Our paper investigates the microfoundations of sustainable entrepreneurship and aims to shed light on trade-offs made in decisions about social, ecological and economic sustainability. Balancing the three dimensions of sustainability (social, ecological and economic) inherently requires choices in which one dimension or another has less optimal outcomes. There is not much known about the rationale that sustainable entrepreneurs use for making such trade-offs. Thus, we ask how does entrepreneurial orientation affect decisions and trade-offs on sustainability impact? Our study is an exploratory, qualitative study of 24 sustainable entrepreneurs. We collected data about entrepreneurial orientation and sustainability trade-offs and held in-depth interviews with a subsample of six firms. We conducted a cluster analysis based on four entrepreneurial orientations (innovativeness, proactiveness, riskiness and futurity) and three sustainability trade-off dimensions (environmental, social and economic). From the findings, we derive a typology of three types of sustainable entrepreneurs: green-conflicted, humanitarian-oriented and holistically-oriented. We uncover salient characteristics and aspects of entrepreneurial orientation in relation to trade-off decisions. We find that the entrepreneurs accept slower economic growth or lower performance in order to maintain the integrity of their social and ecological principles and values.
The aim of this study is to investigate the factors affecting the entrepreneurial intention (EI) of university students. In order to do so, EI, individual entrepreneurial orientation, self-efficacy, perceived educational support, perceived relational support, perceived structural support, knowledge sharing, and gender were used within the proposed model, and the constructed hypotheses were evaluated using SEM. The findings of a survey of 268 students show that self-efficacy is the strongest influencer of students’ EI. The findings also show the mediating influence of self-efficacy on the environmental components. Additionally, male students are more likely than female students to have EI.
Knowledge about entrepreneurial expertise, how experts think and make decisions have progressed in the last decade. Despite this advancement, studies have difficulties in providing a general conceptual model of expertise that is empirically validated. We attribute these limitations to the lack of existing conceptualizations of entrepreneurial expertise to take into consideration the entrepreneur’s dual systems of information processing. Therefore, in this study, we advance a default-interventionist perspective of entrepreneurial expertise consisting of fast and slow-thinking expertise. We suggest that the two types of expertise coexist and interact during the decision-making process except in the decisions characterized by true uncertainty. Furthermore, taking into consideration that expertise is domain-specific, we suggest three broad sub-domains of entrepreneurial knowledge that are malleable to the specific sector in which an entrepreneur operates.
INLEIDING: De Hogeschool Utrecht heeft op basis van praktijkgericht onderzoek een innovatief modulair bouwconcept (#SELFIECIENT) ontwikkeld. Met diverse gestandaardiseerde modulaire bouwdelen van #SELFIECIENT kan eenvoudig een bouwgevel worden samengesteld, en daarmee een gehele woning. Met behulp van deze SIA RAAK TAKE OFF subsidie wordt dit concept nu door enkele ondernemende studenten omgezet naar een marktwaardig product. HET PROBLEEM: #SELFIECIENT tackelt drie belangrijke uitdagingen in de huidige bouwsector / gebouwde omgeving op een nieuwe en innovatieve wijze, te weten 1) de ontwikkeling van circulaire en klimaat neutrale woningen, 2) de ontwikkeling van betaalbare woningen en 3) de ontwikkeling van flexibele / adaptieve woningen. DE OPLOSSING: De oplossing voor bovengenoemde uitdagingen ligt in het industrieel vervaardigen van modulaire bouwdelen op basis van circulaire materialen, die de realisatie van een comfortabele, betaalbare, klimaat neutrale en adaptieve woning garanderen = #SELFIECIENT. DE INNOVATIE: De modulaire bouwdelen van #SELFIECIENT hebben de volgende innovatieve eigenschappen. 1) Revolutionair is het ontwikkelen van geïntegreerde multifunctionele bouwdelen die in diverse marktsegmenten toegepast kunnen worden; 2) Schaalbaarheid door middel van (open source) standaardisatie en de mogelijkheid van hergebruik. 3) Industrialisatie van het productieproces van de modulaire bouwgevels waardoor goedkoop en milieuvriendelijke kan worden geproduceerd; 4) Vanuit externe industrieën zoals o.a. de ICT en duurzame energie sector ontstaan nieuwe producten die kunnen worden geïntegreerd in woning en die leiden tot nieuwe businesscases en exploitatie modellen. Voorbeelden zijn gedistribueerde IT-servers en lokale accu opslag systemen. MARKTANALYSE / VERDIENMODEL: De modulaire bouw elementen kennen een brede toepasbaarheid, waardoor er een groot marktpotentieel is. Voorbeelden zijn woningrenovatie, nieuwbouw, de toenemende vraag naar levensloopbestendige woningen, woningen voor vluchtelingen, en renovatie van kantoorpanden. Slechts een miniem marktaandeel in de renovatie of nieuwbouw betekent al een omzet van meer dan miljoenen euro’s. Er zijn zover bekend geen andere aanbieders van gelijksoortige producten op de markt. Het te verwachten verdienmodel is gebaseerd op de verkoop van de modulaire bouwdelen of een leen/lease exploitatie van de modulaire bouwdelen. DOEL VAN HET PROJECT / BUDGET (39900€): Het doel van het project is drieledig: 1) het uitwerken van het ontwerp van de modulaire bouwdelen op basis van eerdere ontwerpen en ideeën uit praktijkgericht onderzoek (14960€); 2) het maken van een proof-of-principle van het modulaire bouwdeel (13320€); 3) het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie (8560€); en 4) het versterken van de entrepreneurial skills (3060€.). PROJECT TEAM: Een sterk team is gevormd om dit modulaire bouwconcept door te zetten naar een bijzonder bedrijf. Het team bestaat uit 3 ondernemende studenten, onderzoekers en lectoren verbonden aan het lectoraat Nieuwe Energie in de Stad, docenten van de opleiding werktuigbouwkunde en bouwkunde, en een ervaren entrepreneur. De studenten zijn al vroeg tijden hun opleiding gespot als bijzonder initiatiefrijk, gedreven en ondernemende studenten. Het studententeam bestaat uit een goede mix van werktuigbouwkunde, bouwkunde en technische bedrijfskunde.
This research is dedicated to the study of marketing opportunities and consumer behavior, as well as the impact of technology on marketing relationships (eg, interorganizational, company-consumer). It is also in its interest to explore the form and nature of the entrepreneurial phenomenon beyond the contexts in which it can occur. A sub-area of specialization that has been deserving special interest is that of entrepreneurial skills. Another area of commitment is related to information systems and information technology with decision support in organizations.Partners: CAPES Conselho Nacional de Desenvolvimento Científico e Tecnológico (Brazil), Federal University of Pernambuco (Brazil)
Cycling booms in many Dutch cities. While smart cycling innovations promise to increase cycling’s modal share in the (peri-)urban transport system even further, little is understood of their impact or cost and benefit. The “Smart Cycling Futures (SCF)” program investigates how smart cycling innovations ─ including ICT-enabled cycling innovations, infrastructures, and social innovations like new business models ─ contribute to more resilient and liveable Dutch urban regions. Cycling innovations benefit urban regions in terms of accessibility, equality, health, liveability, and decreasing CO2-emissions when socially well embedded. To facilitate a transition to a sustainable future that respond to pressing issues, the SCF research project runs urban living labs in close collaboration with key stakeholders to develop transdisciplinary insights in the conditions needed for upscaling smart-cycling initiatives. Each living lab involving real-world experiments responds to the urgent challenges that urban regions and their stakeholders face today. The proposed research sub-programs focus on institutional dynamics, entrepreneurial strategies, governance and the socio-spatial conditions for smart cycling. Going beyond analysis, we also assess the economic, social, and spatial impacts of cycling on urban regions. The research program brings together four Dutch regions through academic institutions (three general and one applied-science universities); governmental authorities (urban and regional); and market players (innovative entrepreneurs). Together, they answer practice-based questions in a transdisciplinary and problem-oriented fashion. Research in the four regions generates both region-specific and universally applicable findings. Finally, SCF uses its strong research-practice network around cycling to co-create the research and run an outreach program.