Purpose: To support family caregivers of persons post-stroke adequately from the start and to develop self-management interventions, we aim to gain a better understanding of family caregivers experiences at the time of acute care and therefore achieve a better understanding of how they manage their new situation. Methods and Materials: We chose a qualitative descriptive methodology using individual semi-structured interviews with eleven family caregivers of persons post-stroke. We conducted interviews retrospectively, between 2 and 10 months post-stroke, and analysed transcripts using thematic analysis. Results: The themes (1) being in survival mode, (2) feeling supported by family and friends, (3) feeling left alone by the treatment team and (4) insisting on information emerged from the data. Conclusion: During acute care, many self-management skills are required from family caregivers but are just starting to be developed. This development can first be observed as co-management with the social network and is often combined with shared decision-making. Information-sharing, foundational for developing self-management, is essential for family caregivers and should be supported proactively by health professionals from the beginning. Further, from the start, health professionals should raise awareness about role changes and imbalances of activities among family caregivers to prevent negative influences on their health.
Urban flooding and thermal stress have become key issues for many cities around the world. With the continuing effects of climate change, these two issues will become more acute and will add to the serious problems already experienced in dense urban areas. Therefore, the sectors of public health and disaster management are in the need of tools that can assess the vulnerability to floods and thermal stress. The present paper deals with the combination of innovative tools to address this challenge. Three cities in different climatic regions with various urban contexts have been selected as the pilot areas to demonstrate these tools. These cities are Tainan (Taiwan), Ayutthaya (Thailand) and Groningen (Netherlands). For these cities, flood maps and heat stress maps were developed and used for the comparison analysis. The flood maps produced indicate vulnerable low-lying areas, whereas thermal stress maps indicate open, unshaded areas where high Physiological Equivalent Temperature (PET) values (thermal comfort) can be expected. The work to date indicates the potential of combining two different kinds of maps to identify and analyse the problem areas. These maps could be further improved and used by urban planners and other stakeholders to assess the resilience and well-being of cities. The work presented shows that the combined analysis of such maps also has a strong potential to be used for the analysis of other challenges in urban dense areas such as air and water pollution, immobility and noise disturbance.
Purpose: Facing the COVID-19 pandemic, police officers are confronted with various novel challenges, which might place additional strain on officers. This mixed-method study investigated officers' strain over a three-month-period after the lockdown. Methods: In an online survey, 2567 police officers (77% male) from Austria, Germany, Switzerland, the Netherlands, and Spain participated at three measurement points per country in spring, 2020. Three-level growth curve models assessed changes in strain and its relation to stressor appraisal, emotion regulation, and preparedness through training. To add context to the findings, free response answers about officers' main tasks, stressors, and crisis measures were coded inductively. Results: On average, officers seemed to tolerate the pandemic with slight decreases in strain over time. Despite substantial variance between countries, 66% of the variance occurred between individuals. Sex, work experience, stressor appraisal, emotion regulation, and preparedness significantly predicted strain. Risk of infection and deficient communication emerged as main stressors. Officers' reports allowed to derive implications for governmental, organizational, and individual coping strategies during pandemics. Conclusion: Preparing for a pandemic requires three primary paths: 1) enacting unambiguous laws and increasing public compliance through media communication, 2) being logistically prepared, and 3) improving stress regulation skills in police training.
Het is erg moeilijk om het welzijn van herpeten vast te stellen zonder invasieve handelingen, zoals corticosteron metingen in het bloed, te verrichten. Dit onderzoek richt zich op het gebruik van non-invasieve (observatie en ontlasting) methoden als valide indicaties van het welzijn van herpeten. Zo kunnen stesshormonen gemeten worden in ontlasting van herpeten (Scheun, Greeff, & Ganswindt, 2018) waardoor bloedonderzoek niet nodig is. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij in het wild levende herpeten (roodwangschildpadden, Cash et al. 1997) al binnen een half uur het corticosteron gehalte in het bloed significant hoger is na een hanteersessie. Het is nog niet bekend hoelang het duurt voordat deze corticosteron in de ontlasting te vinden is. De focus van dit onderzoek ligt op de baardagame (Pogona vitticeps) als meest gehouden herpeet in gevangenschap. Na validatie van de observeerbare stressindicatoren met metingen van stresshormonen in de ontlasting, zullen er dieren worden gehuisvest volgens verschillende richtlijnen; bijvoorbeeld van LICG, PvH, het Groot Handboek Terrariumkunde. Vervolgens wordt er gekeken of er een verschil is in de uitingen van stressindicatoren bij verschillende huisvestingsmethoden. Met de metingen van stresshormonen kan tegelijkertijd de vraag beantwoord worden hoelang corticosteron in de ontlasting zichtbaar blijft. De verwachte op te leveren producten zijn; observeerbare gedragsindicatoren voor het meten van welzijn bij de Baardagame, richtlijnen voor het bepalen van welzijn van de Baardagame door professionals zoals de RVO en bijgestelde huisvestingsrichtlijnen te gebruiken door de hobbyist. Dit (praktijk)onderzoek is een samenwerking tussen drie Aeres mbo-locaties Dierverzorging, het practoraat Dierenwelzijn en -gezondheid, het lectoraat ‘Smart Animal Behaviour & Welfare Management’ van Hogeschool Van Hall Larenstein, een dierenartspraktijk en twee belangenverenigingen. De onderzoeksvraag luidt; ‘Is er een correlatie tussen observeerbare stressindicatoren en de stresshormoon spiegel van de Baardagame’?
Achtergrond: In acute intensieve werksettings, waar de werkdruk al hoog was en er altijd impact is van indrukwekkende gebeurtenissen, zorgt COVID-19 voor toename van druk. Zorgprofessionals worden geconfronteerd met een nieuw en onbekend ziektebeeld, lopen risico op besmetting of om een besmettingsbron voor patiënten te zijn, communicatie met de patiënt is minder goed mogelijk, en zij krijgen te maken met een hogere werkdruk. Dit leidt tot een ongezonde werksituatie. De potentiële gevolgen hiervan zijn (post-traumatische) stress, burn-out en uitval. Er is daarom noodzaak om curatieve ondersteuning tijdens de crisis/indrukwekkende gebeurtenissen en preventieve ondersteuning ter voorbereiding op crisis/indrukwekkende gebeurtenissen en ter nazorg aan te bieden. Professionals uit het netwerk van Lectoraat Acute Intensieve Zorg werkzaam in de frontlinie vanuit ambulance, Spoedeisende Hulp (SEH), Acute Opname Afdelingen en Intensive Care geven aan moeite te hebben met het omgaan met de indrukwekkende situaties bij de COVID-19 crisis. Ze hebben gevraagd om een toolkit van werkzame interventies die kunnen worden ingezet om beter met deze situatie om te kunnen gaan om hiermee duurzame inzetbaarheid in, tijdens en na crisissituaties te vergroten. Het gaat hierbij om interventies gericht op curatieve en preventieve ondersteuning. Plan van aanpak: In dit project wordt ontwerpgericht onderzoek middels mixed methods design toegepast. In co-creatie met de praktijk ontwikkelen we een toolkit met bruikbare, zo mogelijk evidence based, interventies om zorgprofessionals te ondersteunen om om te gaan met indrukwekkende gebeurtenissen, gebaseerd op lessen uit de COVID-19 crisis. Deze toolkit dient ervoor om duurzame inzetbaarheid te ondersteunen en te vergroten. Vanuit de HAN werken de lectoraten Acute Intensieve Zorg en Human Resource Management nauw samen met beroepsverenigingen en publieke instellingen uit de acuut intensieve keten. Alle partners verspreiden ontwikkelde kennis en producten via hun netwerk.
We leven in een vergrijzende samenleving, waarbij ook een toename in ziekenhuis opnames wordt gezien. Een ziekenhuisopname heeft risico’s voor ouderen: bij 30-60% van hen ontstaat na een ziekenhuisopname blijvend functieverlies dat komt door het ontwikkelen van zorg gerelateerde complicaties die wellicht voorkomen hadden kunnen worden of ten minste vroegtijdig herkend en behandeld. Om veilige zorg voor ouderen te garanderen en het verlies van zelfstandigheid te voorkomen zijn de ziekenhuizen met ingang van januari 2012 in het kader van het veiligheidsmanagementsysteem (VMS) alle patiënten van 70 jaar en ouder bij opname gaan screenen op delirium, valrisico, voeding en mobiliteit. Deze screening zou moeten resulteren in gerichte verpleegkundige interventies waardoor functieverlies zou moeten afnemen. Of dit beleid slaagt, hangt sterk af van de kennis, inzet en houding van verpleegkundigen. Met de KOP-Q, het meetinstrument dat ontwikkeld en gevalideerd is in de Nurses and Older Patients Reducing Stress Study (NO PRESS), meet kennis van studenten en verpleegkundigen in het ziekenhuis over oudere patiënten. Verschillende geriatrische thema’s worden gemeten zoals o.a.: normale veroudering, geriatrische aandoeningen zoals delirium, depressie, dementie, decubitus, voeding, vallen, incontinentie etc, screening, passende interventies en het belang van familiezorg. Naast kennis kan met de gevalideerde Older Patients in Acute Care Survey (OPACS, ook gevalideerd in de NO PRESS) de ervaring en mening over oudere patiënten worden vastgesteld. Tezamen meten de instrumenten kennis, ervaring en mening van verpleegkundigen en studenten over oudere patiënten. Uit metingen die we hebben gedaan in verschillende ziekenhuizen en twee opleidingen blijkt dat kennis onvoldoende aanwezig is. Verpleegkundigen gaven daarbij aan dat zij graag een persoonlijke terugkoppeling zouden willen zien: ‘hoe heb ik de "test" gemaakt?’ Uit vele gesprekken met verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten geriatrie en opleiders blijkt dat veel verpleegkundigen denken dat ze over voldoende kennis over ouderen beschikken, terwijl de KOP-Q een ander beeld laat zien. De terugkoppeling naar het individu is tot op heden niet mogelijk geweest, technisch niet omdat gegevens geaggregeerd worden verwerkt en daarnaast omdat anonimiteit borgt dat verpleegkundigen zo eerlijk mogelijk de vragen invullen. Het zou goed zijn wanneer ook op individueel niveau een terugkoppeling plaatsvindt die inzicht geeft in het kennis niveau (tekorten), de ervaring en de eigen mening over de oudere patiënten. Inzicht in eigen score en vooral in wat men goed weet en wat nog onvoldoende is, is een belangrijke eerste stap om te kunnen leren en de kennis te verbeteren. De individuele score leidt tot een scholingsadvies op maat, bijvoorbeeld door het linken (doorverwijzen) naar schriftelijke informatie, het tonen van beeldmateriaal en een opdracht om binnen de eigen instelling op zoek te gaan naar antwoorden. Om een individuele terugkoppeling te geven die privacy waarborgt en in een vervolg voorziet is een webapplicatie nodig. In deze applicatie kunnen de KOP-Q en OPACS vragen beantwoord worden door de individuele verpleegkundige die op basis van haar uitslag direct op individueel niveau een terugkoppeling met aanwijzingen voor het verbeteren van de zwakke punten ontvangt. Dit zou een aanwinst zijn voor zowel de beroepspraktijk als voor het beroeps onderwijs.