In het artikel "Sociale robots op de winkelvloer: toegevoegde waarde?" (Verhagen et al., 2024) onderzochten Tibert Verhagen, Stephanie van de Sanden, Ewout Nas, Jacqueline Arnoldy, Filip Otten en Koen Hindriks hoe winkelmedewerkers de inzet van sociale robots ervaren. In zeventien Nederlandse winkels, waaronder supermarkten, drogisterijen en bouwmarkten, werd gedurende zes weken gewerkt met de sociale robots Pepper en Temi. Via vragenlijsten (n=135) en interviews werd in kaart gebracht hoe medewerkers de robot beoordelen. Medewerkers zijn voorzichtig positief over de inzet van robots voor klantondersteuning, vooral vanwege de aantrekkingskracht op klanten en het verlichten van werkdruk. Echter, de toegevoegde waarde van de robot voor hun eigen werkzaamheden wordt nog als beperkt ervaren, mede door technische beperkingen en hoge verwachtingen. De waardering varieert per branche: in supermarkten en drogisterijen is deze hoger dan in mode- en bouwwinkels. Ondanks zorgen over persoonlijke interactie ervaren medewerkers nauwelijks angst voor baanverlies. Actieve betrokkenheid bij technologische vernieuwing blijkt medewerkers juist enthousiast te maken, wat kansen biedt voor modern werkgeverschap en het versterken van werkplezier.
MULTIFILE
Klanten positief over sociale robots: gebruiksgemak en plezier wegen zwaarder dan bezorgdheden" (Van de Sanden et al., 2025) presenteren Stephanie van de Sanden, Tibert Verhagen, Ewout Nas, Jacqueline Arnoldy, Filip Otten en Koen Hindriks de resultaten van een grootschalig praktijkonderzoek naar klantpercepties van sociale robots in winkels. In tien winkels werden gedurende zes weken robots ingezet, waarbij meer dan 6000 klanten werden geholpen; 974 daarvan vulden een vragenlijst in. Klanten bleken overwegend positief: plezier (3,93) en gebruiksgemak (3,89) scoorden hoog, terwijl zorgen over bijvoorbeeld privacy en baanverlies van medewerkers relatief laag bleven. Vooral het ervaren nut van de robot bleek bepalend voor klanttevredenheid. Jongere klanten waren positiever dan oudere, die zich meer zorgen maakten over sociale aspecten. Daarnaast werd een analyse uitgevoerd van conversaties met Pepper-robots bij 26 Nederlandse organisaties. Deze toonde aan dat interacties vooral plaatsvinden begin van de week en rond lunchtijd, met een overwegend positief sentiment (63%). De auteurs concluderen dat sociale robots kansrijk zijn in retailomgevingen, mits ze plezierig, nuttig en visueel aantrekkelijk zijn, en pleiten voor vervolgonderzoek met slimmere AI-technologieën.
MULTIFILE
De economische crisis raakt ook de Nederlandse huishoudens. Een op de zes huishoudens had het afgelopen jaar te maken met een daling van hun inkomen. Een op de tien had te maken met baanverlies. De meest gehanteerde strategieën om een achteruitgang in inkomen op te vangen zijn bezuinigen en nagaan wat financiële producten zoals geld lenen of rood staan kosten. Gemiddeld lijken huishoudens met deze strategieën best goed in staat te zijn om een achteruitgang op te vangen. Toch is er alle reden om aandacht te besteden aan de financiële positie of kwetsbaarheid van de Nederlander. Want ook al kunnen de meeste huishoudens een achteruitgang in inkomen best goed opvangen, toch komen steeds meer mensen in financiële problemen
DOCUMENT
De in dit boekje verzamelde blogs van de Hogeschool van Amsterdam en haar kennispartners de Vrije Universiteit Amsterdam en TMO Fashion Business School, die samen online al meer dan 100.000 keer zijn geraadpleegd, pogen in al hun diversiteit winkelondernemers van handvatten te voorzien. Door op de winkelvloer onderzoek met sociale robots te doen, wordt gekeken hoe ze door klanten en medewerkers worden ontvangen, in welke mate ze van meerwaarde voor de winkel kunnen zijn, en wat belangrijke aandachtspunten zijn om met een sociale robot aan de slag te gaan.
DOCUMENT
De coronacrisis trekt ook diepe sporen in de sociale hulp- en dienstverlening. Diverse maatregelen maken het moeilijk voor sociale professionals om hun werk te doen zoals nodig is. Het vereist professionele en bestuurlijke moed om morele pijn te voorkomen.
DOCUMENT
Beleidsmakers en politici waren rond de eeuwwisseling, net als nu, verrast over de toename van het aantal daklozen. Destijds kwam er een landelijk plan van aanpak dat leidde tot een tijdelijke daling van het daklozenaantal. Nu gaan de alarmbellen opnieuw af; het aantal daklozen blijkt te zijn verdubbeld. Daarom een pleidooi voor een andere definitie en een classificatiesysteem om het aantal daklozen minutieus in kaart te brengen en in beeld te houden. Dat zou het fundament kunnen zijn voor een duurzame oplossing van dakloosheid.
DOCUMENT
Dit is de vijfde en vooralsnog laatste meting van de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Nederland.1 De eerste meting vond plaats in april 2020 in het begin van de coronapandemie. Vanaf deze eerste meting hebben we de impact van de coronapandemie op verschillende momenten in kaart gebracht. Daarbij ging de aandacht uit naar: (1) werk en inkomen; (2) zorggebruik, men-taal welbevinden en risicomijdend gedrag; (3) onderlinge solidariteit en buurtrelaties; (4) en maatschappelijk en institutioneel vertrouwen. Daarbij is zowel een landelijk beeld geschetst als de stand van zaken in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. De titels van de rapporten weerspiegelen de gemoedstoestand van de Nederlandse bevolking op een specifiek moment gedurende de coronapandemie. • De eerste rapporten De bedreigde stad en De stille stad documenteerden de onzekerheid en angst van bewoners van Rotterdam en Den Haag (en van de Nederlandse bevolking) rond april en mei 2020 toen het sociale leven en sommige economische sectoren volledig stil kwamen te liggen. • Het rapport De heropening van de samenleving wees uit dat er in juli 2020 sprake was van optimisme over het einde van de coronapandemie. De gevolgen voor verlies van werk en inkomen worden dan ook minder ernstig ingeschat. • Vrij snel wordt echter duidelijk dat het optimisme om snel ‘terug naar normaal’ te gaan ongegrond is. In de nazomer van 2020 wordt een hernieuwde lockdown ingesteld en wordt steeds meer duidelijk dat de maatschappelijke impact van de coronapandemie ongelijk verdeeld is over de Nederlandse bevolking. Het rapport De verdeelde samenleving laat opnieuw zien dat in november 2020 vooral traditio-neel kwetsbare groepen worden getroffen, naast nieuwe kwetsbare groepen zoals jongeren en zzp’ers. • Er ontstaat een besef dat voor het beheersen van het coronavirus een lange adem vereist is, en dat gedragsbeperkende maatregelen nodig blijven. Het leidt niettemin tot ongeduld in de Nederlandse samenleving. Het rapport De ongeduldige samenle-ving wijst in maart 2021 op een verder afnemend vertrouwen in overheid en publieke gezondheidsinstellingen – deels vanwege de uitvoering van het vaccinatiebeleid en door de toenemende kritiek op diverse coronamaatregelen – en op een verlangen naar een nieuw toekomstperspectief. In maart 2021 heeft bijna de helft van de Nederlandse bevolking het gevoel dat zij niets heeft om naar uit te kijken. • Eind september 2021 is dat laatste afgenomen: niettemin heeft nog een kwart van de Nederlandse bevolking het gevoel dat zij niets heeft om naar uit te kijken. Inmiddels is dan ruim 82 procent van de Nederlandse bevolking gevaccineerd en worden allerlei coronamaatregelen opgeheven en afgeschaald. 2 Wel is sprake van een verder afnemend vertrouwen in de overheid. Dit laatste rapport laat zien dat Nederland nu kenmerken vertoont van een laag-vertrouwensamenleving. Uitgever: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken & Erasmus School of Social and Behavioural Sciences
MULTIFILE
Doel onderzoek Het doel van voorliggend onderzoek is om in kaart te brengen welke kosten ontstaan door schulden en waar die kosten neerslaan. Kosten zijn in dit kader heel eng opgevat, te weten: ‘uitgaven in euro’s’. Iedereen die ervaring heeft met schuldenproblematiek of bekend is met mensen met schulden weet dat de kosten van schuldenproblematiek ook immaterieel zijn. De waarde van zaken zoals chronische stress, fysieke en mentale gezondheidsproblemen, gevoelens van schaamte en eenzaamheid zijn moeilijk in euro’s uit te drukken. Toch is in dit onderzoek geprobeerd de kosten van schuldenproblematiek zoveel als mogelijk in euro’s uit te drukken. Inzicht daarin is relevant omdat er in het publieke debat een stevige roep klinkt om de schuldenproblematiek terug te dringen. Het aanpakken van problemen vraagt niet alleen politiek en maatschappelijk draagvlak. Het vraagt ook investeringen. Zicht op kosten kan een bijdrage leveren aan de afwegingen welke investeringen gepleegd worden om met welke maatregelen en welke zekerheden dan ook een probleem aan te pakken. Schulden leiden tot substantiele kosten Om in beeld te brengen tot welke kosten schuldenproblematiek leidt en waar die kosten neerslaan, is een literatuurstudie verricht. Er is in kaart gebracht welke kosten schuldenproblematiek veroorzaakt. Indien beschikbaar zijn de kosten uitgedrukt in euro’s. In het totaal leverde het onderzoek 43 posten op waar schuldenproblematiek kosten veroorzaakt. Voor 19 posten geldt dat in beeld gebracht kon worden welke kosten daarmee gemoeid zijn. De optelsom komt uit op €8,5 miljard. Ruim de helft daarvan ligt bij werkgevers en ontstaat door lagere arbeidsproductiviteit en verzuimkosten. Ook voor oninbare vorderingen en kosten van uitkeringen worden hoge kosten geschat. Het is niet mogelijk om in te schatten welke waarde de 24 ontbrekende posten bij benadering hebben, maar het is duidelijk dat daar ook grote posten als (een deel van de) bijzondere bijstand, gezondheidszorg door specialisten en bijdragen van vrijwilligers en goede doelen bijhoren. De belangrijkste conclusie die dit onderzoek oplevert, is dat schuldenproblematiek leidt tot (zeer) substantiële jaarlijkse kosten op heel veel verschillende terreinen. Kanttekening Onder een berekening van de kosten van schuldenproblematiek ligt bijna onvermijdelijk de hoop dat als de schuldenproblematiek wordt opgelost al deze kosten worden bespaard. Dit is een illusie. In Nederland is veel terrein te winnen op zowel het voorkomen van schulden als het - als deze toch ontstaan - oplossen van schulden. Het is weliswaar aannemelijk dat een substantieel deel van de in dit onderzoek gepresenteerde kosten kunnen worden voorkomen door preventie van schuldenproblematiek én het tijdig oplossen van schulden. Tegelijkertijd is het ten aanzien van het oplossen schulden van belang om bij deze bijna onvermijdelijke en terechte hoop een kanttekening te plaatsen. Want, het wegnemen van schulden betekent niet automatisch dat alle in dit rapport opgevoerde kosten verdwijnen. Hier liggen drie oorzaken aan ten grondslag. Ten eerste, schuldenproblematiek kent vele achterliggende oorzaken. Het structureel oplossen van schuldenproblematiek vergt dat de achterliggende oorzaken van schuldenproblematiek worden aangepakt. Anders ontstaat immers het risico dat schuldenproblematiek verwordt tot een draaideurfenomeen. Ten tweede, schulden maken deel uit van een kluwen aan problemen. Binnen een kluwen aan problemen is het veelal niet mogelijk het precieze aandeel van de schulden aan te wijzen. Het wegnemen van schulden zal er niet per definitie toe leiden dat alle met de schulden samenhangende problemen verdwijnen (en dus dat die kosten wegvallen). Ten derde, het is van belang te realiseren dat sommige problemen lang kunnen doorwerken in het leven van mensen, zoals bijvoorbeeld mentale problemen (depressie, PTSS) die zijn ontstaan door schuldenproblematiek. 8 Beperkingen Bij het lezen van de resultaten is het van belang om drie beperkingen in het achterhoofd te houden. In de eerste plaats heeft het onderzoek veel inzicht opgeleverd in de kosten die schulden veroorzaken, maar is dat op veel deelterreinen niet gelukt. De opgenomen totale kosten vormen dan ook een stevige onderschatting. Ten tweede zijn maar voor een zeer beperkt deel van de kosten zijn de daadwerkelijke kosten van schuldenproblematiek beschikbaar. Voor het merendeel van de gepresenteerde kosten geldt echter dat het schattingen zijn. Tot slot is vanwege het gebruik van stevige aannames en/of het combineren van gegevens uit verschillende onderliggende bronnen gekozen voor optimale transparantie. Dat betekent concreet dat de berekeningen in onaangepaste vorm worden gepresenteerd, zonder update naar een recent jaar, afronding (met uitzondering van de overzichtstabel) of (niet op feiten gebaseerde) intervalschattingen. Relatie tot andere onderzoeken Het verrichte onderzoek is het eerste in haar soort. Niet eerder werd op deze manier in beeld gebracht op welke terreinen schuldenproblematiek welke kosten veroorzaakt en hoe deze kosten tot stand komen. Wel werden er eerder onderzoeken verricht naar de kosten van de aanpak van schulden of de kosten en baten van schuldhulpverlening. Het meest geciteerde onderzoek in dat kader is afkomstig van de Argumentenfabriek en dateert uit 20201. In dit veel geciteerde rapport staat dat de kosten van problematische schulden €17 miljard bedragen. De claim is gebaseerd op onderzoek door APE uit 20112. In dat onderzoek is de €17 miljard echter niet te herleiden. Andere onderzoeken hadden enkel betrekking op de kosten in bepaalde domeinen. In dit licht kunnen de rekensommen in het voorliggende rapport op basis van bestaande literatuur en data worden beschouwd als een belangrijke brede onderbouwing van de kosten van schuldenproblematiek in Nederland.
DOCUMENT
BINDEN EN BOEIEN TOT NA DE UITGANG de van exitgesprekken voor het binden en boeien van onderwijspersoneel
DOCUMENT