Gedeelde besluitvorming is in de praktijk niet zo eenvoudig. SDM vraagt van zowel de verpleegkundige als de patiënt eigenschappen die niet vanzelfsprekend aanwezig zijn. De verpleegkundige dient in staat te zijn verschillende mogelijkheden met de voor- en nadelen te presenteren en daarnaast de patiënt de ruimte te geven een keuze te maken die het best bij hem past. Deze werkwijze past goed in een persoonsgerichte visie, waarin gedeelde besluitvorming of samen beslissen en empowerment belangrijke elementen zijn.
LINK
Om kinderen met astma meer te laten bewegen, is de digitale tool Foxfit ontwikkeld. De tool bevat interactieve modulen met persoonlijke doelstellingen, educatie, agendavoering en een visuele terugkoppeling van het beweeggedrag.
DOCUMENT
Vanuit het lectoraat oefentherapie van de Faculteit Gezondheid van de Hogeschool van Amsterdam werd 1 april 2017 gestart met een tweejarig onderzoeksproject, dat als doel heeft om een beweeggame te ontwikkelen waarmee oefen- en fysiotherapeuten kinderen van 8-12 jaar met milde tot ernstige astma stimuleren tot meer beweging: het SIMBA project. Simba staat metaforisch voor het kind met astma dat belemmerende factoren ervaart om dagelijks fysiek actief te zijn en plezier te hebben in bewegen, maar die wel graag zou willen. In de film “The Lion King” staat SIMBA voor het kleine welpje dat allerlei drempels tegenkomt in zijn leven en tegelijkertijd plezier wilhebben. Door alle uitdagingen, maar ook door steun van zijn omgeving groeit hij uit tot een ware Leeuwenkoning met een eigen koninkrijk. Wanneer het kind op een speelse manier wordt uitgedaagd om in het dagelijks leven fysiek actief te zijn en hier ook plezier en zelfvertrouwen in krijgt, kan het uiteindelijk uitgroeien tot een zelfstandig individu. In dit project wordt samen met kinderen, ouders en kindertherapeuten geïnventariseerd wat kinderen belemmert om te gaan bewegen, maar wordt ook achterhaald wat bevordert dat ze plezier hebben. Vanuit die inzichten zal er een beweeggame ontwikkeld worden met als doel vergroten van plezier in dagelijks (meer) bewegen.
DOCUMENT
De Wmo beoogt dat mensen met een beperking onderdeel zijn en blijven van de samenleving. Belangrijke bouwstenen hierbij zijn: op een zinvolle manier deelnemen aan activiteiten en sociale verbanden, en regie kunnen voeren over het Eigen leven. Maar wordt dit ook bereikt met de veranderingen die nu op stapel staan? Neemt de zelfredzaamheid en participatie daadwerkelijk toe van burgers met een beperking of vervallen zij juist in sociaal isolement?
DOCUMENT
Na de treurige berichten over de vernederende en zinloze ‘tegenprestaties’ die van werklozen worden verlangd in Amsterdam, weten Thomas Kampen en Evelien Tonkens de discussie een constructieve wending te geven. Guido Walraven denkt graag mee.
LINK
Het lectoraat wil komen tot gezonde en veilige voedingsmiddelen voor doelgroepen die verschillen in voedingsbehoefte. Voeding is een ketenproduct. Verduurzaming van die keten is een tweede zwaartepunt. Een derde taak ligt in de netwerkfunctie en het steunen van regionale ontwikkelingen. Het lectoraat is actief in het toepassen van fundamentele kennis samen met het MKB. Anne Schaafsma is sinds 1978 in dienst bij FrieslandCampina en bekleedt sinds 2000 de functie van Senior Scientist Nutrition. Schaafsma is gespecialiseerd in kindervoeding en de invloed die het heeft op de ontwikkeling van hersenen en immuunsysteem. Als lector is Anne Schaafsma voor 2,5 dag per week bij Van Hall Larenstein in Leeuwarden gedetacheerd. Binnen het lectoraat werken de lector Food Safety (Anne Schaafsma) en associate lector Health & Food (Feike van der Leij) nauw samen. De lectoren willen fundamentele kennis benutten om te komen tot gezondere voedingsmiddelen voor doelgroepen die verschillen in leeftijd en voedingsbehoefte. Het betreft vooral kennis over moleculaire processen in het menselijk lichaam en de invloed van voedingscomponenten daarop.
DOCUMENT
De meeste mensen kennen de robotstofzuiger wel. Dit apparaat lijkt een ideale oplossing bij de hulp in het huishouden. Maar welke uitdagingen brengt een robotstofzuiger met zich mee als deze door thuiszorgorganisaties wordt gebruikt in de ondersteuning die zij bij cliënten leveren? Iedereen weet dat de zorg en ondersteuning onder druk staan en dat het aantal medewerkers op alle niveaus onvoldoende is om het werk te verzetten. Maar we zien ook dat technologische innovaties in hoog tempo beschikbaar komen. Helpt dit om het arbeidsmarktprobleem en de toegenomen zorgvraag op te lossen? Een robotsamenleving is nog lastig voor te stellen maar slimme technologie is al op veel plekken in de maatschappij aanwezig: zelfscankassa’s, een groot aantal online tools en slimme sensoren die automatisch alarmeren in geval van nood. In dit rijtje hoort ook de robotstofzuiger thuis. Deze stofzuiger is inmiddels een bekend consumentenproduct en wordt al in vele huishoudens gebruikt. Een robotstofzuiger ziet eruit als een platte stofzuiger zonder kabels en snoeren. De robotstofzuiger werkt op een accu en doet geheel zelfstandig zijn werk. Sommige robotstofzuigers zijn te programmeren, zodat ze op vaste tijdstippen of met een vaste routine de ruimtes schoonmaken. Andere robotstofzuigers kunnen met een aan/uit knop bediend worden waarna ze aan het werk gaan. Het is een interessante vraag of robotstofzuigers ook in te zetten zijn bij hulp in de huishouding die veel ouderen en mensen met beperkingen ontvangen via de gemeente (via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)). De robotstofzuiger kan al het werk van de thuishulp niet vervangen, maar zal het takenpakket er door verschuiven? Deze vraag lag ten grondslag aan een pilot met twintig robotstofzuigers in de gemeente Amsterdam. In die pilot werd gekeken of robotstofzuigers een bijdrage konden leveren binnen de WMO-voorziening hulp bij huishouden. Bij 20 cliënten werd gedurende drie maanden een robotstofzuiger ingezet. De eerste resultaten waren positief: thuishulpen gaven aan dat de robotstofzuiger een verlichting van de werkdruk opleverde, en er werd een geschatte tijdsbesparing ervaren van gemiddeld 10 minuten tot een half uur (Cosijn, 2021). Gezien het kleine aantal deelnemers zijn de resultaten onvoldoende overtuigend om een definitief besluit te nemen over de inzet van de robotstofzuigers. Ook pilots in andere gemeenten leidden niet tot overtuigende conclusies (Das & Kuil, 2015; Stam, 2013). Op basis van de ervaringen met de genoemde pilot in Amsterdam besloten de gemeenten Den Haag en Amsterdam een groter onderzoek op te zetten met meer deelnemers. Deze werd ingebed in het Living Lab Sociaal Domein en Technologie, waain de gemeente Den Haag intensief samenwerkt met de Haagse Hogeschool als kennispartner. In deze nieuwe studie zijn 100 robotstofzuigers ingezet bij Haagse en Amsterdamse inwoners die hulp bij het huishouden ontvangen vanuit de gemeenten via twee uitvoerende zorgorganisaties: Tzorg en Cordaan Thuisdiensten/Axxicom Thuishulp.
DOCUMENT
Mobility Mentoring® combineert het onderwerp armoede met de laatste inzichten vanuit de hersenwetenschap over de effecten van schaarste en armoede en de ontwikkelbaarheid van hersenfuncties. Deze nieuwe aanpak helpt mensen bij de aanpak van hun financiële en sociale problemen. Het lectoraat Schulden & Incasso van de Hogeschool Utrecht, Platform31 en Impuls ambiëren een effectievere aanpak van financiële problematiek van huishoudens en zochten naar organisaties die de inzichten uit de Schaarste-theorie op een vruchtbare manier vertalen naar hun dagelijkse praktijk.
DOCUMENT
Het soort functionarissen dat in de huisartsenpraktijk emplooi vindt neemt nog steeds toe. Dat is het gevolg van nieuwe zorgvisies -en modellen, veranderende zorgbehoeften en aanpassingen op de ideeën en verwachtingen die de burger, en daarmee de politiek, heeft van wat de eerstelijnszorg zou moeten bieden. Enerzijds betreft dat de toename van complexere medische behandelopties en anderzijds de groei van preventieve mogelijkheden en de begeleiding bij bijvoorbeeld dementie, diabetes, astma, hypertensie en kwetsbaarheid in het algemeen. Diagnostiek wordt in de meer protocollaire gevallen door bijvoorbeeld de POH, de verpleegkundig specialist of de physician assistant gedaan. Echter, min of meer protocollaire handelingen zijn in toenemende mate ingebed in complexe zorgsituaties, waarbij sociale, psychische en fysieke kwetsbaarheid in elkaars verlengde liggen. Dat maakt ook dat de diagnostiek en daarmee de organisatie van de zorg complexer wordt.
DOCUMENT