Beroepsidentiteiten staan onder druk. Er is meer aandacht nodig voor beroepsidentiteit om de negatieve effecten van professionaliseren en flexibiliseren te voorkomen. Daarom schreef de Onderzoeksgroep Professionele Identiteit in het initiële onderwijs onder leiding van Manon Ruijters het Manifest voor de beroepsidentiteit. Het manifest is een noodkreet aan opleiders en begeleiders om er meer zorg en aandacht aan te besteden. Zonder dat vormt de huidige aandacht voor personaliseren en flexibiliseren een serieus risico. Dan werken we niet toe naar wendbare, sterke professionals, maar staan professionaliteit, interprofessionele samenwerking, en ook het persoonlijk en professionele welzijn van onze professionals op het spel.
DOCUMENT
In deze rede wordt besproken hoe het lectoraat de beroepsbeoefenaars in het verpleegkundig domein wil ondersteunen en wil bijdragen aan het vormgeven van verpleegkundig leiderschap en ieders professionele eigenheid. De titel van de rede ‘Notes on Nursing 2.0’ wil vooral de noodzaak tot deze veranderingen in het verpleegkundig domein benadrukken. Niet door te veronderstellen dat er niets is veranderd in zorg en verpleegkunde sinds de tijd van Nightingale. Dat is er wel. Opgeleid worden tot een professie in het beroepsdomein is niet alleen een vanzelfsprekendheid maar een eis. Het kennisdomein van de zorg en verpleegkunde heeft zich in verpleegkundige diagnostiek en standaarden verregaand ontwikkeld. Verplegingswetenschappelijk onderzoek, waar Nightingale ooit als eerste vrouwelijke statisticus in het Brits Koninkrijk mee startte, heeft zich een vaste plek in onderwijs en praktijk verworven. Van betekenis willen zijn voor anderen vanuit compassie is nog steeds de beroepsmotivatie, maar van een onderdanige dienstbaarheid is geen sprake meer (Cingel van der, 2012). Tegelijkertijd is in de dagelijkse praktijk volmondig leiderschap nog geen vanzelfsprekend en hapert een optimale beroepsuitoefening door een te lang vastgehouden gelijkheidsprincipe van verschillend opgeleide verzorgenden en verpleegkundigen. Dat is de noodzaak tot verandering waaraan deze 2.0 versie ‘Aantekeningen over het Verplegen’ en het lectoraat de komende jaren wil bijdragen. In hoofdstuk 1 wordt via de metaforen in het verhaal 'De kat die naar de koning keek' de visie op emancipatoir actieonderzoek en de veranderkundige principes beschreven die het lectoraat zal inzetten. Hoofdstuk 2 bevat de aanleiding, missie en onderzoekslijnen die met elkaar samenhangen binnen het lectoraat. In hoofdstuk 3 en 4 wordt ingegaan op de thema's identiteit en leiderschap, waarbij de onderlinge samenhang met de professionele beroepsuitoefening en het ontwikkelen van een onderzoekscultuur wordt besproken. Daarnaast worden specifieke aspecten behandeld die de praktijk en werkcultuur van vandaag beïnvloeden, en wordt beschreven hoe het lectoraat concreet bijdraagt aan de ontwikkeling van verpleegkundig leiderschap en de vorming van de beroepsidentiteit in het betreffende domein. Hoofdstuk 5 bevat een samenvatting van de principes waarop het onderzoeksprogramma is gebaseerd, evenals informatie over lopende en toekomstige projecten. In hoofdstuk 6 vindt u achtergrondinformatie over de lector en de leden van de kenniskring.
MULTIFILE
Burgers moeten van de overheid meer zelf doen en elkaar helpen. Dat vraagt een andere werkwijze van beroepskrachten in welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Het gaat bijvoorbeeld om coachen naar werk van mensen die dat op eigen kracht niet kunnen. Ook moeten de betrokken beroepskrachten - in het kader van de transitie in de jeugdzorg - meer gaan samenwerken met de Centra voor Jeugd en Gezin, huisartsen, GGD en scholen. Het Actieprogramma gaat acties voor beroepskrachten organiseren zoals scholing, bijscholing en het versterken van de beroepsidentiteit.
DOCUMENT
In het gedragingenlijstonderzoek wordt een methodiek ontwikkeld, waarin overtuigingen en beleving van de leraar omtrent zijn eigen beroepsidentiteit en de manier waarop hij vorm geeft aan interacties met de leerling systematisch aan de orde komen. Daarbij wordt recht gedaan aan de competentie en professionaliteit van de leraar, wanneer dat niet alleen gebeurt vanuit handelingsverlegenheid over een problematische leerling, maar vanuit ervaren competentie. Dit katern vormt een tweede tussenrapportage betreffende het onderzoek. Een eerste rapportage werd gepresenteerd op het ECER congres in 2004 (Van Doorn, Everaert, 2004)
DOCUMENT
In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) worden vooral voor de beroepsgerichte vakken zij-instromers ingezet als docent omdat zij actuele kennis en vaardigheden uit het werkveld hebben. Veel van deze zij-instromers verlaten het onderwijs alweer binnen drie tot vijf jaar wat bijdraagt aan het actuele lerarentekort. Inductietrajecten ondersteunen startende docenten bij de spanningen die zij ervaren in hun nieuwe beroep en kunnen zorgen voor meer welzijn en minder uitval. Deze interviewstudie heeft als vraagstelling: hoe ervaren zij-instromers staande inductietrajecten wat betreft hun beroepsidentiteitsontwikkeling, leerprocessen, passende begeleiding en co-creatie? Vier mogelijk werkzame elementen in inductietrajecten geïdentificeerd in eerder onderzoek, zijn benut als startpunt voor interviews met acht zij-instromers in het mbo. Deze elementen zijn: 1) de ontwikkeling van de beroepsidentiteit van de zij-instromer, 2) leerprocessen van volwassenen, 3) co-creatie van inductietrajecten en 4) begeleiding op maat. De interviewdata zijn thematisch geanalyseerd volgens de directed content analysis aanpak. In deze ronde tafel vragen we de deelnemers kritisch mee te kijken naar de interpretatie van de data.
MULTIFILE
Wat is de beroepsidentiteit van sociaal werk, wat behoort zij te zijn? Sociaal werk wordt wel omschreven als een professie maar ook als een ambacht, vaak zonder duidelijk onderscheid tussen en wellicht zelfs door impliciete gelijkstelling van deze kwalificaties. Met behulp van de ideaaltypische benadering kan echter worden aangetoond dat deze twee typen beroepen niet alleen veel overeenkomsten delen maar ook op enkele punten fundamenteel van elkaar verschillen. Op basis van het werk van Freidson (2001) en Sennett (2008) kan worden aangetoond dat het ideaaltypische doel van professies het realiseren van een abstracte waarde (zoals rechtvaardigheid) is, terwijl ambachten gericht zijn op het manipuleren van concrete materialen (bijvoorbeeld steen). Bijgevolg zijn (enkel) professies beroepen met een morele identiteit. In alle zelfdefinities van sociaal werk is deze morele identiteit, deze humanitaire kern aanwezig (zie bv. IFSW, NVMW). Daarom moet sociaal werk worden beschouwd als een professie en niet als een ambacht. Dit is niet louter een academische discussie maar beïnvloedt bijvoorbeeld de positie van dit beroep in de samenleving, zoals aan de hand van de ministeriële richtlijnen betreffende Welzijn Nieuwe Stijl kan worden geïllustreerd.
DOCUMENT
Duitstalige publicatie van Anja Swennen (VU) en Marco Snoek in een themanummer van het Oostenrijkse Journal für Lehrerinnen- und Lehrerbilding over het beroep van lerarenopleider, het belang van de ontwikkeling van een beroepsidentiteit voor lerarenopleiders en een schets van recente Europese beleidsontwikkelingen rond lerarenopleiders
DOCUMENT
This speech discusses how the professorship intends to support practitioners in the nursing domain and contribute to shaping nursing leadership and each person's professional individuality. The title of the speech, “Notes on Nursing 2.0,” is particularly intended to emphasize the need for these changes in the nursing domain. Not by assuming that nothing has changed in care and nursing since Nightingale's time. There has. Being educated in the professional domain is not only a given but a requirement. The knowledge domain of care and nursing has developed far and wide in nursing diagnostics and standards. Nursing science research, which Nightingale once started as the first female statistician in the British Kingdom, has firmly established itself in education and practice. Wanting to be of significance to others out of compassion is still the professional motivation, but there is no longer a subservient servitude (Cingel van der, 2012). At the same time, wholehearted leadership is not yet taken for granted in daily practice and optimal professional practice falters due to an equality principle of differently educated caregivers and nurses that has been held for too long. That is the need for change to which this 2.0 version “Notes on Nursing” and the lectorate want to contribute in the coming years. Chapter 1, through the metaphors in the story “The Cat Who Looked at the King,” describes the vision of emancipatory action research and the change principles that the lectorate will deploy. Chapter 2 contains the reason, mission and lines of research that are interrelated within the lectorate. Chapters 3 and 4 address the themes of identity and leadership, discussing their interrelationship with professional practice and developing a research culture. In addition, specific aspects that influence practice and work culture today are addressed, and how the lectorate contributes specifically to the development of nursing leadership and the formation of professional identity in the relevant domain is described. Chapter 5 contains a summary of the principles on which the research program is based, as well as information on current and future projects. Chapter 6 provides background information on the lector and the members of the knowledge circle.
DOCUMENT
full text via link. Beroepsethiek kan worden onderscheiden in drie vormen: smalle, brede en fundamentele beroepsethiek (vgl. De Jonge 1995, 2011). Sociaal werkers opereren in ethisch opzicht professioneel wanneer hun beroepsmatig handelen gebaseerd is op het waardefundament van de beroepsidentiteit (fundamentele beroepsethiek). Daarnaast moeten zij op basis daarvan rekening houden met de morele geladenheid van al hun doen en laten (brede beroepsethiek). Specifieke morele vraagstukken moeten zij ten slotte met de vereiste zorgvuldigheid benaderen (smalle beroepsethiek).
LINK