Background: Innovative technologies such as game consoles and smart toys used with games or playful approaches have proven to be successful and attractive in providing effective and motivating hand therapy for children with cerebral palsy (CP). Thus, there is an increased interest in designing and implementing interventions that can improve the well-being of these children. However, to understand how and why these interventions are motivating children, we need a better understanding of the playful elements of technology-supported hand therapy.Objective: This scoping review aims to identify the playful elements and the innovative technologies currently used in hand therapy for children with CP.Methods: We included studies that design or evaluate interventions for children with CP that use innovative technologies with game or play strategies. Data were extracted and analyzed based on the type of technology, description of the system, and playful elements according to the Lenses of Play, a play design toolkit. A total of 31 studies were included in the analysis.Results: Overall, 54 papers were included in the analysis. The results showed high use of consumer technologies in hand therapy for children with CP. Although several studies have used a combination of consumer technologies with therapeutic-specific technologies, only a few studies focused on the exclusive use of therapeutic-specific technologies. To analyze the playfulness of these interventions that make use of innovative technologies, we focused our review on 3 lenses of play: Open-ended Play, where it was found that the characteristics of ludus, such as a structured form of play and defined goals and rules, were the most common, whereas strategies that relate to paidia were less common. The most commonly used Forms of Play were physical or active form and games with rules. Finally, the most popular Playful experiences were control, challenge, and competition.Conclusions: The inventory and analysis of innovative technology and playful elements provided in this study can be a starting point for new developments of fun and engaging tools to assist hand therapy for children with CP.
Due to the ageing population, the prevalence of musculoskeletal disorders will continue to rise, as well as healthcare expenditure. To overcome these increasing expenditures, integration of orthopaedic care should be stimulated. The Primary Care Plus (PC+) intervention aimed to achieve this by facilitating collaboration between primary care and the hospital, in which specialised medical care is shifted to a primary care setting. The present study aims to evaluate the referral decision following orthopaedic care in PC+ and in particular to evaluate the influence of diagnostic tests on this decision. Therefore, retrospective monitoring data of patients visiting PC+ for orthopaedic care was used. Data was divided into two periods; P1 and P2. During P2, specialists in PC+ were able to request additional diagnostic tests (such as ultrasounds and MRIs). A total of 2,438 patients visiting PC+ for orthopaedic care were included in the analysis. The primary outcome was the referral decision following PC+ (back to the general practitioner (GP) or referral to outpatient hospital care). Independent variables were consultation- and patient-related predictors. To describe variations in the referral decision, logistic regression modelling was used. Results show that during P2, significantly more patients were referred back to their GP. Moreover, the multivariable analysis show a significant effect of patient age on the referral decision (OR 0.86, 95% CI = 0.81– 0.91) and a significant interaction was found between the treating specialist and the period (p = 0.015) and between patient’s diagnosis and the period (p < 0.001). Despite the significant impact of the possibility of requesting additional diagnostic tests in PC+, it is important to discuss the extent to which the availability of diagnostic tests fits within the vision of PC+. In addition, selecting appropriate profiles for specialists and patients for PC+ are necessary to further optimise the effectiveness and cost of care.
In het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn de ambities beschreven hoe de zorg in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Om aan deze ambities te voldoen, wordt ingezet op passende zorg, beschreven in het Kader Passende Zorg. Met de huidige veranderingen in de maatschappij en de zorg is het van belang dat mensen zo goed mogelijk functioneren en langer thuis kunnen blijven wonen.Ergotherapie is persoonsgericht en draagt bij aan het mogelijk maken van de dagelijkse activiteiten van mensen in de eigen omgeving. Ergotherapie is gericht op participatie, gezondheid en welbevinden van mensen die een beperking ervaren. Het doel van ergotherapie is dat mensen de voor hen belangrijke activiteiten in en met hun omgeving (weer) kunnen uitvoeren en hier tevreden over zijn. Ergotherapie doet dit door functies, vaardigheden en strategieën te evalueren en deze in de dagelijkse activiteiten effectief in te zetten. Dit kan gerealiseerd worden door training, het aanleren van een andere manier van handelen, het inzetten van een hulpmiddel of door de activiteit of de omgeving aan te passen. Ook door advies, coaching of educatie gericht op het optimaliseren van de (eigen) mogelijkheden en die van hun naasten worden betekenisvolle, dagelijkse activiteiten weer mogelijk, en kunnen mensen (langer) thuis functioneren. Ergotherapeuten kunnen ook een rol vervullen bij het ondersteunen en versterken van dagelijkse activiteiten van groepen mensen met als doel bijdragen aan de sociale participatie van groepen mensen in de maatschappij (gemeenschapsgericht werken). Wetenschappelijk onderzoek blijft belangrijk voor de kwaliteitsborging, onderbouwing en innovatie van ergotherapeutische interventies, passend bij veranderingen in de samenleving, het onderwijs en de gezondheidszorg.De Kennisagenda Ergotherapie biedt een overzicht van de belangrijkste thema’s met onderzoeksvragen en kennisvragen die de beroepsgroep de komende jaren centraal stelt. Het vormt de grondslag voor (ergotherapie-) onderzoekers, financiers en voor ergotherapie relevante organisaties. De kennisagenda presenteert onderzoeksvragen en een tabel met prioritering van doelgroepen en onderwerpen. De prioritering is gebaseerd op de combinatie van maatschappelijke relevantie (politieke, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen en de input van stakeholders) én wetenschappelijke relevantie (literatuuronderzoek naar de (kosten)effectiviteit van ergotherapeutische interventies). De stakeholders waren vertegenwoordigers van onder andere de beroepsvereniging, verwijzers, andere zorgverleners, patiënten- en mantelzorg- verenigingen, zorgverzekeraars, onderwijs en onderzoek.