmee extra kosten zijn gemoeid. De zorgprofessional kan helpen door met de patiënt bespreken wat hij zelf kan doen, hem wegwijs te maken rondom zorgverzekeringen en rekening te houden met de kosten van inhoudelijke adviezen (zoals goedkope gezonde voeding, geen elektrische tandenborstels etc.). Het project heeft ook zijn uitwerking op het onderwijs. De ontwikkelde vragenlijst kan gebruikt worden door de studenten uit het gezondheidsdomein in de HU klinieken en/of (bij Preventieve GezondheidsChecks) in de wijk. Inbedding van de vragenlijst in een interprofessionele context zorgt dat wij bijdragen aan het opleiden van toekomstbestendige T-shaped professionals. Daarnaast zien we dit project als een eerste stap naar een grotere samenwerking. Op termijn zou het instrument kunnen uitgroeien tot screeningsinstrument waar ook andere sociale problemen (huisvesting, eenzaamheid, relatieproblemen, opvoedkundige uitdagingen) in worden opgenomen. Alle kennis die we op doen in dit project/traject willen ook nadrukkelijk gebruiken voor deze vervolgstap. Het beoogde productresultaat is een vragenlijst waarmee zorgprofessionals op een snelle en efficiënte wijze kunnen signaleren of er geldzorgen zijn die de aanpak van de zorgvraag of gezonde leefstijl, danwel de burger belemmeren te participeren in de samenleving. De vragenlijst is intern gevalideerd en er is uitgezocht in welke vorm (app, website, papieren screening) de vragenlijst omgezet kan worden in een screeningsinstrument. De daadwerkelijke omzetting valt buiten de scope van dit project.
Ons consortium – 6 mkb’ers, 1 verzekeraar, 2 brancheorganisaties en 2 hogescholen – helpt kleine bedrijven om zich beter te beschermen tegen cyberbedreigingen. Wij ontwerpen een eenvoudige methode – uitvoerbaar op de werkvloer - om kleine bedrijven inzicht te geven in hun digitale kwetsbaarheden. De huidige manieren waarop dit wordt gedaan voor grote bedrijven is niet geschikt voor kleine bedrijven. Daarom maken wij na een risico-inventarisatie een routekaart met inzet van een IT-auditor en studenten. Voor het mkb is het doorgaans lastig om de juiste combinatie tussen maatregelen op het gebied van techniek, gedrag en organisatie te maken. Ons doel is om bedrijven door workshops met gerichte acties beter toe te rusten op cyberaanvallen. Daarnaast zullen we met meerdere phishing- en friendly hacking activiteiten het belang van digitale veiligheid voor de deelnemende mkb ondernemingen onderstrepen, maar tevens hun voortgang monitoren. Uiteraard worden die testaanvallen gecontroleerd en veilig uitgevoerd. Per bedrijf verzamelen wij verschillende momenten data (9 – 12 metingen). Om onze methode te testen, kiezen wij 24 kleine bedrijven uit. Zij worden verdeeld in twee groepen: de experimentele groep en controlegroep. Met workshops zullen wij in eerste instantie alleen de experimentele groep ondersteunen. Aan het eind zullen wij ook de controlegroep een workshop aanbieden, zodat ook zij kunnen profiteren van de opbrengsten uit het project. Wij verwachten dat de experimentele groep beter reageert op cyberaanvallen en meer digitaal veilig gedrag laat zien. Onze methode zal via het Digital Trust Center (ministerie EZK), de NBA (brancheorganisatie accountants) en ONL (brancheorganisatie mkb) en De Goudse Verzekeringen beschikbaar worden gesteld aan het mkb.