Onderwijsinnovaties leiden vaak niet tot de beoogde resultaten. Stagnatie in onderwijsinnovaties is een belangrijke oorzaak voor het uitblijven van resultaten. De stagnatie is het gevolg van twee kernproblemen in onderwijsinnovatie: (1) een lineaire basisredenering die geen recht doet aan het moeilijk te voorspellen verloop van onderwijsinnovatie en (2) de innovatie gaat voorbij aan het inhoudelijke debat met docenten, waardoor docenten niet geneigd zijn het nieuwe gedrag te implementeren. In het promotie-onderzoek van Remco Coppoolse wordt de lineaire basisredenering ingewisseld voor het dynamisch multi-actor perspectief. Dit nieuwe perspectief vraagt om ander gedrag van de leider van onderwijsinnovatie, de innovatiemanager. Doel van deze studie is om werkregels te ontwerpen die een innovatiemanager kan inzetten om continuïteit in onderwijsinnovatie te realiseren, vanuit het dynamisch multi-actor perspectief. In een ontwerpgericht onderzoek is met drie verschillende onderzoeksmethoden een set van 18 werkregels ontwikkeld voor innovatiemanagers. De werkregels zijn geprojecteerd op een spiraalvormig ordeningskader, waarmee een oriëntatiebasis is ontstaan voor innovatiemanagers, een bron waaruit zij kunnen putten bij het begrijpen en beïnvloeden van onderwijsinnovatie. De oriëntatiebasis omvat vier rondes die de overdracht van ontwikkelenergie tussen actorengroepen representeren in verschillende fases van de onderwijsinnovatie. Vrijkomen van ontwikkelenergie houdt de onderwijsinnovatie gaande, uitblijven leidt tot stagnatie. Eerste proeven in de praktijk laat zien dat inzet van de oriëntatiebasis door innovatiemanagers bijdraagt aan de continuïteit van onderwijsinnovatie.
DOCUMENT
De meeste musea hebben te weinig financiële middelen om alles te halen uit de nieuwe media. Zij dreigen daardoor het contact met het publiek te verliezen. De IT-professional, zeggen Ben Kokkeler, Dennis Ringersma en Harry van Vliet, kan het tij keren. Hij kan musea de weg wijzen door onder meer op te treden als innovatiemanager
DOCUMENT
De meeste musea hebben te weinig financiële middelen om alles te halen uit de nieuwe media. Zij dreigen daardoor het contact met het publiek te verliezen. De IT-professional, zeggen Ben Kokkeler, Dennis Ringersma en Harry van Vliet, kan het tij keren. Hij kan musea de weg wijzen door onder meer op te treden als innovatiemanager.
DOCUMENT
Stagnatie in onderwijsinnovaties is een belangrijke oorzaak voor het uitblijven van resultaten. De stagnatie is het gevolg van twee kernproblemen: (1) een lineaire veranderredenering die geen recht doet aan het verloop van onderwijsinnovaties en (2) de innovatie gaat voorbij aan docenten, waardoor docenten niet geneigd zijn het nieuwe gedrag te implementeren. In een ontwerpgericht onderzoek is een set van 18 werkregels ontwikkeld. Naast deze werkregels is een ideaaltypisch verloop van onderwijsinnovatie ontworpen, waarin wisselwerking tussen actoren die de onderwijsinnovatie beïnvloeden en ontwikkelaars die de vertaalslag maken naar de onderwijsuitvoering is verdisconteerd. Met de koppeling van het ideaaltypisch verloop en de werkregels is een oriëntatiebasis ontstaan: een bron waaruit innovatiemanagers kunnen putten bij het beïnvloeden van onderwijsinnovatie. Toepassing van de oriëntatiebasis draagt bij aan de continuïteit en de resultaten van de onderwijsinnovatie. Verder onderzoek is nodig om de oriëntatiebasis verder te ontwikkelen en onderliggende mechanismes te begrijpen.
DOCUMENT
Op basis van desk research en interviews met 15 stakeholders (7 professionele zorgverleners, 5 managers/experts in de thuiszorg en 3 cliënten) is inzicht verkregen in zowel de oorzaken van de medicatieproblematiek als ontwerpkansen. Alle inzichten en kansen die in dit document worden gepresenteerd zijn gebaseerd op onderzoek dat is uitgevoerd door ontwerpstudio Moorgen in de periodeseptember tot en met december 2012. De medicatieproblematiek in de thuiszorg blijkt te worden veroorzaakt door factoren op twee gebieden: zorgnetwerk en clientwoning. Het zorgnetwerk slaat op het grote, complexe net werk van zorgverleners rondom een thuiszorgcliënt die elk hun eigen taak hebben in de zorgverlening en hierover met elkaar moeten communiceren. Naast de professionele zorgverleners en mantelzorgers zijn de huiisarts, thuiszorgorganisatie, specialisten in het ziekenhuis, de ziekenhuisapotheek, de “reguliere” apotheek, en eventueel nog andere partijen ( zoals een huishoudelijke hulp) onderdeel van dit netwerk. Het tweede gebied –cliëntwoning- heeft betrekking op fouten die ontstaan op het moment dat een zorgverlener daadwerkelijk bij de cliënt thuis is om zorg te verlenen.
DOCUMENT
Uit het vooronderzoekvan het project Duurzamelearning communities: Oogstenin de Greenportblijkt dat12 factorenhierbijvan belangrijk zijn. Deze succesfactoren staan centraal in de interactieve tool Seeds of Innovation. Ook komen uit het vooronderzoek, aangevuld met inzichten uit de literatuur en tips om de samenwerking door te ontwikkelen en meer gebruik te maken van de opbrengsten 12 succesfactoren met toelichting, belangrijkste bevindingen en tips voor ‘hoe nu verder’, Poster, Walk through, De app die learning communities helptde samenwerkingnaareenhogerplan te tillenen innovatieveopbrengstenoptimaalte benutten.
MULTIFILE
In deze bijdrage zullen eerst kort de conclusies van beide rapporten worden weergegeven waarna wat langer wordt stil gestaan bij de waarde en bijdrage van biede rapporten. Mijn conclusie na lezing van beide rapporten en het verslag van de gemeenteraad daarover is duidelijk. Het leidt geen twijfel dat er in Utrecht (als we de evaluatoren moeten geloven zelfs forse) fouten zijn gemaakt na metingen van asbest in verschillende woningen; door de gemeente, de organisaties die de crisis bestreden en door woningbouwcorporatie Mitros. Toch draagt de manier van rapporteren en concluderen maar in beperkte mate bij aan het doorgronden van de problemen en moet de vraag gesteld worden of wij in de toekomst moeten doorgaan met het doen van evaluaties op een dergelijke (gescheiden) wijze. Evaluatoren zijn over het algemeen veel te veel gericht op oordlen en soms ook veroordlen, en veel te weinig op het begrijpen
DOCUMENT
Nederlandse tuinbouwsector heeft een prominente positie. Om deze positie te behouden en te verstevigen, is human capital nodig én moeten publieke en private partijen samenwerken om tot innovatieve oplossingen te komen. Daarom voert het lectoraat HRM van Inholland in samenwerking met het lectoraat Duurzame Talentontwikkeling van de Haagse Hogeschool twee onderzoeken uit in de Greenport West-Holland op het thema “De mens in Innovatie”. De publiek-private krachten worden gebundeld in fieldlabs of learning communities. Deze samenwerkingen kunnen allerlei namen hebben en ook diverse innovatieve oplossingen bieden. In dit project gaan we op zoek naar hoe je ervoor kunt zorgen dat deze oplossingen uit dergelijke samenwerkingen kunnen worden verduurzaamd. We hebben twaalf factoren geïdentificeerd en deze in een tool verwerkt. De bijlagen zijn te vinden op: https://www.dehaagsehogeschool.nl/onderzoek/kenniscentra/projectdetails/groensector-in-verandering-greenport-west-holland
DOCUMENT
Hogeschool Inholland heeft op dit moment een hoogwaardige digitale leeromgeving. Echter, gezien de continue ontwikkelingen binnen de onderwijstechnologie is het belangrijk om een alert en wendbaar digitaal leerlandschap te blijven aanbieden. Omdat technologie in sommige gevallen ook een versneller kan zijn van onderwijsinnovatie, is Inholland gestart met het project “Innovatie met EdTech” wat het mogelijk maakt om innovatieve technologieën experimenten uit te voeren. Er ontbreekt een objectief evaluatieinstrument om deze technologien op een objectieve maar inzichtelijk manier te beoordelen op hun meerwaarde om hiermee een eventuele grootschalige implementatie mogelijk te maken. Hiervoor is de Inholland Innovatie Index ontwikkeld: een multidisciplinaire evaluatiemethodiek die een kansrijke applicatie beoordeelt op drie hoofdcategorieën met diverse subcategorieën. In een workshops setting waarbij diverse actoren aanwezig zijn, worden de resultaten besproken. Na afloop worden de bevinden geplot in de Inholland Innovatie Index resulterend in een groene, oranje of rode kleur per categorie waardoor een algemeen beeld ontstaat rondom het succes van de pilot. Met behulp van de Inholland Innovatie Index zijn tien pilots geëvalueerd met een divers resultaat. De Inholland Innovatie Index blijkt een nuttig instrument om begrip te creëren voor de diverse standpunten en inzichten die mede leiden tot een negatief advies. Daarnaast blijkt dat waardevolle lessen die bij minder ‘succesvolle’ pilots zijn opgedaan door het gebruik van de Inholland Innovatie Index niet verloren gaan.
DOCUMENT
Over het mislukken van sociale innovatie wordt nauwelijks geschreven. Het leren van mislukte projecten kan net zo waardevol zijn als het leren van succesvolle projecten. Dit artikel behandelt sociale innovatie in een zorginstelling. Aan de hand van twee casusbeschrijvingen worden de uitdagingen en belemmeringen hiervan geschetst. Het artikel bevat belangrijke lessen voor (HR)Managers die zelf sociale innovatie in hun organisatie willen toepassen.
DOCUMENT