LINK
Stel je voor: een bruisende straat die uitnodigt om buiten anderen te ontmoeten. Een straat waar iedereen zich veilig voelt. In de zachte stad van David Sim ligt deze straat aan je voordeur. Regeneratief onderwijs kan als brug tussen het onderwijs, onderzoek en de praktijk een bijdrage leveren aan het creëren van dit soort straten en een zachtere stad in het algemeen.
MULTIFILE
Snelle ontwikkelingen in de maatschappij maken de toekomst onvoorspelbaar. Dit vraagt van individuen, van scholen en opleidingen, maar ook van organisaties en bedrijven dat zij flexibel zijn en zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden en behoeften. Er wordt voortdurend een beroep gedaan op het lerend vermogen, niet alleen van individuen, maar ook van scholen/opleidingen en organisaties. In vijf kennissyntheses, geschreven door vijf teams van lectoren en onderzoekers uit verschillende opleidingen, gaan we in op de kennis vanuit onderzoek van Fontys Hogescholen en ander nationaal en internationaal onderzoek. We koppelen deze kennis aan de betekenis ervan voor scholen, opleidingen en organisaties en bedrijven. Daarmee we willen concrete handvatten bieden, zodat docenten/opleiders, werkgevers, maar ook studenten en werknemers zelf onderbouwd kunnen werken aan een leven lang leren en veranderen. We verwijzen naar praktische tools die op basis van praktijkgericht onderzoek met name binnen Fontys zijn ontwikkeld. Tevens duiden we de hiaten die we zien in de beschikbare kennis en geven we suggesties voor vervolgonderzoek.
(297) In de afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar hoe werk verandert en wat dat betekent voor mens, organisatie en maatschappij. In periode één van het Breed Platform Arbeid (BPA-I, 1/9/2017-31/8/2019) is bij stakeholders opgehaald wat zij denken dat er op het terrein van werk veranderd zal zijn in 2030. Vervolgens zijn met lectoren en praktijkpartners drie werkateliers en twee conferenties gehouden rondom de opgehaalde thema’s namelijk: 1 (Her)waardering van werk 2) Leven lang ontwikkelen 3) Inclusiviteit. Aan de hand van de geformuleerde onderzoeksagenda zijn gemeenschappelijke onderzoeksprojecten aangevraagd, gehonoreerd en soms al uitgevoerd. Er zijn in de loop van deze periode 33 lectoren van 12 hogescholen en 14 praktijkpartners aangesloten bij het BPA. Aan het eind van BPA-I is helder geworden dat het belangrijk is om in BPA-II (2019 -2021) één thema toe te voegen, namelijk ‘vitaal werk(en)’. Bij de inventarisatie van projecten en uit signalen uit het werkveld bleek dit een doorkruisend thema te zijn. Om tot meer kennisuitwisseling en -deling, sociale innovaties en gezamenlijk praktijkgericht onderzoek te stimuleren, wordt tijdens BPA-II de ‘ontmoeting’ gefaciliteerd tussen lector(at)en en praktijkpartners. We streven naar (minimaal) acht (open) themabijeenkomsten (twee per thema). Ook wordt in BPA-II gewerkt aan een betere aansluiting van het onderwijs. Doelen zijn: 1. Verduurzamen van het BPA (netwerkontwikkeling) via het organiseren van ‘de ontmoeting’ 2. Creëren van themabijeenkomsten rondom de vier thema’s, met werkveld, onderwijs en onderzoek samen, waarbij (praktijk)vragen worden geformuleerd, kennis wordt gedeeld en nieuwe kennis wordt ontwikkeld. 3. Vanuit deze themabijeenkomsten genereren van (nieuwe) initiatieven en onderzoeksprojecten, waarin minimaal drie verschillende lectoraten, diverse praktijkpartners en onderwijspartners participeren 4. Vastleggen, beschikbaar stellen én doorontwikkelen van de opgedane kennis en inzichten, waarbij met praktijkpartners en onderwijs wordt bekeken of dit leidt tot nieuwe inzichten en instrumenten voor de praktijk en tot onderwijsvernieuwing leiden (kennisbasis vastleggen)
Motivatie Het versterken van de samenwerking tussen relevante lectoraten door het ontwikkelen van een multidisciplinaire onderzoeksagenda op het terrein van Arbeid in de brede zin van het woord. Hierdoor kan de thematiek rondom toegang tot en behoud van arbeid vanuit meerdere kanten worden aangevlogen én kan focus en massa worden gecreëerd voor onderzoeksprogrammering en –funding. Daardoor kunnen we als lectoraten een belangrijke rol te spelen bij vraagstukken die betrekking hebben op het duurzaam (weer) aan het werk gaan én duurzaam aan het werk blijven. Achtergrond Om als individu zelfstandig en volwaardig te kunnen deelnemen aan onze participatiemaatschappij, is het hebben van werk cruciaal. Werk is echter voor mensen met minder of onvoldoende arbeids-, persoonlijk-, sociaal-, en cultureel kapitaal en/of toegang tot hulpbronnen steeds minder vanzelfsprekend. Naast traditioneel kwetsbare groepen – zoals laagopgeleiden, mensen met een chronische aandoening en migranten - zijn er nieuwe categorieën, waaronder veel middelbaar en hoog opgeleiden, voor wie het lastig is/wordt structureel betaald werk te vinden. De oorzaak ligt voornamelijk bij de toenemende digitalisering en robotisering in combinatie met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ook werk op academisch niveau, dat gebaseerd is op regels, bijvoorbeeld accountancy en rechtspraak, zal steeds vaker (deels) geautomatiseerd kunnen worden (Est et al. 2015, Went et al. 2015). Anderzijds zijn er sectoren, zoals techniek en ICT, die een steeds grotere behoefte hebben aan hoogopgeleid personeel en waar het lastig is om voldoende gekwalificeerde mensen te krijgen. Tot slot zien we in alle sectoren een toename van stress- en burn-out klachten, die deels gerelateerd zijn aan traditionele, functioneel ingerichte organisaties. Het bovenstaande biedt geen rooskleurig beeld voor grote groepen in de samenleving en vanuit een breed Platform Arbeid willen we de thema’s op het terrein van arbeid vanuit meerdere perspectieven benaderen en in samenhang beschouwen.
Gemeente Maastricht (Gemeente), Zuyd Hogeschool (Zuyd) en de Universiteit Maastricht (UM) willen zich gezamenlijk meer inzetten voor ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in de stad. De City Deal Kennis Maken biedt de mogelijkheid deze samenwerking tussen de instellingen, met bewoners en gemeente, interdisciplinair en meer gestructureerd vorm te geven. De samenwerking tussen UM, Zuyd en de Gemeente rondom het aanpakken van ruimtelijke en sociaal maatschappelijke vraagstukken is nog te weinig vanzelfsprekend, al worden daar sinds de eerste CDKM regeling (2019) wel stappen in gezet. Vandaar dat de Impulsregeling gebruikt wordt als de bestendiging en verdere ontwikkeling van deze samenwerking. In de CDKM>M ligt de focus op de wijk. De partners gaan, door inzet van studenten, docenten en onderzoekers werken aan de toekomstbestendigheid en vitaliteit van de Maastrichtse buurten. Speciale focus ligt daarbij op de thema’s klimaatadaptatie, circulaire economie en inclusiviteit. Hiertoe is een multidisciplinaire (of interfacultaire) aanpak randvoorwaardelijk; samenwerking tussen studenten uit het sociale, technische, facilitaire/economische, technische, gezondheid/zorg en kunsten domein is vereist. De UM en Zuyd willen via de CDKM de ontwikkeling van hun studenten verder versterken door actieonderzoek in het onderwijs te integreren. Hierdoor wordt hetgeen studenten leren actueel en innovatief, en verankert het onderwijs meer, in de praktijk. Voor de studenten is en wordt de wijk een rijke leeromgeving. Partners willen een win-win situatie creëren, waarin alle partijen (e.g. studenten, inwoners, docenten, onderzoeker, professionals, bedrijven, etc.) profiteren van elkaar en van het werk dat ze samendoen t.b.v. toekomstbestendige en vitale buurten. De aanvraag maakt gebruik van een aantal stevige, reeds aanwezige bouwstenen: - het lectoraat Smart Urban Redesign van Zuyd; - het brede onderwijsaanbod van de academies van Zuyd - “Match” van het Student Service Centre van de UM, een gezamenlijk project ook vanuit Studentenstad; - de succesvolle samenwerking inzake de economische structuurversterking van de regio; o.a. via de Kennis-As Limburg en de Brightlands Campussen.