Bij de Zwemschool Instituut voor Sportstudies is in kaart gebracht welke factoren mogelijk een rol spelen bij de manier waarop kinderen het watergewenningstraject doorlopen. De voorgeschiedenis van 23 kinderen is bevraagd en bij de eerste en de tiende les zijn deze kinderen geobserveerd om de mate van waargenomen angst en het niveau van zwemvaardigheid te meten. Uit deze observatie kwam naar voren dat net zoals in eerdere onderzoeken kinderen die ouder zijn meer vooruitgang lieten zien op het gebied van zwemvaardigheid. Daarnaast bleek dat kinderen die eerder regelmatig hebben gezwommen de eerste les minder angst lieten zien en een hoger niveau op zwemvaardigheid toonden. Ditzelfde gold voor kinderen die al aan andere sporten deden (bijvoorbeeld gymnastiek). Echter verdween deze voorsprong bij beide groepen gedurende zwemlessen.
DOCUMENT
Purpose: To assess the factor structure, related constructs and internal consistency of the Child Activity Limitation Interview 21-Child version for use in Dutch-language countries.Methods: Cross-sectional validation study: After forward and back translation of the Dutch version of the Child Activity Limitation Interview 21-Child adolescents (11–21 years old) with chronic musculoskeletal pain completed an assessment. The assessment contained the Dutch Child Activity Limitation Interview, and questionnaires about demographics, pain intensity, functional disability, anxiety and depression. Internal consistency and construct validity were evaluated through exploratory factor analysis (principal axis factoring with oblique rotation) and hypotheses testing using pain intensity, activity limitations, anx- iety and depression as comparative constructs.Results: Seventy-four adolescents completed the assessment. Exploratory factor analysis resulted in a two- factor structure, explaining 50% of the variance. Internal consistency was good (Cronbach’s a 1⁄4 0.91 total scale, a 1⁄4 0.90 Factor 1, a 1⁄4 0.80 Factor 2). All nine hypotheses were confirmed.Conclusion: The Dutch version can be used to assess pain-related disability in Dutch-speaking adolescents comparable to the study sample. Scores on both subscales provide insight into the severity of the pain- related disability in both daily routine and more physically vigorous activities.
DOCUMENT
Het bewegingsonderwijs op scholen draagt nadrukkelijk bij aan de sport- en beweegcultuur in Nederland. In dit artikel wordt de staat van het bewegingsonderwijs in Nederland opgemaakt. Soms wordt dit type onderwijs ook genoemd gymnastiek of Lichamelijke Opvoeding. Bewegingsonderwijs staat op het lesrooster in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs (algemeen vormend en beroepsonderwijs) en soms op het middelbaar beroepsonderwijs. We nemen ook mee hoe NOC*NSF en de politiek staan tegenover het bewegingsonderwijs. Daartoe spraken we met Erik Lenselink, manager sportontwikkeling NOC*NSF en lid van de BVVS. We ronden dit artikel af met enkele opmerkingen over he belang van bewegingsonderwijs.
DOCUMENT