In tourism management, traditional input-output models are often applied to calculate economic impacts, including employment impacts. These models imply that increases in output are translated into proportional increases in labour, indicating constant labour productivity. In non-linear input- output (NLIO) models, final demand changes lead to substitution. This causes changes in labour productivity, even though one unit of labour ceteris paribus still produces the same output. Final demand changes can, however, also lead to employees working longer, harder and/or more efficiently. The goal of this article is to include this type of 'real' labour productivity change into an NLIO model. To do this, the authors introduce factor augmenting technical change (FATC) and a differentiation between core and peripheral labour. An NLIO model with and without FATC is used to calculate the regional economic impacts of a 10% final demand increase in tourism in the province of Zeeland in the Netherlands. Accounting for real productivity changes leads to smaller increase in the use of labour, as productivity increases allow output to be produced using fewer inputs.
LINK
Analyse van de input (financiele middelen), throughput (activiteiten) en output (prestaties, successen) van het topsportbeleid in Nederland.
Mechanical power output is a key performance-determining variable in many cyclic sports. In rowing, instantaneous power output is commonly determined as the dot product of handle force moment and oar angular velocity. The aim of this study was to show that this commonly used proxy is theoretically flawed and to provide an indication of the magnitude of the error. To obtain a consistent dataset, simulations were performed using a previously proposed forward dynamical model. Inputs were previously recorded rower kinematics and horizontal oar angle, at 20 and 32 strokes∙min−1. From simulation outputs, true power output and power output according to the common proxy were calculated. The error when using the common proxy was quantified as the difference between the average power output according to the proxy and the true average power output (P̅residual), and as the ratio of this difference to the true average power output (ratiores./rower). At stroke rate 20, P̅residual was 27.4 W and ratiores./rower was 0.143; at stroke rate 32, P̅residual was 44.3 W and ratiores./rower was 0.142. Power output in rowing appears to be underestimated when calculated according to the common proxy. Simulations suggest this error to be at least 10% of the true power output.
Inzicht verkrijgen in het belang van verblijfs-en dagtoerisme voor de gemeenten Alphen Chaam en Gilze Rijen. Het onderzoek kijkt primair naar de economische impacts van toerisme in de regio dmv Input-Output model, maar sociale en ecologische aspecten worden tevens meegenomen.Client: Toerisme de Baronie
In Nederland zijn momenteel drie kwantitatieve methoden voor het meten van de circulariteitsprestatie van gebouwen voorhanden. Deze methoden zijn onderhevig aan verschillende interpretaties van het begrip circulariteit. De toepassing van twee van de methodes is daarnaast arbeidsintensief. De doelstelling van het voorgestelde project is de ontwikkeling van een handzame methode om de circulariteit van gebouwen te meten en beoordelen. Een dergelijke methode kan dan worden gebruikt om verschillende ontwerp- en materiaalkeuzes te toetsen, en gebouwen circulairder te maken. Om de doelstelling te bereiken, worden achtereenvolgens vijf stappen doorlopen. De eerste drie stappen hebben betrekking op de ontwikkeling van de methode en een tool die het gebruik van de methode gebruiksvriendelijk maakt. Stappen vier en vijf hebben betrekking op validatie van de ontwikkelde methode, waarbij een starterswoning (House2Start) als case object wordt gebruikt. Saxion Hogeschool werkt in dit project samen met Primum, De Mors en House2Start.
Hogeschool de Kempel wenst middels de subsidie de infrastructuur van praktijkgericht onderzoek te behouden en te versterken. Zij willen hiermee twee zaken verbeteren, namelijk: - Het realiseren van een inhoudelijke focus. Binnen het Kempelonderzoekscentrum heerst geen traditie van een gemeenschappelijk conceptueel kader, waar dit nu actueel en urgent lijkt. Voor het beantwoorden van onderzoeksvragen wil het Kempelonderzoekscentrum een conceptueel kader ontwikkelen dat is opgebouwd uit relevante begrippen en hun onderliggende relaties. Het begrip waar het in alle onderzoeksprojecten om draait is verantwoordelijkheid (responsibility). - Sterke externe gerichtheid. Het belang van een dialoog met de praktijk is tweeledig. Enerzijds wil je in de praktijk de inhoudelijke focus, en vervolgens de vraagstellingen horende bij deze focus, ophalen. Anderzijds wil je het ontwikkelde conceptueel kader, en vervolgens ook de aanbevelingen die zijn opgenomen in de onderzoeksrapporten, in de praktijk toetsen. Er dient onderzocht te worden of de activiteiten hebben opgeleverd wat de praktijk voor ogen had, met andere woorden of de via praktijkgericht onderzoek ontwikkelde kennis ook daadwerkelijk in de praktijk wordt benut en tot welke opbrengsten dat leidt. De realisatie en de output van bovenstaande dient als input voor een te organiseren symposium – ten gevolge van Corona een mix van digitale en fysieke ontmoetingen – en levert, samen met het verbeteren van de informatievoorziening en vindbaarheid van het Kempelonderzoekscentrum op de website, een bijdrage aan de versterking van de externe zichtbaarheid in de ‘buitenwereld’.