If eHealth interventions are not used (properly), their potential benefits cannot be fulfilled. User perceptions of eHealth are an important determinant of its successful implementation. This study examined how patients with chronic obstructive pulmonary disease (COPD) and their physiotherapists (PHTs) value an eHealth self-management intervention following a period of use. The study aimed to evaluate the perceptions of COPD patients and their PHTs as eHealth users. In this study, an eHealth self-management intervention (website and mobile phone app) aimed at stimulating physical activity (PA) in COPD patients was evaluated by its users (patients and PHTs). As participants in a randomized controlled trial (RCT), they were asked how they valued the eHealth intervention after 6 months’ use. Interview requests were made to 33 PHTs from 26 participating practices, and a questionnaire was sent to 76 patients. The questionnaire was analyzed in Excel (Microsoft). The interviews with the PHTs and text messages (short message service, SMS) sent between patients and PHTs were transcribed and independently coded in MAXQDA 10 for Windows (VERBI GmbH).
Background: This study investigates patients’ use of eHealth services, their awareness of the availability of these services, and their intention to use them in primary care. It also examines patient characteristics and factors that influence the use of these services. Methods: A cross-sectional design using questionnaires was conducted. Based on the unified theory of acceptance and use of technology (UTAUT), the participants rated the two most common services. Descriptive analyses and linear correlation analyses were performed. A simple linear regression was conducted to identify factors influencing the participants’ intention to use eHealth services. Results: In total, 1203 participants with an average age of 43.7 years were surveyed. The participants’ usage rates varied, with the lowest at 2.4%, for measuring vital signs, and the highest at 47.4%, for booking appointments. The intentions to use the services ranged from 22.5%, for video consultations, to 46.6%, for prescription refill requests. Approximately 20% of the respondents were unaware of each service’s availability. Positive associations were found between all the constructs and the intention to use online services, with a younger age being the most significant factor. Conclusions: The use of and intention to use eHealth services varied greatly. The participants were often unaware of the availability of these services. Promoting the availability and benefits of eHealth services could enhance patient engagement in primary care settings.
MULTIFILE
Background: The strain on health care services is increasing due to an ageing population and the increasing prevalence of chronic health conditions. eHealth could contribute to optimise effective and efficient care to older adults with one or more chronic health conditions in the general practice. Aim: The aim of this study was to identify the needs, barriers and facilitators amongst community-dwelling older adults (60þ) suffering from one or more chronic health conditions, in using online eHealth applications to support general practice services. Methods: A qualitative study, using semi-structured followed by think-aloud interviews, was conducted in the Netherlands. The semi-structured interviews, supported by an interview guide were conducted and analysed thematically. The think-aloud method was used to collect data about the cognitive process while the participant was completing a task within online eHealth applications. Verbal analysis according to the Chi approach was conducted to analyse the think-aloud interviews. Findings: A total of n = 19 older adults with a mean age of 73 years participated. The ability to have immediate contact with the GP on important health issues was identified as an important need. Identified barriers were non-familiarity with the online eHealth applications and a mismatch of user health needs. The low computer experience resulted in non-familiarity with the online eHealth applications. Faltering applications resulted in participants refusing to participate in the use of online eHealth applications. Convenience, efficiency and the instant availability of eHealth via applications were identified as important facilitators. Conclusion: To improve the use and acceptability of eHealth applications amongst older adults in the general practice, the applications should be tailored to meet individual needs. More attention should be given to improving the user-friendliness of these applications and to the promotion of the benefits such as facilitating older adults independent living for longer.
Wat dragen creatieve onderzoeksmethodes bij aan vernieuwing binnen de zorg? We onderzoeken dit binnen tien projecten van het Create Health-programma van ZonMw. In deze projecten wordt kennis ontwikkeld over de toegevoegde waarde van creatieve manieren van werken bij e-health innovatie. Informatie over de onderzoeksresultaten is te vinden op de website: husite.nl/creatieve-onderzoeksmethodes en het artikel: CHIWaWA maakt samenwerking in create-health onderzoek inzichtelijk | Hogeschool Utrecht (hu.nl)Doel Het Create Health programma heeft tot doel om bij te dragen aan maatschappelijke uitdagingen rondom gezond en actief ouder worden. CHIWaWA werkt daarbij toe naar een conceptueel model dat manieren van werken in kaart brengt in create health projecten – gekoppeld aan theorie over boundary crossing en research impact – met betrekking tot projectuitkomsten en kennis-, persoonlijke-, en systeemontwikkeling van betrokken actoren. Resultaten onderzoek Kennis die zowel online als offline te raadplegen is, in een boek, in wetenschappelijke artikelen en op een website. Deze kennis bevat: Inzicht in kansen om impact van e-health innovatie in ‘create health’-samenwerking te vergroten; Projectnarratieven met ‘best practices’ voor interdisciplinaire samenwerking waarbij onderzoekers, creatieve industrie en zorgprofessionals betrokken zijn; Guidelines voor ontwikkelaars van e-health applicaties m.b.t. samenwerking met de creatieve industrie; Guidelines voor beleidsmakers m.b.t. het stimuleren van samenwerking tussen zorg en creatieve industrie en het gebruik van creatieve manieren van werken om onderzoek naar de praktijk te krijgen; Aanpak Vanuit een service-dominant logic perspectief wordt bekeken hoe toegepaste kennis en skills worden gedeeld tussen actoren die betrokken zijn bij de verschillende ‘create health’-projecten, wat de meerwaarde daarvan is en wat actoren van die uitwisseling – als proces – leren. De focus ligt op co-creatie van waarde, die door samenwerking en uitwisseling tot stand komt. Door middel van procesonderzoek wordt er toegewerkt naar bijdragen aan theorieontwikkeling op het gebied van boundary crossing en contribution mapping. Resultaten Eindpublicatie: Create Health: Samenwerking tussen zorg, wetenschap en creatieve industrie (2023) Boek: Create Ways of Working. Insights from ten ehealth Innovation research projects (2022) Website www.creatieveonderzoeksmethodes.nl (2022) Bijdragen aan conferenties en symposia Co-design in de anderhalvemetermaatschappij (whitepaper), Dutch Design Week 2020. Download de presentatieslides. Collaborating in complexity. Strategies for interdisciplinary collaboration n design work, Design4Health conference 2020 Grounding Practices. How researchers ground their work in create-health collaborations for designing e-health solutions, Design4Health conference 2020 Seven ways to foster interdisciplinary collaboration in research involving healthcare and creative research disciplines, DementiaLab conference 2019 Posterpresentatie: Health x Design, DementiaLab conference 2019 Meer informatie over het Create Health programma Het ZonMw programma Create Health heeft als doel om bij te dragen aan de maatschappelijke uitdaging rondom gezond en actief ouder worden. Binnen het programma worden activiteiten uitgezet waarbij de samenwerking tussen de creatieve industrie en zorg en welzijn voorop staat. Het gaat hierbij om publiek-private samenwerking (PPS).
For English see below In dit project werkt het Lectoraat ICT-innovaties in de Zorg van hogeschool Windesheim samen met zorganisaties de ZorgZaak, De Stouwe, en IJsselheem en daarnaast Zorgcampus Noorderboog, Zorgtrainingscentrum Regio Zwolle, Patiëntenfederatie NPCF, VitaalThuis, ActiZ, Vilans, V&VN, Universiteit Twente en het Lectoraat Innoveren in de Ouderenzorg van Windesheim aan het in staat stellen van wijkverpleegkundigen om autonoom en doelmatig, op basis van klinisch redeneren, eHealth te indiceren en in te zetten bij cliënten. De aanleiding voor dit project wordt gevormd door de wijzigingen per 1 januari 2015 in de Zorgverzekeringswet. Wijkverpleegkundigen zijn sindsdien zelf verantwoordelijk voor de indicatiestelling en zorgtoewijzing voor verzorging en verpleging thuis: zij moeten bepalen welke zorg hun cliënten nodig hebben gezien hun individuele situaties, en hoe die zorg het best geleverd kan worden. Zorgverzekeraars leggen hierbij minimumeisen op, o.a. met betrekking tot de inzet van eHealth. Wijkverpleegkundigen hebben op dit moment echter niet of nauwelijks ervaring met het inzetten en toepassen van technologische toepassingen zoals eHealth. Vraagarticulatie leidde tot de volgende praktijkvraagstelling: 1. Hoe kunnen wijkverpleegkundigen worden voorzien in hun informatiebehoefte over eHealth? 2. Hoe kunnen wijkverpleegkundigen worden ondersteund in hun klinisch redeneren over het inzetten van eHealth bij hun cliënten? 3. Hoe kunnen wijkverpleegkundigen worden ondersteund bij het inzetten van eHealth in hun zorgproces? Het project levert hiertoe drie bijdragen: - De eerste bijdrage is een duurzaam geborgde keuzehulp (een app voor tablet of smartphone) waarmee wijkverpleegkundigen toegang hebben tot de benodigde informatie over eHealth-toepassingen en die aansluit bij de manier waarop wijkverpleegkundigen zorg indiceren (bijvoorbeeld door relaties te leggen tussen NIC-interventies en bijpassende eHealth-toepassingen). - Informatievoorziening is niet een afdoende antwoord op de handelingsverlegenheid van de wijkverpleegkundige omdat eHealth sterk in ontwikkeling is en blijft waardoor er altijd een discrepantie zal bestaan tussen de beschikbare en de benodigde informatie. . De tweede bijdrage van dit project is daarom kennis over (en inzicht in) het klinisch redeneren over de inzet van eHealth. Deze kennis wordt in het project doorvertaald naar een trainingsmodule die erop is gericht om het klinisch redeneren van wijkverpleegkundigen over het inzetten van eHealth en andere thuiszorgtechnologie bij hun cliënten te versterken. - De derde bijdrage van dit project omhelst inbedding van bovengenoemde resultaten in het verpleegkunde-onderwijs van onder meer Windesheim en in nascholingstrajecten voor wijkverpleegkundigen. Voor duurzame, bredere inbedding in het onderwijs wordt samengewerkt met regionale zorgonderwijsnetwerken. In this project the research group IT-innovations in Health Care of Windesheim University of Applied Sciences cooperates with care organisations de ZorgZaak, De Stouwe, and IJsselheem, and stakeholders Zorgcampus Noorderboog, Zorgtrainingscentrum Regio Zwolle, Patiëntenfederatie NPCF, VitaalThuis, ActiZ, Vilans, V&VN, University of Twente, and research group Innovation of Care of Older Adults of Windesheim to enable home care nurses to autonomously and adequately, based on clinical reasoning, allocate eHealth and implement it in patient care. The motivation behind this project lies in the alterations in the care insurance legislation per January 2015. Since then, home care nurses are responsible for the care allocation of all care at home: they determine which care their clients require, taking into account the individual situations, and how this care can best be delivered. Care insurance companies impose minimum requirements for this allocation of home care, among others concerning the implementation of eHealth. Home care nurses, however, have no or limited information about and experience with technical applications like eHealth. Articulation of the demands of home care nurses resulted in the following questions: 1. How can home care nurses be provided with information concerning eHealth? 2. How can home care nurses be supported in their clinical reasoning about the deployment of eHealth by their patients? 3. How can home care nurses be supported when deploying eHealth in their care process? This project contributes in three ways: " The first contribution is a sustainable selection tool (an app for tablet or smartphone) to be used by home care nurses to provide them with the required information about eHealth applications. This selection tool will work in accordance with how home care nurses allocate care, e.g. by relating NIC-interventions to matching eHealth applications. " Providing information is an insufficient, although necessary, answer to the demands of home care nurses because of continuously developing eHealth applications. Hence, the second contribution of this project is knowledge about (and insight in) the clinical reasoning about the deployment of eHealth. This knowledge will be converted into a training module aimed at strengthening the clinical reasoning about the deployment of eHealth by their patients. " The third contribution of this project concerns embedding the selection tool and the training module in regular education (among others at Windesheim) and in refresher courses for home care nurses. Cooperation with regional care education networks will ensure sustainable and broad embedding of both the selection tool and the training module.
‘Klassieke’ bevragingsmethoden zoals interviews en vragenlijsten zijn bij mensen uit kansarme groepen te weinig effectief bij het in kaart brengen van meningen, kennis en gedrag op het gebied van gezondheid. In dit project ontwikkelen we daarom visuele onderzoekstools, die we samen met de doelgroep testen op bruikbaarheid en begrijpelijkheid.Doel In dit project ontwikkelen we, samen met twee ontwerpbureaus (Ideate en Design Innovation Group), TU Delft en Pharos, en aan de hand van inzichten en methoden uit design research, gereedschappen om door middel van beeld en visualisaties mensen uit kansarme groepen beter te bevragen over gezond gedrag dan met klassieke methoden mogelijk is. Resultaten Concrete visuele onderzoekstools in te zetten in ontwerpprojecten voor kansarme groepen; Consortiumvorming voor groter project, ingaand op het ontwerpen van effectieve, engagerende interventies voor gezond gedrag bij kwetsbare groepen. Looptijd 01 september 2020 - 30 juni 2021 Aanpak Literatuur- en praktijkonderzoek (inteviews met experts en ontwerpers) naar bestaande visuele onderzoekstools door HU en TU Delft;Ontwikkeling twee prototypen door Design Innovation Group en Ideate; Testen van prototypen met de doelgroep in casus van Ideate en ervaringsdeskundigen van Pharos. Cofinanciering Het onderzoek wordt gefinancierd door NWO - Regierograan SIA (KIEM hbo) Registratienummer: SIA: KIEM.VRIJ.04.041