De participatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijft beperkt. Tegelijkertijd is er grote behoefte aan arbeidskrachten. Daarom pleit onderzoeker Linda Bakker voor een omkering: het is tijd dat de arbeidsmarkt zich aanpast aan de mensen.
DOCUMENT
Naar schatting telt Nederland anderhalf miljoen mensen die willen én kunnen werken, maar niet aan de slag zijn. Tegelijkertijd is er onder werkgevers grote behoefte aan arbeidskrachten. Een mismatch blijft bestaan. Het is tijd om ons perspectief op de arbeidsmarkt om te draaien: niet de mensen, maar de arbeidsmarkt dient zich aan te passen. Een bijdrage uit de 1000 Voorbeelden column.
LINK
De huidige spanning op de arbeidsmarkt is ongekend groot. Sinds eind 2021 zijn er meer vacatures dan werklozen. Volgens de meest recente cijfers van het CBS waren er in het vierde kwartaal van 2022 maar liefst 123 vacatures per 100 werklozen. De grote vraag naar arbeidskrachten beperkt zich inmiddels ook niet langer tot enkele sectoren. Cijfers van het UWV laten zien dat er ondertussen in vrijwel alle sectoren sprake is van grote tekorten. Tegelijkertijd is er nog steeds een aanzienlijke groep mensen die, om uiteenlopende redenen, (nog) niet deelnemen aan het arbeidsproces, waaronder ook veel statushouders. Dit artikel is in samenwerking met UAF en VluchtelingenWerk Nederland tot stand gekomen.
LINK
De werknemer van de toekomst bestaat evenmin als de werknemer van vandaag. De arbeidsmarkt is bijzonder gedifferentieerd en pluriform. Als beroepsonderwijsinstellingen zijn we zelf nota bene de kraamkamer van die pluriformiteit: de beroepsgerichte differentiatie van arbeidskrachten begint immers bij ons. Wij bieden de ingenieurs van morgen vier jaar lang een wezenlijk ander curriculum dan de beeldend kunstenaar, de hbo-jurist of de fysiotherapeut. Wij differentiëren de arbeidskrachten van de toekomst.
DOCUMENT
Mijn onderzoek naar samenwerking tussen uitzendorganisaties en instellingen van hoger onderwijs* begon ik met de constatering dat een hogeschool beschikt over een groot reservoir aan huidige en toekomstige hoogopgeleide arbeidskrachten: ‘goud in de grond’. Dat reservoir aan arbeidskrachten vormt een relevant rekruteringskanaal voor uitzendorganisaties en onderwijsinstellingen zijn dan ook belangrijke toeleveranciers voor de uitzendbranche. Hier wordt ‘goud’ aangeboord. In het onderzoek kwamen enkele succesvolle samenwerkingsconstructies tussen uitzendorganisaties, hogescholen en universiteiten kort aan bod en onlangs heb ik die informatie nog eens geactualiseerd.
DOCUMENT
In dit artikel worden verschillende promotieonderzoeken besproken. O.a. ook het promotieonderzoek "Zorgperspectieven op de relatie tussen mantelzorgers, zorgvragers en professionele hulpverleners: de zorgtriade in theorie en praktijk" van Deirdre Beneken genaamd Kolmer. In dit onderzoek wordt o.a. inzicht verkregen in de relaties tussen mantelzorgers, zorgvragers en professionele hulpverleners door een empirisch-kwalitatief onderzoek waarin informatie wordt verzameld bij belanghebbenden in de zorgtriade. De resultaten van dit onderzoek zouden kunnen leiden tot een afstemming tussen beleid en praktijk voor de positie van de mantelzorger en de relaties tussen mantelzorgers, zorgvragers en professionele hulpverleners. Zo kan op grond van de voorgestelde definitie de vraag gesteld worden of mantelzorgers recht hebben op een status zoals die van arbeidskrachten aangezien ze werk verrichten dat normaliter door professionele hulpverleners gedaan zou worden. Bovendien blijkt –wanneer wordt uitgegaan van de voorgestelde definitie – de groep mantelzorgers die in aanmerking komt voor mantelzorgondersteuning, minder groot te zijn. De overheid zou als gevolg daarvan een specifieker beleid voor mantelzorg kunnen voeren. Uit politiek-filosofisch onderzoek blijkt onder andere dat zorg een primairgoed is waardoor het onrechtvaardig zou zijn om het recht op zorg te laten afhangen van marktmechanismen of van goodwill van burgers. De overheid heeft in die zin een taak.
DOCUMENT
Demand Driven Care plays a key role in the modernization of the Dutch health care system. This modernization is needed because a) clients needs for care increases quantitatively as well as in diversity, b) the financial means for collective services are inadequate, c) the accessibility of health care will depend on clients own responsibility, and d) shortage of professional care givers is foreseen. In the Netherlands, the need for professional care givers increases with an average of 2% every year. Demand Driven Care is an instrument for liberalization of public activities. The Faculty Chair Demand Driven Care focuses on those activities that will contribute to sufficient care supply. Within the program of the chair, activities are executed under the theme of Integrated Care, Substitution, Patient Centred Care, and Home Care Technology with an emphasis on gerontechnology. The Faculty Chair wants to contribute to a better integration and coherence in care. So that clients live and function independently as long as possible and are able to enhance their self management. In addition, health care professionals should be aware of demand driven processes and should have a demand driven attitude towards clients.
DOCUMENT
Veel bedrijven in de Eems-Dollard Regio (EDR) klagen over een gebrek aan de zogenaamde ‘blue collar workers’ of ‘blauwe boorden’: geschoolde arbeiders, werkzaam in de industriële sector. Ondanks het feit dat er al een groot aantal initiatieven zijn geweest om meer personeel te werven, lijkt het steeds moeilijker te worden om dit type personeel te vinden.
DOCUMENT
Als ‘bedrijventerreinen goeroe’ stond Cees-Jan Pen ook aan de wieg van vakblad BT in 2006. Nu 18 jaar later gaat BT 'online'. ‘Het is goed dat BT zich doorontwikkeld en er tegelijkertijd een up-to-date website ontstaat waarin naast informeren, duiden, leren en kennis delen nadrukkelijk zaken worden geagendeerd en geadresseerd.’
LINK
In de jaren tachtig en negentig verschenen verschillende adviezen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over arbeidsparticipatie. Alle hadden tot doel de vicieuze cirkel van hoge werkloosheid en stijging van de arbeidsproductiviteit te doorbreken. Die vicieuze cirkel werkte als volgt: er is een hoge werkloosheid, daardoor wordt een groot beroep op de sociale zekerheid gedaan, als gevolg daarvan zijn de loonkosten erg hoog, daardoor wordt de arbeidsproductiviteit opgedreven, daardoor wordt de uitval uit het arbeidsproces hoog, met als gevolg dat de werkloosheid toeneemt, enzovoorts. De methode die de WRR voorstelde om deze vicieuze cirkel te doorbreken was het coute que coute verhogen van de arbeidsparticipatie. U hoort het: “een overheid die pleit voor een groei van de arbeidsparticipatie om te voorkomen dat de bedrijven de arbeidsproductiviteit steeds verder opdrijven!” Waarom is het nú de AWVN die een zodanig groot belang hecht aan de groei van de arbeidsparticipatie naast de stijging van de arbeidsproductiviteit? Dat zou je toch niet verwachten van een werkgeversvereniging die het als haar primaire taak ziet de belangen van haar leden te behartigen. Geven de werkgevers in 2008 wellicht een andere inhoud aan het begrip arbeidsparticipatie dan politici en wetenschappers in de jaren tachtig? Gaat het hen alleen om onze economie, of speelt ook solidariteit met zwakke groepen op de arbeidsmarkt een rol? En ook als het alleen om economie gaat, verdragen in dat geval vergroting van de arbeidsproductiviteit en toename van de arbeidsparticipatie elkaar? Over dit spanningsveld tussen arbeidsproductiviteit en arbeidsparticipatie wil ik het vandaag met u hebben.
DOCUMENT