Introduction: Success of e-health relies on the extent to which the related technology, such as the electronic device, is accepted by its users. However, there has been limited research on the patients’ perspective on use of e-health-related technology in rehabilitation care. Objective: To explore the usage of common electronic devices among rehabilitation patients with access to email and investigate their preferences regarding their usage in rehabilitation. Methods: Adult patients who were admitted for inpatient and/or outpatient rehabilitation and were registered with an email address were invited to complete an electronic questionnaire regarding current and preferred use of information and communication technologies in rehabilitation care. Results: 190 out of 714 invited patients completed the questionnaire, 94 (49%) female, mean age 49 years (SD 16). 149 patients (78%) used one or more devices every day, with the most frequently used devices were: PC/laptop (93%), smartphone (57%) and tablet (47%). Patients mostly preferred to use technology for contact with health professionals (mean 3.15, SD 0.79), followed by access to their personal record (mean 3.09, SD 0.78) and scheduling appointments with health professionals (mean 3.07, SD 0.85). Conclusion: Most patients in rehabilitation used one or more devices almost every day and wish to use these devices in rehabilitation. https://doi.org/10.1080/17483107.2017.1358302
Purpose eHealth projects in the Netherlands have various backgrounds. First, the number of persons aged 65 and over will have increased by 400,000 between 2008 and 20131. Over the same period, the potential workforce will have decreased from 4.2 persons at present to 3.6 persons for each 65 plus. Second, there is a shift from institutional care to care provided at home. The Dutch government promotes healthy behaviour and emphasises the importance of disease prevention2. People prefer to continue living in the community, even when their health is declining. Finally, Dutch policies stimulate the use of e-health in order to (i) support ageing-in-place (AiP), (ii) to enhance the quality of life of older adults, and (iii) to reduce the workload of professional carers. Method Vilans’ Centre of Excellence for Long-Term Care3 database of 85 projects was analyzed. The projects included in the database date from 2004 and after. Some of these projects have been completed and terminated; other projects are still ongoing. Although the database includes the majority of the projects, a complete coverage of all projects in The Netherlands is not guaranteed. To analyse the barriers, all projects were sorted according to one type of e-Health project (videoconferencing, activity monitoring, other types). In this study, basic, functional and economic values from the Model of Integrated Building Design4 were considered as relevant stakeholder values deemed necessary for a successful implementation. Results & Discussion Most projects in the database use e-Health for the support of older adults with (48 projects) or without (35 projects) care needs. In addition, dementia (19 projects), COPD and diabetes (both 11 projects) are the three health conditions that e-Health applications are most often used for. A major barrier for implementation is that only 11 out the 85 projects have a social business case. Another barrier is that requirements to building construction, building systems, e-Health applications or (building) services are hardly ever considered in the projects that also aim to support ageing-in-place. There are many stakeholders involved in the e-Health projects, and not all of the needs of these stakeholders are met in the design and implementation of the accompanying technologies. The execution of these projects seems to consist merely of an analysis of the technological applications with emphasis on the needs of the care recipient and other primary users. To date, e-Health projects in The Netherlands have not been fully implemented5. As well as a failure to include stakeholder needs and accounting for potential barriers, another reason may be that use of e-Health in care will imply innovating care protocols. Care provision shifting from a medical disease oriented model towards a care and wellbeing model. A structural exchange of knowledge and experience in functionalities and user needs will be necessary to take away barriers to a large-scale and successful implementation of e-Health in The Netherlands.
Background: Changes in reimbursement have been compelling for Dutch primary care practices to apply a disease management approach for patients with chronic obstructive pulmonary disease (COPD). This approach includes individual patient consultations with a practice nurse, who coaches patients in COPD management. The aim of this study was to gauge the feasibility of adding a web-based patient self-management support application, by assessing patients’ self-management, patients’ health status, the impact on the organization of care, and the level of application use and appreciation. Methods: The study employed a mixed methods design. Six practice nurses recruited COPD patients during a consultation. The e-Health application included a questionnaire that captured information on demographics, self-management related behaviors (smoking cessation, physical activity and medication adherence) and their determinants, and nurse recommendations. The application provided tailored feedback messages to patients and provided the nurse with reports. Data were collected through questionnaires and medical record abstractions at baseline and one year later. Semi-structured interviews with patients and nurses were conducted. Descriptive statistics were calculated for quantitative data and content analysis was used to analyze the qualitative data. Results: Eleven patients, recruited by three nurses, used the application 1 to 7 times (median 4). Most patients thought that the application supported self-management, but their interest diminished after multiple uses. Impact on patients’ health could not be determined due to the small sample size. Nurses reported benefits for the organization of care and made suggestions to optimize the use of the reports. Conclusion: Results suggest that it is possible to integrate a web-based COPD self-management application into the current primary care disease management process. The pilot study also revealed opportunities to improve the application and reports, in order to increase technology use and appreciation.
Het project Beter Voorbereid optimaliseert, onderzoekt en verduurzaamt de e-health applicatie BeterVoorbereid om het preoperatieve zorgtraject te ondersteunen. Goede voorbereiding is het halve werk. Dit geldt ook voor patiënten op de wachtlijst voor een chirurgische ingreep. Onderzoek laat zien dat een sneller herstel gerelateerd is aan een goede gezondheidsstatus voorafgaand aan een operatie. Het aanpassen van leefstijl en fysieke conditie voor een operatie is daarom effectief in het verbeteren van fysiek functioneren na de operatie. Het blijkt echter lastig om patiënten goed te informeren in de hectische periode voor een operatie. Onderzoek laat zien dat slechts 15% van de gegeven informatie wordt onthouden. Daarnaast is het voor tweedelijns fysiotherapeuten lastig om gepaste zorg te organiseren voor de patiënt in zijn/haar woonomgeving. Dit heeft er toe geleid dat vanuit de (ziekenhuis)fysiotherapie het initiatief is genomen om samen met MKB partijen op zoek te gaan naar een mogelijke oplossing. Uit dit initiatief is de app BeterVoorbereid voort gekomen. Deze app bevat gepaste adviezen om de leefstijl en fysieke conditie van patiënten te verbeteren, en een koppeling naar een platform waar eerstelijns fysiotherapeut hun expertise aanbieden voor aanvullende persoonlijke begeleiding. De eerste versie van de app is in 2019 in een pilot getest. Op basis van resultaten en feedback uit de pilot is de app verder gepersonaliseerd en is in juni 2020 gestart met de grootschalige multicenter RCT. Het onderzoek Beter Voorbereid richt zich op de randvoorwaarden voor een duurzame implementatie van de app en de daaraan gekoppelde zorg door 1) het personaliseren van de app, 2) het opzetten van een preoperatief netwerk, 3) onderzoek naar de effectiviteit op patiëntuitkomsten en 4) inzet op implementatie en businessmodellen van de innovatie. In alle werkpakketten wordt zowel onderwijs als de beroepspraktijk vanaf het begin van het project actief betrokken.
Een goede voorbereiding is het halve werk, ook voor patiënten op de wachtlijst voor een chirurgische ingreep. We onderzoeken hoe de e-health-applicatie 'Beter Voorbereid' mensen helpt om sterker aan de start van een operatie te staan en zo sneller te herstellen.Doel De e-health-applicatie Beter Voorbereid helpt patiënten om zich voor te bereiden op hun operatie. Ons onderzoek richt zich op de effectiviteit, verbetering en implementatie van de app met vier werkpakketten: Het optimaliseren van de app op basis van ervaringen van patiënten en zorgverleners. Het vormen van een netwerk van eerste- en tweedelijns zorgverleners die zorg voorafgaande aan een operatie bieden. Het onderzoeken van de effectiviteit van de app. Het opstellen van een implementatieplan, inclusief businessmodellen, van de app Beter Voorbereid. Resultaten Dit onderzoek loopt momenteel. Na afronding vind je hier een samenvatting van de resultaten. Lees meer over dit project op beter-voorbereid.nl. Looptijd 01 november 2018 - 01 januari 2023 Aanpak Binnen het Amsterdam UMC, locatie VUmc en het UMC Utrecht is een pilot gehouden naar de studieprocedures en bruikbaarheid van de applicatie. Naar aanleiding van deze resultaten worden verbeteringen doorgevoerd in de procedures van het onderzoek en de inhoud van de applicatie. Vervolgens zal in vier ziekenhuizen een groot Randomized Controlled Trial (RCT) starten naar de effectiviteit van de applicatie. Naast het Amsterdam UMC en UMC Utrecht zal dit ook plaatsvinden bij het Dijklander ziekenhuis in Hoorn. In deze periode zal ook het onderzoek naar de bredere implementatie van de app 'Beter Voorbereid' worden uitgevoerd.
Het project BeterVoorbereid optimaliseert, onderzoekt en implementeert de e-health applicatie BeterVoorbereid om het preoperatieve zorgtraject te ondersteunen en het fysiek herstel van patiënten te verbeteren. Een goede voorbereiding is het halve werk, ook voor patiënten op de wachtlijst voor een chirurgische ingreep. Onderzoek laat zien dat verbeteren van leefstijl en fysieke conditie voorafgaand aan een operatie positieve effecten heeft op het fysieke herstel na de operatie . Het blijkt echter lastig om patiënten goed te informeren in de hectische periode voor operatie. Onderzoek laat zien dat slechts 20% van de informatie wordt onthouden. Daarnaast is het voor patiënten en tweedelijns fysiotherapeuten lastig om gepaste zorg te vinden in de woonomgeving van de patiënt en is financiering van deze preoperatieve zorg een uitdaging. Dit heeft er toe geleid dat enkele fysiotherapeuten het initiatief hebben genomen om samen met MKB partijen op zoek te gaan naar een mogelijke oplossing. Uit dit initiatief is de app BeterVoorbereid voort gekomen. Deze app bevat gepaste adviezen om de leefstijl en fysieke conditie van patiënten te verbeteren, en een koppeling naar een platform waar eerstelijns fysiotherapeuten hun expertise aanbieden om patiënten te begeleiden bij hun preoperatieve voor bereiding. De eerste versie van de app wordt in het voorjaar van 2018 in een pilot getest. Er liggen reeds wensen voor het verder personaliseren van de app en het opzetten van een robuust preoperatief netwerk van eerstelijns fysiotherapeuten rondom de ziekenhuizen die de app aanbieden. Dit voorstel richt zich daarom op de randvoorwaarden voor een duurzame implementatie van de app en de daaraan gekoppelde zorg door 1) het personaliseren van de app, 2) het opzetten van een preoperatief netwerk, 3) onderzoek naar de effectiviteit op patiëntuitkomsten en 4) inzet op implementatie en businessmodellen van de innovatie. In de werkpakketten wordt zowel onderwijs als de beroepspraktijk actief betrokken.