Legal management is een nieuw vakgebied, dat de praktijkvan juridische professionals vanuit een organisatiekundigperspectief benadert. Binnen organisaties heeft legalmanagement het doel de kwaliteit van de juridische functiete optimaliseren. In deze unieke uitgave schetsen experts deontwikkeling van dit nieuwe vakgebied en gaan zij in op destand van zaken van het legal management in verschillendesectoren van de Nederlandse rechtspraktijk: de centrale endecentrale overheid, het bedrijfsleven en de advocatuur.Voor iedereen die geïnteresseerd is in de organisatie vanjuridische dienstverlening en juridische processen.
Abstract about the design and review of Bachelor level education in prosthetics and orthotics in the Netherland.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift Bodem, nr. 2, 2016 Het lectoraat gaat via drie onderzoekslijnen werken aan praktische methoden en werkwijzen die het werkveld verder moeten brengen: (1) sturen en plannen, (2) ontwikkelen en ontwerpen, en (3) gebruik van modern informatie- en kennismanagement. Inhoudelijk focust het lectoraat op bodemdaling, de bijdrage van de ondergrond in de energietransitie en in verstedelijking. Hierbij spelen studenten – uiteraard - een belangrijke rol. Via KOBO-HO (netwerk onderwijs/bedrijfsleven en overheden) worden praktijkopdrachten voor studenten ingebracht.
MULTIFILE
Professionals van het Wetterskip, gemeenten, provincie en natuurorganisaties hebben de vraag gesteld hoe het watersysteem in Noordoost Fryslân duurzamer en toekomstbestendiger kan worden gemaakt. In dit RAAK Publiek project verricht hogeschool VHL samen met deze professionals en met kennispartners onderzoek naar dit vraagstuk. De ?houdbaarheidsdatum? van het traditionele waterbeheer lijkt bereikt. Traditioneel afwateren en ontwateren heeft geleid tot maaivelddaling in de veenweidegebieden, en daaraan gerelateerde CO2-uitstoot en uitspoeling van nutriënten in het grond- en oppervlaktewater. Gevolg is een verlies aan waterbergingscapaciteit en een achteruitgang van de waterkwaliteit. Bij zware regenval is het moeilijk om het water nog te bergen en af te voeren om wateroverlast te voorkomen. Bij droogte ontstaan veel sneller dan voorheen watertekorten. Ook staan daardoor veel unieke ecologische waarden in de veenweidegebieden onderzoek druk of zijn verdwenen. Klimaatveranderingen versterken deze problematiek. In het project wordt kennis ontwikkeld over een klimaatadaptief watersysteem in veengebieden en nieuwe vormen van waterbeheer, functies en functiecombinaties en de relatie met het meer toekomstbestendig maken van het watersysteem (flexibel waterpeil, berging in een natuurgebied, natte teelt, natuurvriendelijke oevers, etc.). Dit wordt gedaan door met elkaar en met andere actoren uit de regionale samenleving a) het watersysteem te onderzoeken en b) te experimenteren met innovatief waterbeheer in het gebied. De onderzoeksvraag is: In welke mate dragen nieuwe vormen van duurzaam, slim waterbeheer bij aan de toekomstbestendigheid van het watersysteem in Noordoost Fryslân? Het project levert voor de waterbeheerders, planologen, natuurbeheerders en andere betrokken professionals een digitaal handboek, bestaande uit een analyse van het watersysteem in het gebied, een klimaatstresstest, een gidsmodel voor het vasthouden en schoonhouden van water, beschreven innovatieve oplossingsrichtingen, een 3D animatie, een participatieve handreiking met ontwerprichtlijnen, beschreven ervaringen en enkele toekomstscenario?s voor het gebied. Dit alles wordt gekoppeld aan een veldwerkplaats en kennismanagementsysteem.
Aanleiding In de Oosterschelde hebben de intergetijdengebieden (de stukken die bij laag water droogvallen, ook wel: litoraal) last van een proces dat bekendstaat als zandhonger. De afkalving is groter dan de aangroei en zonder ingrijpen zal deze erosie ervoor zorgen dat het gebied uiteindelijk onder water verdwijnt. Zandhonger bedreigt de landschappelijke kwaliteit, belangrijke habitattypen en natuurwaarden. Tegelijkertijd willen schelpdierkwekers de productie van mossels en oesterbroed in het gebied verhogen. Litorale mosselbanken kunnen een oplossing bieden omdat ze mogelijk erosieremmend werken. Doelstelling De centrale vraagstelling waarop dit onderzoek antwoorden zoekt, valt in drie deelvragen uiteen: " Hoe kunnen litorale mosselbanken in de Oosterschelde worden aangelegd? " Welke waarde levert dit op? " Zijn de verschillende functies - economie, plaatstabiliteit en natuur - te verenigen, en zo ja, hoe? De projectleden onderzoeken wat de methoden en (rand)voorwaarden zijn voor het construeren van een litorale mosselbank. Ze onderzoeken factoren in aanleg en actief langdurig beheer die meerwaarde voor commerciële productie, plaatstabiliteit en natuur van de schelpdierbank leveren. Ze kijken bovendien naar mogelijkheden om deze meerwaarde te balanceren en te optimaliseren. Beoogde resultaten Het belangrijkste concrete resultaat van het project is een beproefde methode, met guidelines en protocollen, voor de aanleg van litorale mosselbanken. Een waardenmodel zal inzicht geven in duurzaam beheer. De nieuwe kennis, inzichten en producten worden online in het bestaande kennismanagementsysteem van de Delta Academy, de Delta Expertise Site (wiki), geïncorporeerd en zo breed ontsloten. Het projectteam publiceert over de nieuwe kennis, en de kennis en producten gaan deel uitmaken van het onderwijs en de nascholing van de hogeschool.
Achtergrond: De installatiebranche staat voor een aantal grote uitdagingen. Het personeel in de installatietechniek vergrijst en minder jongeren kiezen voor een baan in de installatiebranche. Tegelijkertijd vindt er een inhoudelijke transitie plaats mede gedreven door technologische innovaties van prestatiegericht installeren naar mensgericht installeren. Het betekent dat installaties in gebouwen niet alleen energiezuinig behoren te zijn maar ook behoren zij bij te dragen aan het welzijn en de gezondheid van de gebruikers. Grotere bedrijven zetten meer en meer opkomende technologieën in maar het is nog niet duidelijk of dit aantrekkelijk werkt voor jongeren om te kiezen voor de installatiebranche. Ook het huidige personeel behoort op een andere manier dan gewend te werken. Verder is het niet duidelijk hoe snel het MKB kan meebewegen in de opkomst van opkomende technologieën. Doel: In hoeverre is de installatiebranche (met name het MKB) gereed om te kunnen werken met opkomende technologieën. Een nevendoel sluit aan bij een bekende belemmerende factor, namelijk het tekort aan jongeren. Om jongeren te enthousiasmeren is daarom tevens het streven om met het veld op te halen wat aantrekellijke use cases zijn om jongeren beter te informeren over het gebruik van opkomende technologieën in de installatiebranche). Vragen zijn; Hoe opereert het MKB in de installatiebranche bij het gebruik van AI en AR? Wat zijn aantrekkelijke use cases voor het gebruik van opkomende technologiën? Hoe krijgen wij onze mensen, maar ook jongeren gereed om te werken in een digitale werkomgeving? Aanpak: Actieonderzoek, inventariseren hoe er wordt gewerkt met AI en AR (interviews inclusief beslissingtechniek, werkbezoeken naar aantrekkelijke use cases en analyse van documentaties). Consortium: Kennistellingen, MKB, groot bedrijven en het ROC. Verwacht resultaat: Overzicht van aantrekkelijke use cases, animatie over werken met AI en AR in de installatiebranche en een RAAKpro vooraanmelding over inzet van AI en AR in de installatiebranche.