Inclusie is een begrip met een hoog ideëel gehalte, waaraan verschillende interpretaties gegeven worden. Een van de meest concrete omschrijvingen vinden we bij Schuurman en Nass (2015) die onder inclusie verstaan: ‘De situatie waarin iemand geen obstakels ervaart om mee te kunnen doen aan de samenleving en specifieke maatregelen voor mensen met een beperking vrijwel niet nodig zijn. Het betekent dat iedereen ongeacht zijn achtergrond of huidige situatie er als vanzelfsprekend bij hoort, ervaart dat hij welkom is en contact kan maken met zijn omgeving.’ Het onlangs door Nederland geratificeerde VN Verdrag voor Mensen met een Handicap belichaamt het recht van mensen om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Maar werken aan meer inclusie van mensen met beperkingen blijkt in de praktijk weerbarstig (zie o.a. Bos, 2016). Maar wat is er dan nodig om aan inclusie te werken? Welke kennis en competenties hebben professionals nodig? Welke werkwijzen en activiteiten dragen bij aan meer inclusie? In de periode 2013 – 2015 werd in een zevental proeftuinen verspreid over het land geëxperimenteerd om antwoorden op deze vragen te vinden. Deze antwoorden kunnen het meedoen en meetellen van mensen met een verstandelijke beperking in de samenleving een stukje dichterbij brengen.
DOCUMENT
Small and medium-sized enterprises (SMEs) often struggle with company innovation, compared to their larger counterparts. A university-business collaboration (UBC) programme in the north of the Netherlands attempts to increase the innovation capabilities of regional SMEs with the support of graduating bachelor students. The 18-months long Hanze Innovation Traineeship Programme (HITP) combines the graduation phase with a consecutive 12-months traineeship, during which students are meant to implement an innovation at the company. We measure the innovation capacity of the participating SMEs at the beginning of the programme and identify strong and weak points within the organisations. We discuss the outcomes of the HITP for SME innovation and further evaluate the programme’s suitability on the intended student learning outcomes.
DOCUMENT
Voor het project Sensing Streetscapes sprak Hogeschool van Amsterdam-onderzoeker Frank Suurenbroek met Ton Schaap, senior stedenbouwkundige bij de gemeente Amsterdam. Hij vertelt over de noodzaak om meer te bouwen binnen Amsterdam. "Maar een prettige openbare ruimte blijft de kern van de stad."Voor het onderzoeksproject Sensing Streetscapes maakten Frank Suurenbroek en Gideon Spanjar een booklet waarin zij en andere experts het belang van de menselijke maat in de verdichte stad analyseren. Het interview met Ton Schaap is daarin ook opgenomen.
LINK
Studenten in het beroepsonderwijs hebben vaak problemen met recontextualiseren. Door recontextualisatie verbinden studenten verschillende type kennis tot beroepskennis. Beroepskennis wordt opgevat als verborgen, situationele, episodische maar ook expliciete en gecodificeerde kennis. Dit artikel gaat in op de vraag hoe recontextualiseren door studenten in het beroepsonderwijs gestimuleerd kan worden. Twee gevalsstudies in het voorbereidend- en het middelbaar beroepsonderwijs zijn uitgevoerd, waar de eerste gevalsstudie ontwerptekeningen en de tweede gevalsstudie beroepsdilemma’s gebruikt om recontextualisatie van studenten te stimuleren. De eerste gevalsstudie laat zien dat ontwerptekeningen het recontextualiseren van studenten in het technische voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs kan ondersteunen. De ontwerptekeningen zetten studenten aan tot het verbinden van verschillende type kennis, waarbij docenten actief hun eigen beroepskennis expliciteerden. De resultaten van de tweede gevalsstudie laten zien dat het bespreken van beroepsdilemma’s studenten in het middelbaar beroepsonderwijs aanzet tot reflectie. Er werden geen verschillen gevonden in interacties tussen studenten en docenten en tussen studenten onderling. Wel werden er verschillen gevonden voor het beroep (ICT en Pedagogisch Werk). De twee gevalsstudies laten zien dat begeleiding van de docent ertoe doet bij het recontextualiseren van beroepskennis
DOCUMENT
Het zijn de schapen van het koraal. Zee-egels, die de riffen met hun gegraas schoonhouden van algen. En dat is belangrijk, want het koraal wordt wereldwijd enorm bedreigd. Maar in het Caribisch gebied gaat het ook niet goed met de zee-egels. Een ziekte dreigt verschillende populaties uit te roeien. Marien ecoloog Alwin Hylkema van de Universiteit Wageningen en tevens werkzaam als onderzoeker aan hogeschool Van Hall Larenstein doet onderzoek naar zee-egels en koraal-herstel. Hij is deze week gepromoveerd.
LINK
Voldoende beschikbaar zoetwater lijkt in Nederland misschien vanzelfsprekend. Toch hebben we in toenemende mate te maken met periodes van droogte of juist een overschot aan zoetwater. Dit heeft impact op de landbouw, industrie, natuur en onze leefomgeving. In deze aflevering bespreken we wat waterbeschikbaarheid betekent voor de landbouw én hoe boeren kunnen omgaan met een zoetwateroverschot of -tekort. Linda Snippe, onderzoeker bij Hogeschool Inholland, gaat hierover in gesprek met Wolter van der Kooij en Maaike Schaap. Wolter is lector agrarisch waterbeheer bij Aeres Hogeschool Dronten. Hij doet onderzoek naar allerlei mogelijkheden om het watersysteem in landbouwgebied robuuster te maken en zoekt daarbij met name naar natuurlijke oplossingen die makkelijk inpasbaar zijn. Hij werkt daarbij samen met andere Agrarische Hogescholen, waterschappen en het bedrijfsleven. Maaike is docent onderzoeker bij het lectoraat Agrarisch Waterbeheer van Aeres Hogeschool Dronten. Zij houdt zich daar bezig met waterbeheer in het landelijk gebied waarbij klimaatadaptatie en waterkwaliteit een grote rol spelen. Zij benadert deze vraagstukken vanuit de discipline milieu/bodem en water en de discipline educatie en kennisdeling. Waar moeten we, bij het thema waterbeschikbaarheid, aan denken? Wat zijn de gevolgen voor de landbouw? En wat kunnen agrariërs doen om de risico’s te beperken?
LINK
Als je je oriënteert op een nieuwe studie of mogelijkheden om je verder te ontwikkelen kom je waarschijnlijk zoiets tegen als een ‘Professionele Leergemeenschap’ (PLG). Zo’n ‘leergemeenschap’ lijkt heel praktijkgericht te zijn en het kan het over verschillende inhouden gaan, maar hoe zit het eigenlijk? Waarom zijn er zoveel hogescholen en universiteiten die meededen aan een PLG-pilot? Als je samen met een groep collega’s een PLG vormt, dan kan dat genieten zijn. Zo’n samenwerkingsverband of team heeft meerwaarde voor iedereen, voor ieder thema en onderwerp, hoe klein of groot ook. Na een jaar kun je op elke plek die jij wilt, samen met collega’s, een eigen PLG opzetten. Wat je nodig hebt zijn ademruimte, aandacht en inbreng van andermans professionaliteit. Aeres Hogeschool kan voor de juiste facilitators zorgen. In dit boekje vind je: - Antwoorden op vragen over PLG’s zoals: wat is een PLG, hoe faciliteer je een PLG, ‘wat is in for me’ en wat vraagt het van jou en het management? Wat kan het mij opleveren voor m’n werk met leerlingen, studenten en collega’s? - Ervaringsverhalen van personen die aan zo’n PLG hebben meegedaan. - Nieuwe invalshoeken. Hoe leuk en leerzaam kan samenwerken in een PLG zijn, bijvoorbeeld met veertien collega’s afkomstig van zeven verschillende locaties? - Praktische informatie van docenten en facilitators die hiermee de afgelopen jaren ervaring hebben opgedaan. - Antwoorden op vragen als: ‘Wat werkt wel en wat niet?’ ‘Wat heb je er als docent aan en wat als school en leidinggevende?
DOCUMENT