Dit proefschrift behandelt de vraag hoe maatschappelijke actoren (‘crisismakelaars’) een sluimerende crisis aan de orde stellen, en hoe, op grond van inzicht in dit soort processen, overheidscommunicatie kan bijdragen aan het eerder identificeren en beter interpreteren van een dergelijke crisis.
Eigen veiligheid of slachtoffers voorkomen (hoofdstuk 2) betreft een politieel onderwerp dat een nauwe relatie heeft met de AMOK-procedure. Vaak wordt deze procedure vereenzelvigd met school shootings; maar ook deze gebeurtenis laat zien dat dit begrip niet altijd de lading dekt. Het hoofdstuk (3) over de gezaghebbende professionals en professionele gezagsdragers zoomde in op beide categorieën en ook op de relatie tussen operationele functionarissen en de autoriteiten. Het hoofdstuk 4 gaat over de vraag: Wat weegt zwaarder: zorgvuldig forensisch onderzoek of de belangen van nabestaanden ? Na het hoofdstuk over de dodelijke slachtoffers volgde een hoofdstuk (5) over de gewonden. In de media is er met name na het uitkomen van het IOOV-rapport beroering ontstaan over het gemis aan medewerking van ziekenhuizen. Wij hebben geprobeerd de achterliggende verklaringen hiervoor te vinden. Het meest uitgebreide hoofdstuk (6) behandelde de relatie tussen het GBT en de driehoek. Gedurende de dag is een aantal zaken in de driehoek besproken en feitelijk besloten (en soms daarna nog bekrachtigd in het GBT). Verschillende bekende dilemma’s die spelen tussen het gemeentelijk/burgemeesterlijk belang en het strafrechtelijk belang zijn in deze Alphense casus belicht. Crisismanagement is vooral communicatiemanagement, zo stelden wij in hoofdstuk 7, waarbij met de snelle opkomst van de sociale media dit landschap niet alleen danig is veranderd, maar het voor gemeenten en andere betrokkenen alleen maar lastiger lijkt te zijn geworden om het goed te doen. Het laatste meer thematische hoofdstuk (8) behandelde de wijze waarop bij betrokken organisaties (politie, ambulancedienst en gemeente) na afloop de nazorg voor het eigen personeel is opgepakt
@CRISIS VIA CROSSMEDIA doet Hogeschool Utrecht onderzoek naar crisiscommunicatie en veiligheid. Het project speelt in op een sterke behoefte bij communicatie-en veiligheidsadviseurs. Namelijk: hoe kan bij crises beïnvloed door sociale media effectief vorm worden gegeven aan crisiscommunicatie en crisismanagement op basis van wetenschappelijke inzichten. Deze brochure geeft een korte weergave van de achtergrond van het onderzoek, onderzoeksmethoden, de samenwerkingspartners, het onderzoeksteam en de koppeling met het onderwijs. Aan deze brochure werkten verder mee: Marleen Haage, Karin Hilhorst, Menno van Duine en Reint Jan Renes
LINK
Het effect van klimaatverandering is actueler dan ooit, vooral voor agrarische ondernemers. De droogte, hitte, zeespiegelstijging, wateroverlast en latere nachtvorst hebben impact op de landbouwsector. Agrarische ondernemers reageren veelal vanuit crisismanagement op effecten van klimaatverandering. Wanneer de problemen er zijn, vinden zij een oplossing, vaak ad hoc en voor het eigen bedrijf. Door bewustwording omtrent klimaatrisico’s en vanuit een (langere) termijnvisie handelen, is de agrarische ondernemer voorbereid op de effecten van klimaatverandering en kunnen potentiële risico’s ook kansen zijn. De doelstelling van het onderzoeksproject is beantwoording van de vraag: “Hoe kan de ondernemer goed zicht krijgen op de risico’s van klimaatverandering op het eigen bedrijf en welke handelingsperspectieven heeft de ondernemer om die risico’s te beperken, met inachtneming van andere transitievraagstukken?” De hoofdvraag is verdeeld in drie deelvragen met corresponderende werkpakketten. Het eerste werkpakket geeft inzicht in risicomanagement en aspecten die daarbij aan de orde komen op bedrijfs-, keten-, en gebiedsniveau. Het tweede werkpakket levert hulpmiddelen om agrariërs handelingsperspectieven te bieden ter voorbereiding op klimaatverandering. In het derde werkpakket wordt geanalyseerd hoe, en met welke middelen, agrarische ondernemers doeltreffend in het proces van aanpassing begeleid kunnen worden. Gedurende het project leveren werkpakketten input aan elkaar ter afstemming van resultaten. Om praktijkrelevantie van projectresultaten te waarborgen wordt vanaf het begin uit praktijkcasussen informatie opgehaald en nauw samengewerkt met de agrariërs. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bedrijfsnetwerken, platform Groen Kennisnet en tools. Het consortium bestaat uit Hogeschool Inholland, HAS hogeschool, Van Hall Larenstein, Aeres Hogeschool, NHL-Stenden, Delphy, Waterschap Aa en Maas en Proefbedrijf Randwijk BV. Er is samenwerking met agrarisch ondernemers, mbo’s, publieke organisaties, en praktijkorganisaties. Beoogd wordt om crisismanagement plaats maakt voor risicomanagement, en waarin kennis wordt omgezet naar pro-actief handelen in de praktijk. Daarnaast levert het project input op voor het groene beroepsonderwijs.