This thesis reports on an interpretative case study about student teachers’ and new teachers’ personal interpretations in their teaching practice, during and after an international teaching internship. The main aim of this study was to describe how an international teaching internship interrupts existing, familiar ways of thinking or acting. The findings are an interpretation of how this interruption influences student teachers’ and new teachers’ “personal interpretative frameworks” (Kelchtermans, 2009) during their teacher training programmes and transition from student to teacher. This framework reflects the basis on which a beginning teacher grounds their personal decisions or judgements for action and answers the questions: ‘how can I effectively deal with this particular situation? and ‘why would I work that way?’ (Vanassche & Kelchtermans, 2014, p. 118).
In deze inaugurele rede wordt in het eerste hoofdstuk het concept 'Pedagogiek van Hoop' behandelt en worden de sleutelthema's van pedagogisch leiderschap en inclusiever onderwijs verkent. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op pedagogisch leiderschap en de verantwoordelijkheid om duurzame veranderingen te bewerkstelligen. Hoofdstuk 3 bespreekt inclusiever onderwijs, waarbij een brede definitie wordt gehanteerd die zich richt op mensen en niet-menselijke dingen. Het belang van gelijkwaardigheid in een diverse samenleving wordt benadrukt. In hoofdstuk 4 wordt het onderzoek in het lectoraat besproken, gevolgd door een conclusie in hoofdstuk 5 met de titel 'Een hoopvolle toekomst. Hoe dan?'. Elk hoofdstuk begint met een citaat dat de essentie van het thema weergeeft. De tekst benadrukt ook het belang van ervaringen en beelden, met name in relatie tot onderwijspraktijken, om reflectie mogelijk te maken.
Het onderzoek in dit proefschrift richt zich op de introductie van onderzoek in het curriculum van een pabo. Het doel was om een aantal theoretisch en empirisch onderbouwde design-principes te genereren die ten grondslag zouden moeten liggen aan een introductiecursus 'onderzoek' gericht op de ontwikkeling van onderzoekskennis en -vaardigheden, positieve opvattingen en en een positieve houding ten aanzien van onderzoek bij tweedejaars pabostudenten. Bij de opzet van het onderzoek is een ontwerpgerichte aanpak gebruikt. Er heeft een literatuurstudie plaatsgevonden met als doel design-principes te formuleren die in theorie een positieve invloed hebben op het leren van studenten over onderzoek. Deze principes zijn als uitgangspunt genomen om de introductiecursus te ontwikkelen. Deze cursus is twee keer uitgevoerd en onderzocht: in een pilotstudie en een tweede studie één (studie)jaar later. De centrale onderzoeksvraag van dit promotieonderzoek luidde als volgt: Welke design-principes van een introductiecursus in onderzoek in een pabocurriculum dragen bij aan de ontwikkeling van onderzoekskennis en -vaardigheden, positieve opvattingen en een positieve houding ten aanzien van onderzoek, en op welke manier dragen zij daaraan bij? Studentvragenlijsten, concept maps en groepsinterviews zijn gebruikt om de bijdrage van de introductiecursus aan de doelen (ontwikkeling van positieve opvattingen/houding, kennis en vaardigheden m.b.t. onderzoek) vast te kunnnen stellen. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het mogelijk is om in een pabo een introductiecursus 'onderzoek' te ontwikkelen waarin pabostudenten onderzoekskennis en -vaardigheden ontwikkelen, tezamen met positieve opvattingen en een positieve houding ten aanzien van onderzoek. De bevindingen van de studies in dit proefschrift geven aan dat het belangrijk is om onderzoek in het begin van de opleiding te introduceren. Er lijken twee 'karakteristieken' voor het slagen van een dergelijke cursus essentieel te zijn. Ten eerste is het van belang om zoveel mogelijk voorbeelden van onderzoek uit de onderwijspraktijk te gebruiken. Niet alleen voorbeelden van onderzoek door leraren, maar ook voorbeelden van hoe onderzoek en onderzoeksvaardigheden een plek hebben in de dagelijkse praktijk van de leraar (zoals bij het analyseren van leerlinggegevens of het construeren van een goede toets). Ten tweede noemden de studenten de 'onderzoeksmatige' opzet van de bijeenkomsten in de cursus als waardevol. Het stimuleren van het delen van voorkennis en concepties, daarover discussiëren en het 'moeten' onderbouwen van meningen en opvattingen droegen niet alleen bij aan de kennisontwikkeling, maar ook aan de ontwikkeling van een kritische houding en inzichten in de waarde en toepassingsmogelijkheden van onderzoek in de onderwijspraktijk. Docenten in lerarenopleidingen die zich bezighouden met onderzoeksactiviteiten zouden volgens de studenten niet alleen experts moeten zijn op het gebied van onderzoek, maar ook in staat moeten zijn om deze expertise door te vertalen naar een 'onderzoeksmatige' leeromgeving tijdens de cursusbijeenkomsten.
Er heersen uiteenlopende meningen over biochemie-gerelateerde vraagstukken. Wetenschappers kunnen geen zekerheid bieden, terwijl het publiek dat wel verwacht. Inzicht in de beperkingen van wetenschappelijke kennis is onmisbaar voor een kritisch vertrouwen in wetenschap. Vmbo-scholieren worden uitgedaagd op basis van actuele onderwerpen de dialoog aan te gaan over feiten en fabels.Doel Het doel van dit project is om vmbo-scholieren te helpen in het herkennen van feiten en fabels bij (bio)chemie gerelateerde vraagstukken en inzicht stimuleren over hoe wetenschap werkt. We ontwerpen lesmateriaal en onderzoeken effectieve didactiek en pedagogiek voor kritische meningsvorming erover door o.a. dialoog. Resultaten Onderwijsmateriaal en didactische handelingsperspectieven aangaande kritische meningsvorming Een narratief over hetgeen leeft bij vmbo-leerlingen Aanbevelingen voor herzien van curricula Looptijd 15 januari 2020 - 01 februari 2023 Aanpak Met diverse partners werken we aan het ontwerpen van lesmateriaal en beschrijven we bijpassende didactiek en pedagogiek. Met leraren in het vmbo testen en evalueren we dit.