The implementation of games in architecture and urban planning has a long history since the 1960s and is still a preferential tool to foster public participation and address contemporary spatial-and social-conflicts within the urban fabric. Moreover, in the last decade, we have seen the rise of urban play as a tool for community building, and city-making and Western society is actively focusing on play/playfulness-together with ludic dynamics and mechanics-as an applied methodology to deal with complex challenges, and deeper comprehend emergent situations. In this paper, we aim to initiate a dialogue between game scholars and architects through the use of the PLEX/CIVIC framework. Like many creative professions, we believe that architectural practice may benefit significantly from having more design methodologies at hand, thus improving lateral thinking. We aim at providing new conceptual and operative tools to discuss and reflect on how games facilitate long-Term planning processes and help to solve migration issues, allowing citizens themselves to take their responsibility and contribute to durable solutions.
Sociale media geven organisaties direct toegang tot hun (potentiele) gebruikers en bieden een mogelijkheid om te leren over wat ze willen en bezighoudt en met wie ze in verbinding staan. Veel organisaties staan via bijvoorbeeld Facebook of Twitter op die manier al met hun gebruikers in contact en geen marketingcampagne doet het meer zonder likes en tweets. Steeds meer organisaties gebruiken dan ook sociale media, deels reeds geïntegreerd in marketing, maar deels ook om de boot niet te missen of ?omdat de klant dat vraagt?. Hoeveel ze daarin investeren en dat in de toekomst ook willen blijven doen, hangt af van de effectiviteit van sociale media. Maar wanneer is het effectief, wat bepaalt die effectiviteit en hoe meten we de effectiviteit? Er bestaan inmiddels talloze hulpmiddelen om daartoe de output van sociale netwerken te monitoren en te analyseren (aantallen likes, comments, tweets, etc.). De belofte van effectiviteit schuilt echter met name in het gaandeweg vormgeven en verspreiden van de communicatie in samenwerking met netwerkgebruikers (user generated content, co-creatie, virale of netwerkeffecten). Sociale media zijn echter zo nieuw en in de mix zo complex dat er over de effectiviteit van deze interactieve vorm van communicatie nog weinig bekend is. Het project ?The Network is the Message? ontwikkelt nieuwe kennis en middelen om de werking van sociale media beter te begrijpen en de mogelijkheden ervan beter te benutten. Onze belangrijkste doelgroep is daarbij de communicatieprofessional, voor wie sociale media inmiddels cruciale tools zijn in de uitoefening van hun taak. Hoewel dat in zijn algemeenheid en voor iedereen geldt, lijkt het MKB in het nadeel ten opzichte van multinationals, die meer capaciteit en middelen hebben om met sociale media te experimenteren. In Nederland zijn het vooral de grotere communicatiebureaus die over voldoende mensen en middelen beschikken om de effectiviteit van campagnes systematisch te meten, terwijl het gros van de communicatiebureaus tot het kleinere MKB behoren. Op basis van de in het project verkregen kennis wordt een speciaal op het MKB gerichte toolkit ontwikkeld en beproefd waarmee communicatieprofessionals beter in staat zijn om een sociaal netwerk te activeren en grip te krijgen op de effectiviteit van hun online interactieve communicatie. De hoofdvraag van het project luidt: ?Hoe kan de effectiviteit van communicatie in online sociale netwerken worden beoordeeld en verbeterd?? De deelvragen hebben betrekking op: 1. De potentie van een sociaal netwerk: Wat maakt een sociaal netwerk tot een goed netwerk? Hoeveel respons kan ik verwachten van een netwerk als ik het aanspreek? Hoeveel doorgifte kan ik verwachten? Wat bepaalt deze respons? 2. De werking van een boodschap: Wat zijn de werkzame elementen van een sociale media boodschap? Welke elementen bepalen of een boodschap wel of niet wordt opgepikt en verspreid? 3. Het resultaat van een sociale actie/campagne: Wat is er beoogd met de actie/campagne en is dit doel bereikt? Aantallen likes en tweets zeggen wel iets over de verspreiding van de boodschap, maar hoe moeten we dit interpreteren? Zijn de juiste personen bereikt (precisie)? De antwoorden op deze deelvragen bepalen in samenhang de kans op succes van sociale media communicatie. Het onderzoek bestaat uit een non-experimentele en een experimentele fase. In de non-experimentele fase zullen praktijkcases aan de hand van het activatiepotentieel (netwerkstructuur en gebruikersprofielen) en mogelijke werkzame elementen (gebruikte communicatietechnieken en versnellende variabelen als een tag of video) worden beoordeeld op resultaten (verspreiding en precisie). De bevindingen uit deze non-experimentele fase zullen vervolgens worden gebruikt om in de experimentele fase systematisch het effect van verschillende technieken en versnellers te bepalen. Voor een zinvolle maat van effectiviteit zal het resultaat van een campagne vergeleken worden met het potentieel van het netwerk.
Measuring and designing user experience in retail and gaming virtual reality using a CAVE set-up In this project we designed and measured user experiences in a CAVE virtual reality set-up. Virtually all studies have taken the form of experiment studies and have been conducted among consumers (in total more than 1500 consumers) who had to visit the virtual world with assignments based on which behaviour has been observed and after which a survey was conducted afterwards. The studies were carried out within the three lines of inquiry: a. Branded games / in-game advertising, revealing (positive) effects of in-game advertising on attention and attitude based on logos and faces incorporated into the games. Various applications (prototypes) have been developed that stimulate the shopping experience and the interaction between shop and consumer. (b) FMCG: studies answered the question which factors influence search and choice behaviour in the supermarket. On the basis of the studies, the clients have designed new packaging and adapted existing designs, deployed new shelf layouts, developed and implemented new Retail strategies, optimized instore communication and (e) the knowledge about consumer behaviour in the supermarket within the organization has been increased. (c) Location Based Advertising: recommendations have been made for the partners concerned and the field of work on (a) development of non-intrusive pervasive/ubiquitous advertising concepts (2nd screen, LBA, gaze-based advertising etc.), (b) development of virtual test environments and associated interaction methods and (c) exploration and review of theoretical models for persuasive communication and behavioural influence. Partners: Heinz, Nokia, DVJ-Insights, Radboud University, Brand Loyalty, IRI, Talpa, TU/e, Philips