Multinational enterprises (MNEs) have become global players in the current globalized labour market and their economic activities are no longer territorially limited, but they extend in different countries, thereby leading to the development of global supply chains. Against this background, companies’ operations are increasingly conducted by foreign subsidiaries and they are being outsourced to business partners worldwide. In both cases, lower working conditions and production costs in foreign countries are one of the driving factors leading to this business choice.
MULTIFILE
The main question in this PhD thesis is: How can Business Rules Management be configured and valued in organizations? A BRM problem space framework is proposed, existing of service systems, as a solution to the BRM problems. In total 94 vendor documents and approximately 32 hours of semi-structured interviews were analyzed. This analysis revealed nine individual service systems, in casu elicitation, design, verification, validation, deployment, execution, monitor, audit, and version. In the second part of this dissertation, BRM is positioned in relation to BPM (Business Process Management) by means of a literature study. An extension study was conducted: a qualitative study on a list of business rules formulated by a consulting organization based on the Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission risk framework. (from the summary of the Thesis p. 165)
Nowadays companies need higher educated engineers to develop their competences to enable them to innovate. This innovation competence is seen as a remedy for the minor profitable business they do during the financial crises. Innovation is an element to be developed on the one hand for big companies as well as for small-and-medium sized companies through Europe to overcome this crisis. The higher education can be seen as an institution where youngsters, coming from secondary schools, who choose to learn at higher education to realize their dream, what they like to become in the professional world. The tasks of the Universities of applied Sciences are to prepare these youngsters to become starting engineers doing their job well in the companies. Companies work for a market, trying to manufacture products which customers are willing to pay for. They ask competent employees helping achieving this goal. It is important these companies inform the Universities of applied Sciences in order to modify their educational program in such a way that the graduated engineers are learning the latest knowledge and techniques, which they need to know doing their job well. The Universities of applied Sciences of Oulu (Finland) and Fontys Eindhoven (The Netherlands) are working together to experience possibilities to qualify their students on innovation development in an international setting. In the so-called: ‘Invention Project’, students are motivated to find their own invention, to design it, to prepare this idea for prototyping and to really manufacture it. Organizing the project, special attention is given to communication protocol between students and also between teachers. Students have meetings on Thursday every week through Internet connection with the communication program OPTIMA, which is provided by the Oulu University. Not only the time difference between Finland and the Netherlands is an issue to be organized also effective protocols how to provide each other relevant information and also how to make in an effective way decisions are issues. In the paper the writers will present opinions of students, teachers and also companies in both regions of Oulu and Eindhoven on the effectiveness of this project reaching the goal students get more experienced to set up innovative projects in an international setting. The writers think this is an important and needed competence for nowadays young engineers to be able to create lucrative inventions for companies where they are going to work for. In the paper the writers also present the experiences of the supervising conditions during the project. The information found will lead to success-factors and do’s and don’ts for future projects with international collaboration.
Het Hanze Innovation Traineeship Pilot project is geïnitieerd op de Hanzehogeschool Groningen door drie onderzoeksgroepen (lectoraten) die zijn ingebed in het Marian van Os Centre of Expertise Ondernemen (CoEO). De trainees worden gecoacht in een Community of Learners en begeleid door een diverse groep van onderzoekers van de volgende onderzoeksgroepen van de Hanzehogeschool Groningen: (1) International Business, (2) Marketing/Marktgericht Ondernemen en (3) User-Centered Design. Het doel van het programma is om regionale MKBs in Noord-Nederland te ondersteunen om duurzaam te innoveren met de hulp en ondersteuning van trainees en onderzoekers van de drie onderzoeksgroepen. De trainees worden begeleid bij het ontwikkelen en implementeren van een door onderzoek ondersteunde innovatie tijdens een afstudeerproject en een 12-maanden durende traineeship bij het bedrijf. Bij de start van het programma ondergaan de MKBs een innovatie-gezondheids-check die wordt herhaald nadat de traineeship is afgerond. Over het algemeen zouden de bedrijven hun bedrijfsprestaties en innovatiecapaciteit moeten kunnen verbeteren door middel van het programma. Verder zal de onderzoekssamenwerking tussen de onderzoeksgroepen van de Hanzehogeschool en de MKBs leiden tot een beter inzicht in innovatiebarrières en succesfactoren. De opgedane kennis over regionale MKB-innovatie zal in alle sectoren en industrieën worden geprojecteerd. De uiteindelijke projectresultaten zullen dienen voor het besluitvormingsproces van toekomstige innovatie traineeship programma's
De robot assistent is een nieuwe, veelbelovende technologie om docenten te ondersteunen en leerprestaties te verbeteren. Echter, een moreel kader voor een aanvaardbare inzet van zulke robots mist nog.Doel Het doel van dit project is, het creëren van een richtlijn, in samenwerking met stakeholders, voor het toepassen van robots in het basisonderwijs op een moreel verantwoorde manier. Resultaten Het hoofddoel van dit project is het creëren van een richtlijn voor het moreel verantwoord toepassen van sociale robots in het Nederlandse basisonderwijs. Deze richtlijn kan worden gebruikt door alle belangrijke belanghebbenden, zoals leraren, robotbedrijven en schoolbesturen, bij het nemen van beslissingen over het ontwerpen, bouwen en toepassen van sociale robots. Looptijd 01 november 2017 - 01 november 2021 Aanpak Dit project maakt gebruik van de Value Sensitive Design Methodology. Ten eerste voeren we een grootschalig systematisch literatuuronderzoek uit om de relevante morele waarden te identificeren. Daarna houden we focusgroepsessies met belanghebbenden om deze waarden verder te conceptualiseren. Op basis van de focusgroepsessies zullen we een enquête ontwikkelen om kwantitatieve gegevens over de stakeholderperspectieven te verkrijgen. Deze onderzoeken vormen de basis voor de richtlijnen. Extra informatie Stel je voor: een robot die de leerkracht helpt in de klas. Interview met Matthijs Smakman voor De Nationale Wetenschapsagenda (NWA) Relevantie Bijdrage aan de wetenschap Meerdere studies benadrukken de dringende behoefte aan ethische reflectie en richtlijnen voor robotleraren en theoretisch integratie van de tot dusver bekende, gefragmenteerde resultaten. Dit promotieonderzoek beoogt dit te doen door het ontwikkelen van een nieuwe moraaltheorie over de ethische opvattingen die verbonden zijn aan de implementatie van robotleraren, en test de theoretische aannames empirisch. De resultaten zullen worden verspreid op wetenschappelijke conferenties, debatten en in tijdschriftpublicaties. Bijdrage aan de samenleving De angst en implicaties van intelligente robots die banen overnemen, maakt deel uit van een internationaal debat (Brynjolfsson & McAfree, 2016) en zal een grote impact hebben op de taken van docenten. Robotleraren zijn een perfecte kandidaat om te helpen leraren in hun toenemende werkdruk. Er moet echter voorzichtig worden omgegaan met het introduceren van robotleraren in het klas. Dit doctoraatsonderzoek erkent de morele overwegingen en zorgt voor de nodige theoretische basis om een richtlijn te ontwikkelen voor de implementatie van robotleraren op een moreel gepaste manier. De resultaten wordt via websites, videoclips en maatschappelijke debatten aan het publiek getoond. Co-financiering Dit onderzoek is gefinancierd door NWO, Promotiebeurs voor Leraren, projectnumer: 023.00.066 Aanvullende documenten en doorverwijzingen Publicaties Smakman, M.H.J.; Konijn, E.A.; Vogt, P.; Pankowska, P. Attitudes towards Social Robots in Education: Enthusiast, Practical, Troubled, Sceptic, and Mindfully Positive. Robotics 2021, 10, 24. https://doi.org/10.3390/robotics10010024 Smakman, M., Berket, J., Konijn, E. A. (2020, October). The Impact of Social Robots in Education: Moral Considerations of Dutch Educational Policymakers. In 2020 29th IEEE International Conference on Robot and Human Interactive Communication (RO-MAN) (pp. 647-652). IEEE. Van Ewijk, G., Smakman, M., & Konijn, E. A. (2020, June). Teacher's perspectives on social robots in education: an exploratory case study. In Proceedings of the Interaction Design and Children Conference (pp. 273-280). Konijn, E.A., Smakman, M. & van den Berghe, R. (2020). Use of Robots in Education. In: van den Bulck, J., Sharrer, E., Ewoldsen, D. & Mares, M-L. (Eds). The International Encyclopedia of Media Psychology. Wiley Publisher Smakman, M., Jansen, B., Leunen, J., & Konijn, E. (2020) Acceptable Social Robots in Education: A Value Sensitive Parent Perspective. In INTED2020 Proceedings (pp 7946-7953). Smakman M., Konijn E.A. (2020) Robot Tutors: Welcome or Ethically Questionable?. In: Merdan M., Lepuschitz W., Koppensteiner G., Balogh R., Obdržálek D. (eds) Robotics in Education. RiE 2019. Advances in Intelligent Systems and Computing, vol 1023. Springer, Cham Goudzwaard, M., Smakman, M., & Konijn, E. A. (2019). Robots are Good for Profit: A Business Perspective on Robots in Education. 2019 Joint IEEE 9th International Conference on Development and Learning and Epigenetic Robotics (ICDL- EpiRob), 54–60. https://doi.org/10.1109/DEVLRN.2019.8850726 Video Stel je voor: een robot die de leerkracht helpt in de klas
Business relations between Brainport organisations and their partners based in China have been growing rapidly. This postdoc project explores the Sino-Dutch corporate communicative strategies in the intercultural and geo-political context. Adopting discourse analysis and design-based research methods, the research aims to develop effective communication strategies for organisations in Brainport. Probing the geo-political, intercultural and digital challenges, the project provides a framework and insights in terms of corporate communication in the intercultural settings. Based on the results, the publications, the teaching activities, and the public talks, this research will generate future research leads and more societal discussions on the interplay between intercultural and business communicative strategies. Furthermore, this research engages the teaching activities through lectures and workshops at Fontys School of Business and Communication. Engaging the students in various learning activities, I will encourage the learning groups to participate and experiment in a hybrid learning environment at Fontys. I will lead a research project team in our minor China and World Economy, and encourage the learning group to participate and experiment in a hybrid learning environment at Fontys.