BackgroundHospital admissions are common in the last phase of life. However, palliative care and advance care planning (ACP) are provided late or not at all during hospital admission.AimTo provide insight into the perceptions of in-hospital healthcare professionals concerning current and ideal practice and roles of in-hospital palliative care and advance care planning.MethodsAn electronic cross-sectional survey was send 398 in-hospital healthcare professionals in five hospitals in the Netherlands. The survey contained 48 items on perceptions of palliative care and ACP.ResultsWe included non-specialists who completed the questions of interest, resulting in analysis of 96 questionnaires. Most respondents were nurses (74%). We found that current practice for initiating palliative care and ACP was different to what is considered ideal practice. Ideally, ACP should be initiated for almost every patient for whom no treatment options are available (96.2%), and in case of progression and severe symptoms (94.2%). The largest differences between current and ideal practice were found for patients with functional decline (Current 15.2% versus Ideal 78.5%), and patients with an estimated life expectancy <1 year (Current 32.6% versus ideal 86.1%). Respondents noted that providing palliative care requires collaboration, however, especially nurses noted barriers like a lack of inter-professional consensus.ConclusionsThe differences between current and ideal practice demonstrate that healthcare professionals are willing to improve palliative care. To do this, nurses need to increase their voice, a shared vision of palliative care and recognition of the added value of working together is needed.
Door de vergrijzing neemt het aantal ouderen met complexe revalidatievragen sterk toe. Deze revalidatie vindt toenemend plaats in een ambulant traject. Therapeuten in de geriatrische revalidatiezorg geven aan dat het daardoor steeds moeilijker wordt om zicht te krijgen op de voortgang van de revalidatie. In een samenwerking tussen de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het Amsterdam UMC is Hipper ontwikkeld, een combinatie van een behandelprotocol en technologie om op afstand de activiteit van revalidanten thuis te meten. Via een dashboard kunnen de therapeuten de data bekijken en hun behandeling bijstellen. De B.V. Hipper Therapeutics (HipperTx) exploiteert de dienst en levert momenteel aan een aantal zorginstellingen. De zorginstellingen willen weten of ze door het inzetten van eHealth toepassingen zoals Hipper ook daadwerkelijk hun kosten kunnen verlagen in het huidige zorgstelsel. Technologieleveranciers – die Hipper en andere eHealth toepassingen willen implementeren – hebben vragen over hoe deze kunnen voldoen aan de richtlijnen voor informatiebeveiliging in de zorg: zijn de vereiste certificeringen haalbaar? In het voorliggende voorstel schetsen wij een project waarbij het Amsterdam UMC samen met de betrokken zorginstellingen een business case voor de zorg maakt en waarbij de HvA i.s.m. de technologieleveranciers de informatieprocessen in de dienst in kaart brengt voor een adequate certificering. Aan het eind van het project zal er een whitepaper geschreven zijn waarin de business case beschreven staat en zullen de voorbereidende werkzaamheden voor een NEN7150 certificering zijn uitgevoerd. Het whitepaper zal openbaar zijn en zal kunnen dienen als een voorbeeld case voor vergelijkbare implementaties. Het project draagt bij aan het Missiegedreven Innovatiebeleid, meer specifiek de missie ‘In 2030 wordt zorg 50% meer (of vaker) in de eigen leefomgeving georganiseerd, in plaats van in zorginstelling’. Daarnaast kan op basis van de uitkomsten van dit voorstel een onderzoeksaanvraag rondom doelmatigheid van ambulante revalidatie gedaan worden.