Van de vakleerkrachten bewegingsonderwijs kiest 80% “plezier in bewegen” als belangrijkste doelstelling van het bewegingsonderwijs. Zij gebruiken plezier als graadmeter voor kwaliteit van de gymlessen. Maar hoe ze de mate van plezierbeleving tijdens de gymles kunnen inschatten is nog onduidelijk. De zes ALO’s werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van een monitoring tool om beweegplezier inzichtelijk te maken. De eerste stap was het achterhalen van factoren die bijdragen aan beweegplezier.RelevantiePlezier in bewegen is een belangrijke factor voor een leven lang bewegen.MethodeBij 90 leerlingen uit 18 klassen (groep 5 en 7) is tijdens focusgroepen uitgevraagd welke factoren bijdragen aan plezier tijdens het bewegingsonderwijs. Daarnaast is een vragenlijst naar die factoren en naar de plezierbeleving (middels de PACES) afgenomen bij 309 leerlingen. Door middel van Spearman correlaties is er gekeken of er een verband is tussen de factoren en de plezierbeleving.ResultatenUit de focusgroepen kwamen 63 factoren die bijdragen aan plezier in de les bewegingsonderwijs, die konden worden onderverdeeld in 10 clusters, wetende eigenaarschap, beweegactiviteiten, beweegtijd, groeperen, leerproces, regels en afspraken, samenwerken, uitleg, verbinding en veiligheid. 65% van de uitgevraagde factoren had een significante correlatie met plezierbeleving (Spearman’s rho=0.16-0.59), waarbij factoren over competentie (0.53) en verbinding met de docent (0.54) hoog scoorden, evenals de activiteiten leuk vinden (0.59) en een duidelijke uitleg (0.54), terwijl eigenaarschap niet gecorreleerd was aan beweegplezier.Discussie en conclusieDe 63 factoren laten zien dat plezier in het bewegingsonderwijs een breed en veelzijdig concept is. De meerderheid van de factoren liet een verband zien met de plezierbeleving. Het ontbreken van correlaties tussen de overige factoren en plezierbeleving kan komen doordat een aantal factoren voor slechts een deel van de leerlingen als belangrijk wordt bevonden. Dit onderstreept het belang van een meetinstrument om plezierbeleving en de diverse factoren goed in kaart te brengen bij alle leerlingen.
Hoe bereiden we studenten voor op een economie die niet alleen financiële waarde creëert, maar ook maatschappelijke en ecologische impact heeft? Het Centre for Economic Transformation van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) introduceert steward-ownership - een docentenhandleiding & teaching case.Steward-ownership scheidt economische rechten (winst) van stemrechten (besluitvorming), zodat een onderneming duurzaam kan blijven opereren zonder afhankelijk te zijn van kortetermijnwinsten voor aandeelhouders. Grote bedrijven zoals Patagonia kozen recentelijk voor dit model om hun maatschappelijke missie veilig te stellen. Maar wat betekent dit in de praktijk? En welke alternatieven bestaan er voor traditionele aandeelhouderschapsmodellen?In deze teaching case maken we studenten bewust van de rol die eigenaarschap van ondernemingen speelt in de transitie naar een eerlijke en duurzame economie. We bekijken de traditionele vorm van aandeelhouderschap en ontdekken hoe steward-ownership een alternatief biedt voor winstmaximalisatie voor enkelen ten koste van welzijn en welvaart van velen. Met behoud van ruimte voor ondernemerschap.Deze teaching case biedt een toegankelijke introductie in steward-ownership en is speciaal ontwikkeld voor studenten in het economische en maatschappelijke domein. Docenten kunnen direct aan de slag met:- Een docentenhandleiding met uitleg en lesdoelen.- Een geanimeerde infographic die het concept helder uitlegt.- Zes interactieve werkvormen, waaronder groepsdiscussies, rollenspellen en een pressure cooker.- Een hoofdtekst voor studenten, aangevuld met verdiepende hoofdstukken, afgestemd op hr, sociaal ondernemerschap en juridische vraagstukken.De case past bij uiteenlopende opleidingen in het economisch en maatschappelijk domein van HBO en WO vanaf derde jaar Bachelor t/m Masterniveau. De opgedane kennis is actueel en relevant voor studenten die gaan werken in het bedrijfsleven of zelf gaan ondernemen. Zij herkennen de voor- en nadelen van klassieke vormen van eigenaarschap. Ook zijn ze zich bewust van alternatieve mogelijkheden van eigenaarschap die naadloos aansluiten bij een nieuwe economie.Met deze les bereid je studenten voor op een toekomst in de nieuwe economie, en laat je ze ervaren hoe steward-ownership een deel van de oplossing kan zijn! Je kunt de case kosteloos downloaden en morgen inzetten in je les.
MULTIFILE
Een innovatief idee dat de afgelopen jaren aandacht heeft gekregen binnen verschillende landelijke arbeidsmarktgeoriënteerde organen is het skillspaspoort, dat een oplossing zou zijn voor matchingsproblemen en personeelsontwikkelingsvraagstukken. Het paspoort wordt gezien als een instrument waarin de verworven skills (kennis en vaardigheden), houding (persoonlijkheid), interesse en loopbaanverwachtingen (ambities) op een voor werkgevers en werknemers begrijpelijke, relevante en eenduidige manier zijn samengevat. Het skillspaspoort zou de informatieasymmetrie tussen werkgevers en werknemers verkleinen en daarmee de transitie, mobiliteit en allocatie op de arbeidsmarkt kunnen verbeteren. Deze aannames liggen ten grondslag aan het skillspaspoort. In dit artikel verkennen we de wensen, behoeften en randvoorwaarden van werkgevers bij een skillspaspoort. Zij zien de potentie, maar voelen niet de urgentie. Ook laat onderzoek zien dat de fundamentele vooronderstelling van rationaliteit, die schuilgaat achter het paspoort, verloren gaat door het handelen van werkgevers. Zo hechten werkgevers veel waarden aan sollicitatiegesprekken omdat zij daarin betekenis geven aan de competenties van sollicitanten. Bij dat proces van betekenis geven komt veel subjectiviteit kijken. Werkgevers zien het skillspaspoort daarom ook als een hulpmiddel waarin standaardgegevens zijn vastgelegd die zij kunnen gebruiken. Hoewel werkgevers de voordelen zien van een paspoort, weten zij nog niet zeker of zij zullen investeren in een paspoort. Zij hebben nog veel vragen die gerelateerd zijn aan eigenaarschap, privacy, kosten en validatie, naast allerlei andere wensen en randvoorwaarden die onbeantwoord blijven. Dat zijn vragen waarop geen eenduidig antwoord bestaat, omdat het paspoort in ontwikkeling is en eigenaarschap ontbreekt.
MULTIFILE
Wijk- en buurtgericht werken vanuit het perspectief van de burger is een belangrijk uitgangspunt in het sociaal en ruimtelijk domein. Echter, burgerparticipatie is vaak veeleisend en weinig inclusief en eindigen regelmatig in een teleurstelling (Verloo, 2023). Professionals hebben behoefte aan alternatieven om samen te werken met inwoners als gelijkwaardige bron van kennis. Bindkracht10 en het Lectoraat Versterken van Sociale Kwaliteit van de HAN hebben samen hiervoor de ‘Wijkwaardenkaart’ ontwikkeld. Dit is een narratieve gesprekstool voor professionals en wijkbewoners die buurt- of wijkgericht werken. De tool heeft twee onderdelen: de gesprekskaart en de praatplaat. Professionals ervaren dat de praatplaat relatief duur en arbeidsintensief is waardoor de dialoog over de wijkwaarden nauwelijks opgang komt. Deze dialoog is nodig om daadwerkelijk het eigenaarschap van inwoners over hun eigen leefomgeving te vergroten. Daarom willen professionals een digitale tool ontwikkelen die hier meer mogelijkheden toe biedt. Dit doen we samen met sociale professionals van Bindkracht10, woningcorporatie Talis, Frank Los Weer een Los, de wijkraad Venlo-Oost en het Lectoraat Media Design. De centrale vraagstelling is: Hoe kunnen we een digitale tool ontwikkelen voor sociale professionals om inwoners eigenaarschap te laten ervaren over hun eigen leefomgeving? We volgen het ‘design thinking proces’. In het eerste werkpakket verkennen we in een focusgroep de wensen en behoeften voor de digitale tool. We kijken hierbij ook naar toegankelijkheid en inclusie. In het tweede werkpakket werken we in een focusgroep de ontwerpprincipes uit en kiezen we concrete ideeën uit voor het ontwerp. Op basis hiervan wordt een prototype ontwikkeld. In het derde werkpakket testen we dit prototype uit in de Nijmeegse wijk Lindenholt en in Venlo-Oost en evalueren we. Op basis van de evaluatie wordt het prototype aangescherpt. In de laatste fase schrijven we een handreiking en delen we onze kennis en de tool in het netwerk en het onderwijs.
Wijkbewoners krijgen meer invloed in het vormgeven van de leefomgeving. Steeds vaker krijgen ze de mogelijkheid om het initiatief te nemen en werk over te nemen van professionals werkzaam in organisaties met publieke taken. Dit gaat echter niet vanzelf. Vandaar dat Versa Welzijn, het lectoraat Participatie & Stedelijke Ontwikkeling en het Mr. Roelsefonds de handen ineen willen slaan.Doel In dit project onderzoeken we op welke wijze het eigenaarschap en het onderzoekend vermogen van wijkbewoners kan worden vergroot met als doel de sociale basis en daarmee het welzijn en de gezondheid van mensen in de wijk te versterken. Resultaten We willen inzichtelijk maken in hoeverre en op welke manier het eigenaarschap en het onderzoekend vermogen van bewoners zich ontwikkelt. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in een grotere betrokkenheid van bewoners bij maatschappelijk uitdagende vraagstukken in de wijk. We ontwikkelen daarnaast handvatten om professionals die werkzaam zijn bij de gemeente en binnen de wijk te ‘scholen’ om een meer ondersteunende en faciliterende rol te nemen ten aanzien van bewonersinitiatieven. Looptijd 01 januari 2023 - 31 december 2027 Aanpak Het onderzoek bestaat uit twee fasen: In fase 1 van het project brengen we de context van Hilversum Zuidwest, specifiek met betrekking tot de inwonersgroepen die actief zijn, in kaart. Het doel van deze fase is om te onderzoeken (a) welke latente talenten en capaciteiten bij bewoners binnen de wijk aanwezig zijn, (b) welke netwerken van bewoners er reeds actief is en (c) welke initiatieven al ontplooid worden. Fase 2 van het project betreft het uitvoeren van participatief actieonderzoek samen mét bewoners en sociale professionals. Cofinanciering Het onderzoek wordt gesubsidieerd door het Mr Roelsefonds.
Biohub is een samenwerkingsverband van Flevolandse bedrijven en overheden. De ondernemers zijn bij elkaar gekomen daar zij kansen en mogelijkheden zien voor iets dat nog vaak als ‘probleem’ wordt gezien: agrarisch afval. Afval is een bijproduct dat heel veel kansen biedt (in het vervolg reststromen genoemd). Deze reststromen bevatten namelijk veel onbenutte economische waarde, en dat is natuurlijk zonde. Biohub streeft ernaar om waarde creatie te maximaliseren. Het afgelopen jaar is er onderzoek gedaan naar inhoudsstoffen van de agrari-sche reststromen die deze bedrijven hebben. Ook is onderzoek gedaan naar organisatievormen die passen bij de nieuwe, circulaire business modellen. Hierbij zijn niet alleen bedrijven, overheden en onderzoekers betrokken, ook studenten van zowel Aeres Hogeschool Dronten en Almere als Cibap ontwerpschool Zwolle zijn actief be-trokken in het onderzoek. De tweede fase van het onderzoek zal zich voornamelijk richten op logistieke kwesties, waarbij het van belang is dat de beschikbare middelen (kennis, machines, technieken, ruimte, etc.) van de Biohub bedrijven zo effectief mogelijk worden benut. Belangrijke onderwerpen zijn: bewaarcondities, centrale versus de-centrale verwerking en opslag, eigenaarschap, proces- en product innovatie, nieuwe organisatievormen en haal-baarheid (zowel economisch als technisch). Doelstelling is om vanaf juli 2018 alle Biohub reststromen zo hoog mogelijk te verwaarden. Dit houdt in dat laagwaardige reststromen (bijvoorbeeld rotte producten) gebruikt zullen worden voor het verkrijgen van biopoly-meren. Hoogwaardige reststromen zullen worden gebruikt voor oplossingen binnen de categorie ‘food’. Het gaat hier om agrarische producten die van uitstekende kwaliteit zijn, maar niet worden verkocht in supermarkten (bij-voorbeeld kromme wortelen). Door de brede betrokkenheid van bedrijven, onderwijs, onderzoek en overheid stimuleert en bevorderd Biohub de transitie naar een circulaire economie.