To face the challenges of an ageing population, many Western countries nowadays stimulate an ageing in place policy to empower older adults to grow old in their own homes with the highest degree of self‐reliance. However, many community‐living older adults experience limitations in (instrumental) activities of daily living ((I)ADLs), which may result in a need for home‐care services. Unfortunately, home‐care workers often provide support by taking over tasks, as they are used to doing things for older adults rather than with them, which undermines their possibilities to maintain their self‐care capabilities. In contrast, reablement focuses on capabilities and opportunities of older adults, rather than on disease and dependency. Consequently, older adults are stimulated to be as active as possible during daily and physical activities. The 'Stay Active at Home' programme was designed to train home‐care workers to apply reablement in practice. To explore the experiences of home‐care workers with this programme an exploratory study was conducting in the Netherlands, between April and July, 2017. In total, 20 participants were interviewed: nine nurses (including a district nurse), 10 domestic support workers and the manager of the domestic support workers. The semi‐structured interviews focused on the experienced improvements with regard to knowledge, skills, self‐efficacy and social support. Furthermore, the most and least appreciated programme components were identified. The study has shown that home‐care workers perceived the programme as useful to apply reablement. However, they also need more support with mastering particular skills and dealing with challenging situations. Future implementation of the 'Stay Active at Home' programme can potentially benefit from small adaptions. Furthermore, future research is needed to examine whether the programme leads to more (cost‐) effective home care.
Currently, 4% of older adults reside in long-term care facilities in the Netherlands. Nursing home residents tend to have multimorbidity that is associated with considerable disabilities and a high level of care dependency. In the Dutch adult population the highest estimated prevalence (>40%) of visual impairment (low vision and blindness) was found in the subgroup of residents in nursing homes (NHs). The aim of this study is to describe the current practice of eye care by Dutch nursing home physicians (NHPs). A digital online survey was developed to describe the eye care activities of nursing home physicians and their cooperation in this perspective with other professionals. Of 1573 NHPs present in the Netherlands, 125 (8%) responded. Results show that more than 50% of the NHPs regularly examine ‘distant vision’, ‘near vision’ and ‘the visual field’ . However, 23%, 33% and 45% almost never or never examine the ‘visual field’, ‘near vision’ and ‘distant vision’, respectively. Data regarding eye care, regularly recorded in the client files by more than 50% of the NHPs, are medical data involving ‘use of eye medication’, ‘eye disease’, and ‘eye surgery in the past’. Less commonly recorded is ‘the use of reading glasses’ as well as ‘eye pain’. Inside of the NH, (head) nurses and ward nurses (chi 2 = 309, df = 5, p = 0.000), and outside of the NH, ophthalmologists and low vision specialists are most frequently contacted about eye related issues (chi 2 = 224, df = 4, p = 0.000). Opticians are rarely contacted, and optometrists and orthoptists are ‘never’ contacted by more than 50% of the NHPs. Moreover, 50% of the NHPs noted that collaboration with external eye care professionals is ‘not structural’. This study shows that, according to NHPs, relevant visual aspects are not structurally examined and recorded in the client files. Outside of the NH, NHPs tend to have a less frequent collaborative relationship with optometrists, orthoptists and opticians compared to ophthalmologists and low vision specialists. The NHP’s role in providing eye care can be improved by development of guidelines for structural eye screening, improvement of recording in client files, and exploring plus undertaking collaboration with other eye care professionals.
LINK
Advanced technology is a primary solution for the shortage of care professionals and increasing demand for care, and thus acceptance of such technology is paramount. This study investigates factors that increase use of advanced technology during elderly care, focusing on current use of advanced technology, factors that influence its use, and care professionals’ experiences with the use. This study uses a mixed-method design. Logfiles were used (longitudinal design) to determine current use of advanced technology, questionnaires assessed which factors increase such use, and in-depth interviews were administered to retrieve care professionals’ experiences. Findings suggest that 73% of care professionals use advanced technology, such as camera monitoring, and consult clients’ records electronically. Six of nine hypotheses tested in this study were supported, with correlations strongest between performance expectancy and attitudes toward use, attitudes toward use and satisfaction, and effort expectancy and performance expectancy. Suggested improvements for advanced technology include expanding client information, adding report functionality, solving log-in problems, and increasing speed. Moreover, the quickest way to increase acceptance is by improving performance expectancy. Care professionals scored performance expectancy of advanced technology lowest, though it had the strongest effect on attitudes toward the technology.
Het Godivapp Applied in Pediatric Primary care (GoAPP) project ontwikkelt, onderzoekt en realiseert de implementatie van een e-health applicatie voor uitwisseling van videomateriaal in zelfstandige praktijken (MKB) in de eerstelijnsgezondheidszorg. Voor een goede analyse van bewegingsproblemen bij baby?s uit risicogroepen is het van belang de motorische ontwikkeling te meten en te volgen in de tijd. Kinderfysiotherapeuten gebruiken hiervoor een observatie-instrument, de Alberta Infant Motor Scale (AIMS). In 2014 en 2015 heeft de GODIVA-onderzoeksgroep (GrOss motor Development of Infants using home Video registration with the AIMS) van Hogeschool Utrecht een methode ontworpen, waarbij de ontwikkeling gevolgd kan worden aan de hand van video?s gemaakt door ouders. De methode wordt door professionals gezien als een aanvulling op bestaande methoden, die het monitoring van kinderen doelmatiger en transparanter maakt. De methode past uitstekend in de huidige e-health ontwikkeling en zelfmanagement/empowerment van ouders. Voor research met de videomethode is een prototype applicatie ontwikkeld waarmee op veilige wijze de filmbeelden verstuurd kunnen worden en opgeslagen. Het prototype is nog niet geschikt voor gebruik binnen de beroepspraktijk. Eerstelijns Kinderfysiotherapiepraktijken zouden graag de applicatie gebruiken. Zij verwachten dat het een waardevolle uitbreiding is van hun mogelijkheden en een kans om als praktijk te innoveren. Zij zien, als zelfstandige ondernemers, echter ook belemmeringen, zoals ICT-ondersteuning en een passende tarifering van een videoconsult. Voor deze kleine bedrijven spelen ook betaalbaarheid en gebruiksgemak een essentiële rol. Binnen GoAPP zijn vijf perspectieven voor innovatie en implementatie van e-health bij elkaar gebracht: eindgebruikers, zorginhoudelijk, harde technologie, zachte technologie en bedrijfskundig perspectief. Georganiseerd rondom drie werkpakketten wordt interdisciplinair onderzoek gedaan naar (1) optimalisatie van het videoportal, (2) implementatie, en (3) bedrijfskundige haalbaarheid, via ontwerpgericht onderzoek, literatuuronderzoek, implementatieanalyse en business-case onderzoek. Een vierde werkpakket richt zich op doorgroei van het netwerk kinderfysiotherapeuten naar een Community of Practice. Doel: Een innovatieve videomethode voor het observeren van de motoriek van zuigelingen, geschikt voor eerstelijnspraktijken kinderfysiotherapie, met een passend implementatieplan en business modelling.
"Zoekt en gij zult vinden", luidt de bekende uitdrukking. Het Nederlandse MKB heeft veel technieken beschikbaar die voor een bekend probleem in Nederlandse verpleeghuizen een oplossing kan bieden: er raken in verpleeghuizen veel zaken zoek, van hulpmiddelen tot meubilair, wat leidt tot vele uren zoektijd voor zorgprofessionals en bewoners (met dementie) en hun naasten, en wat een negatieve invloed heeft op kwaliteit van zorg en onderhoud. Het doel van dit projectvoorstel is om een oplossing te ontwikkelen voor het zoekraken, niet in kaart hebben en het onbekend zijn met het gebruik, van hulpmiddelen in verpleeghuizen. Er bestaat zogenaamde track & trace technologie om locatie en gebruik van zaken te monitoren. Hoewel deze technologie op terreinen bouw, logistiek en ziekenhuiszorg in opkomst is, wordt deze in verpleeghuizen nog niet grootschalig ingezet. Er is bij bedrijven onvoldoende kennis over hoe deze technologie succesvol kan worden ingezet in verpleeghuizen waarbij de behoeften van zorgprofessionals en bewoners aan de basis van het ontwerp liggen. De maatschappelijke relevantie iets aan de problematiek te doen is niet alleen ingegeven door een behoefte de kwaliteit van zorg te ondersteunen, maar ook om geld te besparen door zoektijd te verminderen, en om beheer- en onderhoud van hulpmiddelen beter te kunnen stroomlijnen (logistiek en financieel) doordat bedrijven en verpleeghuizen een beter inzicht hebben in het gebruik. In dit project wordt met MKB-partners met een achtergrond in elektrotechnische installaties, ICT, bouw en inrichting en hulpmiddelen samengewerkt aan het ontwerpen en evalueren van een ?demonstrator?: een start van een field lab track & trace van hulpmiddelen voor zorginstellingen met twee testlocaties in verpleeghuizen. Dit doen deze partijen samen met twee verpleeghuisorganisaties en hun professionals teneinde een systeem te ontwikkelen dat aansluit bij de behoeften van de werkvloer en derhalve de grootste meerwaarde heeft voor de stakeholders. Hierbij zullen verschillende werkvormen worden gebruikt waarbij de nadruk ligt op de inbreng van alle betrokkenen. Door middel van focusgroep- en ontwerpsessies zullen stakeholders de behoeften op het gebied van track & trace van roerende goederen kunnen definiëren en omzetten in een concreet ontwerp. Het eindresultaat van het project zal naast concrete kennis vooral bestaan uit een tweetal demonstrators die met aanpassing ook in andere zorgsettings ingezet kunnen worden om kwaliteit van zorg en werkprocessen te ondersteunen. Deze demonstrators zullen tevens dienen als platform voor vervolgexperimenten.
To optimize patient care, it is vital to prevent infections in healthcare facilities. In this respect, the increasing prevalence of antibiotic-resistant bacterial strains threatens public healthcare. Current gold standard techniques are based on classical microbiological assays that are time consuming and need complex expensive lab environments. This limits their use for high throughput bacterial screening to perform optimal hygiene control. The infection prevention workers in hospitals and elderly nursing homes underline the urgency of a point-of-care tool that is able to detect bacterial loads on-site in a fast, precise and reliable manner while remaining with the available budgets. The aim of this proposal titled SURFSCAN is to develop a novel point-of-care tool for bacterial load screening on various surfaces throughout the daily routine of professionals in healthcare facilities. Given the expertise of the consortium partners, the point-of-care tool will be based on a biomimetic sensor combining surface imprinted polymers (SIPs), that act as synthetic bacterial receptors, with a thermal read-out strategy for detection. The functionality and performance of this biomimetic sensor has been shown in lab conditions and published in peer reviewed journals. Within this proposal, key elements will be optimized to translate the proof of principle concept into a complete clinical prototype for on-site application. These elements are essential for final implementation of the device as a screening and assessment tool for scanning bacterial loads on surfaces by hospital professionals. The research project offers a unique collaboration among different end-users (hospitals and SMEs), and knowledge institutions (Zuyd University of Applied Sciences, Fontys University of Applied Sciences and Maastricht Science Programme, IDEE-Maastricht University), which guarantees transfer of fundamental knowledge to the market and end-user needs.