Background: Only a few papers are published on the safety and effectiveness of acute burn care in low-income countries. A cohort study was therefore carried out to determine such outcomes.Methods: The study was conducted in a rural Tanzanian hospital in 2017-2018. All patients admitted with burns were eligible. Complications were scored during admission as an indication for safety. Survivors of severe burn injuries were evaluated for time of reepithelialization, graft take, disability (WHODAS2.0) and quality of life (EQ5D-3L) up to 3 months post-injury, as an indication of effectiveness.Results: Patients presented on average at 5 days after injury (SD 11, median 1, IQR 0-4). Three patients died at admission. The remaining 79 were included in the cohort. Their median age was 3 years (IQR 2-9, range 0.5-49), mean TBSA burned 12% (SD10%) and mortality rate 11.4%. No surgery-related mortality or life-threatening complications were observed. Skin grafting was performed on 29 patients at a delayed stage (median 23 days, IQR 15-47). Complications of skin grafts included partial (25% of procedures) and complete graft necrosis (8% of procedures). The mean time to reepithelialization was 52 (SD 42) days after admission. Disability and quality of life improved from admission to 3 months after injury (p<0.001, p<0.001, respectively).Conclusion: In this resource-limited setting patients presented after a delay and with multiple complications. The mortality during the first two weeks after admission was high. Surgery was found to be safe and effective. A significant improvement in disability and quality of life was observed.
DOCUMENT
Background: Tangential excision of burned tissue followed by skin grafting is the cornerstone of burn surgery. Hydrosurgery has become popular for tangential excision, with the hypothesis that enhanced preservation of vital dermal tissue reduces scarring. The aim of this trial was to compare scar quality after hydrosurgical versus conventional debridement before split-skin grafting. Methods: A double-blind randomized within-patient multicentre controlled trial was conducted in patients with burns that required split-skin grafting. One wound area was randomized to hydrosurgical debridement and the other to Weck knife debridement. The primary outcome was scar quality at 12 months, assessed with the observer part of the Patient and Observer Scar Assessment Scale (POSAS). Secondary outcomes included complications, scar quality, colour, pliability, and histological dermal preservation. Results: Some 137 patients were randomized. At 12 months, scars of the hydrosurgical debrided wounds had a lower POSAS observer total item score (mean 2.42 (95 per cent c.i. 2.26 to 2.59) versus 2.54 (95 per cent c.i. 2.36 to 2.72; P = 0.023)) and overall opinion score (mean 3.08 (95 per cent c.i. 2.88 to 3.28) versus 3.30 (95 per cent c.i. 3.09-3.51); P = 0.006). Patient-reported scar quality and pliability measurements were significantly better for the hydrosurgically debrided wounds. Complication rates did not differ between both treatments. Histologically, significantly more dermis was preserved with hydrosurgery (P < 0.001). Conclusion: One year after surgery scar quality and pliability was better for hydrosurgically debrided burns, probably owing to enhanced histological preservation of dermis. Registration number: Trial NL6085 (NTR6232 (http://www.trialregister.nl)).
DOCUMENT
Previous research has shown clinical effectiveness of dermal substitution; however, in burn wounds, only limited effect has been shown. A problem in burn wounds is the reduced take of the autograft, when the substitute and graft are applied in one procedure. Recently, application of topical negative pressure (TNP) was shown to improve graft take. The aim of this study was to investigate if application of a dermal substitute in combination with TNP improves scar quality after burns. In a four-armed multicenter randomized controlled trial, a split-skin graft with or without a dermal substitute and with or without TNP was compared in patients with deep dermal or full-thickness burns requiring skin transplantation. Graft take and rate of wound epithelialization were evaluated. Three and 12 months postoperatively, scar parameters were measured. The results of 86 patients showed that graft take and epithelialization did not reveal significant differences. Significantly fewer wounds in the TNP group showed postoperative contamination, compared to other groups. Highest elasticity was measured in scars treated with the substitute and TNP, which was significantly better compared to scars treated with the substitute alone. Concluding, this randomized controlled trial shows the effectiveness of dermal substitution combined with TNP in burns, based on extensive wound and scar measurements.
DOCUMENT
Inaugurele rede uitgesproken op 9 mei 2019 door Dr. J.E. (Judith) van de Mortel bij de benoeming tot lector “Gezonde plant op een vitale en duurzame bodem” aan HAS Hogeschool Venlo. De krant werd uitgegeven ter ere van de inaugurele rede. Dit deed ze op een bijzondere manier: alle genodigden gingen met een denkbeeldige tijdmachine vooruit naar het jaar 2030 waar ze Judith ontmoetten. Judith keek vervolgens terug naar het jaar 2019 en stelde dat ze hoopt dat de sector in de tussenliggende jaren bereikt heeft dat alle agrarische bodems in Nederland duurzaam beheerd worden door verschillende aanpakken te combineren. Om dit te illustreren schetste ze een beeld van hoe de agrarische onderneming er in 2030 uitziet. Met het lectoraat wil ze hieraan bijdragen. De krant is dan ook geschreven alsof het 9 mei 2030 is.
MULTIFILE
In dit webinar 'Weerbare planten telen is het nieuwe normaal' van de collegereeks ‘What about Soil’ leggen we de focus op de urgentie van een gezonde bodem voor het verkrijgen van een gezond gewas. In een 1 uur durend webinar deelt Pius Floris, directeur/adviseur bij Plant Health Cure (PHC), ruim 35 jaar ervaring met het wereldwijd verbeteren van de bodemkwaliteit. Hij laat zien dat in de ‘gangbare’ manier van bodembewerking nog een wereld te winnen is.
LINK
Het Nieuwe Telen (HNT) heeft in haar theoretisch kader de teeltprocessen ingedeeld in zes balansen. De energiebalans, de waterbalans en de assimilatenbalans van de plant en de CO2 balans, de vochtbalans en de energiebalans van de kas. In dit project is onderzocht of de mineralenbalans, de ecologische balans en de hormoonbalans nuttige aanvullingen zijn op de bestaande balansen van HNT. Aanbevelingen: faciliteer onderzoek naar metingen die het mogelijk maken de status van de plant te volgen m.b.t. de mineralenbalans en ecologische balans.
DOCUMENT
De glastuinbouw blinkt uit in innovaties. Maar hier en daar komt er nog handwerk aan te pas. Zo wordt de groei van gewassen handmatig bijgehouden, met een lineaal of schuifmaat. Fotonica moet daarin verandering brengen. Deze optische technologie meet met precisie stengels en bladeren, zonder planten te beroeren.
DOCUMENT
Andere Arnhemmers verwijst naar de dieren en planten die ook in Arnhem leven. Op dit moment hebben nog weinig mensen daar weet van. Hoe kan de bekendheid van deze Andere Arnhemmers worden verbeterd?De Factsheet is onderdeel van het CoE Groenproject 'Natuurinclusief gedrag van burgers'.
DOCUMENT
Fruit en landschap, dan denk je misschien aan de Betuwe, waar fruitteeltbedrijven zich aaneenrijgen. Van oudsher was het rivierenlandschap rijk aan fruit en noten, en dan vooral op de hogere gronden, dichtbij de dijk, zodat menig boerderij en dijkhuis weelderig door fruit- en notenbomen omringd was. Naast de commerciële fruitteelt en de fruitbomen op privégrond zijn vruchtbomen ook vaak te vinden in de openbare ruimte van steden en dorpen. Gemeentes planten fruit aan, of nemen oude fruitbomen op in het openbaar groen. En tenslotte zien we allerlei groepen, clubs, verenigingen die initiatief nemen om fruit aan te planten, openbaar of niet openbaar. In sommige gemeentes, zoals bijvoorbeeld Culemborg, vind je dat allemaal naast elkaar. De professionele fruitteler laten we hier verder buiten beschouwing, maar voor alle andere vormen van vruchtbomen geldt eigenlijk dat de bomen, de eigenaren, de beheerders en de gebruikers wel gebaat zijn bij een steuntje in de rug vanuit de betrokken gemeente, of het nu gaat om dat wat er is in stand te houden, of nieuw fruit aan te planten. Ook een kritische blik op het eigen gemeentelijke vruchtbomenbeleid hoort daarbij. Daar wil deze handreiking aan bijdragen.
DOCUMENT
Onderzoekers van de universiteiten van Wageningen, Groningen, Leiden en van Aeres Hogeschool Almere werken samen met de bedrijven Van Iperen, Holland Green Machine en Holland Biodiversity aan een nieuw middel tegen trips in kasteelten. Het middel, dat geïnspireerd is op de (klier)haren van planten (trichomen), kan naar verwachting in de toekomst bijdragen aan een duurzamere gewasbescherming tegen trips.
DOCUMENT