BackgroundTo reduce homelessness, it is important to gain a better understanding of the differences between homeless people who remain in institutions and those who gain and can sustain independent housing. This longitudinal study explores differences in housing transitions and differences in changes in health and self-determination between formerly homeless people still living in institutions 2.5 years later and those now living in independent housing in the Netherlands.MethodsThis study mapped the housing transitions of 263 participants from when they entered the social relief system (SRS) to 2.5 years later when they were in independent housing or institutions. These individuals were compared at the 2.5-year mark in terms of gender, age and retrospectively in terms of duration of homelessness. They were also compared with regard to changes in psychological distress, perceived health, substance use and self-determination.ResultsTwo and a half years after entering the SRS, 81% of participants were independently housed and 19% still lived in institutions. People in institutions had a longer lifetime duration of homelessness, were more often men, and their number of days of alcohol use had decreased significantly more, whereas independently housed people had shown a significant increase in their sense of autonomy and relatedness.ConclusionFormerly homeless people living in independent housing and in institutions show few health-related differences 2.5 years after entering the SRS, but changes in autonomy and relatedness are distinctly more prevalent, after the same period of time, in those who are independently housed.
De sector Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (BW/MO) heeft te maken met een groeiend aantal forensische cliënten. Er is behoefte aan een overzicht van best practices, do’s en don’ts in het methodisch handelen bij deze doelgroep. De vraag die we met dit onderzoek willen beantwoorden is: Welke best practices zijn er in de BW/MO-sector voor de begeleiding van en zorg aan forensische cliënten? In het huidige onderzoek zijn - na een literatuurverkenning - op systematische wijze de ervaringen van forensisch sociaal werkers en cliënten verzameld en bestudeerd. Dit werd op verschillende manieren gedaan in drie fases: Fase 1: Verkenning: groepsinterviews bij 15 BW/MO-instellingen Fase 2: Verdieping: 11 casuïstiekbesprekingen bij BW/MO-instellingen Fase 3: Uitwisseling: een onlinebijeenkomst (forensisch carrousel) De forensische doelgroep binnen de BW/MO bestaat voornamelijk uit mannen met multiproblematiek, zoals verslaving, agressie en psychiatrische problemen. Ze wonen in verschillende beschermde woonvormen met meer of minder zelfstandigheid en (ambulante) begeleiding. De belangrijkste best practices die professionals tijdens de verkenning noemden zijn: het bieden van een duidelijke structuur en heldere kaders, investeren in de werkalliantie (onder andere vanuit de presentiebenadering), goede samenwerking met ketenpartners met duidelijke afspraken over ieders taken en verantwoordelijkheden, herstelgericht werken aan kleine doelen, werken aan destigmatisering, werken met signaleringsplannen en risicotaxaties, zorgvuldig plaatsen van cliënten en de inzet van vrijwilligers en forensische ervaringsdeskundigen. Een deel van de instellingen plaatst forensische cliënten bij elkaar (geclusterd) omdat forensische expertise dan gerichter kan worden ingezet, andere instellingen plaatsen forensische cliënten bij andere cliënten (gespikkeld) om normalisering in de hand te werken. In de verdiepingsfase kwamen de volgende best practices aan de orde met betrekking tot ketensamenwerking: duidelijkheid scheppen over rollen en verantwoordelijkheden, de cliënt zelf laten beslissen bij uitstroom na detentie met bajes-uit begeleiding, en driegesprekken organiseren met toezichthouder, begeleider en cliënt. Best practices met betrekking tot krachtgericht werken zijn: duidelijke grenzen stellen, zoeken naar datgene waar de cliënt zelf regie op kan voeren en bekrachtigen wat iemand bereikt binnen het kader van de bijzondere voorwaarden. Overige best practices zijn: zorgvuldige matching van cliënt en vrijwilliger en werken aan destigmatisering op verschillende niveaus. Tijdens het forensisch carrousel is de bredere toepasbaarheid van de verzamelde best practices verkend. Werkzame elementen van goede ketensamenwerking, krachtgericht en herstelgericht werken in relatie tot risico’s en probleemgedrag, de inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen en werken aan destigmatisering werden breed onderkend, maar er zijn ook uitdagingen. Deskundigheidsbevordering is daarmee zowel een best practice als een aanbeveling.
MULTIFILE
De BW/MO sector (beschermd wonen en maatschappelijke opvang) heeft te maken met een toenemend aantal cliënten met een forensische titel. In tegenstelling tot reguliere cliënten dient bij forensische cliënten ook rekening gehouden te worden met risico op herhaling van delictgedrag en inperking van vrijheden. Er is behoefte aan een overzicht van best practices voor de begeleiding en zorg aan deze doelgroep.Doel We onderzoeken welke ervaringen er zijn opgedaan en welke werkmethodes en activiteiten er worden uitgevoerd. Door dit in kaart te brengen en te onderbouwen met wetenschappelijke kennis, ontwikkelen we een handreiking voor professionals. Daarbij integreren we kennis over het werken met forensische cliënten met de methodiek van krachtgericht werken. Resultaten Behalve een eindrapport leveren we een aantrekkelijk eBook op met concrete handvatten voor de praktijk, aangevuld met een factsheet en een filmpje. Looptijd 01 mei 2021 - 01 november 2022 Aanpak Het project vindt plaats in drie fases: We benaderen de 18 grootste BW/MO instellingen. Per instelling voeren we een gesprek met o.a. forensisch coördinatoren. Ook leveren instellingen gegevens aan waarmee de forensische doelgroep kan worden beschreven. Bij 6 instellingen organiseren we meeloopdagen. Ter afsluiting organiseren we voor alle instellingen een ‘forensisch carrousel’ waar ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Downloads en links
Eén van de centrale producten die het project ‘ICT en Domotica bij Transitieplanning voor mensen met autisme’ heeft opgeleverd is een transitieplan voor het begeleiden van jongeren met autisme naar meer zelfstandigheid op de domeinen wonen, leren en werken (van de Wijdeven, 2013; zie: http://www.han.nl/onderzoek/werkveld/onderwerpen/zelfredzamer-door-ict). Het transitieplan diende als basis voor de inzet van de ICT-middelen. De kernvisie was dat men ICT-middelen niet per betrokken organisatie moet inzetten, maar dat de ICT-middelen ondersteunend moeten zijn voor het persoonlijk plan van de jongeren met autisme. Vanuit deze visie is een methodiek ingezet waarmee de jongere met zijn/haar sociale netwerk tot een plan komt dat leidend zou moeten zijn voor de behandel- en ondersteuningsplannen van de betrokken organisaties: Person Driven Planning (PDP). Als uitvloeisel van dit plan is een aansluitende pilot uitgevoerd waarin de visie en methodiek van PDP succesvol is toegepast bij de doorstroom van jongeren van het behandelcentrum Dr. Leo Kannerhuis (LKH) naar het RIBW Arnhem en Veluwe Vallei. In een HAN-lectoraatonderzoek onder medewerkers die met deze nieuwe werkwijze aan de slag gingen kwamen een aantal aanbevelingen naar voren die de PDP-toepassing aanzienlijk zouden verbeteren. Een belangrijk knelpunt was dat medewerkers een aanspreekpunt miste voor de toepassing van de methodiek. Hierover volgde in het eindrapport van de pilot het volgende advies: Kennis en ervaring bundelen en concentreren in een Expertteam van “naturals en learners” uit de betrokken organisaties, met praktische en inhoudelijke ondersteuning van docenten, studenten en onderzoekers van de HAN binnen het concept van de Leerwerkplaats. Het Expertteam dient als vraagbaak en aanspreekpunt voor de medewerkers van LKH en RIBW. Het Expertteam monitort de ondersteunende instrumenten (GAS, ORS & SRS, Quli), ondersteunt medewerkers in het gebruik en ontwikkelt waar nodig. Het Expertteam heeft een trekkersrol vanuit eenzelfde visie op netwerkzorg, toegepast door alle medewerkers van beide organisaties. Het lectoraat Levensloopbegeleiding bij Autisme is betrokken, niet alleen vanuit onderwijsoogpunt, maar ook m.b.t. onderzoek en innovatie. Tevens wordt aanbevolen om de werkwijze uit te breiden naar 1) andere afdelingen binnen de jongerenlijn van het LKH, en 2) andere uitstroompartners van het LKH (zoals Siza, Plurijn, Zorgburo de Liemers, Woonzorgnet, School de Brouwerij, Kristallis school, gemeenten). Voordat dit mogelijk is moet het Expertteam daadwerkelijk worden geformeerd met medewerkers uit de organisaties en docenten, studenten en onderzoekers van de HAN. Er moet tot een gezamenlijke werkwijze van het Expertteam worden gekomen die wordt beschreven in een handleiding, die vervolgens kan worden toegepast bij toetreding van nieuwe netwerkpartners, of in contexten waarin ook met de PDP-methodiek in een zorgnetwerk wordt gewerkt (ook met andere doelgroepen).
Gemeenten en maatschappelijke organisaties werken in de provincie Utrecht samen om zowel maatschappelijke opvang als beschermd wonen veel meer lokaal ‘in de wijk’ te organiseren. Aan de hand van 15 pilots wil men leren hoe een beschermd thuis kan worden gerealiseerd.Doel Dit project heeft als doel om kennis te verzamelen rondom de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis: wat helpt om dit te realiseren? Daarnaast dient deze kennis tussen partijen te worden uitgewisseld: hoe kunnen we structureel van elkaar leren? Resultaten Dit project resulteert in een factsheet van (niet) werkzame factoren om transitie beschermd thuis te realiseren. Tevens wordt een structureel leernetwerk gerealiseerd tussen betrokken partijen rondom het vraagstuk van goed beschermd thuis kunnen wonen. Looptijd 02 december 2019 - 30 september 2021 Relevantie en impact Dit project genereert inzicht in de werkzame elementen om de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis te realiseren. Aanpak Uitvoeren van een quick scan op twee momenten onder de geselecteerde pilots: wat wil men bereiken, wat werkt en wat niet? Beleggen van leer- en inspiratiebijeenkomsten voor kennisuitwisseling en inspiratie om samen een stap verder te komen in de transitie.