The term crowdsourcing was introduced by Jeff Howe (2006). It is the act of a company or organisation to take a function once performed by employees and outsourcing it to an undefined, and usually large, network of people in the form of an open call. As communication tools to organize work have become widely available, and a well-educated global work force has come online, crowdsourcing has become an increasingly important mechanism to organize work. We discuss a categorisation of crowdsourcing, its costs and benefits and several examples. The use of crowdsourcing begins with the question which strategic goal an organisation wants to achieve, and whether the benefits outweigh the costs. We give some recommendations for adopting crowdsourcing. This usually requires a certain amount of restructuring of existing workflows and a willingness to become more open which may or may not be a welcome side effect.
This article explores cooperation between a commercial supermarket chain and an environmental non-governmental organization linking it to consumer perception of the “The Super Animals” collectable cards promotion initiative. The case study focuses on one particular joint project involving Animal Cards that was initiated by the supermarket Albert Heijn and the World Wide Fund for Nature in The Netherlands. Based on this case, environmental non-governmental organizations’ strategic choices in the context of contesting discourses of sustainability and consumption, as well as implications for environmental education, are addressed. This article combines three strands of the literature – on sustainable consumption, on strategic cooperation between commercial companies and environmental non-governmental organizations and on environmental education. It is argued that the Animal Cards initiative presents an ambiguous case by both attempting to enhance environmental awareness and promoting consumption, opening up questions about the value of such cooperative ventures to the objectives of environmental education. It is concluded that cross-sector partnerships have the potential to lead to improvements in corporate social responsibility and environmental awareness among consumers but simultaneously pose the danger of undermining the critical stance toward consumption. https://doi.org/10.1177/1469540514556170 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
De voorliggende zelfevaluatie van het lectoraat Welzijn van Dieren (2007-2012) dient als input voor het beoordelen van de onderzoekskwaliteit van het lectoraat door een externe, onafhankelijke visitatiecommissie. Om de kwaliteit van het onderzoek van het lectoraat Welzijn van Dieren inzichtelijk te maken is de input (mensen, middelen, portfolio, samenwerking, netwerken en processen) afgezet tegen de output (kennisontsluiting, kennisontwikkeling en belangrijkste opbrengsten). Vervolgens zijn de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen in kaart gebracht en geëvalueerd in het licht van de gewenste strategische ontwikkeling van het lectoraat.
MULTIFILE
Aanleiding Nieuwe stoffen en producten van de farmaceutische sector en de (agro)chemie moeten uitgebreid getest worden voordat ze op de markt kunnen verschijnen. Voor die testen is nu nog een groot aantal proefdieren nodig. Dit stuit echter op een aantal bezwaren: de uitkomsten van deze studies zijn niet altijd goed vertaalbaar naar effecten bij de mens, proefdierstudies zijn duur en de ethische kant van dierproeven staat steeds vaker ter discussie. Bedrijven zijn naarstig op zoek naar alternatieve testsystemen die ervoor kunnen zorgen dat proefdierstudies met zoogdieren worden verminderd, verfijnd en vervangen (de drie V's). Doelstelling In twee eerdere RAAK-projecten is ontdekt dat nematode C. elegans een kansrijk alternatief voor dierproeven is. Het is nu aan het multidisciplinaire team van Elegant! om de potentie van deze rondworm uit te bouwen en te ontwikkelen in een gevalideerd onderzoeksmodel voor de chemische, agrochemische en farmaceutische sector. Zij gaan C. elegans inzetten als alternatief testmodel om complexe responsen te meten. De vragen die zij willen beantwoorden met het onderzoek zijn: " Hoe effectief is het gebruik van C. elegans als alternatief testsysteem in het voorspellen van mogelijke toxische effecten en farmaceutische activiteiten? " In hoeverre kan C. elegans een meerwaarde hebben met betrekking tot het bestuderen en begrijpen van het onderliggende werkingsmechanisme? Beoogde resultaten Het resultaat van het project is kennis over de effectiviteit van C. elegans als alternatief systeem voor het screenen van stoffen op veiligheid en activiteit. Tijdens het onderzoek wordt er ook nieuwe technologie ontwikkeld, waaronder: " een productieproces voor de continue aanlevering van wormen; " lab-on-chipmodule voor high-throughput microscopie; " zelfregulerende mappingtool voor verzameling en interpretatie van data.
Een duurzame bedrijfsovername van een agrarisch familiebedrijf vraagt veel van de overdrager en overnemer. In het regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst” is afgesproken dat jonge boeren worden ondersteund bij de bedrijfsovername. Dit project zal daaraan bijdragen door het tot stand komen van een Kenniscentrum Bedrijfsovername. Hier kunnen bedrijfsoverdragers en overnemers hun zoektraject starten naar voor hun relevante informatie en begeleidingstrajecten. De onderzoeksvraag van het project Expeditie Agrarische bedrijfsovername Living lab Noord-Nederland luidt dan ook: Hoe kan de bestaande infrastructuur voor ondersteuning van duurzame bedrijfsovername worden verbeterd en uitgebreid? Het onderzoek dat loopt van april 2020 tot april 2022 zal starten met een inventarisatie van bestaande ondersteuningstrajecten gericht op een duurzame bedrijfsovername in de Agrarische sector. Daaropvolgend zal onderzocht worden hoe ondersteuningstrajecten verbeterd en in de praktijk toegankelijker gemaakt kunnen worden voor de doelgroep. Afsluitend zullen de resultaten interactief worden weergegeven in een fictieve landschapskaart waarin bedrijfsovernemer, -overdrager en hun familieleden hun weg vinden langs relevante themagebieden. Deze landschapskaart zal specifiek in Living Lab Noord-Nederland verder worden uitgewerkt tot een prototype ‘Serious game’. Daarmee doen gebruikers in een veilige omgeving ervaringen op die relevant zijn voor het doorlopen van het bedrijfsovernameproces. Ze verkennen de route om tot een duurzame bedrijfsovername te komen in de werkelijke situatie. Dit onderzoek zal vanuit een samenwerking van hogescholen (VHL, Windesheim, NHL Stenden, Aeres) en MBO worden gedaan bij agrarisch ondernemers (toekomstig ondernemers, zij die in verschillende fases van de bedrijfsovername zitten en bij ondernemers die dit achter de rug hebben), hun families en de adviespraktijk. Door de vorm, Living Lab, zullen resultaten uit het project direct hun doorwerking in de praktijk vinden en zal het project bijdragen aan het versterken van het netwerk (onderwijs, ondernemers en adviespraktijk).
Maatschappelijke ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de verschuiving richting participatiemaatschappij, gaan gepaard met complexere, domeinoverstijgende ondersteuningsbehoeften in de zorg- en welzijnssector. In toenemende mate wordt de oplossing voor deze problematieken ook in de technische hoek gezocht. Zelfstandig wonende, kwetsbare ouderen zijn bij uitstek een groep met meerdere problematieken die in elkaar grijpen. De inzet van technologie en daarmee interprofessionele samenwerking (IPS) tussen zorg-, welzijns- en technische professionals is daarbij, zeker als het gaat om de implementatie van technologie, steeds belangrijker. Om aankomende professionals hierop voor te bereiden is Interprofessionele Educatie (IPE) cruciaal. Er is echter nog onvoldoende bekend over hoe (aankomende) zorg-, welzijns- en technische professionals interprofessioneel samenwerken in de praktijk (IPS) en het onderwijs (IPE) en de mate waarin dit op elkaar aansluit. In dit onderzoek wordt de vraag beantwoord hoe IPS en IPE vorm krijgen bij de implementatie van technologie in de ondersteuning van zelfstandig wonende, kwetsbare ouderen. Daartoe wordt ingezoomd op de concrete samenwerkingsprocessen, de benodigde, ingezette en ontwikkelde competenties en de wijze waarop betrokkenen IPS en IPE ervaren. De dataverzameling richt zich op vier tot zes cases in de praktijk en het onderwijs. Door middel van observaties, vragenlijsten en groeps- of individuele interviews met betrokkenen worden inzichten verkregen in deze vernieuwende vormen van samenwerking. Voor de dataverzameling zullen afstudeerders en waar mogelijk docenten van verschillende opleidingen in zorg, welzijn en techniek worden ingezet. Het onderzoek mondt uit in drie typen producten, te weten (inter-)nationale publicaties, een toolbox voor IPS en IPE en een workshop IPE voor onderwijsontwikkelaars. Daarnaast is de onderzoeker betrokken bij verschillende bestaande IPE-programma’s binnen Avans, zodat de opgedane expertise snel zijn weg naar het onderwijs kan vinden. Ten slotte worden via participatie in de projecten IPS en Sociale Technologie de resultaten van het onderzoek verder benut voor de onderwijspraktijk.