Book review of Critical perspectives on plurilingualism in deaf education. Kristin Snoddon and Joanne C. Weber (Eds.), Bristol: Multilingual Matters. 2021. 272 pp.
Growing research in sign language recognition, generation, and translation AI has been accompanied by calls for ethical development of such technologies. While these works are crucial to helping individual researchers do better, there is a notable lack of discussion of systemic biases or analysis of rhetoric that shape the research questions and methods in the field, especially as it remains dominated by hearing non-signing researchers. Therefore, we conduct a systematic review of 101 recent papers in sign language AI. Our analysis identifies significant biases in the current state of sign language AI research, including an overfocus on addressing perceived communication barriers, a lack of use of representative datasets, use of annotations lacking linguistic foundations, and development of methods that build on flawed models. We take the position that the field lacks meaningful input from Deaf stakeholders, and is instead driven by what decisions are the most convenient or perceived as important to hearing researchers. We end with a call to action: the field must make space for Deaf researchers to lead the conversation in sign language AI.
LINK
Eight deaf scholars come together to reflect on their experiences with exclusionary practices in the academy that contribute to feelings of imposterism, otherness, and not-belonging. The combined powers of ableism, audism, and negative attitudes about signed languages generate tension as deaf academics affirm their place within higher education institutions and fields of research. Across individual and shared experiences, they narrate about hostility towards disability and sign languages, reflecting on how such hostilities work towards excluding signing deaf scholars. As disability rights legislation increased access for deaf academics, gaps exist in which ableism continues to function as an institutional barrier. In spite of exclusionary practices and negative attitudes, deaf academics have organized ways to be resilient as they argue they make valuable contributions to scholarly discourses.
LINK
Het MADS-project brengt zeven universiteiten uit Europa en het Verenigd Koninkrijk samen met als doel een nieuw internationaal gezamenlijk masterprogramma Applied Deaf Studies (MADS) op te zetten. Het project wordt geleid door de Hogeschool Utrecht. Volkshogeschool Castberggård in Denemarken is betrokken als niet-academische partner. Het project wordt gefinancierd door de Erasmus Mundus Design Measure, die valt onder het Erasmus+ programma. Alle betrokken academici in het project zijn doof, waardoor het het grootste door doven geleide academische consortium ooit is.Doel MADS heeft tot doel drie belangrijke lacunes op het gebied van Deaf Studies aan te pakken: Gebrek aan beschikbare onderwijsmogelijkheden op Master niveau: ondanks significante vooruitgang op het gebied van Deaf Studies de afgelopen jaren, is er een gebrek aan overeenkomstige groei in onderwijsprogramma’s. Momenteel is er geen masterprogramma Deaf Studies in het Verenigd Koninkrijk en Europa. Gebrek aan verbinding tussen onderzoek en praktijk: onderzoeksresultaten in Deaf Studies moeten worden toegepast op praktische gebieden zoals belangenbehartiging, onderwijs, onderzoek en dienstverlening. Daarom is het de bedoeling dat MADS een programma wordt in Applied Deaf Studies, om studenten uit te rusten met vaardigheden voor de professionele praktijk, zodat onderzoeksresultaten bijdragen aan oplossingen in de echte wereld. Gebrek aan toegang voor dove studenten tot programma's Deaf Studies: hoewel het programma open zal staan voor alle studenten, streeft MADS specifiek naar werving van dove studenten wereldwijd. Dove studenten hebben traditioneel meer barrières en minder kansen gehad om hoger onderwijs te volgen, met name in programma's Deaf Studies. In april 2023 organiseerde het MADS consortium een workshop samen met de Frontrunners studenten en leerkrachten aan Castberggård in Denemarken. Daar werd onder meer curriculumontwikkeling besproken, en de structuur en opzet van een mogelijke Master. In 2023 zullen er ook nog presentaties en workshops zijn op het Wereld Congres van de Werelddovenfederatie in Jeju, Zuid-Korea, en op de International Deaf Academics and Researchers conference in Wenen, Oostenrijk. Van 11-15 december organiseren we een Applied Deaf Studies Taster Week in Ål, Noorwegen. Meer informatie volgt. Resultaten Aan het einde van het project is het doel: Zijn de universiteiten geïdentificeerd die MADS gaan aanbieden. Is een nieuw, innovatief geïntegreerd transnationaal studieprogramma ontwikkeld. Zijn er een gezamenlijk accreditatiesysteem en gezamenlijke procedures voor studentenaanmelding en toelating opgezet. Looptijd 01 november 2022 - 31 januari 2024 Aanpak Het huidige MADS-project voert een behoefteanalyse uit onder potentiële studenten en organisaties in het werkveld, met als doel curriculumontwikkeling. Impact voor het onderwijs Dit project dicht de kloof tussen Deaf Studies onderzoek, dat exponentieel gegroeid is de laatste 10 jaar, en toepassingen van dit onderzoek in de beroepspraktijk, en het onderwijs. We willen bereiken dat nieuw onderzoek in Deaf Studies de vertaalslag maakt naar het onderwijs, en naar de beroepspraktijk. Cofinanciering Het onderzoek wordt medegefinancierd door Erasmus Mundus Design Measure (Erasmus +). Downloads en links
De Nederlandse geboortezorg kent structurele capaciteitsproblemen, voornamelijk door personeelsgebrek in de ziekenhuizen. Dit leidt tot tijdelijke opnamestops op verloskundeafdelingen van uren tot dagen. Daarnaast is er in toenemende mate concentratie van zorg, waarbij verloskundeafdelingen permanent sluiten. Vrouwen kunnen hierdoor niet altijd binnen de eigen regio bevallen en aanrijtijden naar ziekenhuizen nemen toe. Wanneer een verloskundige voor een poliklinische bevalling naar een ziekenhuis buiten de regio moet, komt de zorg voor de overige cliënten in de praktijk in het gedrang. Dit heeft effecten op veiligheid van zorg, ervaringen van cliënten en op (werk)tevredenheid van verloskundigen. Verloskundigen worden geconfronteerd met gevolgen en oplossingen waar zij onvoldoende grip op hebben. Zij willen meer regie kunnen voeren over de inrichting van zorg die aansluit bij hun kernwaarden en die van cliënten, met behoud van kwaliteit van zorg. Samen met verloskundigen kwamen we tot de onderzoeksvraag: Op welke manieren kunnen eerstelijns verloskundigen eigen regie nemen in de regionale organisatie van hun zorg – in lijn met hun beroepsidentiteit - om nadelige gevolgen van concentratie van zorg en opnamestops te beheersen? Door participatief actieonderzoek werken we binnen dit project aan het identificeren en vormgeven van passende regionale samenwerkingsvormen, die bijdragen aan de toegankelijkheid van de geboortezorg in de regio en met voldoende draagvlak voor implementatie. Dit doen we door 1) een gedragen collectieve beroepsidentiteit binnen de regio te ontwikkelen met een herijking van kritisch kernwaarden. Dit vormt input voor 2) de ontwikkeling van een predictiemodel dat effecten op capaciteit voorspelt. Verloskundigen krijgen hiermee een instrument in handen waarmee zij onderbouwd invloed uit kunnen oefenen op de organisatie van de geboortezorg, ter voorkoming van negatieve effecten van opnamestops en concentratie van zorg. Doel is toegankelijke, kwalitatief goede en duurzame verloskundige zorg te realiseren met samenwerkingsvormen die aansluiten bij kernwaarden van cliënten en verloskundigen.
Binnen dit onderzoeksvoorstel zoeken we naar mogelijkheden om van modeafval naar een nieuw modeproductiesysteem te gaan. De gemiddelde levensduur van een kledingstuk wordt steeds korter en soms wordt dit zelfs al na één keer dragen weggegooid. Door de toepasbaarheid van een nieuwe productiesysteem te onderzoeken wordt een circulair systeem van het biotisch materiaal uitgebreid. Dit wordt gedaan om zoveel mogelijk materiaal van de kledingafvalberg met waardebehoud te hergebruiken. In de werkpakketten zullen samenwerkingen tussen partners in verschillende disciplines en expertises inzichten geven in zowel de technisch als financieel haalbaarheid van dergelijke systemen. Dit om samen een eerste verkenning te maken om tot een haalbaar onderzoeksplan te komen voor verduurzaming van de mode-industrie.