In dit essay wordt de werkwijze van CUPUDO Tilburg besproken. Cupudo begeleidt projecten kunst in de openbare ruimte. Het essay is aanleiding voor een presentatie tijdens een stadsdialoog op 1 december 2017
DOCUMENT
De afgelopen tien jaar zijn op tal van plaatsen in Drenthe prachtige beelden verrezen. Ze zijn nu grotendeels te vinden in deze fraai verzorgde uitgave in samenwerking met het Centrum Beeldende Kunst Drenthe.
DOCUMENT
Waarom worden bepaalde kunstenaars gekozen en andere niet? Wat is doorslaggevend in selectieprocessen binnen de professionele kunstwereld? Kunst in netwerken biedt op deze vragen een antwoord voor de sectoren van de hedendaagse dans en de beeldende kunst met een handig schema dat ook bruikbaar is voor andere sectoren van culturele productie zoals popmuziek of design. Via een cultuursociologische analyse wordt nagegaan hoe verschillende maatschappelijke aspecten een invloed uitoefenen op artistieke selectieprocessen. Daarbij komen onder andere de politieke invloeden, de onderlinge concurrentie tussen ‘kunstbeslissers’, organisatorische overwegingen, rol van vriendschapsrelaties en professionele overeenkomsten aan bod. Tegelijkertijd vertelt dit boek een geschiedenis van de hedendaagse dans en de beeldende kunst tussen 1980 en 2000 in Vlaanderen. Dat alles gebeurt gedocumenteerd met archiefmateriaal (briefwisselingen, contracten, financiële balansen, sponsor- en subsidiecijfers, artikelen, programmaboeken, catalogie,…) Aan de hand van interviews met kunstenaars, dansprogrammatoren, zakelijk leiders, museumdirecteuren, galeriehouders, verzamelaars, ambtenaren, commissieleden en politici wordt dat materiaal versterkt en kleurrijker gemaakt. Ten slotte formuleert Kunst in netwerken een uitvoerige kritiek op een van de belangrijkste kunstsociologische theorieën van de laatste twintig jaar, met name die van Pierre Bourdieu, waarin het kunstwerk nauwelijks lijkt mee te spelen. Andere sociologische insteken zoals die van Nathalie Heinich en de Actor Netwerk Theorie kunnen een uitweg bieden.
MULTIFILE
Steeds vaker worden de effecten van kunst op welzijn en gezondheid benoemd. In onderzoeken komt naar voren dat het deelnemen aan kunstactiviteiten, actief, receptief of reflectief bijdraagt aan het welbevinden van mensen en het versterken van de samenleving (LKCA, 2021 en 2023; Movisie, 2021; Fancourt & Finn, 2019; Daykin, 2020). De laatste twintig jaar zijn er veel projecten en onderzoeken gestart waarin de relatie wordt onderzocht tussen gezondheid en de impact die de kunsten daarop kunnen hebben. In deze crossovers is er niet alleen kennis opgedaan, maar zijn ook verschillende perspectieven bij elkaar gebracht, zoals die van kunstprofessionals en zorgprofessionals, onderzoekers en beleidsmedewerkers die werken vanuit de beleidsterreinen kunst en cultuur, zorg en welzijn. Het verbinden van zorg en kunst krijgt heden ten dage meer en meer aandacht en de meerwaarde wordt gezien. In die verbinding worden potentiële oplossingen voor demografische en sociale problemen gevonden die leiden tot ervaringen op het gebied van gezondheid en ziekte (Daykin, 2020). Kortom, dat de kunsten een bijdrage kunnen leveren, wordt door veel onderzoeken bevestigd, maar hoe die bijdrage precies tot stand komt, is moeilijker vast te stellen. Er lijkt geen blauwdruk of kant-en-klaar recept te bestaan. Zo zien organisaties in zorg en welzijn zoals Careyn, Buurtzorg en DOCK in Utrecht West de meerwaarde van kunst, maar hebben geen praktische handvatten, kennis en vaardigheden. Wijkcultuurhuis Het Wilde Westen wil op dat gebied graag een bijdrage leveren om, meer specifiek, bij te dragen aan het welzijn en de positieve gezondheid van wijkbewoners. In de praktijk blijkt het nog lastig om elkaar te vinden, omdat iedere partij vanuit zijn eigen opdracht met bijpassende, vastgelegde geldstromen werkt. Het maken van crossovers is niet vanzelfsprekend en een lastige opgave. Daarom is in samenwerking met Het Wilde Westen, Buurtzorg, Careyn en DOCK dit onderzoek naar kunst en positieve gezondheid gestart, waarin verkennend onderzoek is gedaan naar het gezamenlijk inzetten van kunst ter bevordering van welzijn en positieve gezondheid. We onderzochten de samenwerking tussen de verschillende partners om te kijken wat voor hen nodig is om met bewoners vorm te geven aan kunstbeleving en de betekenis van de term ‘positieve gezondheid’. Dit onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door regieorgaan SIA (Kiem GoCI). 1.1 Onderzoeksvraag In het voortraject is gezamenlijk gekomen tot de volgende onderzoeksvraag: Hoe kan kunst community-based vanuit een wijkperspectief door kunst-, welzijns- en zorgprofessionals ingezet worden om een bijdrage te leveren aan de positieve gezondheid in Utrecht West? In deze onderzoeksvraag is, vanuit de wens uit de praktijk, de term ‘positieve gezondheid’ als uitgangspunt genomen. Reden hiervoor is dat dit begrip ruimte geeft voor een holistische blik op gezondheid en een ruimte geeft aan bewoners om zelf betekenis te geven aan het begrip gezondheid (Huber et al., 2011). Steeds duidelijker wordt dat de toegang tot gezondheidszorg maar een kleine invloed heeft op het ervaren van gezondheid en welzijn. De meeste uitdagingen op het gebied van gezondheid blijken meer en meer te maken te hebben met demografische en sociale trends. Ook zijn er veel ziekten waarvoor de bestaande gezondheidszorg niet als enige een oplossing kan bieden, denk bijvoorbeeld aan dementie en chronische ziekten (Daykin, 2020). Het werken vanuit het concept positieve gezondheid kan, doordat zij zich richt op de mens als geheel, bijdragen aan een meer holistische kijk op gezondheid (Huber, 2011). Daarbij is het belangrijk om op te merken dat positieve gezondheid geen onomstreden concept is. Zo wordt gewaarschuwd dat de beleidsmatige vertaling ervan kan leiden tot het terugtrekken van de overheid en bovendien normerend en te individualistisch kan worden ingezet (Cardol et al., 2017). In het onderzoek is positieve gezondheid gekozen als startpunt omdat een aantal consortiumpartners actief met dit concept werken. In het onderzoek wordt bewust gekeken naar hoe het begrip wordt ingezet en wat de discussiepunten ervan zijn. Bijvoorbeeld omdat er in Utrecht West gewerkt wordt vanuit het concept positieve gezondheid vanuit een wijkbenadering waarin het collectieve bewonersperspectief van belang is en niet enkel het individuele belang.
MULTIFILE
In de protestantse kerk staat van oudsher het Woord centraal, een traditie met het accent op beschouwen (gericht op het Woord en het persoonlijk geloof) en minder van aanschouwen (gericht op het visuele, het beeld). Maar we zagen dat kunst ter ondersteuning en verdieping van de geloofsbeleving wel degelijk op waarde werd en wordt geschat. Hoe men hier over denkt heeft wellicht te maken met de stroming binnen de PKN waartoe men behoort en het cultureel kapitaal dat men heeft opgebouwd. Betrokkenen zien hoe beeldende kunst positief kan werken in een kerkelijke setting. Men ziet verbeelding, het aanzetten tot vragen en directheid van taal als kwaliteiten van kunst, en communicatie, reflectie rond geloof en zingeving en het bijstellen van eenzijdige beeldvorming, als functies. We zagen ook dat zo’n 600 kerken hun deuren openstellen voor tentoonstellingen. En dat men worstelt met de vraag hoe zowel de liturgie, als de kerk, als de kunst een evenwaardige plaats kan worden geven en hoe je mensen in aanraking brengt met kunst in de kerk. In hoofdstuk 2 wordt onderzocht hoe zich dat in de praktijk vertaalt. Met welk doel en op welke manier brengen kerken kunst in de kerk, en brengen de kerken mensen in aanraking met deze kunst? En wat zijn daarbij de ervaringen? De praktijkvoorbeelden laten zien dat er uiteenlopende initiatieven zijn. Kunst wordt zowel in actieve (zelf kunst maken), als receptieve (exposities) , als reflectieve vorm (bijv. in de kerkdienst) aangeboden. Informatievoorziening is hierbij ondersteunend. In de vorm van lezingen, en ook door het plaatsen van berichten en afbeeldingen op websites e.d. De aard van de activiteiten en het artistieke niveau, verschilt. Ook de benadering verschilt. Zo zien we dat men in Culemborg de kerkganger voorzichtig wil opvoeden door toegankelijke met minder toegankelijke kunst te mengen, en dat Arent Weevers daar juist helemaal niet mee bezig is: hij zet vraagtekens bij “brave kunst” en wil met kunst het debat aangaan. In het verlengde hiervan ligt de vraag of kunst in de kerk ook seculier kan zijn. In deel 1 zagen we dat Steensma en Offringa hiervoor pleitten en in het project in Drenthe werd ook gebruik gemaakt van de inbreng van niet-religieuze kunstenaars. Een ander verschil dat naar boven kwam was de reden voor kunst in de kerk. Deze was veelal puur op de geloofsbeleving en verdieping gericht, zoals in Culemborg, maar soms ook praktisch, zoals het invulling geven aan een leegstaand kerkgebouw, de Maarten Lutherkerk in Amsterdam. En in Groningen, voor expositieruimte, alhoewel de medewerking van predikanten wel een relatie met de kerkelijke gemeente aangeeft. Bij The Extra Light Project vervaagden de grenzen tussen kerk en kunst, de kerk was én locatie én onderwerp én kunstwerk. Uit de voorbeelden kwam verder naar voren dat kerken de weg weten te vinden naar organisaties die zich met kunst in de kerk bezighouden. En naar subsidiënten die dergelijke projecten willen ondersteunen. Er zijn in het onderzoek geen initiatieven naar boven gekomen waarbij werd samengewerkt met culturele instellingen, zoals musea, of Kunstfactor, als het gaat om projecten vanuit de kerken zelf. Wel werd er samengewerkt met het onderwijs.
DOCUMENT
Kunst Inclusief is een landelijk initiatief dat als doel heeft om kunstbeoefening door mensen met een beperking te bevorderen. Uit onderzoek blijkt dat de participatie van deze groep achterblijft. In een tweejarig project is onderzocht welke behoeften deelnemers hebben en hoe zij het beste ondersteund kunnen worden. Mensen met een beperking willen hun creatieve talenten ontwikkelen, maar hebben soms speciale wensen op het gebied van begeleiding en faciliteiten. In het project is op drie plaatsen in Nederland door middel van zogenaamde ‘ontwikkelwerkplaatsen’ geëxperimenteerd met vormen van samenwerking tussen ateliers in de zorg en kunsteducatiecentra. Door een kruisbestuiving van de werelden van kunst en zorg blijken er nieuwe mogelijkheden ontsloten te kunnen worden. Dit boek beschrijft de opbrengsten van de werkplaatsen en biedt aan professionals en organisaties allerlei handvatten om kunstbeoefening ‘inclusiever’ te maken.
DOCUMENT
Dit onderzoek wil betrokkenen uit de domeinen kunst, zorg en welzijn handvatten bieden en een denkraam aandragen dat aansluit bij het hybride karakter van de sociaal artistieke praktijk. Dit is een praktijk die zich dwars over de grens van de kunsten, de zorg en de leefwereld van betrokkenen beweegt. Wat zijn ankerpunten voor het welslagen en de continuïteit van co-creatieve initiatieven? Dit wordt onderzocht met oog voor de uniciteit van de persoonlijke kunstervaring en van ieder nieuw samenwerkingsproces. Vanuit vier perspectieven mens, kunst, samen en ondernemerschap wordt gekeken naar het co-creatieproces binnen het project Kunst Verbindt bij zorgorganisatie ZINN in Groningen. Wat waren in dat concrete proces de kenmerkende factoren, randvoorwaarden, rollen en waarden voor de kunstenaars, hun oudere medemakers en de betrokkenen uit de zorg?
DOCUMENT
Kunst kan in haar rijkheid en variëteit worden ingezet om een inclusieve samenleving te bevorderen. Maar hoe doe je dat? Want ook het werken met kunst kan mensen uitsluiten. In het onderzoek naar het project De Kunst van Delen is gezocht naar de do’s en don’t’s bij het inzetten van kunst door sociale en culturele professionals gericht op een inclusieve relatie tussen ouderen en jongeren in de stad Utrecht. Wat betekent dit voor het sociaal werk en de verdere professionalisering ervan?
LINK
In deze Boekman wordt waardevolle kennis over kunst en sociale cohesie gedeeld. Er is echter nog veel meer praktijkervaring en onderzoek nodig om de relatie tussen de kunsten en andere, inclusieve manieren van samenleven vorm te geven. Voor een inclusieve samenleving is het de kunst om verschillend te zijn, maar dan wel samen.
DOCUMENT
Kunstsocioloog Pascal Gielen verdedigt de hypothese dat de geglobaliseerde kunstwereld een ideaal terrein voor economische uitbuiting is. In de roes van de creative cities en de creatieve industrie omarmen overheden dit postfordistische werkmodel en sluiten zo naadloos aan bij de mondiale, neoliberale markteconomie. Gielen diept deze situatie uit en wil tegelijkertijd nieuwe alternatieven aanreiken, die de kunstwereld nodig heeft om haar eigen dynamiek en vrijheid te bewaren. Zijn zoektocht leidt hem naar plaatsen van gedeelde intimiteit en ‘slowability’ temidden van de hectische, globale flow van artistieke ontwikkelingen en trends. Deze derde editie is geheel herzien en bijgewerkt met Gielens meest recente inzichten in de politieke dimensies van kunst, autonomie en de relatie tussen kunst, ethiek en democratie.
DOCUMENT